Hiryu

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag van het keizerlijke Japanse leger
Hiryu
Hiryu
Hiryu
Geschiedenis
Werf Yokosuka Kaigon Kosho (Marinewerf Yokosuka)
Kiellegging 8 juli 1936
Tewaterlating 15 november 1937
In dienst 5 juli 1939
Status Gekelderd 5 juni 1942 - Slag bij Midway
Algemene kenmerken
Deplacement 19.500 ton (vol geladen) - 15.900 ton (standaard)
Lengte 222 meter
Breedte 22,32 meter, breedte vliegdek: 27 m
Diepgang 7,44 meter
Voortstuwing en vermogen Geschakelde stoomturbines, 152.000 pk (113,346 MW) 4 schroeven - 2 roeren
Snelheid 34,5 knopen (63,9 km/u)
Duurzaamheid 7670 zeemijl bij 18 knopen
Bemanning 1250 opvarenden
Bewapening 12 x 12,7 cm (5 inch) L/40 luchtafweergeschut
26 x 2,5 cm luchtafweergeschut
15 x 13,2 mm snelvuurkanonnen
Bepantsering Gordelpantser: 374 mm
Vliegtuigen en faciliteiten 57(+16)
18 x Zeros
18 x Vals
18 x Kates (Dec. 1941)
Portaal  Portaalicoon   Maritiem

De Hiryu (Japans: 飛龍 betekent "Vliegende Draak") was een Soryu-klasse vliegdekschip van de Japanse Keizerlijke Marine tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze nam deel aan de aanval op Pearl Harbor, op 7 december 1941, dat begon in de oorlog in de Grote Oceaan. De Hiryu viel samen met haar zusterschip Soryu, de Akagi het vlaggenschip van admiraal Nagumo, en de Kaga, het atol-eiland Midway aan. Op 5 juni 1942 ging ze ten onder tijdens de Slag bij Midway.

Geschiedenis[bewerken]

Het schip werd gebouwd op de Yokosuka Kaigun Kosho (Marinewerf Yokosuka) in Japan, waar ze op 16 november 1937 van stapel liep. De Hiryu werd daarna op 5 juli 1939 in dienst gesteld. Ze was het eerste Japanse vliegdekschip, dat niet meer onder de Beperking van het Washington Vlootverdrag viel. De Hiryu werd daarom met een meter verbreed en de commandotoren en opbouweiland werden op de bakboordzijde geplaatst. Dat zou de vluchtleiding op het vliegdek corrigeren en de windwerveling door de opbouw minimaal verhinderen. De Hiryu was dus iets anders gebouwd dan de andere Japanse vliegdekschepen.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

De Hiryu behoorde tot de Kido Butai (Striking Force) en nam deel aan de aanval op Pearl Harbor. Ze lanceerde haar vliegtuigen tegen Oahu, Hawaï. Tien van haar Kates vielen USS Arizona en USS California aan, acht Kates vielen USS West Virginia, USS Oklahoma en USS Helena aan, en zes Zero's vielen de luchtmachtbasis Wheeler Field en Barbers Point aan.

Tussen 21 en 23 december 1941 vlogen haar toestellen voor luchtaanvallen op Wake eiland. Ze stond onder bevel van kapitein-ter-Zee Tomeo Kaku en behoorde tot Carrier Divisie 2.

In januari 1942 ondersteunde ze de Japanse landing op Palau en Ambon in de Molukken. Met haar zusterschip Soryu, startte ze luchtaanvallen op Darwin in Australië. In februari 1942 was ze bij de Slag in de Javazee aanwezig, met aanvallen op de geallieerde schepen van schout-bij-nacht Karel Doorman, nabij Tjilatjap en Christmaseiland. Haar vliegtuigen brachten het Nederlandse vrachtschip "Poelau Bras" tot zinken.

Daarna nam ze deel in een verdere operatie in Zuidoost-Azië en in de Indische Oceaan. Daar vielen haar vliegtuigen de Royal Navy bases van Colombo en Trincomalee op Ceylon aan. Haar vliegtuigen vernietigden het Britse vliegdekschip HMS Hermes en de begeleidende Australische torpedobootjager HMAS Vampire. Ze hielp ook mee met het tot zinken brengen van de Britse kruisers HMS Dorsetshire en HMS Cornwall. Op 19 april 1942 wou ze de USS Hornet en USS Enterprise onderscheppen, na de lancering van de Doolittle Raid, maar faalde in haar zoektocht.

