Heteronormativiteit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Heteronormativiteit is een concept, ontwikkeld binnen de homobeweging, om patronen in samenlevingen, waarbinnen homosociale contacten geproblematiseerd worden, te kunnen verklaren.

Gesteld wordt dat heteroseksualiteit de norm is, waarnaar alle relaties tussen en binnen de beide seksen gemodelleerd worden. In een groter verband zou zelfs elke institutie - zoals opvoeding en scholing - heteronormaal ingericht zijn.

Premissen voor de veronderstelde en geconstateerde heteronormativiteit zijn:

  1. mannen bezitten mannelijkheid, vrouwen vrouwelijkheid
  2. de seksen zijn aldus complementair ten opzichte van elkaar
  3. relaties zijn gericht op voortplanting
  4. zowel vrouwelijkheid als mannelijkheid (gender) liggen vast volgens vaste rolpatronen
  5. rolwisseling wordt onderdrukt.

Geschiedenis[bewerken]

Binnen de homobeweging heeft deze zienswijze in de jaren zestig, zeventig en tachtig een grote rol gespeeld in de identiteitsontwikkeling. Na de Stonewall-rellen van eind juni 1969 radicaliseerde de homo-emancipatiebeweging van een stroming die streefde naar acceptatie en assimilatie, naar een die desnoods via segregatie een eigen plekje onder de zon bevocht binnen de samenleving: integratie.

Een teken van de tijd was, dat het C.O.C. zijn naam veranderde. Wat eerst voluit Cultuur- en Ontspannings Centrum heette, werd nu N.V.I.H. COC: Nederlandse Vereniging tot Integratie van Homoseksualiteit, gevolgd door de nu betekenisloze afkorting COC (vanwege de bekendheid van dit acroniem). Zo heet de vereniging nog steeds.

De actiegroep Paarse September bestond uit drie lesbische vrouwen die in 1972 zeiden vanuit een politiek standpunt relaties met mannen af te zweren en radicaal-feministisch te gaan leven in een vrouwencommune, als levensexperiment, om aan te tonen dat heteroseksualiteit voor vrouwen passé was. Zij gingen hierin dus verder dan de Dolle Mina's en de Fort-groepen, en zeker dan Man-Vrouw-Maatschappij.

De Roze Flikkers weigerden zich aan te passen aan normen die voor hetero-mannen verondersteld werden en gingen in travestie de straat op om mensen te choqueren. Ook daagden zij politici uit om uit de kast te komen.

Het boek Lesbisch bestaan en gedwongen heteroseksualiteit (1975) van Adrienne Rich is te beschouwen als het summum van de anti-heteronormale stroming. Het boek bevat allerlei verhalen waaruit de dwang om - als vrouw - een heteroseksueel burgerbestaan te leiden, zonneklaar zou moeten blijken.

Binnen de homobeweging betekende de zienswijze het einde van de verwijfde nicht ( het mietje) en de opkomst van een zelfverzekerde homo-man die niet langer zichzelf verborgen hield. Bij de lesbiennes werd een sterke samenhang tussen deze zienswijze en de Tweede feministische golf gezien. De zelfbewuste pot werd geboren, in tuinbroek en met een jongenskop. De butch en femme-relaties, waarin een hetero-relatie werd nagebootst, was uit. Homoseksualiteit was geen sprake van geaardheid of aanleg meer, maar een keus voor een eigen identiteit.

Uit de kast komen, het uitkomen voor de eigen homoseksualiteit, werd beschouwd als hét moment waarop je de onderdrukkende hetero-normen van je af wierp waar je in je eerdere leven onder had geleden en die je het zicht op jezelf had ontnomen.

Kritiek[bewerken]

Gaandeweg de jaren negentig werd de kritiek van de nieuwe generatie homoseksuelen op de op een dictatuur gelijkende zienswijze ondersteund door biseksuelen, transseksuelen en mensen die meenden dat homoseksualiteit één van de vele kanten was binnen het seksuele spectrum, en dat homo- of heteroseksueel zijn niet maatschappelijk maar persoonlijk bepaald is. Deze zienswijze kon opkomen door het door de vorige generatie bevochten tolerante klimaat jegens homoseksualiteit.

Tegengeworpen kan worden dat de premissen voor het begrip heteronormativiteit op zich al niet verifieerbaar en overdreven visies op de samenleving waren. Daarentegen is de maatschappij inderdaad opener geworden voor homo-sociale en dus ook homoseksuele relaties.

Ook blijken homoseksuelen zelf niet vrij van een zekere normaliteit, aangezien manne- en vrouwelijkheid ook binnen hun kringen een niet van die binnen de 'heterosamenleving' vrij staande invulling gekregen heeft (men wijt dat aan de hetero-socialisatie en daarmee gepaard gaande geïnternaliseerde onderdrukking van de eigen homoseksualiteit), en de begrippen op zich niet zodanig ontkracht zijn dat ze binnen de homobeweging niet meer van nut zouden zijn.

Met de opkomst van LGBT-coalities stond de term ook in het Nederlandse taalgebied ter discussie. De LGBT-beweging richt zich tegen een maatschappelijk heteroseksueel bolwerk, in landen waar minder tolerant op homoseksualiteit gereageerd wordt dan in de Benelux gewoonlijk is. Gesteld werd [bron?] dat het ook heteronormaal is om 100% zeker te weten of iemand écht een vrouw of man is, en dat daarom transseksualiteit, travestie en transgenderisme onderdrukt worden in een heteronormale omgeving.

Literatuur[bewerken]

  • Bartels, Thijs, & Jos Versteegen: Homo-encyclopedie van Nederland. Amsterdam: Anthos, 2005. ISBN 90-414-0566-6
  • Hekma, Gert: Homoseksualiteit in Nederland van 1730 tot de moderne tijd. Amsterdam: Meulenhoff, 2004. ISBN 90-290-7443-4