Hoefbevangenheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Hoefbevangenheid of laminitis is een ziektebeeld van de hoeven bij paarden en komt vooral voor bij de voorbenen. De lederhuid (cellaag die het hoorn vormt), de verbinding van het hoefbeen met de hoornschoen en de bloedvaten in de hoef zijn hierbij aangetast. In de acute fase is sprake van pijn door zwelling in de hoef en aantasting van de lederhuid (corium). In ernstige gevallen kan de punt van hoefbeen losscheuren van de hoefwand, waardoor het hoefbeen dicht bij de zool komt te liggen en de punt van de hoef naar voren komt (chronische bevangenheid). Vanaf de zijkant zie je dan een knik in de voorzijde van de hoef. Het paard brengt dan meer gewicht op de achterzijde van de hoef. Met een speciaal hoefbeslag (rubberen wig) kan de hoefsmid bij veel paarden nog zorgen dat het dier goed en pijnvrij kan lopen.

De Engelse term "laminitis" staat enigszins ter discussie, omdat de uitgang "-itis" aangeeft dat het uitsluitend zou gaan om een ontsteking als oorzaak van hoefbevangenheid. Dat is echter maar de gedeeltelijke waarheid. Hoefbevangenheid heeft meerdere oorzaken, en naast een ontsteking komen twee andere oorzaken voor, namelijk de zogenaamde ischemie-reperfusie schade door afwijkingen in de kleine bloedvaatjes in de hoeven en destructie van bepaalde zenuwvezels, waardoor neuropathische pijn in het been ontstaat.

Een belangrijke praktische oorzaak is een te hoog fructaangehalte in het gras. Dit komt doordat bij veel zonneschijn en tegelijkertijd lage temperaturen, zoals die kunnen voorkomen in de late herfst en het vroege voorjaar, het gras de overmaat aan opgenomen energie als tussenopslag opslaat in fructanen. Na het opeten van dit gras door het paard, kunnen deze fructanen tot een verstoring leiden van de fermentatie (bacteriële vertering) in de blinde en dikke darm, waarbij gifstoffen vrijkomen die in de bloedbaan worden opgenomen en vervolgens hoefbevangenheid veroorzaken.

Andere oorzaken van fermentatiestoornissen in de blinde en dikke darm kunnen op dezelfde wijze ook tot hoefbevangenheid leiden. Bijvoorbeeld als een paard ineens heel veel krachtvoer of granen eet.

Een tweede praktisch belangrijke oorzaak is insuline-resistentie, wat vooral voorkomt bij paarden die te vet zijn.

Andere, veel minder vaak voorkomende oorzaken van hoefbevangenheid zijn ontstekingsprocessen (zoals baarmoederontsteking) en bloedvergiftiging (sepsis), bepaalde diergeneesmiddelen (bijvoorbeeld corticosteroïden) en overbelasting van de hoeven.

De diagnose en behandeling moeten altijd gebeuren door een dierenarts. In ernstige gevallen geeft die pijnstillers en ontstekingsremmers. Hij zal ook een bewegingsadvies geven voor de herstelperiode. Om herhaling te voorkomen moet het rantsoen worden aangepast. De dierenarts kan hierin ook adviseren en heeft speciale dieetvoeding beschikbaar, die sommige paarden de rest van hun leven moeten eten.

De preventie bestaat uit voedingsmaatregelen. Allereerst moet de weidegang in het voorjaar en in het najaar zorgvuldig worden gemanaged, met een dagelijkse inschatting van het fructaangehalte van het gras en daarop inspelen via het moment van weidegang en het aantal uren weidegang plus bijvoeren met hard hooi. Daarnaast is het belangrijk dat een paard niet te vet is, dus de juiste body condition score heeft.

Het vraagt enige kennis en ervaring om de body condition score van een paard te bepalen. De dierenarts kan dit doen, bijvoorbeeld tijdens de vaccinaties. De dierenarts kan ook voedings- en beweidingsadviezen geven, en beschikt over speciale vermageringsdieetvoeding om een paard dat te vet is verantwoord te laten vermageren.


Externe link[bewerken]

http://www.sanequi.nl/ http://www.dierenklinieklemmer.nl/info_paard/hoefbevangenheid/index.html http://www.hoefnatuurlijk.nl/index_js.htm?http://www.hoefnatuurlijk.nl/problemen/hbh.htm