Hoge Vertegenwoordiger voor Bosnië en Herzegovina

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het logo.

De Hoge Vertegenwoordiger voor Bosnië en Herzegovina is een functie die in 1995 gecreëerd werd als onderdeel de Dayton-akkoorden om als hoofd van het Kantoor van de Hoge Vertegenwoordiger (Engels: Office of the High Representative; OHR) in Bosnië en Herzegovina toe te zien op de implementatie van de civiele aspecten van dit akkoord. Hij vertegenwoordigt de landen die betrokken waren bij het vredesakkoord die verenigt zijn in de Vredesuitvoeringsraad (Engels: Peace Implementation Council; PIC). Hij was van 2002 tot 2011 ook de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie.

In december 1997 kreeg de hoge vertegenwoordiger substantieel meer macht van de PIC om de uitvoering van het vredesakkoord door te drukken. Hij kon nu bindende beslissingen nemen als de lokale politiek ergens niet uit raakte en functionarissen die zich niet aan het akkoord hielden de laan uitsturen. Daardoor kwam er ook kritiek op zijn positie omdat hij enkel verantwoording verschuldigd was aan de PIC en er geen beroep mogelijk was tegen zijn beslissingen.

5+2-agenda[bewerken]

Onder Christian Schwarz-Schilling – onder druk van de Raad van Europa en een grotere betrokkenheid van de EU – begon de hoge vertegenwoordiger zich minder te mengen in het politieke leven in Bosnië en Herzegovina. Daarom besliste de PIC om zijn mandaat op 30 juni 2008 te beëindigen. Dat leidde tot ontgoocheling bij de Bosniëres, NGO's en politici. In februari 2008 werd beslist de beëindiging van het mandaat te koppelen aan een aantal vereisten waaraan de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina moesten voldoen; de zogenaamde 5+2-agenda:

  • Een aanvaardbare en duurzame oplossing voor de verdeling van eigendommen tussen de staat en andere bestuursniveau's,
  • Een aanvaardbare en duurzame oplossing voor defensie-eigendommen,
  • Het voltooien van de zogenaamde Final Award[1][2] in het district Brčko,
  • Fiscale onderhoudbaarheid (sinds mei 2010 bereikt),
  • Verankering van ordehandhaving (sinds mei 2010 bereikt).

De Stuurraad van de PIC voegde hier nog twee vereisten aan toe:

  • Ondertekening van een stabilisatie- en associatieovereenkomst met de EU (op 16 juni 2008 gebeurd),
  • Een positieve beoordeling van de situatie in Bosnië en Herzegovina door de PIC-Stuurraad gebaseerd op de volledige uitvoering van het Vredesakkoord van Dayton.

Voortdurende onenigheid tussen de belangrijkste politieke partijen in Bosnië en Herzegovina hebben tot op heden de volledige uitvoering van deze punten verhinderd.[3]

Hoge Vertegenwoordigers[bewerken]

Totnogtoe was de hoge vertegenwoordiger altijd afkomstig uit een EU-land, terwijl zijn eerste afgevaardigde altijd een Amerikaan was die het district Brčko onder zijn hoede had.

Naam Land Ambtstermijn
Carl Bildt Vlag van Zweden Zweden 14 december 1995 17 juni 1997
Carlos Westendorp Vlag van Spanje Spanje 18 juni 1997 17 augustus 1999
Wolfgang Petritsch Vlag van Oostenrijk Oostenrijk 18 augustus 1999 26 mei 2002
Paddy Ashdown Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk 27 mei 2002 31 januari 2006
Christian Schwarz-Schilling Vlag van Duitsland Duitsland 1 februari 2006 30 juni 2007
Miroslav Lajčák Vlag van Slowakije Slowakije 1 juli 2007 28 februari 2009
Valentin Inzko Vlag van Oostenrijk Oostenrijk 1 maart 2009 heden

Zie ook[bewerken]

  • EUFOR, de vredesmacht die toeziet op de implementatie van de militaire aspecten van de Dayton-akkoorden.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Het districk Brčko werd door beide deelstaten geclaimd wat leidde tot autonomie en een stappenplan dat onder meer een eigen internationale toezichthouder inhield.
  2. (en) William Montgomery. What To Do About Brcko?. B92.net Geraadpleegd op 23 november 2013
  3. (en) The "5+2" Agenda. OHR (1 januari 2012) Geraadpleegd op 23 november 2013