Hoefijzervaren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoefijzervaren
Hufeisenfarn.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Clade: Tracheophyta
Clade: Euphyllophyta
Clade: Monilophyta
Klasse: Polypodiopsida
Orde: Polypodiales
Familie: Pteridaceae (Lintvarenfamilie)
Onderfamilie: Adiantoideae
Geslacht: Adiantum
Soort
Adiantum pedatum
L. (1753)
Hoefijzervaren
Afbeeldingen Hoefijzervaren op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De hoefijzervaren (Adiantum pedatum) is een varen uit de lintvarenfamilie (Pteridaceae). Hij is oorspronkelijk afkomstig uit oostelijk Noord-Amerika, maar wordt in gematigde streken frequent als tuinplant aangewend.

Naamgeving en etymologie[bewerken]

  • Duits: Pfauenrad-Frauenhaarfarn
  • Engels: Northern maidenhair, Five-finger fern
  • Frans: Adiante du Canada


De botanische naam Adiantum is afgeleid van het Oudgriekse 'adiantos' (droog), vanwege de waterafstotende blaadjes. De soortaanduiding komt van het Latijnse 'pedatum' (met voeten), naar de vogelpootvormige bladen van deze varen.

Kenmerken[bewerken]

De hoefijzervaren is een kleine overblijvende varen met korte, kruipende, geel-bruin geschubde rizomen waaruit verscheidene fijne, tot 40 cm lange en 30 cm brede bladen ontspringen. De bladstelen zijn zeer fijn, aan de basis gegroefd en purper tot zwart gekleurd, en bevatten één V-vormige vaatbundel.

De bladen zijn gaffelvormig vertakt en vervolgens enkelvoudig geveerd, grijsgroen gekleurd en onbehaard. Fertiele en steriele bladen zijn gelijkvormig. De bladsteel is ongeveer even lang als het blad. De zes tot tien geveerde blaadjes van eerste orde zijn langwerpig, met stompe top. De individuele bladslipjes zijn waaiervormig, papierachtige dun, breder dan lang, de voorrand ondiep ingesneden.

De sporenhoopjes zijn ovaal van vorm en liggen aan de toppen van de onderzijde van de bladen, onder de omgerolde bladranden. Er is geen dekvliesje. De sporen zijn rijp in de zomer tot de herfst.

Habitat en verspreiding[bewerken]

De hoefijzervaren groeit voornamelijk op vochtige, humusrijke bodems in loofbossen. Hij komt van nature voor in het oosten van de Verenigde Staten en Canada, en in Alaska.

Bronnen, noten en/of referenties