Heupfractuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Heupfractuur
Garden Type 1 collumfractuur
Garden Type 1 collumfractuur
Coderingen
ICD-10 S72.0
ICD-9 820
eMedicine emerg/198sports/48
MeSH D006620
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Een collumfractuur, dijbeenhalsfractuur, gebroken heup of heupfractuur is een botbreuk ofwel fractuur in het voorste gedeelte van het dijbeen (femur). Zo'n botbreuk bevindt zich op kleine afstand van- of zelfs in het heupgewricht. Een botbreuk in het heupbeen heet een bekkenfractuur en is iets geheel anders. De meeste heupfracturen ontstaan door een gering trauma op door botontkalking verzwakt bot. Ouderen hebben hier meer kans op en vrouwen meer dan mannen. Een gebroken heup in gezond bot is meestal het gevolg van een auto-ongeval. 97% van de gebroken heupen wordt echter veroorzaakt door een val. Gemiddeld worden er jaarlijks 17.000 mensen met een gebroken heup opgenomen in het ziekenhuis. Daarvan zijn er 15.000 ouder dan 55 jaar. Vanaf deze leeftijd neemt de frequentie sterk toe met de leeftijd. Zo hebben 85-jarigen 1,5 keer zo vaak een gebroken heup als 80-jarigen. Bij mannen treedt deze stijging vijf jaar later op dan bij vrouwen. Ongeveer 1.000 mensen overlijden jaarlijks aan de gevolgen van een gebroken heup. Vrouwen vaker dan mannen en ook deze kans is groter bij het stijgen van de leeftijd.[1] Op grond van de plaats van de botbreuk zijn er vier soorten collumfractuur of dijbeenhalsfractuur te onderscheiden.[2][3]

Indeling[bewerken]

Botbreuken van het dijbeen in de omgeving van het heupgewricht kunnen als volgt worden ingedeeld:

  • Mediale collumfractuur De fractuur verloopt binnen het gewricht vlak achter de kop van het dijbeen. De doorbloeding van de kop loopt vooral bij ouderen gevaar; omdat de bloedvaten die via het gewrichtskapsel verlopen beschadigd zijn. Bij ouderen is de tweede bloedvoorziening (door een vaatje dat uit de kom rechtstreeks de kop in loopt), vaak niet meer intact. Daarom lopen ze kans op kopnecrose (afsterven van de kop).
  • Laterale collumfractuur De fractuur bevindt zich buiten het gewrichtskapsel, de kop ontvangt nog zuurstofrijk bloed via deze bloedvaten.
  • Pertrochantere fractuur (spreek de e in per uit als in pet en de laatste e’s als in verteren). Deze botbreuk verloopt door het trochantermassief, (twee knobbels aan de buiten- en binnenzijde van het dijbeen verbonden door een richel waaraan spieren aanhechten). Deze fractuur geneest relatief gemakkelijk.
  • Subtrochantere fractuur Deze fractuur bevindt zich eigenlijk niet meer in de dijbeenhals, maar bovenin de schacht van het dijbeen.

In dit artikel wordt met collumfractuur of dijbeenhalsfractuur een laterale of mediale collumfractuur bedoeld. Pertrochantere fracturen worden afzonderlijk besproken.

Klachten en verschijnselen[bewerken]

Meestal betreft het een oudere patiënte, die na een niet heftig trauma, bijvoorbeeld een val, pijn heeft en niet kan staan. Bij onderzoek is het been korter en ligt naar buiten gedraaid, vergeleken met het gezonde been.

Risicofactoren[bewerken]

De meeste heupfracturen kunnen beschouwd worden als een pathologische fractuur. Meestal is er sprake van osteoporose. Andere oorzaken zijn botziekten zoals de botziekte van Paget, gebrek aan vitamine D, uitzaaiingen van kanker enzovoorts.

Diagnose[bewerken]

Vrijwel altijd wordt de diagnose duidelijk door een eenvoudige röntgenfoto. Omdat de patiëntes (of patiënten) ouder zijn en vrijwel altijd geopereerd moeten worden, zal preoperatief onderzoek gedaan worden. Een foto van hart en longen wordt meestal routinematig bij elke heupfractuur gemaakt.

Collumfractuur[bewerken]

Kophalsprothese

Garden deelde de botbreuk in vier typen in:

  • Type 1 is een stabiele fractuur met impactie in valgus. De kop zit min of meer vastgespiest aan de dijbeenhals, ‘’als een hoedje aan de kapstok’’.
  • Type 2 is een volledige botbreuk maar zonder gedisloceerde (van zijn plek geraakte) heupkop.
  • Type 3 is gedisloceerd; de heupkop is van zijn plek geraakt, meestal gedraaid en in varus (de hoek met het dijbeen is scherper geworden) maar de twee botstukken zitten nog tegen elkaar aan.
  • Type 4 is volledig gedisloceerd en de botstukken raken elkaar niet meer.

