Hersteld Apostolische Zendingkerk
| De neutraliteit van dit artikel wordt betwist. Zie de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie. |
| Hersteld Apostolische Zendingkerk | ||||
| Indeling | ||||
| Voortgekomen uit | Katholiek Apostolische Kerk in 1863 | |||
| Afsplitsingen | 1897: Nieuw Apostolische Kerk 1931: Hersteld Apostolische Zendinggemeente 1969: Hersteld Apostolische Zendingkerk II Restant wordt in 1971 de Hersteld Apostolische Zendingkerk - Stam Juda |
|||
| Aard | ||||
| Locatie | Op het hoogtepunt (rond 1950) 10 gemeenten in Nederland, enkele in Duitsland, Oostenrijk, Australië en Zuid-Afrika | |||
|
||||
De Hersteld Apostolische Zendingkerk was een bijbelgelovig, chiliastisch kerkgenootschap in Nederland, Duitsland, Zuid-Afrika en Australië. Zij is voortgekomen uit de Katholiek Apostolische Gemeente te Hamburg, die zich in 1863 van de moederkerk afscheidde. In 1969-1971 is zij in drie delen uiteengevallen.
Inhoud |
[bewerken] Inleiding: korte historie en scheuringen
De Hersteld Apostolische Zendingkerk (HAZK) legde grote nadruk op de viervoudige bediening van apostelen, profeten, evangelisten en herders (naar Efeziërs 4:11). Volgens de officiële kerkleer zijn apostelen 'ten eerste' gesteld (vgl. 1 Korintiërs 12:28) en als enige bediening gerechtigd om dienaren te wijden en leden te 'verzegelen' (vergelijkbaar met het Katholieke vormsel). Volgend op de verzegeling werden in de apostolische gemeenten geestesgaven openbaar, waaronder de gave van profetie.
Uit de HAZK scheurde zich in 1897 de huidige Nieuw Apostolische Kerk los (destijds nog Hersteld Apostolische Zendinggemeente in de Eenheid der Apostelen genoemd), waar onder meer het ambt van stamapostel werd geïntroduceerd. (vgl. "Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken." - Johannes 15:5). De Nieuw Apostolische Kerk bracht op haar beurt in 1951 onder meer het Apostolisch Genootschap voort, die momenteel de grootste zich apostolisch noemende groep in Nederland vormt, maar de oorspronkelijke apostolische leer heeft ingeruild voor een 'religieus-humanistisch' uitgangspunt.
In 1931 maakte de Haarlemse HAZK-gemeente in de Jacobijnenstraat zich los en ging verder als Hersteld Apostolische Zendinggemeente. Achterliggende redenen waren onder meer het Haarlemse standpunt van de 'gelijkheid der bedieningen' en strijd over de leerstellige opvattingen rond Christus.
In 1969 vond opnieuw een scheuring in de Hersteld Apostolische Zendingkerk plaats, onder leiding van de Amsterdamse profeet H.M. van Bemmel, die zich mondeling en schriftelijk al vele jaren keerde tegen het apostolisch opzicht. Hij wees dan ook de apostolische profetering af van J. van der Poorten (die in 1968 tot het apostelambt geroepen en gewijd was), waarin werd opgeroepen tot herstel van de oorspronkelijke apostolische orde. Het liep uit op een opstand tegen het wettige apostolische gezag, waarbij vB en twee andere schismatieke profeten in een laatste gesprek met het vrijwel voltallige apostolaat op 29 november 1969, het Oude Testament afwezen als richtsnoer van geloof en leer, tenzij het NT er met nadruk naar verwees. De afgescheidenen, die naar hun voorman ook wel 'bemmelianen' worden genoemd, handhaafden echter de oude naam HAZK (zie Hersteld Apostolische Zendingkerk II), zodat er nu twee kerkgenootschappen met deze naam bestonden.
In de tweede helft van 1970 wierp zich een tweede groep profeten op, die zich op 14 oktober '70 te Arnhem als 'de Elia van deze tijd' liet afzonderen en de HAZK in ruim een jaar tijd door hun profetering ten gronde richtten. J. van der Poorten, die zich al eerder teruggetrokken had, legde op Goede Vrijdag 1971 zijn ambt neer, onder belijdenis dat reeds de scheuring van 1863 onwettig was. Op Pasen werd hij op profetische aanwijzing in het apostelambt hersteld, maar nu aan het herstelde altaar van de Katholiek Apostolische Kerk. Hij werd door de meerderheid van de gemeenten Amsterdam, Enkhuizen, een deel van Utrecht en de gemeente in Sydney gevolgd. Van de oorspronkelijke HAZK is sindsdien in feite niets meer over.
[bewerken] Geschiedenis
[bewerken] Ontstaan
Oorzaak van de breuk met de moederkerk in 1863 was de roeping van een nieuwe apostel bij monde van de Duitse raadsprofeet Heinrich Geyer. Er waren namelijk in een tijdsbestek van enkele jaren inmiddels vijf van de twaalf Britse apostelen overleden, onder wie Carlyle, apostel voor Noord-Duitsland. Een mogelijke apostelroeping was bij voorbaat door het Britse apostolaat afgewezen, maar de engel (= opziener, vgl. Openbaring 2 en 3) van Hamburg, Friedrich Wilhelm Schwartz, aanvaardde de geroepen Rosochacki met instemming van bijna de hele gemeente als apostel en onttrok de gemeente aan het opzicht van apostel Woodhouse, die de zorg voor Duitsland waarnam. Rosochacki trad al na enige weken terug, maar een poging van Schwartz om vervolgens de breuk te helen, werd door Woodhouse afgewezen. In Hamburg werd nu de priester Preusz tot apostel voor Noord-Duitsland geroepen en Schwartz voor Nederland. De gemeenten onder Preusz werden Allgemeine Christliche Apostolische Mission (ACAM) genoemd. De ACAM zond ook apostelen naar andere Duitse staten en zelfs naar Hongarije en de Verenigde Staten. Schwartz vestigde zich in september 1863 te Amsterdam, waar hij een bloeiende gemeente stichtte, destijds nog bekend onder de naam Apostolische Zending. Kleinere gemeenten ontstonden in deze jaren te Enkhuizen, Haarlem, IJmuiden en Hoorn.
[bewerken] Verhouding met de ACAM in Duitsland
Spoedig ontstond er tussen de Nederlandse HAZK en de Duitse ACAM een kloof omdat Schwartz de liturgische diensten en kleding had afgeschaft. In de eerste jaren had Schwartz goede contacten met de Vrije Evangelische Gemeente van dominee Jan de Liefde, de bekende stichter van de Vereniging tot Heil des Volks. Verschillende voorgangers lieten zich verzegelen in de HAZK, onder wie F.W. Menkhoff. Deze werd eerst als evangelist (1867) naar Bielefeld (Westfalen) uitgezonden (dat toen nog onder het ambtsgebied van Schwartz viel), waarna hij in 1869 tot engel en in 1872 tot apostel werd geroepen en spoedig meerdere gemeenten stichtte. In 1869 kwam Schwartz ook in contact met Dr. Groenewegen, die onder meer op basis van aantekeningen van Schwartz het Het Boek voor onze tijd schreef.
Na de dood van Preusz in 1878, werd in Hamburg een zekere Güldner door profeet Geyer geroepen tot apostel. Toen Güldner gewijd zou worden, probeerden sommigen, onder wie Friedrich Krebs, dit tegen te houden, waarop Geyer en Güldner heengingen, gevolgd door bijna alle 300 gemeenteleden. Het groepje van tien rebellen sloot zich aan bij de HAZK, waarna Schwartz en Menkhoff, ondanks protesten van de ACAM, Krebs aanstelden tot tegenapostel van Güldner.
Krebs begon spoedig vanuit Duitsland een eind te maken aan de autonome werkwijze van de HAZK-apostelen in de hun toegewezen werk- of stamgebieden. In zijn streven naar de 'Eenheid der apostelen' schafte hij roepingen bij monde van profeten af en verklaarde het profetenambt overbodig, want Krebs wees voortaan zelf de belangrijkste dienaren aan. De Australische apostel Niemeyer reageerde hier later op met de spottende opmerking, dat Krebs zo 'omringd was met zijn eigen ja knikkende hofhouding'. Waar hij zich aan de Christus gelijk achtte, waren Krebs' woorden belangrijker dan de Bijbel, want hij sprak immers 'levende woorden voor deze tijd'. Krebs' medestander en latere stamapostel Hermann Niehaus noemde de Bijbel dan ook 'verdord hooi en stinkend stilstaand putwater' (zie o.a. Der Wächter Zions, nr. 11 van 1896)), terwijl de tegenstanders van Krebs op hun beurt weer voor 'bijbelruiters' werden uitgemaakt.
[bewerken] Afscheuring van het 'Nieuwe Licht' (1895-1897)
Toen Menkhoff in mei 1895 overleed, wist Krebs te bereiken dat Niehaus diens opvolger werd. Dit veroorzaakte felle strijd, en onder leiding van de bijbelgetrouwe profeet Hugo scheidde zeker de helft van de stam zich af. Een half jaar later, op 6 december 1895, stierf ook Schwartz. Omdat men in Nederland nauwelijks wist wat er in Duitsland speelde, accepteerde men Krebs als waarnemend apostel, totdat er in een speciaal te houden roepingsdienst door een van de kerkelijke profeten een opvolger geroepen zou worden. Ondertussen werd door Krebs de rouwtijd van twaalf weken verlengd tot een jaar en zes weken en werd Niehaus, die behoorlijk Nederlands sprak, ingeschakeld om de Nederlandse dienaren te winnen voor het 'Nieuwe licht,' zoals Krebs' leer spottend werd genoemd. Toen men in Nederland begon te vrezen dat Krebs wellicht zelf een volgzame nieuwe apostel zou benoemen, eisten de voorgangers van de Amsterdamse hoofdgemeente dat de roepingsdienst alsnog volgens de voorgeschreven regels gehouden zou worden. Dit gebeurde op 17 januari 1897 onder leiding van Krebs en Niehaus, en hier werd de Amsterdamse diaken Martin van Bemmel middels een overweldigende hoeveelheid profetieën en visioenen tot apostel voor Nederland (aangeduid als het stamgebied 'Juda' - een verwijzing naar een van de 12 (geestelijke) stammen van Israël) geroepen. Hij werd ter plekke door allen aanvaard en in het apostolaat opgenomen. Toen Van Bemmel Krebs' oppergezag niet wenste te erkennen, liet Krebs - hiertoe onbevoegd - Van Bemmel een maand later weten dat hij weer uit het apostelambt gezet was. Kofman uit Hoorn, gesteund door Krebs en Niehaus, bewerkte nu een opstand tegen Van Bemmel en scheurde ongeveer de helft van de duizend leden van de HAZK af. Zij noemden zich sindsdien de 'Hersteld Apostolische Zendingkerk in de Eenheid der Apostelen', de latere Nieuw Apostolische Kerk. Kofman werd er prompt door Krebs aangesteld als apostel.
[bewerken] Ontwikkelingen onder apostel Van Bemmel (1897-1925)
Onder Van Bemmel kwamen belangrijke apostolische beginselen onder druk te staan. Kort voor zijn dood had Schwartz in zijn 'Concept' vastgelegd wat de juiste bedieningsorde was. Letterlijk schreef hij, dat het opzicht en het gezag in een stamgebied berusten bij het apostolaat, met daaraan verbonden alle opzieners (engelen) der gemeenten. En vervolgens: De Apostel van den stam is de Engel der poortgemeente. Hij heeft een engelhelper, daartoe geroepen. De engelhelper kan een helper of ouderling hebben, ten einde in het regeren mee te helpen. Ten slotte kunnen in elke gemeente zoveel profeten, evangelisten en herders worden toegevoegd als nodig zijn. Schwartz besloot zijn Concept met de dwingende uitspraak: Voor den stam Juda blijft toch deze opstelling als orde, door den Heere Jezus Christus door middel van Zijn Apostel aan de stam gegeven.
Door conflicten met de Amsterdamse bediening dwars geworden, legde apostel Van Bemmel deze geestelijke wet naast zich neer. Van de broodnodige aanstelling van nieuwe dienaren wilde hij niets horen. Het ambt van profeet vond hij maar on-Bijbels; - de Heilige Geest openbaarde zich door iedereen die de gave van profetie had. Roepingen vond hij trouwens onnodig, helpers kon hij zelf wel benoemen. Aan verkiezing van diakenen door de gemeente deed hij evenmin, hij benoemde ze zelf. Zo waren in korte tijd niet alleen de bedieningen van opziener (engel) en ouderling verdwenen, maar ook die van evangelist en profeet. In 1903 werd Van Bemmel om deze afval in een woord van profetie ernstig berispt met de woorden: 'Was Ik het niet die Mijn ontslapen ap. Schwartz de Wet des Geestes gaf? Daarom, Mijn apostel, wil Ik, dat gij deze Wet in vervulling zult brengen,' enz.