Slag bij Midway[bewerken]

Op 27 mei 1942 - de Dag van de Marine, waarop Japanse matrozen en officieren admiraal Togo's overwinning de Slag bij Tsushima op de Russische vloot herdachten - nodigde vloot-admiraal Isoroku Yamamoto al zijn vlagofficieren voor een afscheidsfeest uit, aan boord van het grootste slagschip ter wereld, de Yamato, zijn vlaggenschip. De volgende dag, 28 mei, vertrok de grootste Japanse oorlogsvloot die de Baai van Hiroshima ooit had verlaten. De Striking Force - Kido Butai - vertrok ten strijde, uitgewuifd door vele Japanners op de oevers, kaden en vissersschepen, met de strijdkreet Banzai. De Hiryu vormde met de Soryu de tweede rij van vliegdekschepen, na de Akagi, het vlaggenschip, en de Kaga, Akagi's zusterschip. Daarna volgden een stroom oorlogsschepen, waarvan de laatste na drie uren de baai van Hiroshima verliet. Ze stoomden naar het oosten, richting Midway. Tegelijkertijd vertrok de Noordelijke Strijdmacht onder bevel van viceadmiraal Hosaguju en de invasiestrijdmacht voor Attu en Kiska uit Ominoto. Verderop naar het zuiden vertrok eveneens de troepentransportschepen voor Midway, geëscorteerd door de kruiser Juitsu en twaalf torpedobootjagers van viceadmiraals Itchiki en Kondo.

Op 4 juni 1942 was ze mede actief in de Slag bij Midway. Toen de vloot tot op 250 mijl van Midway genaderd was, liet men, vanop de Agaki, Kaga, de zware kruisers Tone en Chikuma, verkenningsvliegtuigen opstijgen, die elk hun sectoren van 300 mijl moesten uitkammen, op zoek naar de Amerikaanse vloot, en vooral hun vliegdekschepen.

Door motorpech en het slechte weer moesten de verkenners vroegtijdig hun verkenningen staken en terugkeren naar hun schepen. Weliswaar was hun vloot onder dekking van een stormfront en een wolkendek, maar ze hadden de Amerikaanse carrierbedreiging nog niet ontdekt. Aldus besloot admiraal Nagumo zijn vliegtuigen van al zijn vliegdekschepen te laten opstijgen en Midway aan te vallen. De vijandelijke carriers waren latere zorgen, meende hij.

Aanval op Midway[bewerken]

Het bleef gissen voor de Japanners aangaande de drie Amerikaanse vliegdekschepen, USS Yorktown, USS Enterprise en de USS Hornet, maar toch besloten ze Midway aan te vallen. Op 4 juni 1942, 04.45 u. plaatselijke tijd stegen vanaf alle Japanse vliegdekken aanvalsvliegtuigen op onder luide Banzai-kreten. Om 05.00 u. waren de Japanse vliegtuigen, waaronder Nakajima B5N Kate-, Aichi D3A Val-bommenwerpers en Mitsubishi A6M Zero Zeke-jagers, in de lucht. Eskadercommandant-luitenant-vlieger Joichi Tomonaga steeg met zijn bommenwerpers vanop de Hiryu op. Hij was de persoonlijke vriend van eskaderleider-commandant van de aanvalsvliegtuigen, kapitein-luitenant-ter-Zee-vlieger Minoru Genda, dé specialist en hét brein achter de aanval op Pearl Harbor en nu bij Midway. Luitenant-vlieger Shoichi Ogawa voerde het bevel over het Akagi-Kaga-luchtmachteskader en luitenant-vlieger Masaharu Suganomai was de aanvoerder van de Zerogroep met hun Mitsubischi A6M Zero "Zeke"'s.

