Het oneindige verhaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het oneindige verhaal
Oorspronkelijke titel Die unendliche Geschichte
Auteur(s) Michael Ende
Vertaler Henk den Briel
Land Duitsland
Taal Duits
Genre Fantasy
Uitgever Thienemann Verlag
Uitgegeven 1979
Medium Print (Hardback & Paperback)
Pagina's 448
ISBN-code 3522128001
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Het oneindige verhaal (Duitse origineel: Die unendliche Geschichte) is een verhaal geschreven door de Duitse schrijver Michael Ende. Het boek is voor het eerst uitgegeven in 1979, en sindsdien is het vertaald in diverse talen. In 1983 won het boek een Zilveren Griffel.

Inhoud[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

De hoofdpersoon is een 11-jarige jongen, Bastiaan Balthazar Boeckx, die gebukt gaat onder het overlijden van zijn moeder en als gevolg hiervan een stroeve relatie heeft met zijn vader. Hij vlucht weg in zijn fantasie en verzint verhalen. Op school wordt hij hierom gepest en hij is bovendien blijven zitten. Aan gymnastiek heeft Bastiaan wel de grootste hekel: hij is in geen enkele sport goed en wordt voortdurend uitgelachen. Op een dag rent Bastiaan, op de vlucht voor een stel pestkoppen, een kleine antiekwinkel binnen. Hij heeft een kort gesprek met de chagrijnige antiquair Karel Konraad Koriander, die een boek genaamd "Het oneindige verhaal" aan het lezen was. Bastiaan steelt het boek in een opwelling en rent dan naar school. Omdat hij te laat is en bovendien bang dat de antiquair inmiddels de politie heeft gebeld, verschuilt Bastiaan zich op het zolderkamertje van zijn school en begint te lezen.

Bastiaan wordt eerst geportretteerd als de lezer van het boek — een avonturenverhaal over Fantásië, een rijk waar zich alle menselijke fantasieën en verhalen afspelen. De Kleine Keizerin is ziek, en Fantásië wordt tegelijkertijd langzaam opgeslokt door het "Niets". Dit hangt met elkaar samen. De Kleine Keizerin stuurt een jonge bode om een redmiddel voor zowel haar als Fantásië te vinden: de jonge Groenhuid Atréjoe, die op zoek moet gaan naar degene die Fantásië kan redden. Atréjoe verliest tijdens zijn zoektocht zijn paard Artax in de Moerassen van de Droefheid, maar krijgt er een nieuwe metgezel bij: de geluksdraak Foechoer. Tijdens een lange tocht met veel ontberingen belandt Atréjoe bij het Zuidelijk Orakel, Oeyoelála, dat hem vertelt hoe de Kleine Keizerin kan genezen: in de mensenwereld buiten Fantásië is er één kind dat de Kleine Keizerin bij haar nieuwe naam kan noemen.

In de Spookstad komt Atréjoe Gmork tegen, een weerwolf die naar Fantásië werd gestuurd om Atréjoe te doden. Hij is vastgeketend en machteloos en legt Atréjoe, niet wetend dat hij Atréjoe is, zijn missie uit. Door Fantásië in het Niets te storten worden namelijk de inwoners als leugens de mensenwereld ingestuurd, en met leugens kan men mensen sturen. "Met jullie", zo verklaart Gmork, "worden wereldrijken gesticht". Uiteindelijk ontsnapt Atréjoe tezamen met Foechoer zowel aan Gmork als aan het Niets, en weet de Kleine Keizerin te bereiken. Daar blijkt het ware doel van zijn odyssee: het beleven van een avontuur, dat een mensenkind zijn aandacht zou trekken waardoor dit naar Fantásië zou kunnen komen. Als het verhaal rond Atréjoe zich ontwikkelt, wordt het namelijk duidelijk dat een aantal bewoners van Fantásië zich bewust worden van Bastiaan, en dat Bastiaan de sleutel is tot het avontuur dat hij zelf aan het lezen is. Bastiaan is dus degene op wie Fantásië wacht. Door de Kleine Keizerin bij haar nieuwe naam (Maankind) te noemen en haar zodoende beter te maken, betreedt hij halverwege het verhaal zelf het rijk Fantásië. Hij begint een actieve rol te spelen in de gebeurtenissen die zich daar afspelen.

Bastiaan draagt nu AURYN, het amulet van de Kleine Keizerin, en kan zich alles wensen wat hij wil. Hij wenst zichzelf mooi, sterk, dapper en wijs, hoewel hij ook een groot aantal verhalen bedenkt. Al deze wensen gaan in vervulling, onder andere dankzij Bastiaans ontmoeting met Graógramán, een leeuw die alles in de wijde omtrek vernietigt. Alleen Bastiaan kan dit wezen weerstaan doordat hij AURYN draagt. Na een tijdje in het gezelschap van Graógramán te hebben verkeerd krijgt Bastiaan een magisch zwaard van hem mee, Sikánda, dat hij echter nooit naar eigen goeddunken mag gebruiken. Alleen bij een acute dreiging zal het zwaard hem vanzelf in de hand springen.

Bastiaan besluit nu dat hij naar de Ivoren Toren wil afreizen om daar Maankind opnieuw te ontmoeten, zodat zij hem verdere raad kan geven. Eerst belandt hij in Amargánth, de Zilveren Stad. Daar ontmoet hij onder andere Atréjoe, met wie hij besluit verder te reizen. Ook vele andere wezens van Fantásië sluiten zich graag bij Bastiaan aan; iedereen weet inmiddels dat hij de grote redder is.

