Hippolyte Rolin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Hippolyte Rolin (Kortrijk, 6 september 1804 - Gent, 8 maart 1883) was een Belgisch liberaal politicus.

Levensloop[bewerken]

Hyppolite Rolin was een zoon van de Kortrijkse olieverdeler Antoine Rolin en van Anne Van de Putte. Hij trouwde met Angelique Hellebaut (1811-1870), dochter van Jan-Baptist Hellebaut, de eerste hoogleraar Burgerlijk recht aan de Gentse universiteit, en ze kregen niet minder dan achttien kinderen, van wie vijftien de volwassen leeftijd bereikten. Eén van hen was Gustave Rolin-Jaequemyns.

Hippolyte studeerde in 1827 met onderscheiding af aan de Universiteit Gent, legde zijn eed als advocaat af en vertrok naar Berlijn waar hij colleges volgde van onder andere Von Savigny en Hegel. Toen in 1830 de Belgische Revolutie uitbrak, kwam hij terug en vestigde zich als advocaat in Gent. Met de korte onderbreking van zijn ministerschap, bleef hij dit tot aan zijn dood. In 1868-1869 was hij stafhouder. Hij werd ook rechter in de Handelsrechtbank.

Hij behoorde duidelijk tot de Gentse 'orangisten', wat hem er toe bracht orangistische samenzweerders te verdedigen voor de rechtbank. Vanaf 1842 verklaarde hij echter publiek dat het orangisme ten dode was opgeschreven en voerde hij binnen het liberale kamp de opppositie aan, die weldra de meerderheid vormde, tegen zijn confrater en hardnekkige orangist Hippolyte Metdepenningen. Hij verzoende zich dan ook met het Belgische koninkrijk.

Als kunstliefhebber werd hij stichtend voorzitter van de 'Société royale pour l'encouragement des Beaux-Arts à Gand'. Hij was ook voorzitter van de 'Société royale d'Agriculture et de Botanique' van Gent.

Industrie[bewerken]

Naast advocaat was Rolin ook beheerder van vennootschappen. Zo was hij bestuurder van:

  • Société Métallurgique des Sarts de Seilles,
  • Compagnie du Chemin de Fer Hainaut-Flandres,
  • Charbonnages de Falnuée (Courcelles),
  • Société Eugène Rolin et Cie, ateliers de constriuction, forges et Fonderies (Braine-le-Comte). Hij was er voorzitter,
  • Société de la Lys,
  • Charbonnages Réunis du Centre-Sud,
  • Société Internationale de Construction et d'Entreprise de Travaux Publics.

Hij was ook betrokken bij de venootschappen die behoorden aan de financier André Langrand-Dumonceau, als 'voorzitter van het Verificatiekantoor betreffende Titels en Geschillen' (1864).

Politiek[bewerken]

Vanaf 1839 was hij gemeenteraadslid van Gent en bleef dit tot in 1848. Van 1842 tot 1847 was hij schepen van openbare werken van Gent.

In 1846 werd hij stichter en voorzitter van de Gentse 'Union libérale', waar de laatste nog overgebleven orangisten zich bij aansloten. In 1848 werd hij, bij een tussentijdse verkiezing en zonder tegenkandidaat, verkozen tot liberaal volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Gent. Hij oefende dit mandaat uit tot in 1852.

De week voor hij tot parlementslid werd verkozen, werd hij minister van openbare werken (1848-1850) in het homogeen liberaal kabinet Charles Rogier.

Publicaties[bewerken]

  • De delictorum probatione, Gent, 1826.
  • De juridictione judicum nostrorum erga extraneos, 1927.
  • Sur la mise en état de siège de la ville de Gand, l'arrestation de M. Steven et l'arrêté de M. Niellon, Gent, 1834.

Literatuur[bewerken]

  • Armand FROSEN, Hippolyte Rolin, in: Biographie nationale de Belgique, T. XIX, Brussel, 1907.
  • Els WITTE, Politieke machtsstrijd in en om de voornaamste Belgische steden, 1830-1848, Brussel, 1973.
  • Julienne LAUREYSSENS, Industriële Naamloze Vennootschappen in België, 1819-1857, Leuven, 1975.
  • Jean-Luc DE PAEPE & Christiane RAINDORF-GERARD, Le Parlement belge, 1831-1894. Données biographiques, Brussel, 1996.
Voorganger:
Walthère Frère-Orban
Minister van Openbare Werken
1848-1850
Opvolger:
Emile Van Hoorebeke