Om 06.29 u. bereikten Tomonaga's Hiryu-Soryu-aanvalsgroep, bestaande uit 36 Vals, 36 Kates en 36 Zero's, Midway en begonnen het te bombarderen. 27 verouderde Brewster F2A's wilden onder andere de Hiryu-bommenwerpersgroep onderscheppen, maar luitenant-vlieger Sugonmai zorgde ervoor dat ze Tomonaga's groep niet konden bereiken. 15 Buffalo's werden neergehaald en 7 werden zo toegetakeld, dat ze nooit meer konden vliegen. Tomonaga liet om 07.00 u. weten aan de Akagi dat een tweede aanval noodzakelijk was. Maar admiraal Nagumo had al bevolen om de terugkerende en de nog achter de hand zijnde bommenwerpers met torpedo's uit te rusten. De Amerikaanse carriers waren nog niet ontdekt, ofschoon een verkenner van de Tone USS Yorktown had gezien. Hij kon echter geen sein geven, daar zijn boordradio defect was. Er werd verwoed aan reparatie van het radiotoestel gewerkt.

Eerste Amerikaanse aanval[bewerken]

Om 07.10 u. naderden 10 Amerikaanse B-17 Vliegende Forten, met bommen, en TBF Avengers met torpedo's uitgerust, vanaf Midway. Alle vier Japanse carriers werden met bommen en torpedo's belaagd, maar konden ze allemaal ontwijken. De Amerikaanse verliezen waren niet gering. De opgestegen Zero's schoten 5 Avengers neer en 2 B-17's. Van de tien opgestegen vliegtuigen keerden er maar drie behouden terug. Ondertussen kreeg Nagumo nog altijd geen bericht van de verkenners dat de Amerikaanse vliegdekschepen ontdekt waren en besloot zijn vliegtuigen te laten herladen met bommen. Deze stonden startklaar aan dek, uitgerust met torpedo's. Nagumo's beslissing viel niet in goede aarde bij Genda, daar hij wel een vermoeden had waar de vijandelijke carriers waren. Maar Nagumo's beslissing werd toch uitgevoerd, tegen de zin van Genda. Wat konden torpedo's aanrichten tegen een eiland ? Zolang de vijandelijke carriers niet verkend waren, zou hij Midway verder bombarderen, zo meende hij...

Tweede Amerikaanse aanval[bewerken]

Terwijl op de Akagi, Kaga, Soryu en Hiryu alle vliegtuigen weer onderdeks moesten gebracht worden voor hun herbewapening, viel er een tweede aanvalsgolf de Japanse vloot aan. Omstreeks 08.00 u. vielen 16 Douglas SBD Dauntless-duikbommenwerpers en 15 B-17's, die weer van Midway kwamen, de vijandelijke carriers aan. De B-17's dropten hun bommen vanaf 7.000 m hoogte op de kronkelende vliegdekschepen, die vallende bommen en aanstormende torpedo's moesten ontwijken. Uiteindelijk kreeg de Akagi alleen maar een nabijtreffer, die geen schade veroorzaakte.

Weer was er niet één treffer gemaakt, ten koste van acht Amerikaanse toestellen. Tezelfdertijd meldde uiteindelijk de Tone-verkenner dat hij een oorlogsvloot had ontdekt. Om 08.30 u. rapporteerde de andere Tone-verkenner dat hij nog vijandelijke schepen had gezien, waaronder USS Yorktown. USS Hornet en USS Enterprise voerden verder weg en waren nog niet verkend.

Derde Amerikaanse aanval[bewerken]

Omstreeks 09.00 u. landde de algemene Tomonaga-aanvalsgroep terug op hun schepen. Tomonaga landde op de Hiryu, maar zijn toestel was eveneens flink geraakt door het Amerikaanse luchtafweergeschut op Midway. Hij beval het dekpersoneel zijn toestel na te kijken, vol te tanken en met een torpedo uit te rusten. Aan boord had hij al vernomen dat er een vijandelijk vliegdekschip ontdekt was. Admiraal Nagumo liet zijn drie andere vliegdekschepen weten dat ze met aanvalssnelheid van 30 knopen naar het noordoosten moesten varen en dat de vliegtuigen herbewapend moesten worden.