Bastiaan komt tijdens zijn tocht (mede als gevolg van zijn eigen wens indruk op Atréjoe te maken) echter onder de invloed van de kwaadaardige heks Xayiede. Deze tracht hem ervan te overtuigen dat hij Kleine Keizer moet worden, omdat de Kleine Keizerin hem tot opvolger zou hebben gemaakt. Uiteraard hoopt Xayiede via Bastiaan Fantásië in haar macht te krijgen. Bastiaan wil nu niet meer terug naar zijn wereld, mede door het feit dat hij met iedere wens een herinnering kwijtraakt.

Wanneer de stoet uiteindelijk aankomt bij de Ivoren Toren, blijkt die te zijn verlaten. Xayiede probeert intussen een breuk tussen Bastiaan en Atréjoe uit te lokken. Atréjoe is de enige in het gezelschap die doorheeft dat Bastiaan door het dragen en gebruiken van AURYN het contact met zijn eigen wereld steeds meer kwijtraakt en daar op den duur helemaal niet meer naar terug zal kunnen. Als Atréjoe, na lang vergeefs op Bastiaan hebben ingepraat, de amulet van Bastiaan probeert af te pakken, wordt hij door Bastiaan uit de groep verstoten. Atréjoe weet uiteindelijk Bastiaans keizerskroning met een heel leger te verijdelen, waarna Bastiaan Atréjoe in een tweegevecht verwondt door Sikánda te misbruiken. Ook de Ivoren Toren wordt in de strijd verwoest. Bastiaan gaat Atréjoe achterna om wraak te nemen, maar belandt in de Stad der Oude Keizers, waar hij zich realiseert dat hij door zich keizer te wensen bezig was al zijn herinneringen aan zijn eigen wereld kwijt te raken, evenals zijn tegenwoordigheid van geest, waardoor hij als een verdoemde gek voor altijd in de stad had moeten blijven. De stad zit vol met dergelijke 'gekken': allemaal stuk voor stuk menselijke bezoekers van Fantásië die de weg terug niet meer hebben kunnen vinden en zichzelf tot keizer van Fantásië wilden kronen.

Bastiaan wil nu weg uit Fantásië, maar dat kan pas als hij kan doen wat hij wezenlijk wil, namelijk liefhebben. Zonder herinneringen aan zijn eigen wereld weet Bastiaan echter niet wie degene is die hij daar lief moet hebben. Na nog wat rondgezworven te hebben komt Bastiaan uiteindelijk terecht bij een blinde mijnwerker die dromen in de vorm van plaatjes in een ondergrondse mijn verzamelt. Met behulp van een van deze dromen — namelijk die van zijn eigen vader, die gevangen zit in een blok ijs, al herkent Bastiaan hem op dat moment niet aangezien hij al bijna al zijn herinneringen kwijt is — weet Bastiaan zijn laatste wens te ontdekken om zodoende weer thuis te komen. Dit kost hem tegelijk echter de allerlaatste herinnering die hem nog aan zijn eigen wereld bond: zijn eigen naam. Uiteindelijk krijgt hij daarbij ook nog de hulp van Atréjoe, die alles voor hem heeft onthouden en hem definitief de weg wijst naar het Water des Levens, nadat de Sjlamoefen — de wezens die de stad Amargánth hebben geschapen en van Bastiaan een ander uiterlijk hebben gekregen omdat ze zo lelijk waren, maar die desondanks nog steeds ontevreden zijn — het plaatje hebben vernield. Eenmaal bij het Water des Levens raakt Bastiaan al zijn bijzondere eigenschappen kwijt en is weer degene die hij was voordat hij in Fantásië belandde. Ook al zijn herinneringen heeft hij weer terug. Hij springt door een poort en is vervolgens weer op het zolderkamertje, maar het boek is weg.

Bastiaan heeft daarna een zeer emotionele hereniging met zijn vader. Er blijkt sinds Bastiaans vertrek naar Fantásië in zijn eigen wereld niet meer dan een halve dag te zijn verstreken. Wanneer Bastiaan naar de antiquair gaat om zich te verontschuldigen, lijkt die zich het boek niet te herinneren. Het blijkt dat Koriander ook in Fantásië is geweest. Hij verzekert Bastiaan dat hij er vaker naar zal kunnen terugkeren.

Bewerkingen[bewerken]

In 1984 werd er een film naar Endes verhaal gemaakt, The NeverEnding Story, die echter tamelijk sterk van het boek afweek. Zo besloeg de film alleen het eerste deel van het boek en ook was er vrij drastisch ingegrepen in de personages. Ende was zeer teleurgesteld. De filmmakers hadden het boek volgens hem onvoldoende gevolgd en alle psychologische thema's eruit gehaald. Via een rechtszaak trachtte hij het uitbrengen van de film te verhinderen of een naamswijziging af te dwingen, maar hij verloor de zaak. Wel werd zijn naam uit de aankondiging verwijderd (maar niet uit de aftiteling).

De film kreeg twee vervolgen: The NeverEnding Story II: The Next Chapter en The NeverEnding Story III. Aan geen van beide films werkte Ende mee. De filmmakers gebruikten elementen en personages uit het tweede deel van Endes boek, maar maakten er een compleet nieuw verhaal van.

Behalve de films zijn er ook een animatieserie, The Neverending Story, en een televisieserie, Tales from the Neverending Story, naar het boek gemaakt. Verder werd er een avonturenspel uitgebracht voor de ZX Spectrum+-homecomputer.