Onderwijl begon Van Bemmel de Sabelliaanse dwaling te verkondigen waarin de Drie-eenheid van God wordt ontkend; het Goddelijk Wezen zou niet uit drie zelfstandige Personen bestaan, maar uit één enkele Persoon. In oude tijden had God zich als de Vader geopenbaard, daarna werd Hij als Jezus mens in Maria en ten slotte liet Hij zich kennen als de Heilige Geest. Al deze afwijkingen leidden in 1904 tot een scheiding der geesten. Zijn schoonvader, herder N.J. Verkruisen van Haarlem, sloot zijn gemeente voor hem af, herder Meijnders verliet Amsterdam om zich bij Verkruisen aan te sluiten, en herder T. Korff van Enkhuizen schreef een scherpe, waarschuwende brief. In 1913 werd de breuk met Haarlem weer hersteld, maar van herstel van de verdwenen bedieningen was geen sprake. Voor Haarlem en Enkhuizen hield Van Bemmel wel roepingdiensten ter vervanging van de overleden Verkruisen en Korff, maar omdat hij het profetenambt onnodig vond, stelde hij diakenen die de gave van profetie hadden tot 'dienstdoend profeet.' Door interne druk hield hij in 1920 in Amsterdam een roepingdienst, waarin bij monde van diakenen een herder en een evangelist werden geroepen, en wellicht tot zijn grote schrik ook een profeet. Herstel van gemeentelijke verkiezing van diakenen moest evenwel nog lang op zich laten wachten.
[bewerken] Ontwikkelingen sinds apostel Kalwij (1925-1968)
In 1925 werd de overleden Van Bemmel opgevolgd door de vrome diakenevangelist J.G. Kalwij. Hij kreeg al snel problemen met evangelist Verkruisen in Den Haag, die de democratische orde verkondigde dat opzicht en bestuur bij de priestervergadering berustte en niet bij het apostolaat. Na hierom in 1929 geschorst te zijn, scheurde hij zijn gemeente af. In 1931 kwam het in Haarlem, waar J.W. Verkruisen zijn vader als herder was opgevolgd, tot een vreselijk toneel, toen men daar tevergeefs geprobeerd had een dode weer tot leven te brengen. Na zijn schorsing volgde hij zijn broer na, wiens meningen hij deelde over de zgn. 'gelijkheid der bedieningen.' Hij scheurde de gemeente af, waarbij de gemeenten in Vlissingen en Australië zich aansloten. Ze namen de naam aan van Hersteld Apostolische Zendinggemeente.
Onder apostel Kalwij en zijn in 1947 geroepen opvolger Dielof W. Ossebaar, was er een lichte bloei en telde de HAZK gemeenten in Amsterdam, Enkhuizen, Haarlem, Arnhem, Wageningen, Den Haag, Utrecht, Amersfoort, Groningen en Zwolle, en enkele in Duitsland, Oostenrijk, Australië en Zuid-Afrika. Op haar hoogtepunt had zij bij elkaar ongeveer 2000 leden, geleid door vier apostelen.
[bewerken] De scheuring van 1969
In maart 1968 werd het aantal apostelen met drie vermeerderd tot een zevental, waardoor de verwachting gewettigd scheen dat een opleving voor de deur stond. Er gebeurde echter iets wat niemand had verwacht. De pas voor Engeland (stam Ruben) geroepen apostel Jacob van der Poorten (vdp), werd tot een ernstige boeteprofetering bewogen, waarin de HAZK opgeroepen werd om terug te keren naar de oorspronkelijke apostolische ordeningen. Het leidde tot een felle orkaan die het hazk-scheepje in korte tijd naar de ondergang voerde. De dieper liggende oorzaak van dit drama was de minachting van de vroegere apostel Van Bemmel voor de geestelijke wet van Schwartz over opzienersbedieningen, in plaats waarvan hij het onwijze eenmansbewind van de apostel had ingevoerd. Dit had tot begrijpelijk verzet geleid, niet alleen van de Verkruisens, maar ook van anderen, onder wie de Amsterdamse profeet H.M. van Bemmel (vB). Zij maakten echter weer de fout om de bijbelse orde geweld aan te doen door het apostelambt van zijn gezag te ontdoen en het kerkbestuur toe te kennen aan een algemene priestervergadering. Al vanaf het aantreden van apostel Ossebaar had vB gepoogd diens gezag te ondermijnen en toen het apostolaat een door vB aangehangen avondmaalszegen verboden had en dwingend de consecratievorm had voorgeschreven van de moederkerk, was zijn aversie tegen het apostolaat uitgegroeid tot een bittere vete. De kern van de verboden zegen luidde: 'Wij zegenen dit brood tot het sacramentele lichaam en deze wijn tot het sacramentele bloed van onze Here Jezus Christus,' enz. Zoals vB nadrukkelijk in woord en geschrifte had verklaard, ging het hem om de woorden zegenen tot, waardoor het de betekenis had dat de priester brood en wijn tot (sacramenteel) vlees en bloed maakte. Door het afwijzen van deze consecratiewoorden was hij zo verbitterd, dat hij had overwogen zich af te scheiden. Zelfs beweerde hij dat de HAZK wegens het afschaffen van zijn avondmaalszegen onder het oordeel lag en met een satanische profetering bestraft werd.