Tegen 09.18 u. waren de vliegtuigen weer herbewapend aan dek en degene die nog onderdeks stonden in de hangaars en al klaar waren werden met de dekliften omhoog gebracht. Het dekpersoneel werkte tot het uiterste en bracht zo veel mogelijk toestellen gereed. De gedemonteerde bommen en volle benzinevaten stonden her en der gevaarlijk tussen de vliegtuigen opgesteld. Juist toen het bevel opstijgen werd gegeven, kwamen 15 Amerikaanse vliegtuigen aangevlogen naar de Japanse vloot. Toen de aanval begon, stegen Zero's op om de Amerikanen te onderscheppen. Omstreeks 09.20 u. begon de aanvalsgroep van eskadercommandant-luitenant-vlieger John Waldron, de vliegdekschepen te belagen. Ze kregen een zeer warme ontvangst, want 14 vliegtuigen werden neergehaald door het luchtafweergeschut en de Zero's, vooraleer ze iets konden ondernemen tegen de Japanse vliegdekschepen. Commandant John Waldron ging zelf ten onder. De enige overlevende van deze zelfmoordaanval, luitenant-vlieger George Gay, stortte in zee tussen de Akagi en Kaga. In zee drijvend en onder een zwart vliegtuigstoelkussen zag hij het verdere verloop van een vernietigende aanval van Muri en McClusky.

Begin van het einde[bewerken]

Om 09.35 u., een kwartier na de mislukte aanval van John Waldrons' groep, vielen McClusky's Enterprise- en Hornet-groep de Akagi, Kaga en Soryu aan. De Soryu werd verrast door de Yorktown-aanvalsgroep van eskadercommandant Henderson, die zelf de dood vond. De Akagi kreeg ook nog bommen op zijn dek van twee aanvallende B-25 Mitchell-bommenwerpers van commandant-luitenant-vlieger J. B. Muri. Bij gebrek aan bommen keerden de Amerikaanse aanvalsgolf terug naar hun schepen. Drie Japanse vliegdekschepen, Akagi, Kaga en de Soryu, stonden in lichterlaaie, terwijl de Hiryu vooralsnog gespaard bleef van een ramp. Admiraal Nagumo, die de brandende Akagi verlaten had, had als aanvalswapen de Hiryu nog over. Nagumo maakte zich zorgen hoeveel vijandelijke vliegdekschepen er werkelijk waren, omdat hij dit niet juist wist. Gelukkig voor Nagumo was de Hiryu het vlaggenschip van schout-bij-nacht Tamon Yamaguchi, die wist hoe belangrijk inlichtingen waren.

Hiryu's tegenaanval[bewerken]

Yamaguchi was één van de bekwaamste officieren van de Japanse marine - en hij was bepaald resoluter en intelligenter dan Nagumo. Hij nam onmiddellijk de verantwoordelijkheid voor de verdere operaties op zich, nadat hem duidelijk was, dat de andere drie carriers, definitief uitgeschakeld waren.

Admiraal Yamaguchi nu zette onmiddellijk een aanval in op de vloot van admiraal Fletcher. Om 10.40 u. kreeg luitenant-vlieger Michio Kobayashi bevel met 18 Val-duikbommenwerpers en een escorte van zes Zero's op te stijgen. Intussen keerden de vliegtuigen van USS Yorktown, die de Soryu, het zusterschip van de Hiryu, hevig beschadigden, terug naar hun vliegdekschip.

Kobayashi's aanval[bewerken]

Om 12.00 u. maakte USS Yorktown zich gereed om zijn vliegtuigen te laten landen, toen Kobayashi's luchtvloot boven de Amerikaanse vloot verscheen. De Hiryu-aanvalsgroep dook neer op de Yorktown. De Wildcats die nog in de lucht waren, keerden zich tegen de belagers en schoten twee Zero's neer. Andere Wildcats vielen de Val-bommenwerpers aan. Tien van deze Japanse vliegtuigen stortten brandend neer, ook dankzij het hevige luchtafweervuur van de Amerikaanse vloot. Het Amerikaanse vliegdekschip moest drie serieuze bomtreffers incasseren en brandde hevig.

Terwijl dit deel van het drama voltrok was het volgende al in aantocht. Het verkenningsvliegtuig van de Soryu was teruggekeerd toen Kobayashi's vliegtuigen bezig waren de Yorktown te bombarderen. Hij zag zijn schip, de Soryu, brandend ronddrijven en landde op de Hiryu. De vlieger rapporteerde onmiddellijk aan Yamaguchi dat de Amerikanen slechts drie vliegdekschepen in de strijd hadden. Dat verrassende bericht dwong Yamaguchi snel de situatie te herzien. Hij stond nu alleen tegenover drie vijandelijke carriers, waarvan hij hoopte dat Kobayashi USS Yorktown zou uitschakelen. Hij besloot geen tijd te verliezen en gaf het bevel met alles wat nog aan boord stond en kon vliegen op te stijgen en de vijandelijke vliegdekschepen aan te vallen. In totaal had de Hiryu op dat moment nog tien torpedobommenwerpers en zes jachtvliegtuigen klaar staan.

Tomonaga's aanval[bewerken]

Luitenant-vlieger Joitchi Tomonaga, die de aanval op Midway geleid had, kreeg bevel ook deze aanval te leiden. Toen Tomonaga naar zijn toestel rende en instapte, zag hij de dekbemanning rond zijn toestel afwachtend staan. Hij riep hen toe zijn toestel te starten, maar een dekman kwam naar voren en boog zeer beleefd. Hij verklaarde dat er geen tijd was de reparatie aan de brandstoftank uit te voeren en dat zijn toestel eigenlijk niet vliegklaar was. Tomonaga riep hem onmiddellijk te helpen en zijn propeller aan te zwengelen. Al het dekpersoneel boog eerbiedig voor Tomonaga en snelden toe om zijn toestel te starten. Om 12.45 u. startten 16 vliegtuigen, aangevoerd door de man, die wist dat hij niet meer zou terugkeren van deze missie, van de Hiryu op en zetten koers naar de Amerikaanse vliegdekschepen.

Onderweg passeerden ze een groepje van vijf vliegtuigen van Kobayashi's aanvalsgroep. Dat was alles wat er van de 24 toestellen over was. Toen die vliegers op de Hiryu geland waren, rapporteerden ze dat ze zes treffers geplaatst hadden op een Amerikaans vliegdekschip, dat dat vliegdekschip niet meer kon varen en dat er grote rookwolken uit opstegen. Ze wisten echter niet, dat de reparatieploegen van de Yorktown zo goed hadden gewerkt, dat het vliegdekschip in nauwelijks twee uren tijds, tegen 14.00 u. weer in staat was 18 knopen te varen en vliegtuigen te laten landen en opstijgen. De branden waren zo goed als geblust.

Om 14.30 u. verscheen Tomonaga boven de Amerikaanse vloot en splitste zijn aanvalsgroep. Toen ze aan de duikvlucht begonnen lanceerde USS Yorktown zijn Wildcat jagers. De Wildcats zagen kans enkele Japanse vliegtuigen neer te halen, terwijl het luchtafweergeschut van het flottielje hen duchtig beschoten.

Tomonaga drong door het hevige spervuur. Zijn boordschutter werd dodelijk geraakt alsook zijn toestel. Tomonaga lanceerde nog zijn torpedo en brandend sloeg zijn toestel ondersteboven en knalde het neer op het vliegdek.

Het was 14.45 u. en Hachimoto seinde laconiek aan de Hiryu: "Twee torpedotreffers op dit vliegdekschip. Lijkt me er een van de Yorktown-klasse!" Die tweede aanval was de laatste Japanse aanval op Amerikaanse schepen in de Slag bij Midway.

Dodelijke vergissing[bewerken]

Slechts vijf torpedobommenwerpers en drie jagers - de helft van het aantal dat gelanceerd was - keerden naar de Hiryu terug. Omstreeks 18.00 u. landden ze op de Hiryu en gaven Yamaguchi een nauwkeurig verslag van hun aanval: het vliegdekschip dat ze aangevallen hadden was ernstig beschadigd, zeiden ze. In verband met de vorige aanval op USS Yorktown dacht Yamaguchi nu dat hij twee Amerikaanse vliegdekschepen dodelijk getroffen had. Hij had geen vermoeden dat zijn vliegers opnieuw de Yorktown aangevallen hadden. Zelfs al had hij dat geweten, de vergelding die op komst was, kon hij niet meer ontlopen.