Bij Garden type 3 en 4 is er een grotere kans dat de bloedtoevoer naar de heupkop verstoord is. Chirurgen behandelen deze fracturen met een heupimplantaat. De heupkop wordt verwijderd en vervangen door een kophalsprothese of, wanneer de kom ook vervangen wordt, een total-hipprothese. Bij heupfracturen met een betere prognose worden de botten op hun juiste plek gezet en met drie schroeven vastgezet.

Necrotische heupkop.

Avasculaire kopnecrose is een ernstige, veel voorkomende complicatie van een collumfractuur. De bloedvaten naar de heupkop raken gemakkelijk verstoord door de fractuur of door de zwelling binnen in het gewricht. Dit kan leiden tot afsterven van het bot en het kraakbeen. Naast de bloedvaten die via het gewrichtskapsel naar het bot lopen, is er bij jonge mensen een bloedvaatje aanwezig in het ligament dat van de heupkop naar de heupkom loopt. Bij ouderen functioneert dit vaatje meestal niet meer. Mensen met een kopnecrose gaan na een aanvankelijke verbetering na de operatie weer achteruit, krijgen meer pijn en gaan slechter lopen.

Pertrochantere fractuur[bewerken]

De pertrochantere fractuur loopt tussen de trochanter major (de voelbare botknobbel ter plaatse van de heup) en de trochanter minor, die aan de binnenkant van het dijbeen ligt. Meestal wordt deze botbreuk operatief behandeld met een plaat met één lange en enkele korte schroeven, de zogenaamde dynamische heupschroef. Bij gezonde personen verloopt het genezingsproces meestal uitstekend.

Beleid[bewerken]

Een gebroken heup wordt operatief behandeld door een traumachirurg of een orthopedisch chirurg. Afhankelijk van het type fractuur zal deze proberen het gewricht te herstellen met behulp van osteosynthese materiaal of het gewricht te vervangen door het plaatsen van een (kophals)prothese. De fractuur brengt veel pijn en stress met zich mee voor deze oude mensen. Langdurige bedrust brengt grotere risico’s met zich mee (decubitus, trombose, infecties, psychische ontregeling). Daarom wordt meestal een operatie verricht die snelle mobilisatie mogelijk maakt en wordt tevens een fysiotherapeut ingeschakeld. Eventueel wordt na een korte ziekenhuisopname tijdelijk gerevalideerd in een verpleegtehuis. Wanneer een operatie geweigerd wordt of niet mogelijk is, ligt het accent op pijnbestrijding. Tractie noemen we het via een katrol aanbrengen van een gewicht aan de knie dat het been naar beneden trekt. Tractie kan aangebracht worden om de wachttijd op een operatie te verkorten, maar kan eventueel ook langer toegepast worden, soms zelfs meerdere maanden. Juist vanwege de hierboven genoemde risico’s is dit eigenlijk altijd ongewenst. Tractie heeft een ongunstige invloed op de doorbloeding van de heupkop.

Collumfractuur[bewerken]

Mediale collumfractuur bij een 92 jarige vrouw.
Fractuur behandeld met gecanuleerde schroeven.

Bij minder ernstige fracturen (Gardentype 1 en 2), is het de standaard behandeling om de botstukken aan elkaar te fixeren met behulp van schroeven of met een gecannuleerde schroef. Bij ouderen met een gedisloceerde (van elkaar geraakte) of een binnen het gewrichtskapsel verlopende botbreuk zullen de meeste chirurgen kiezen voor een heupprothese. De patiënt kan dan dadelijk mobiliseren (uit bed en leren lopen).

Pertrochantere fractuur[bewerken]

Pertrochantere fractuur bij een jongen van 17 jaar
Fractuur ondersteund door een dynamische heupschroef

De kans dat een pertrochantere fractuur goed geneest, is groot. Behandeling vindt meestal plaats met een dynamische heupschroef: een lange schroef gaat dwars door de fractuur de heupkop in, en wordt op zijn plaats gehouden met een plaatje dat langs het bot van het dijbeen zit geschroefd met enkele schroeven. Meestal is deze botbreuk binnen de 3 tot 6 maanden genezen. Het is, zeker bij ouderen, niet gebruikelijk de dynamische heupschroef weer te verwijderen; de risico’s van een tweede operatie en eventueel van een nieuwe fractuur zijn groter dan de kans op klachten. Wanneer er sprake is van osteoporose kan de kans op een nieuwe fractuur kleiner gemaakt worden door de osteoporose te behandelen. Bij jonge mensen wordt soms wel overwogen de plaat en de schroeven te verwijderen; bij hen kan het materiaal de spanning op het bot vergroten, waardoor de kans op een nieuwe botbreuk bij een ongeluk juist groter wordt.

