Hertogdom Palts-Zweibrücken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Herzogtum Pfalz-Zweibrücken
Land binnen het Heilige Roomse Rijk
 Vorstendom Palts-Simmern-Zweibrücken 1453–1797 Eerste Franse Republiek 
Armoiries comtes palatins de Deux-Ponts.svg
(Details)
Algemene gegevens
Hoofdstad Meisenheim (tot 1463)
Zweibrücken
Oppervlakte 1980 km² (1800)
Bevolking 60,000 (1800)
Talen Duits
Religie(s) Rooms-katholiek
Lutheraans (Vanaf 1533)
Gereformeerd (vanaf 1588)
Regering
Regeringsvorm Monarchie
Dynastie Huis Wittelsbach
Staatshoofd Hertog (Paltsgraaf)

Het hertogdom Palts-Zweibrücken (Duits: Herzogtum Pfalz-Zweibrücken, Frans: Duché de Palatinat-Deux-Ponts, Nederlands: hertogdom Palts-Tweebrugge) was een middelgroot land in het Heilige Roomse Rijk. Het werd geregeerd door verschillende opeenvolgende takken van het Huis Wittelsbach. Het hertogdom bestond uit verschillende gebieden in het westen van de Palts en in het noorden van de Elzas. De hoofdstad van het hertogdom was Zweibrücken. In 1500 werd het hertogdom ingedeeld bij de Boven-Rijnse Kreits.

Het land ontstond in 1453 na een deling van Palts-Simmern-Zweibrücken. Simmern-Zweibrücken was zelf ontstaan na een deling van de Keur-Palts. Palts-Zweibrücken bleef een onafhankelijk hertogdom tot het in 1797 tijdens de Franse Revolutie door Frankrijk werd geannexeerd.

Geschiedenis[bewerken]

Ontstaan[bewerken]

Palts-Zweibrücken ontstond bij de tweedeling van het Palts-Simmern-Zweibrücken, een vorstendom aan de linkerzijde van de Rijn. Simmern-Zweibrücken was in 1410 opgericht voor Stefanus, de derde zoon van Ruprecht III van de Palts. Behalve gebieden door tot de Palts hadden behoort kreeg Stefan in 1444 ook het graafschap Veldenz in bezit. Hiermee werd een verdeling van zijn landen onder zijn zoons mogelijk. In 1453 trad Stefan af en droeg hij het bestuur aan zijn zoons over. Frederik, kreeg Palts-Simmern en Lodewijk kreeg Palts-Zweibrücken. Dit nieuwe vorstendom bestond grofweg uit twee voormalige graafschappen: Veldenz en Zweibrücken, dat in 1385 aan de Palts gekomen was.

Staatsvorming en vetevoering[bewerken]

Lodewijk I kwam kort na het begin van zijn regering in conflict met zijn neef Frederik de zegenrijke van de Palts en zijn oudere broer Frederik van Simmern. Tijdens verschillende oorlogen, zoals de Mainzer Stiftsfehde, kwamen Lodewijk en Frederik van de Palts tegenover elkaar te staan, waarbij Lodewijk telkens van zijn neef verloor. Keizer Frederik III, die ook in conflict was met Frederik van de Palts, benoemde Lodewijk in 1470 tot zijn veldheer en erkende Palts-Zweibrücken als hertogdom. Lodewijk stimuleerde de mijnbouw en vereenvoudigde het bestuur in zijn hertogdom. In 1463 liet Lodewijk de regeringszetel van Meisenheim naar Zweibrücken verplaatsen. De hofhouding volgde in 1477.

Na Lodewijks dood in 1489 werd het Palts-Zweibrücken niet gedeeld, maar moesten zijn zoons Kasper en Alexander het hertogdom samen besturen. Alexander liet zijn oudere broer echter voor geestesziek verklaren en zette hem gevangen, zodat Alexander het hertogdom alleen kon besturen. Ook Alexander voerde oorlog tegen zijn familieleden in de Keur-Palts: tijdens de Landshuter Successieoorlog plunderden zijn troepen grote delen van de Palts. Bij de vrede die in 1505 werd gesloten moest de Palts een aantal gebieden aan Palts-Zweibrücken afstaan.[1] Alexander en Keurvorst Filips maakten van de gelegenheid gebruik om een erfverdrag te sluiten, waardoor de relatie tussen de twee landen aanzienlijk verbeterde.