De Hiryu ontdekt[bewerken]

Juist toen de overlevenden van Tomonaga's aanvalsgroep naar de Hiryu terugkeerden, rapporteerde de verkenningspiloot van USS Yorktown. die het aanvalseskader gevolgd was, dat hij de Hiryu gevonden had. Volgens hem was de Japanse resterende vloot op 100 mijl afstand van Fletchers' vloot. Admiraal Fletcher besloot een grootscheepse aanval uit te voeren op de Hiryu, het enige resterende Japanse vliegdekschip.

Om 16.00 u. begon USS Enterprise 24 Dauntless-vliegtuigen te lanceren, waarvan er 14 afkomstig waren van de zeer zwaar beschadigde USS Yorktown. De Hornet lanceerde eveneens 16 Dauntless-vliegtuigen en de gezamenlijke luchtvloot van 54 toestellen ging zonder jagerdekking in de aanval. De Wildcats werden voor bescherming van Fletchers' schepen achter de hand gehouden.

Om 17.00 u. zag het Amerikaanse aanvalseskader drie rookkolommen tegen de achtergrond van de ondergaande zon. Het waren de drie brandende wrakken, de Akagi, Kaga en Soryu. Noordwaarts afzwenkend zagen ze weldra de rest van de Japanse vloot in een beschermende dichte kring rond de nog onbeschadigde Hiryu. Omstreeks die tijd, een half uur nadat de rest van Tomonaga's aanvalsvloot geland was, naderden de Amerikanen de Japanse vloot.

De Hiryu ging in de wind liggen en voerde haar snelheid op. De uitgeputte Japanse vliegers moesten terstond weer opstijgen om het derde Amerikaanse vliegdekschip op te sporen en te vernietigen. De Japanners dachten immers dat er nog één onbeschadigd vijandelijk vliegdekschip over was. De Japanse piloten waren doodmoe nadat ze op die dag drie aanvallen hadden uitgevoerd, de aanval op Midway meegerekend. Hun vliegtuigenbestand was sterk uitgedund en vele piloten waren gedood of vermist.

Hiryu's einde[bewerken]

De 13 bommenwerpers van USS Enterprise, USS Hornet en USS Yorktown doken vanuit de zon tevoorschijn. De Hiryu had geen radar en ook dit keer kreeg het schip geen waarschuwing van de naderende vijandelijke vliegtuigen. Kapitein-ter-zee Tomeo Kaku draaide het schip naar stuurboord toen de bommenwerpers omlaag doken. De Amerikanen verloren drie vliegtuigen door het felle afweervuur en het optreden van de opgestegen Zero's. De Hiryu kronkelde van stuurboord naar bakboord en maakte daardoor grote S-bochten. De Hiryu kreeg vier bommen op zijn vliegdek. Eén bom, die vlak voor de brug ontplofte, doodde de roerganger en twee andere explodeerden tussen de vliegtuigen in het hangaardek, die een voor een in brand vlogen. Drie bommen vielen in het voorwaartse vliegdek en een nabij de deklift. Matrozen zochten een weg door het vuur en dikke rook naar een uitweg. Velen stikten en kwamen om in de vlammen. Brandend en dikke rookwolken uitspuwend begon de Hiryu stil te vallen. Binnen enkele minuten was Yamaguchi's vlaggenschip en enig Japanse vliegdekschip een weerloos wrak geworden, opengescheurd door de ontploffingen. De schade was zo rampzalig, dat de vliegers van de Enterprise afzwenkten en het slagschip Haruna bombardeerden.

Toen de overlevenden van Tomonaga's squadron terugkeerden van hun aanval op USS Yorktown om op de Hiryu te landen brandde het schip als een fakkel en de vliegtuigen moesten blijven rondcirkelen. De Japanse jachtvliegtuigen vielen de tweede groep van de Amerikaanse aanvalsstrijdmacht van 16 Dauntless-bommenwerpers van de Hornet aan, die korte tijd daarna arriveerden. Door gebrek aan brandstof stortten de Japanners een voor een in zee. Intussen gingen de Dauntless-vliegtuigen van USS Hornet door met het bombarderen van de Haruna en de kruiser Chikuma". Het leek of het vuur op de Hiryu bedwongen zou worden, maar het schip was ten dode opgeschreven. Omstreeks 23.50 u. dreef de Hiryu met een slagzij van 15° in zee. Het roer werkte niet meer en de meeste brandpompen waren buiten werking. Diverse pogingen om door het inferno van vuur en rook de machinekamer te bereiken mislukte volkomen.