Complicaties[bewerken]

In 20% van de fracturen door de dijbeenhals, groeien de botstukken niet meer aan elkaar. De kans hierop is groter, als de botstukken niet operatief worden gefixeerd. Vaak geneest de botbreuk wel, maar is de stand niet optimaal. Door de werking van de spieren worden de botstukken naar elkaar toegetrokken, waarbij ze soms over elkaar heen schuiven en het been korter wordt, in een andere hoek komt te staan of enigszins gedraaid. Kopnecrose door slechte doorbloeding van de heupkop treedt in 20% van de fracturen van de dijbeenhals op maar is zeldzaam in pertrochantere fracturen. Een gebroken heup kan in zeldzame gevallen bloedvaten en zenuwen beschadigen.

Chirurgische complicaties[bewerken]

Ongeveer 2% van de patiënten loopt een diepe of een oppervlakkige wondinfectie op. Beide zijn een ernstig probleem, een oppervlakkige infectie kan zich uitbreiden tot een diepe infectie, waardoor een infectie van het bot de botgenezing belemmert of de prothese besmet. Bacteriën in een prothese zijn onbereikbaar voor het immuunsysteem en voor antibiotica. Men zal proberen de infectie te onderdrukken met behulp van een drain en antibiotica, tot het bot is geheeld. Daarna moet al het vreemde materiaal verwijderd worden. Er kunnen allerlei problemen ontstaan met het materiaal: schroeven en plaat kunnen breken, er uitgewerkt worden of aan de andere kant naar buiten komen en in het gewricht steken. Dit kan veroorzaakt worden door verkeerde plaatsing van het materiaal, maar ook door slechte kwaliteit van het bot. Een nieuwe operatie en eventueel vervanging van het heupgewricht door een total-hipprothese kan nodig zijn.

Medisch[bewerken]

Dikwijls mankeren patiënten die hun heup hebben gebroken daarvoor al van alles. De lichamelijke en geestelijke belasting door het ongeval, het letsel en de operatie verhogen de kans op bijkomende problemen, zoals psychische onrust (delier); (33% van alle gevallen), verergering van beginnende dementie, hartinfarct, beroerte, longontsteking, decubitus, trombose, longembolie, urineweginfectie.

Prognose[bewerken]

Een gebroken heup is voor de oude en kwetsbare mensen die erdoor getroffen worden een fors risico. Ruim een kwart van de 55-plussers die een heup breekt, overlijdt binnen het jaar, een risico dat toeneemt met de leeftijd. Nog eens een kwart is blijvend geïnvalideerd.[1] De prognose voor mensen die niet behandeld worden is bijzonder slecht.

Revalidatie[bewerken]

Veelal revalideren ouderen met een geopereerde heup in een verpleeghuis. Niet alleen is dit veel goedkoper wanneer ziekenhuisopname technisch niet nodig is, de kans op complicaties zoals infecties met voor antibiotica ongevoelige bacteriën is er ook kleiner.

Preventie[bewerken]

Valpreventie verdient een grote prioriteit in de zorg voor ouderen. Hierbij dient men te letten op schuivende kleedjes, gladde badkamervloeren, afstapjes en drempels, voldoende houvast, goede verlichting, obstakels en kabels op de grond enzovoorts. Ouderen komen vaak vitamine D te kort. Zonlicht is belangrijk, maar veel ouderen hebben daar niet genoeg aan en officieel wordt nu aanbevolen om boven de 50 (vrouwen) dan wel 70 (mannen) jaar extra vitamine D te nemen. Ook calcium, dat bijvoorbeeld in melkproducten zit, is belangrijk voor een goede botkwaliteit. Beweging (belast bewegen) houdt botten en spieren sterk. Bij aangetoonde osteoporose kan deze stopgezet worden door een aantal jaren te behandelen met bifosfonaat.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Hoe vaak komen heupfracturen voor en hoeveel mensen sterven eraan?. Nationaal Kompas Volksgezondheid (15 december 2011) Geraadpleegd op 11 januari 2012
  2. Leerboek orthopedie, onder redactie van M.J. Kingma, 5e druk Bohn,Scheltema, Holkema, 1985
  3. Femur: collum femoris fractuur. Med-Info Groep (28 oktober 2011) Geraadpleegd op 4 december 2011