Toch al tegenstander van apostolisch gezag, keerde vB zich al snel tegen de apostolische profetering van vdp, bewerend dat het een aanranding zou zijn van het profetenambt. Toen vdp begin 1969 bewogen werd roepingen te profeteren voor de diakonale bediening, riep vB op tot verzet: diakenen behoren door de gemeente gekozen te worden, weshalve geprofeteerde roepingen on-Bijbels waren. Bovendien kwam het volgens hem alleen profeten toe om roepingen te profeteren. Hij verzweeg dat hij kort tevoren het herstel had afgewezen van onderdiakenen en een voorgestelde diakenverkiezing verhinderd had. Toen vdp op het Pinksterfeest van 1969 bewogen werd om roepingen te profeteren voor de verdwenen bedieningen van oudste en engel, sloeg de vlam in de pan. vB en een aantal medestanders beschuldigden hem ervan dat hij onder duivelse invloed de 'geestelijke wet van Schwartz' aanrandde en de inzettingen van de moederkerk zocht te herstellen die Schwartz zou hebben afgeschaft. In werkelijkheid was het vB zelf die niets van de oude inzettingen moest hebben, terwijl hij door een boek dat vdp over de moederkerk had geschreven, heel goed wist dat deze nogal kritisch tegenover haar inzettingen stond.
Weldra bleek dat de bemmeliaanse partij op een breuk afkoerste, waarbij vB zijn eigen bedoelingen had. Tijdens tumultueuze vergaderingen was er geen land met hen te bezeilen. Hoewel met documenten werd aangetoond, dat de apostolische profetering in volle overeenstemming was met de Heilige Schrift en de geestelijke wet van Schwartz, stopten ze hun oren toe en riepen dat ze niets met welke bewijzen dan ook te maken hadden. Omdat in de apostolische profetering veelvuldig naar het Oude Testament en de mozaïsche tabernakel verwezen werd, riepen ze onbeschaamd daar evenmin iets mee te maken te hebben en hetzelfde zeiden ze van de Hebreeënbrief en de Openbaring, waarin indringend over de tabernakel wordt gesproken. Frappant was dat er tot aan de scheuring toe van een tegenprofetering geen sprake was. Integendeel, velen, onder wie hun latere profeten Hobé en Grimmelius, werden menigmaal bewogen indrukwekkende bevestigingen te profeteren.
Tijdens de 'roversvergadering' van september 1969, voerde de rebelse partij haar voornemen uit. Op hoge toon stelde de Haarlemse herder Rijnders, de vader van de huidige leider der bemmelianen, aan apostel Ossebaar een ultimatum: de profetering van vdp moest als satanisch verworpen worden en zowel hij als de andere voor het buitenland geroepen apostelen dienden het land te verlaten. Met stijgende verontwaardiging had de vergadering de boosaardige man aangehoord, niet wetend wat de rebellen van plan waren. Toen Ossebaar met instemming van de meerderheid der vergadering het ultimatum afwees, stonden de ruziemakers op en verlieten scheldend de bijeenkomst.