Net als zijn tegenstander, de Yorktown, was de Hiryu gedoemd ten onder te gaan. Om 02.30 u. gaf admiraal Yamaguchi aan kapitein-ter-zee Kaku bevel alle manschappen aan dek te verzamelen. Hij sprak de resterende bemanning nog toe, terwijl een deel van de commandobrug brandde. "Als commandant van deze vliegdekschipdivisie," zei hij, "ben ik als enige verantwoordelijk voor het verlies van de Hiryu en de Soryu. Ik zal aan boord blijven tot het afgelopen is. Maar ik beveel u allen het schip te verlaten en de dienst aan zijne majesteit de keizer trouw te blijven vervullen!" Yamaguchi zette zijn zwarte pet af en gaf die aan commandant Ito, zijn stafofficier. In ruil ervoor gaf Ito hem een stuk doek, waarmee hij zich aan de brug zou kunnen vastbinden, om mee met de Hiryu weg te zinken. Enkele officieren vroegen hem toestemming met hem te mogen sterven, maar hij beval hen over te stappen op de torpedobootjager Kazaguma. Alleen gezagvoerder Kaku weigerde deze order en zei dat het ook zijn recht en plicht was, samen met de admiraal en zijn schip te sterven.

Hiryu's doodstrijd[bewerken]

Toen de bemanning het schip verlaten had bonden de twee hoogste officieren zich aan het stuurwiel vast en wachtten zo tot het schip naar de dieperik ging. Maar de Hiryu scheen al evenzo niet te willen zinken zoals USS Yorktown en om 05.10 u. gaf kapitein-ter-zee Abe, commandant van de torpedojagerdivisie, bevel een genadeschot te geven. De torpedobootjager Makigumo kreeg de "eer". Om 05.12 u. troffen twee torpedo's de Hiryu en volgden enkele oorverdovende ontploffingen. De Hiryu begon weg te zakken en Abe beval de torpedobootjagers weg te stomen. Om 05.40 u meldde Abe per radio aan admiraal Yamamoto dat de Hiryu tot zinken gebracht was. Maar rond 07.00 u. van 5 juni 1942, kwam er een radiobericht binnen van een verkenningsvliegtuig van de lichte kruiser Hosho, dat erop uit gestuurd was Nagumo's strijdmacht op te sporen. Het vliegtuig rapporteerde dat het rokende wrak van de Hiryu nog steeds dreef en dat hij mannen aan boord kon zien lopen!

Yamamoto gaf het bericht door aan Nagumo en beval hem na te gaan of de Hiryu wel daadwerkelijk aan het zinken was. Als dat niet zo was, moest hij de overlevenden van boord halen. Nagumo gaf een torpedobootjager en het watervliegtuig van de kruiser Nagara, nu zijn vlaggenschip, bevel dit te doen. De Hiryu werd niet meer door de Japanners teruggevonden. Het bleek dat de Hiryu tot 08.20 u. was blijven drijven. De mannen die men aan dek zag, waren overlevenden van het machinepersoneel, die nog kans hadden gezien bovendeks te geraken, toen Abe's torpedo's een gat in het schip geschoten hadden. Toen de Hiryu uiteindelijk om 09.12 u. van 5 juni toch gezonken was, werden ze door een Amerikaans oorlogsschip opgepikt, waar ze de rest van de oorlog in krijgsgevangenschap doorbrachten. 35 man gingen nog, tijdens de ondergang van de Hiryu, mee naar de diepte. 350 manschappen waren gedood tijdens het bombardement van de Amerikaanse vliegtuigen.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Kolonel A. J. Barker - Midway: Keerpunt in de Stille Oceaan - Tweede Wereldoorlog - Standaard uitgeverij - Antwerpen/Utrecht