Het raadsel (Grimm)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Inhoudsopgave uit 1857

Het raadsel is een sprookje uit Kinder- und Hausmärchen, de verzameling van de gebroeders Grimm, met als nummer KHM22. De oorspronkelijke naam is Das Rätsel.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Een koningszoon besluit de wereld te verkennen en neemt één dienaar mee. In een bos ziet hij een meisje naar een huisje lopen en hij vraagt of hij en zijn dienaar die nacht kunnen blijven slapen. Het mag wel van het meisje, maar ze raadt het de koningszoon af. Ze vertelt dat haar stiefmoeder aan zwarte kunst doet en niet gesteld is op vreemdelingen. De koningszoon beseft dat hij bij het huis van een heks is gekomen, maar omdat het al donker is gaat hij toch het huisje binnen.

Een oude vrouw in een leunstoel begroet hem. Het meisje heeft gewaarschuwd niks te eten of te drinken, omdat de vrouw gevaarlijke drankjes brouwen kan. De volgende ochtend maken de koningszoon en de dienaar zich klaar om te vertrekken, maar de oude vrouw zegt nog een afscheidsdrankje voor hen te hebben. De koningszoon rijdt weg, maar de dienaar gespt zijn zadel nog vast als de heks met het drankje terug komt. Het glas spat stuk en druppels van de vloeistof komen op het paard, dat meteen dood neer valt.

De dienaar rent achter zijn heer aan en vertelt wat er is gebeurd. Als ze bij het paard terugkomen, zit een raaf van het dier te eten. Omdat ze niet weten of ze te eten krijgen, doodt de dienaar de raaf en neemt deze mee. 's Nachts vinden ze een herberg en de waard maakt de raaf klaar voor het avondeten. Maar de herberg is een moordenaarshol en er komen al snel twaalf moordenaars die vreemdelingen doden en beroven. Ook de heks eet mee, maar het hele gezelschap valt dood neer na het eten van het ravenvlees.

Alleen de dochter van de waard is nog in leven, zij is een goed meisje. Ze laat de twee vreemdelingen de schatten van de rovers zien, maar de koningszoon en zijn dienaar willen niks van de rijkdommen. De twee trekken verder en komen in een stad waar een mooie koningsdochter woont. Als iemand haar een raadsel kan vertellen dat ze niet kan oplossen, zal ze met die persoon trouwen. Als ze het wel kan oplossen binnen drie dagen, zal de raadselverteller worden onthoofd. Als tiende kandidaat probeert de koningszoon een raadsel: "Iemand doodde niemand en toch doodde hij er twaalf, ra ra ra wat is dat?"

De koningsdochter weet geen antwoord en ze laat haar dienstmaagd afluisteren in de slaapkamer van de koningszoon. De dienaar heeft zich echter in het bed van de koningszoon verstopt en hij rukt de mantel van de dienstmaagd af, waarna ze de slaapkamer weer uitvlucht. De tweede avond stuurt de koningsdochter haar kamenier, maar ook haar mantel wordt afgerukt door de dienaar van de koningszoon. De derde nacht denkt de koningszoon veilig te zijn en de koningsdochter komt zelf zijn slaapkamer in met een nevelgrijze mantel om.

De koningsdochter denkt dat de koningszoon slaapt en vraagt het antwoord van het raadsel. Hij vertelt de oplossing, maar houdt de mantel vast zodat die in de slaapkamer achterblijft. De volgende ochtend komen twaalf rechters en de koningsdochter vertelt de oplossing van het raadsel. De koningszoon zegt echter dat hij moet zijn afgeluisterd en hij laat dan de nevelgrijze mantel zien. De rechters beslissen dat de grijze mantel vol met goud en zilver moet worden geborduurd, het wordt namelijk de bruiloftsmantel van de koningsdochter.

Achtergronden bij het verhaal[bewerken]

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui