Hitchens' scheermes
Hitchens' scheermes (Engels: Hitchens' razor) is een epistemologisch beginsel, volgens welke de bewijslast ligt bij de stellingnemer, en als hij of zij die niet op zich neemt, hoeft de uitdager niet tegen de ononderbouwde bewering te argumenteren. Het is genoemd naar de journalist en schrijver Christopher Hitchens (1949-2011), die het als volgt formuleerde[1][2]
|
What can be asserted without evidence can be dismissed without evidence. |
Hitchens' scheermes is eigenlijk een vertaling van het Latijnse spreekwoord "Quod gratis asseritur, gratis negatur",[3] Anoniem, sinds minstens de vroege 19e eeuw veel gebruikt,[4] maar Hitchens' Engelse versie van de zin heeft het beginsel bekender en populairder gemaakt in de 21e eeuw. Het wordt bijvoorbeeld gebruikt om presuppositionele apologetiek tegen te gaan.
Richard Dawkins, een mede-antitheïstische activist van Hitchens, formuleerde een enigszins verschillende versie van hetzelfde beginsel met dezelfde implicatie bij TED in februari 2002:[5]
Dawkins gebruikte zijn versie om stelling te nemen tegen het agnosticisme, dat hij omschreef als "armoedig" in vergelijking met atheïsme,[6] om dat weigert beweringen te beoordelen waarvan het, hoewel ze niet geheel falsifieerbaar zijn, zeer onwaarschijnlijk is dat ze waar zijn.
Zie ook[bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|