Heuvelen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het heuvelen van goederenwagens is een proces dat al tientallen jaren gebruikt wordt om goederenwagens te sorteren op bestemming en zo, per bestemming, treinen samen te kunnen stellen. De wagens worden gesorteerd met behulp van de zwaartekracht: ze worden over een heuvel geduwd en rollen via een aantal wissels naar één van de verdeelsporen waarop de nieuwe treinen worden samengesteld.

In Nederland is alleen op Kijfhoek nog een heuvelsysteem operationeel. Tot 1999 was dat het Target shooting systeem, daarna is MSR32 toegepast.

Heuvelproces[bewerken]

Heuvelen - A:aankomstsporen B:heuvel C:wissels D:verdeelsporen

Bij het heuvelen komen de treinen met te sorteren wagens aan op het rangeerterrein op de zogenaamde aankomstsporen. Daar wordt de locomotief weggehaald en worden de koppelingen van de wagens die van elkaar gescheiden moeten worden losgekoppeld of losgedraaid. Vervolgens rijdt een machinist de heuvellocomotief achter de trein op het aankomstspoor en schakelt over op radiografische besturing. Het heuvelsysteem regelt dan op afstand de snelheid van de locomotief tijdens het heuvelproces. De heuvellocomotief duwt de trein naar de rangeerheuvel.

Wagens met dezelfde bestemming blijven gewoon gekoppeld. Zo’n groepje wagens of een enkele wagen wordt bij het rangeren een 'afloopje' genoemd. Een afloopje tot 200 meter lengte kan zonder problemen geheuveld worden.

Knuppelen
Net voordat een afloopje over de heuveltop gaat, wordt de koppeling met het volgende afloopje losgegooid, hiervoor gebruikt men een knuppel, een lange stok van aluminium. De mannen/vrouwen op de heuveltop krijgen per trein een knuppelbriefje waarop staat welke koppelingen ze los moeten gooien. Doordat de koppelingen van de wagens alleen zijn losgedraaid zitten de wagens nog aan elkaar vast en kan de trein nog eenvoudig stoppen als dit nodig zou zijn.
Losgekoppelde afloopjes
De losgekoppelde wagens worden door de heuvelloc naar de heuvel gedrukt. Is het afloopje voor meer dan de helft over de heuveltop en loopt de afloop onder invloed van de zwaartekracht versneld de heuvel af.

De arbeiders op de heuveltop krijgen per trein een briefje waarop de afloopscheidingen staan aangegegeven. Zo nodig kunnen ze het heuvelproces stoppen wanneer ze zien dat de juiste wagens niet ontkoppeld zijn.

Tijdens het heuvelen regelt het heuvelsysteem de snelheid van de heuvellocomotief, zodat de afloopjes niet te dicht achter elkaar naar beneden rijden. Voordat de afloopjes geheuveld worden voorspelt het heuvelsysteem hun rijgedrag. Wanneer voorspeld wordt dat een afloopje sneller zal rollen dan het voorgaande, wordt de afstand tot het voorgaande afloopje vergroot door langzamer over de heuveltop te rijden. Hierbij wordt rekening gehouden met de afstand die de afloopjes achter elkaar zullen afleggen. Wanneer de afloopjes al bij het eerste wissel elk een andere kant opgaan hoeft de heuvelsnelheid minder ver omlaag.

Als de afloopjes te hard gaan, worden ze afgeremd door railremmen. Dit zijn stalen balken die naast de spoorstaven gemonteerd zijn en in de wielen van de wagens kunnen knijpen waardoor ze worden afgeremd. Tussen de afloopjes door worden de wissels door het heuvelsysteem steeds in de juiste stand gezet zodat elk afloopje het juiste verdeelspoor bereikt. Deze wissels hebben een zeer korte omlooptijd.

Wanneer een afloopje op een verdeelspoor is aangekomen stuurt het heuvelsysteem zogenaamde doorzetkarretjes die het afloopje meenemen naar het eind van het verdeelspoor. Deze doorzetkarretjes zijn zeer laag, ze rijden tussen de spoorstaven en worden door een kabel voortgetrokken. De karretjes kunnen elk een armpje opklappen en daarmee tegen een wiel van een wagen duwen om hem mee te nemen. De wagens worden tegen elkaar gereden zodat ze kunnen worden gekoppeld. Vroeger werden voor deze taak ook wel lichte locomotieven of locomotoren als de Sik gebruikt. Deze stond dan paraat op een spoor naast de heuvel en drukte na het heuvelen de groepen wagons tegen elkaar. Hierna kan de treinlocomotief worden aangekoppeld en kan de trein vertrekken.

Target shooting systeem[bewerken]

Bij een target shooting systeem wordt de rolweerstand van de afloop (wagens of groep wagens) tussen verschillende punten gemeten. Deze punten zijn:

  • Tussen heuvel en hoofdrailrem.
  • Tussen hoofdrailrem en groepsrailrem.
  • Tussen groepsrailrem en verdeelspoorrailrem.

Op basis van de gemeten rolweerstand en de verzamelde statistische gegevens wordt dan een voorspelling gedaan van de rolweerstand op het volgende traject. Een elektrisch systeem meet de vrije lengte op de verdeelsporen. Met een berekende vrijlaatsnelheid wordt het afloopje uit de railrem losgelaten. Voor deze berekening zijn de volgende gegevens van belang

  • De vrije lengte op het verdeelspoor.
  • De helling van het verdeelspoor.
  • Temperatuur- en windgegevens.
  • De voorspelde rolweerstand.
  • De oploopsnelheid (Kijfhoek: 0,95 m/s).

Een target shooting systeem voldoet goed bij lange en zware aflopen en bij voorkeur voorzien van automatische koppelingen.


Bronnen, noten en/of referenties