Hoepel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoepels

Een hoepel (ook wel onder andere reep genoemd) is een cirkelvormig voorwerp dat op verschillende manieren wordt toegepast.

Naam[bewerken]

Hoepel is de standaardtaalbenaming en komt van hoep (dat nu een verouderde vorm is). En nog oudere benaming, voorkomend in de Brabantse en Limburgse dialecten, is reep en het werkwoord repen. Dit is de vorm die ook in andere Germaanse talen voorkomt, waaronder het Hoogduitse Reif(en). Een ander woord is bandel in onder andere Gelders-Limburgs en band in het Oost-Vlaams.[1]

Kinderspel[bewerken]

Een kind beoefent het hoepelen
Detail van een schilderij van Pieter Bruegel de Oude

Een kunststof hoepel, ook wel hoelahoep genoemd, wordt gebruikt door kinderen om rond hun middel rond te draaien. Traditioneel wordt de hoelahoep gespeeld door meisjes. De kunst daarbij is de hoepel om het lichaam draaiende te houden zonder hem aan te raken. Ervaren hoepelaarsters kunnen meerdere hoepels tegelijk in beweging houden.

Een veel oudere vorm van hoepelen is de hoepel verticaal over de grond te laten rollen, deze telkens een zetje gevend met een stokje terwijl het kind, zowel jongens als meisjes, erachteraan rent. Deze vorm wordt in westerse landen bij aanwezigheid van geavanceerder speelgoed nauwelijks meer gespeeld. Ervaren spelers kunnen de hoepel zeer lang laten rollen en kunnen er verschillende trucs mee uithalen. Mogelijk bestaat er een relatie met het Duitse vuurrad, dat met een stok de heuvel wordt afgerold, en het zonnerad.

Een hoepel wordt ook gebruikt als attribuut bij ritmische gymnastiek, maar ook in een circus worden bij de dressuur hoepels gebruikt.

Geschiedenis[bewerken]

Oorspronkelijk werden de hoepels om mee te spelen van licht materiaal gemaakt, bijvoorbeeld van riet of bamboe. In het oude Egypte werd 3000 jaar geleden al gehoepeld. Het hoepelen met een stokje stamt uit de klassieke oudheid, zoals blijkt uit Grieks aardewerk van ca. 500 voor Chr. Hippokrates beval hoepelen aan om gezonder te worden.

De term hoela werd aan de hoepel toegevoegd in het Engels (hula hoop) toen aan het begin van de 18e eeuw zeelieden Hawaï bezochten en het huipwiegende hooladansen verbonden met de hoepel.

Omdat hoelahoepen in verband werd gebracht met hartklachten, raakte het spel in onbruik. In 1957 werd de hoelahoep opnieuw uitgevonden door twee pas afgestudeerden, Richard Knerr en Arthur "Spud" Melin. Het hoelahoepen werd al snel een rage; het bedrijf Wham-O verkocht meer dan 100 miljoen exemplaren in twee jaar.

Kleding[bewerken]

Een hoepel, of liever meerdere hoepels onder elkaar, werden toegepast in hoepelrokken, die in de tweede helft van de 19e eeuw werden gedragen. In de 21e eeuw worden hoepels nog wel toegepast in trouwjurken. Tegenwoordig worden hoepelrokken alleen nog gedragen bij bijzondere gelegenheden.

Technische toepassingen[bewerken]

Een stalen hoepel wordt gebruikt voor de versterking van een houten vat, bijvoorbeeld om bier in te vervoeren. De hoepel houdt dan de losse duigen bij elkaar. Hoepels worden ook gebruikt om een fuik in model te houden.

Literatuur[bewerken]

Ganymedes met een liefdesgeschenk (de haan) en een hoepel

In de Almanak voor de beschaafde jeugd voor het jaar 1799[2] wordt het hoepelspel beschreven als een zinvolle oefening:

De hoepel.
De ronde hoepel wenteld rasch;
Hier komen slagen wel te pas,
En los en vlug en ievrig rennen,
En recht en rad en vaardig mennen;
Maar slaat ge in 't wild, en bij de gis,
Dan loopt de hoepel scheef en mis:
Moet vaardigheid de vreugd vermeêren?
Dan moet men zo het kunstje leren,
Dat gij geen tijd met vallen spilt;
Dan rust uw hoepel als gij 't wilt.

De Nederlandse schrijver Jan Luyken gebruikte in zijn gedicht "De Hoepel" als allegorie voor het leven, dat slechts voortgaat als het ook geslagen wordt:

De Hoepel.
Dryft steeds u zelfs ten goeden aan,
Zo zult gy deugd en vreugd begaan.
Als 't Hoepeltje niet wierd gedreeven,
Dan zouw zyn loop zich haast begeeven:
Zo moet het mensch'lyk leven voort;
Van kinds af, in zyn oude dagen,
Met minder en met meerder slagen,
Indien 't zal komen daar het hoord.

Externe links[bewerken]

  • [1] openbare hoepel community op Facebook


Bronnen, noten en/of referenties
  1. Onze Taaltuin. Jaargang 9. Van Aelst, Maastricht 1940-1941
  2. Uitgegeven te Amsterdam door De Wede. J. Dóll.