Hersenstam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hersenstam (in roze)

De hersenstam of truncus cerebri verbindt het prosencephalon (de grote hersenen en de tussenhersenen) met de kleine hersenen en het ruggenmerg.

De hersenstam bestuurt vitale levensfuncties als temperatuur, hartslag, ademhaling en bloeddruk. Het bestaat uit het verlengde merg (medulla oblongata), de pons (of brug) en de middenhersenen (mesencephalon). Over de hele lengte van de hersenstam bevindt zich de formatio reticularis, een netwerk van cellen, dat medeverantwoordelijk is voor het bewustzijn. Tien van de twaalf paar hersenzenuwen vinden hun oorsprong in de hersenstam. Zij hebben hier dan ook kernen (nuclei). De hersenstam bevat ook de vierde ventrikel, gevuld met hersen-ruggenmergvloeistof (liquor cerebrospinalis).

De hersenstam bevindt zich onderaan in de schedel. Het ligt in het verlengde van het ruggenmerg, en begint vanaf het foramen magnum, het 'grote gat' dat onderin de schedel zit. Vandaar ook de naam van het onderste deel van de hersenstam: het verlengde merg. Achter de hersenstam (dorsaal) ligt het cerebellum (de kleine hersenen).

De hersenstam is het oudste hersendeel. Het bestaat uit korte, ongemyeliniseerde zenuwcellen. Dit deel van de hersenen is ontstaan tijdens de evolutie van ongewervelden (via de vissen) naar reptielen en is verantwoordelijk voor zeer belangrijke basisfuncties om te overleven:

Verder bevat het een groot aantal vezels, bijvoorbeeld diegene die van het ruggenmerg naar de thalamus lopen. In het verlengde merg kruisen een aantal van die vezels (van de linkerkant naar de rechter, of omgekeerd), zodat ze in de contralaterale hemisfeer terechtkomen.

Wanneer iemands hersenstam niet meer functioneert, heet deze toestand hersendood. Bij andere toestanden met bewustzijnsverlies zoals coma functioneert de hersenstam nog wel.