Op aandringen van de weifelende Arnhemse bediening werd in november nog een poging gedaan de breuk te herstellen. Aan het begin van die bijeenkomst van alleen apostelen en profeten, waarbij ook de schismatieke profeten vB, CB en Sch. aanwezig waren, stelde Ossebaar voor om de Heilige Schrift als basis van de gesprekken te nemen. vB antwoordde dat hij alleen wilde spreken over 'de leer van het begin,' waaronder hij verstond: 'Alles wat er in het N.T. staat en beslist niets meer,' waarmee zijn twee volgelingen instemden. Toen gebeurde er iets schokkends. Terstond na hun Marcionitische afwijzing van het Oude Testament, werd hun eigen profeet CB bewogen vB te logenstraffen door te profeteren dat de ganse Heilige Schrift het getuigenis van God behelsde. Ze lieten zich echter niet corrigeren en bleven met beslistheid afwijzen 'dat er uit het O.T. zaken te putten waren die niet uitdrukkelijk in het N.T. stonden.' Iedereen wist dat vooral vB loog, die behalve op feestdagen, uitsluitend uit het O.T. placht te preken, terwijl zijn profetering eveneens doortrokken was met oudtestamentische beelden. Maar omdat aanvaarding van alle Bijbelboeken zou betekenen, dat hij de apostolische profetering van vdp als bijbels moest erkennen, had hij er die vreselijke loochening voor over. Aldus was de scheuring definitief geworden. De door de rebellen geleide gemeenten Haarlem, Utrecht, Amersfoort en Wageningen stelden zich onder leiding van vB, waarbij zich enkele Amsterdamse en Haagse leden aansloten. Toen bleek ook waar het vB aldoor om was gegaan: op zijn bevel werd in de afgescheiden gemeenten zijn avondmaalszegen hersteld. Deze schare bleef zich HAZK noemen (zie Hersteld Apostolische Zendingkerk II), waarvoor bij monde van vB, Ossebaars jarenlange vijand J. Schaap tot 'apostel' werd aangewezen.
[bewerken] De chaos van 1970/71 en het einde
Ofschoon de grote Arnhemse gemeente schoorvoetend met het herstel van de oude apostolische bedieningsorde had ingestemd, huldigde ook zij de sektarische mening dat profeteren de exclusieve taak van profeten was. Toen Ossebaar wegens hem onwelgevallige profetie vdp het zwijgen wilde opleggen en hiervoor steun kreeg bij de profeten, werd Ossebaar in het woord van profetie gewaarschuwd, dat als hij hun profetering liever had dan de apostolische profetering, hij zou krijgen wat hij begeerde: de profeten zouden tot een Izebel vervallen en hijzelf tot een Achab. Hiermee was aangekondigd, dat Ossebaar door een valse profetering zou worden meegesleurd en de gemeenten verstrooid zouden worden. Binnen enkele weken werd het in Arnhem al werkelijkheid. In een door Ossebaar geleide samenkomst ontstond grote chaos doordat onbevoegde profeten en gemeenteleden bevelen en roepingen profeteerden. Het was het begin van een verschrikkelijke profetenheerschappij die de HAZK totaal zou verwoesten.
Toen vdp bewogen werd het gebeurde af te wijzen, besloten Ossebaar en de profeten hem het zwijgen op te leggen, waarop hij zich in juli 1970 terugtrok. Na zijn vertrek barstte de valse profetering der profeten in volle hevigheid los. Op hun bevel stelde Ossebaar in oktober 1970 te Arnhem twaalf profeten tot 'de Elia van deze tijd'. Volgens hun eigen 'profetering' zouden ze een geweldig licht verspreiden en wereldschokkende wonderen verrichten. Voor de aanvang van deze samenkomst werd door een bode een door vdp uitgesproken profetie voorgelezen, waarin allen ernstig werd aangeraden het kerkgebouw te verlaten en dat wie aan de verdwazing meedeed, door hemelvuur verteerd zou worden.
Om de in verwarring verkerende gemeenteleden tegen de valse profetering te sterken, werd vdp tot een tegenprofetering bewogen, die hij regelmatig aan de voorgangers van de HAZK stuurde. Hierdoor vervielen de Arnhemse dwazen in grote razernij en stortten ze hun banvloeken over hem en iedereen uit die hen weerstond. Op Goede Vrijdag 1971 legde vdp zijn bediening in de HAZK neer en verenigde zich in de geest met de Britse apostelen, waarmee hij tot uitdrukking bracht de scheuring van 1863 af te wijzen. Tientallen priesters en diakenen gaven openlijk hun bereidheid te kennen hetzelfde te doen, waarop Ossebaar hen op profetenbevel afzette, de toegang tot de kerk ontzegde en van hun salariëring beroofde. Toen de profeten vanaf de kansels iedereen vervloekte die de verjaagde dienaren steunde en de profetering van vdp geloofde, scheidde Enkhuizen zich af en het gros van de Amsterdamse leden vluchtte heen om troost in andere kerken te zoeken, of kwamen de diensten bijwonen die vdp in zijn woning hield.
Tot de verjaagden behoorde ook het voltallig bestuur van de vereniging 'De Amsterdamse Kas,' die de bezittingen beheerde van de Amsterdamse gemeente, zoals het kerkgebouw aan de Bloemgracht. De bevoegdheid om deze beheerders af te zetten en te vervangen, berustte bij de ledenvergadering van de Amsterdamse gemeente. Zonder de stemgerechtigde leden bijeen te roepen of naar voorschrift in te lichten, benoemden Ossebaar en opziener vdB frauduleus zichzelf tot bestuurders en roofden aldus het kerkgebouw en overige bezittingen.
Nu het verzet gebroken was, gaven de leiders van de Arnhemse profeten, WS en vH, zich over aan een ongelooflijke antichristelijke profetering. Schier alle oude ketterijen werden over de arme schare uitgestort. De Godheid van Christus werd geloochend, Hij zou door Jozef verwekt zijn; iedereen zou zo'n beetje god en christus zijn; het begrip zonde was een verzinsel, want zowel goed als kwaad waren goddelijke eigenschappen; iedereen moest doen wat hem goed dacht en nog veel meer van dat fraais. Wie deze 'profetering' van vH en WS geloofde, was eerst recht een geestelijk mens geworden en had geen sacrament meer nodig. Ten teken daarvan werd het heilig Avondmaal op plechtige wijze begraven. Met brood op een zilveren schaal en wijn in een zilveren beker en gevolgd door een aantal dienaren, schreed Ossebaar naar de w.c. van het Arnhemse kerkgebouw, wierp eerbiedig brood en wijn in de toiletpot en spoelde ze met een plechtig 'amen' naar het riool. Tijdens een bijeenkomst in het Arnhemse kerkgebouw viel vH zelfs zo in razernij, dat hij onder de eerbiedige blikken van Ossebaar c.s. het meubilair op de verhoging kort en klein sloeg.
Toen de profeten waren uitgeraasd, kwamen Ossebaar en een handjevol overgeblevenen tot bezinning. De raddraaiers weigerden echter om weer christen te worden en vertrokken. Van de twaalf profeten, die geweldige Elia, was niet een overgebleven en van de altaren waren slechts rokende puinhopen over, zoals hen in oktober 1971 was aangekondigd. Het overblijfsel houdt van tijd tot tijd weer avondmaal en verzwijgt uit alle macht al het vreselijks dat heeft plaatsgevonden. Men noemt zich nu 'Hersteld Apostolische Zendingkerk - Stam Juda', maar telt slechts enkele kleine groepjes in Amsterdam en Arnhem.
[bewerken] Externe links
Duitse citaten van Krebs op www.naki.de
[bewerken] Verder lezen
- Johannes Albrecht Schröter: Die Katholisch-Apostolischen Gemeinden in Deutschland und der "Fall Geyer"; (Tectum Verlag) 3e licht verbeterde druk, 2004 – ISBN 3-89608-814-9.
- Dr. M.J. Tang: Het apostolische Werk in Nederland (tegen de achtergrond van zijn ontstaan in Engeland en Duitsland); (Boekencentrum) Den Haag, 1e druk 1982, 4e druk 1989. - ISBN 9023914724.
- Helmut Obst: Apostel und Propheten der Neuzeit; (Verlag Vandenhoeck & Ruprecht) Göttingen. - ISBN 3-525-55438-9
- Kurt Hutten: Seher - Grübler - Enthusiasten; Stuttgart, diverse drukken.
- M. van Bemmel e.a.: De ware oorzaak der scheuring in de Hersteld Apostolische Zendinggemeente in Nederland; Amsterdam 1897.
- A.J. Korff: Beknopte geschiedenis der Apostolische Kerk; (1e druk, z.j. (± 1935); 2e druk - aangevuld door J. van Bemmel - 1963)
- J. van der Poorten: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; Woodridge, 1976.