De reformatie[bewerken]

De regering van Alexanders' zoon Lodewijk II viel samen met de eerste fasen van de reformatie in het Duitse Rijk. Hoewel Lodewijk II katholiek bleef, had hij wel sympathie voor Maarten Luthers ideeën. In 1523 benoemde Lodewijk de reformator Johann Schwebel tot hofkapelaan. Toen Lodewijk II in 1532 stierf was zijn zoon Wolfgang nog minderjarig. Lodewijks broer Ruprecht werd regent en nam de regeringstaken waar. De lutheraanse Ruprecht liet Johan Schwebel een protestantse kerkorde voor het hertogdom opstellen. Alle parochies in het hertogdom werden aan de nieuwe orde onderworpen. Ook verving het Duits het Latijn als voertaal in de kerken.

Toen Wolfgang in 1543 meerderjarig werd gaf hij delen van het vroegere graafschap Veldenz aan Ruprecht als zelfstandig vorstendom Palts-Veldenz. Ruprechts nakomelingen zouden het gebied tot 1693 blijven besturen.

Zweibrücken als zelfstandig hertogdom (1453-1797)[bewerken]

In 1553 werd het graafschap Lützelstein verworven van het keurvorstendom Palts en in 1555 werd het klooster Disibodenberg geseculariseerd. In 1556 kwam het aandeel dat het keurvorstendom had in de heerlijkheid Guttenberg in gemeenschappelijk bezit van Palts-Zweibrücken en Palts-Veldenz. In 1557 werd het hertogdom Palts-Neuburg-Sulzbach in Beieren gekocht van de keurvorst van de Palts. In 1558 werd door de secularisatie van het klooster Hornbach als leen van de keurvorst Zell en de helft van Molsheim verworven. In 1559 stierf de tak van de keurvorsten van de Palts uit. Daardoor werd een aandeel in de voorste graafschap Sponheim verworven. Er ging ook weer gebied verloren, want in 1656 werden het graafschap Lützelstein en het in 1556 verworven aandeel in de heerlijkheid Guttenberg aan Palts-Veldenz afgestaan.

Een verdere verdeling van het complex van bezittingen vond plaats na de dood van paltsgraaf Wolfgang in 1569. De landen werden onder drie van zijn zonen in 1569 en 1584 verdeeld, waarbij Filips Lodewijk in 1569 Palts-Neuburg-Sulzbach kreeg, Johan in 1569 Zweibrücken kreeg en Karel in 1584 het aandeel in het achterste graafschap Sponheim kreeg.

Dit kon pas na de goedkeuring van de andere deelgenoten in dit graafschap: de keurvorst en de markgraaf van Baden. Het gebied bestond uiteindelijk uit de ambten Birkenfeld (met Hambach), Frauenberg en Allenbach.

Tijdens de Dertigjarige Oorlog werd Zweibrücken in 1635 door keizerlijke troepen bezet. Het hof vluchtte om pas in 1645 terug te keren.

Toen paltsgraaf Frederik in 1661 zonder mannelijke nakomelingen overleed, werd hij opgevolgd door Frederik Lodewijk uit de zijlinie Palts-Landsberg. Tijdens zijn bewind werd het hertogdom in januari 1676 bezet door Frankrijk. Omdat Zweibrücken een leen was van het prinsbisdom Metz (waarvan het koninkrijk Frankrijk de rechtsopvolger is) werd het in 1680 door Frankrijk ingelijfd en ging het deel uitmaken van de Saarprovincie. De Vrede van Rijswijk van 1697 gaf het vorstendom terug aan de rechtmatige eigenaar.

Paltsgraaf Frederik Lodewijk stierf in 1681 tijdens de Franse bezetting zonder wettige nakomelingen. De volgende in de lijn van opvolging was koning Karel XI van Zweden, uit de zijlinie Palts-Kleeburg. Koning Karel van Zweden kreeg het hertogdom dus terug in 1697. Het hertogdom bleef in personele unie met Zweden tot de dood van koning Karel XII in 1718. Van 1714 tot 1718 stond de koning het af aan de verdreven koning van Polen, Stanislaus Leszczyński. Als laatste vorst uit de tak Palts-Kleeburg regeerde vervolgens Gustaaf Samuel, een volle neef van koning Karel XI. Na zijn dood in 1731 legde de keizer tot 1734 beslag op het hertogdom.

In 1734 kwam het hertogdom Zweibrücken aan Christiaan III van Palts-Birkenfeld. Zijn hertogdom was in 1584 afgesplitst van Palts-Zweibrücken en de beide hertogdommen werden dus weer herenigd. Inmiddels behoorde sinds 1695 ook het graafschap Lützelstein in de Elzas bij de bezittingen van Palts-Birkenfeld. Het graafschap Lützelstein stond echter sinds 1680 onder de soevereiniteit van Frankrijk. Hertog Christiaan IV werd in 1758 katholiek. De versplintering van het gebied werd verminderd door een aantal grensverdragen met buurstaten. In 1768 was er de Selz-Hagenbacher ruil met het keurvorstendom. Odernheim en half Molsheim kwamen aan het keurvorstendom, terwijl Zweibrücken het ambt Hagenbach, het ambt en het sticht Selz en Neuburg kreeg. In 1776 werd het achterste graafschap Sponheim gedeeld met het markgraafschap Baden: Kastellaun, Traben-Trarbach met Starkenburg en Allenbach komen aan Zweibrücken. Birkenfeld, Frauenburg en Herrstein kwamen aan Baden.

In 1797 en 1801 verloor de hertog van Palts-Zweibrücken al zijn gebieden aan Frankrijk. Daar stond tegenover dat hij in 1799 na de dood van de keurvorst van Beieren het Keurvorstendom Beieren en de Keur-Palts erfde en in 1806 de eerste koning van Beieren werd.

Na de Franse nederlagen wees het Congres van Wenen in 1815 het hertogdom Zweibrücken grotendeels toe aan het koninkrijk Beieren.

Gebied in 1784[bewerken]

  1. Oberamt Zweibrücken
  2. Oberamt Homburg (1755 Oberamt na ruil met Nassau-Saarbrücken)
  3. Oberamt Lichtenberg te Kusel (oorspronkelijk deel van het graafschap Veldenz)
  4. Oberamt Meisenheim (oorspronkelijk deel van het graafschap Veldenz)
  5. Oberamt Trarbach met het Kröver Rijk (oorspronkelijk deel van het graafschap Sponheim)
  6. Amt Allenbach(oorspronkelijk deel van het graafschap Sponheim)
  7. Oberamt Kastellaun met de voogdij Senheim en 1/3 van het gerecht Veltheim en Strümmich (oorspronkelijk deel van het graafschap Sponheim)
  8. Oberamt Bergzabern met de voogdij Cleebourg, Annweiler, Wegelnburg
  9. Amt Nohfelden
  10. Oberamt Guttenberg (1768 Oberamt na ruil met Keur-Palts)
  11. Amt Seltz en Hagenbach
  12. heerlijkheid Bischwiller

De nummers 10, 11 en 12 stonden onder de soevereiniteit van Frankrijk

Bron: M.Freij, Versuch einer geographisch-historisch-statistischen Beschreibung der kön. Bayer. Rheinkreises (1837)

Regenten[bewerken]

regering naam geboren overleden familie
1453-1489 Lodewijk I 1424 19-7-1489 zoon van Stefan van Palts-Simmern
1489-1490 Kasper 11-7-1458 -7-1527 zoon
1489-1514 Alexander 26-11-1462 31-10-1514 broer
1514-1532 Lodewijk II 14-9-1502 3-12-1532 zoon
1532-1569 Wolfgang 26-9-1526 11-6-1569 zoon
1569-1604 Jan I 8-5-1550 12-8-1604 zoon
1604-1635 Jan II 26-3-1584 9-8-1635 zoon
1636-1661 Frederik 5-4-1616 9-7-1661 zoon
1661-1677/81 Frederik Lodewijk 27-10-1619 11-4-1681 van Palts-Landsberg, kleinzoon van Jan I
1681/93-1697 Karel II 4-12-1655 15-4-1697 van Palts-Kleeburg, achterkleinzoon van Jan I
1697-1718 Karel III 27-6-1682 30-11-1718 zoon
1718-1731 Gustaaf Samuel Leopold 12-4-1670 17-9-1731 volle neef van Karel II
1731-1735 keizerlijk bestuur
1735-1775 Christiaan IV 6-9-1722 5-11-1775 van Palts-Birkenfeld
1775-1795 Karel 29-10-1746 1-4-1795 zoon van broer

Noten[bewerken]

  1. Palts-Zweibrücken werd in 1505 uitgebreid met het ambt Kleeburg en het aandeel van de Palts in de gedeelde Heerlijkheid Guttenberg.