Hertogdom Bouillon
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Het hertogdom Bouillon was lange tijd een zelfstandig hertogdom binnen het Heilige Roomse Rijk. Het gebied rond de stad Bouillon was ongeveer 375 km² groot en bevatte een 25-tal dorpen.
De naam Bouillon (verwijzend naar het Kasteel van Bouillon) komt voor het eerst voor in een brief van Adalbero van Reims aan zijn broer Godfried van Verdun in 988. De heersers verkregen in 1012 van keizer Hendrik II een leenheerschap over Neder-Lotharingen en het recht om zich hertog te noemen. Bouillon was een leen van het Graafschap Bonen (nu Boulogne-sur-Mer) en zo werd het in 1096 verkocht of verpand aan het Prinsbisdom Luik door de bekende kruisvaarder Godfried V van Bouillon. Het bleef afhankelijk van het prinsbisdom tot de vorst van het naburige Sedan, Robrecht I van der Marck, het in 1482 veroverde. Keizer Karel V schonk het in 1521 opnieuw aan Luik, maar Robrecht IV van der Marck heroverde het grootste deel van het hertogdom en droeg sindsdien de titel hertog van Bouillon, die later overging op het Franse huis La Tour d'Auvergne, burggraven van Turenne (een van de hertogen was de beroemde veldheer Turenne).
In 1676 veroverden de Fransen het hertogdom. Twee jaar later gaf Lodewijk XIV het in leen aan een neef van Turenne. Het hertogdom Bouillon werd nu een Frans protectoraat, zij het dat er een grotere culturele vrijheid heerste dan in Frankrijk. Het was 230 km² groot en had tegen het einde amper 2500 inwoners.
In 1792 schonk hertog Godfried III onder de invloed van de Franse Revolutie Bouillon een verkozen parlement. Toen zijn zoon en opvolger Jacques-Léopold de la Tour d'Auvergne, die in Frankrijk woonde, in 1794 door de Franse revolutionairen was gearresteerd, trok het parlement de macht naar zich toe en werd Bouillon feitelijk een republiek, die kort daarop door de Fransen werd bezet. Na amper anderhalf jaar, in oktober 1795, werd deze republiek zonder meer bij Frankrijk gevoegd, waar het deel uitmaakte van het departement Ardennes.
Na de val van Napoleon in 1814 werd het hertogdom Bouillon formeel hersteld met de bedoeling het toe te wijzen aan de adoptiezoon en aangewezen opvolger van Jacques-Léopold - een Brits admiraal. Maar ook een andere verwant van de laatste hertog maakte aanspraken op het hertogdom. Uiteindelijk besloot het Congres van Wenen in 1815 het gebied bij het Groothertogdom Luxemburg te voegen, dat toen in personele unie verbonden was met het Koninkrijk der Nederlanden. In 1830 ging het, net als het hele westelijke deel van Luxemburg, deel uitmaken van het onafhankelijke België, hoewel Frankrijk nog diplomatieke pogingen deed om het te annexeren met het argument dat Bouillon - in tegenstelling tot Luxemburg - nooit een deel was geweest van de Zuidelijke Nederlanden.
[bewerk] hertogen van Bouillon
- Godfried van Bouillon (1076-1095)
- behoort toe aan het Bisdom Luik (1095-1496)
- Gerard de Jambe (1267)
[bewerk] Huis van der Marck
- Eberhard van der Marck (1430-1445)
- Lodewijk van der Marck (1445-1457)
- Arnold van Konwaren (1457-1479)
- Willem van der Marck (1479-1482)
- Robrecht I van der Marck (1482-1489)
- Robrecht II van der Marck (1489-1496)
- Robrecht III van der Marck (1496-1522)
- toegekend aan het bisdom Luik
- Robrecht IV van der Marck (1552-1556)
- Hendrik Robrecht van der Marck (1556-1574)
- Willem Robrecht van der Marck (1574-1588)
- Charlotte van der Marck (1588-1594)
[bewerk] Huis La Tour d'Auvergne
- Hendrik de La Tour d'Auvergne (1594-1623)
- Frederik Maurits de La Tour d'Auvergne (1623-1652)
- Maurits Godfried de La Tour d'Auvergne (1652-1696)
- Emmanuel-Théodose de La Tour d'Auvergne (1696-1730)
- Karel Godfried de la Tour d'Auvergne (1730-1771)
- Godfried Karel de la Tour d'Auvergne (1771-1791)
- Jacques-Léopold de la Tour d'Auvergne (1791-3 mei 1802)

