Hesselmanmotor

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Hesselmanmotor is een hybride tussen een benzinemotor en een dieselmotor, geïntroduceerd door de Zweedse ingenieur Jonas Hesselman in 1925. Het was de eerste toepassing van directe brandstofinjectie op motoren met een elektrische ontsteking. De Hesselmanmotor werd toegepast in zware vrachtwagens en autobussen in de jaren '20 en '30 van de 20e eeuw.

Werking[bewerken]

Een Hesselmanmotor is in principe een motor met elektrische ontsteking, omgebouwd voor gebruik van zwaardere aardolieproducten zoals stookolie, kerosine of dieselolie. De brandstof wordt geïnjecteerd in de verbrandingskamer met een injectiepomp. Door de lage compressie van de motor moet de brandstof worden ontstoken middels een bougie. Dit in tegenstelling tot een dieselmotor, waar de brandstof spontaan ontbrandt door de hogere compressie.

Hesselmanmotoren werden vaak gestart op benzine en schakelden over op diesel of kerosine als de motor op temperatuur was. Voor het stoppen van de motor schakelde men vaak weer over op benzine om de motor schoon te branden voor de volgende start.

Voor- en nadelen[bewerken]

Hesselmanmotoren gebruikten de relatief goedkopere zwaardere oliën. Hedendaagse tests hebben ook gewezen op een iets lager brandstofverbruik in vergelijking tot benzinemotoren met vergelijkbaar vermogen. Een Hesselmanmotor heeft ten opzichte van een dieselmotor kleinere afmetingen en derhalve een lager gewicht. In de jaren '30 was de kennis van de metallurgie minder geavanceerd, dus dieselmotoren waren zwaar om bestand te zijn tegen de hogere compressie en druk tijdens de verbranding. Later werden dieselmotoren ontwikkeld met betere materialen en de Hesselmanmotoren verloren dit voordeel.

Hesselmanmotoren hadden een aantal nadelen. Door de lage druk was het moeilijk de werktemperatuur te bereiken. Het resultaat was een onvolledige verbranding. De onvolledige verbranding leidde tot bougies die snel vervuilen, maar vooral om wat zelfs in die tijd werd aangeduid als "zware rook". In termen van vandaag betekende dit dat de motoren giftige uitlaatgassen produceerden in een mate, die tegenwoordig als totaal onaanvaardbaar zou worden beschouwd.

Gebruikers[bewerken]

Hesselmanmotoren werden geproduceerd door alle drie tegenwoordig bekende Zweedse vrachtwagenproducenten: Scania, Tidaholms bruk en Volvo vanaf de late jaren '20. Scania verving de Hesselmans door diesels in 1936, Volvo bleef ze gebruiken tot 1947.