Het puttertje (roman)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het puttertje is een roman van de Amerikaanse schrijfster Donna Tartt. De originele Engelse titel luidt The Goldfinch maar toch is de Nederlandse titel in twee betekenissen authentiek. In de eerste plaats verwijst het boek naar Het puttertje, een schilderijtje uit 1654 van de Nederlandse schilder Carel Fabritius, dat een belangrijke rol speelt in het verhaal. Bovendien kreeg het boek in 2013 de wereldpremière in de Nederlandse vertaling, een maand eerder dan het Engelse origineel.

De schrijfster heeft tien jaar gewerkt aan het meer dan 900 bladzijden tellende boek. Putter is een ander woord voor distelvink (goldfinch). Tartt verwerkte nog meer Nederlandse elementen in haar boek, dat zich hoofdzakelijk in New York afspeelt. De hoofdfiguur die zijn verhaal vertelt heet Theo Decker; hij is van New York maar de cruciale momenten aan het einde van het verhaal spelen zich af in Amsterdam. Tartt geeft nogal wat New-Yorkse families Nederlandse namen (Decker, Van der Pleyn, De Peyster, ...), en maakt nogal wat verwijzingen naar de Nederlandse schilderkunst (Fabritius, Rembrandt, Hals, Van Gogh, ...).

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Theo Decker overleeft een terroristische aanslag op een museum waar zijn moeder en vele anderen om het leven komen. Zijn vader had hen een paar maanden daarvoor in de steek gelaten. In het museum had hij een meisje van zijn leeftijd opgemerkt, die erg gewond raakt. Ook neemt hij in de verwarring een klein schilderijtje mee. Hij verstopt het en is voortdurend bevreesd dat de politie hem zal vatten; hij komt er niet toe het terug te brengen. Jarenlang is hij bevangen door de angst het waardevolle voorwerp te verliezen, wat uiteindelijk ook zal gebeuren. Na deze eerste diefstal gaat het met hem als tiener en als jong-volwassene van kwaad naar erger: spijbelen op school met een vriend (Boris), misbruik van drank en geneesmiddelen, drugsgebruik, drugsdealen, oplichting, bedrog, fraude ... (op de duur wordt het een beetje eentonig). Later komt Theo door zijn vriend Boris in de onderwereld van de kunst terecht. Bij een poging in Amsterdam het schilderijtje terug te krijgen, schiet hij twee gevaarlijke criminelen dood. De operatie mislukt als nog een derde met het schilderij gaat lopen. Toch komt alles uiteindelijk goed. Boris kent de kunstdieven en laat de zaak aan de politie aangeven. Die vindt inderdaad het schilderijtje op de aangegeven plaats in Frankfurt, en bij verrassing nog een hele reeks andere gestolen kunstvoorwerpen. Theo krijgt van zijn vriend het grootste deel van alle uitgeloofde beloningen en daarmee maakt hij al zijn fraude goed.

De auteur laat haar hoofdpersonage zelf een terloopse vergelijking maken met De idioot van Dostojevski. Daar is de hoofdfiguur een rechtschapen man maar wat hij doet veroorzaakt veel onheil. Hier is het precies het omgekeerde.