Hertogdom Sleeswijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hertugdømmet Slesvig
Herzogtum Schleswig
1058–1864 Koninkrijk Pruisen 
Vlag van Denemarken Coat of arms of South Jutland.svg
(Details) (Details)
Kaart
Sleeswijk in 1848
Sleeswijk in 1848
Algemene gegevens
Hoofdstad Sleeswijk
Talen Deens, Duits, Nedersaksisch, Noord-Fries
Religie(s) Luthers(Protestants)
Regering
Regeringsvorm Monarchie
Dynastie Oldenburg
Staatshoofd Hertog
verdeling in 1650
wapen hertogen; 1: Noorwegen; 2: Sleeswijk; 3: Holstein; 4: Stormarn; spits: Dithmarsche; hart: Oldenburg-Delmenhorst

Het Hertogdom Sleeswijk (Duits: Herzogtum Schleswig; Deens: Hertugdømmet Slesvig) was tot 1864 een hertogdom in het noorden van de huidige Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein en het zuiden van het huidige Denemarken.

Geschiedenis[bewerken]

Sleeswijk was tot 1864 een hertogdom in het noorden van de huidige Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein en het zuiden van het huidige Denemarken.

Zowel het huidige Deense deel van Sleeswijk als het Duitse deel dat nog steeds Sleeswijk (Schleswig) heet, werden rond 800 uitsluitend bewoond door Denen. In die tijd begonnen zich Friese kolonisten te vestigen aan de westkust. Holstein was in die tijd grotendeels bevolkt met Saksen, maar in het oostelijk deel woonden de Slavische Obotriten. Om de zuidgrens en de belangrijke handelsstad Hedeby bij de latere stad Sleeswijk tegen Slaven en Saksen te verdedigen legden de Denen er de vesting Dannevirke aan. Het gehele gebied werd bestuurd door een door de Deense koning benoemde jarl (hertog) met grensverdediging als taak.

In de 12e eeuw werd de laatste jarl van Zuid-Jutland, Knoet Lavard, ook hertog van Holstein. Hij was dus tegelijkertijd onder de leenshoogheid van de Deense koning en de Duitse keizer. Knoet Lavard veranderde zijn Deense jarltitel in die van hertog, waardoor uit het Jarldom Zuid-Jutland het Hertogdom Sleeswijk ontstond, en waarbij de feodale traditie uit Duitsland werd gevolgd om het hertogdom te vernoemen naar de naam van de residentiestad. In 1326 werd Waldemar III koning van Denemarken en gaf hij Sleeswijk als Deens leen aan Gerard II van Holstein. Onder hertog Gerard II werden Sleeswijk en graafschap Holstein verenigd.

Na de dood van Adolf VIII kwamen beide gebieden in 1460 rechtstreeks aan Christiaan I van Denemarken. In het Verdrag van Ribe van dat jaar werd vastgelegd dat de twee hertogdommen eeuwig ongedeeld zouden blijven ("dat se bliven ewich tosamende ungedelt"). In de 19e eeuw zou "op ewig ungedeelt", een strofe uit een gedicht van August Wilhelm Neuber, het motto worden van de strijders voor de onafhankelijkheid van Sleeswijk-Holstein van Denemarken.

Ondanks dit verdrag vond in 1544 er toch een deling plaats onder de zoons van Frederik I : Christiaan III stichtte de koninklijke linie en ontving Sleeswijk-Holstein-Glückstadt (uitgestorven in 1863); Johan II ontving Sleeswijk-Holstein-Hadersleben (uitgestorven 1580); Adolf I ontving Sleeswijk-Holstein-Gottorf.

Later vonden nog weer talrijke delingen plaats, waarvan de linies Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Augustenburg en Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg het bekendste resultaat zijn. Sleeswijk en Holstein kwamen weer geheel onder de Deense kroon toen hertog Paul (de latere tsaar van Rusland) Sleeswijk-Holstein-Gottorf in 1773 aan Denemarken afstond.

Na de ontbinding van het Heilige Roomse Rijk (1806) trad Holstein, maar niet Sleeswijk, in 1815 toe tot de nieuwe Duitse Bond. De Deense koning was tegelijkertijd hertog van het Deense leen Sleeswijk en het Duitse leen Holstein. In het praktijk werden beiden hertogdommen samen door een Duitstalig administratiekantoor in Kopenhagen bestuurd. De betekenis van de historische zuidgrens van Sleeswijk en Denemarken aan de rivier Eider was onduidelijk geworden.

Beide hertogdommen waren in de 19e eeuw een onderwerp van een langdurig conflict tussen de Duitse Bond en Denemarken. Dit conflict werd gecompliceerd door het feit dat het Deense koningshuis met de kinderloze Frederik VII zou uitsterven en het successierecht in de verschillende staten niet identiek was. Dit zou eventueel een afscheiding van Denemarken tot gevolg kunnen hebben, maar er was onenigheid over het vraagstuk of het Duitse (Salische) successierecht alleen voor Holstein zou gelden of ook voor Sleeswijk.

Tegelijkertijd was er in Sleeswijk een heftige strijd gaande over bestuurstaal en nationaliteit. De Duitse beweging identificeerde zich als Sleeswijk-Holsteiners en wilde een verenigde Sleeswijk-Holsteinse staat oprichten als lid van de Duitse Bond, alhoewel met behoud van de Deense koning maar dan als Duits hertog. Om daar niet in meegesleept te worden, wilden veel Deensgezinden dat het grotendeels Deenstalige Sleeswijk nauwer aan Denemarken zou worden gebonden, en het geheel Duitstalige Holstein zou worden afgescheiden zodat het zijn heil in de Duitse Bond kon zoeken. De aanhangers van deze gedachte werden Eiderdenen genoemd. De officiële politiek was die van status quo; autonomie binnen het Deense koninkrijk. Inmiddels probeerde Denemarken zijn positie te versterken door een pro-Deense taalpolitiek te gaan voeren. Dat werkte vaak averechts en bevorderde de Duitse gezindheid, ook bij Sleeswijkers die gewoonlijk Deens spraken maar een hoge waarde aan de Duitse taal en cultuur hechtten.

De kwestie Sleeswijk-Holstein leidde in 1848-1851 tot de Eerste Duits-Deense Oorlog, in 1864 tot een Tweede Duits-Deense Oorlog en in 1866, toen Pruisen het gezag van de Duitse Bond wilde overnemen en Oostenrijk dat weigerde toe te staan, tot de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog. Na opnieuw een Deense nederlaag stelde Berlijn, Sleeswijk en Holstein onder zijn toezicht. In 1870, na de oprichting van het Duitse keizerrijk, werden beide gebieden een Pruisische provincie. Voor het Deense bevolkingsdeel, dat in Noord-Sleeswijk de meerderheid vormde, brak een moeilijke tijd aan door de verduitsing van onderwijs, kerk en openbaar bestuur. Het Deense culturele kader was zwak en verzwakte eens te meer toen veel militair dienstplichtigen over de grens naar Denemarken vluchtten en daarmee hun terugkeer afsloten.

Hertogen[bewerken]

Deense soldaten in de Slag bij Dybbøl Skanse (1864)
Sleeswijk-Holsteinse kwestie
Betwiste gebieden
Sleeswijk · Holstein · Lauenburg
Oorlogen
1e Duits-Deense Oorlog (1848-1851) · 2e Duits-Deense Oorlog (1864) · Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog (1866)
Vredes en verdragen
Conventie van Londen (1852) · Vrede van Wenen (1864) · Verdrag van Gastein (1865) · Verdrag van Praag (1866)

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties