Histologie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een klein stukje longweefsel van iemand die lijdt aan emfyseem.

De histologie[1] of weefselleer[1] is het onderzoek van de bouw en de bijzondere functies (specialisaties) van weefsels, dus van groepjes cellen die dezelfde functie vervullen of samen een orgaan vormen. Onderzoek wordt veelal gedaan door een coupe (een dun plakje) van het te onderzoeken weefsel of orgaan te maken, waarna de coupe, na bewerking (zoals kleuring), met een lichtmicroscoop of, voor nog meer of andere details, met een elektronenmicroscoop wordt bekeken. Ook de studie van de (microscopische) bouw van de organen wordt tot de histologie gerekend.

Gewoonlijk heeft de term histologie betrekking op dierlijke weefsels. Bij planten spreekt men van plantenanatomie.

Histopathologie is de leer van pathologisch weefsel. Dit kan ook post-mortem gedaan worden.

Dierlijke weefsels[bewerken]

Bij mens en dier onderscheidt men in de histologie een vijftal hoofd- of grondweefsels:

De verschillende organen van het lichaam zijn uit wisselende combinaties van deze vijf weefsels samengesteld.

Voorbeelden van organen zijn:

Plantaardige weefsels[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie anatomie (zaadplanten) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Externe links[bewerken]

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. a b Friedbichler, M., Friedbichler, I. & Eerenbeemt, A.M.M. van den (2009). Pinkhof Medisch Engels. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.