Hollandklasse (OPV)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag
Hollandklasse (OPV)
Vlag
Zr.Ms. Holland met mast op de Noordzee
Zr.Ms. Holland met mast op de Noordzee
Geschiedenis
Kiellegging 2008-2010
Tewaterlating 2010-2011
In dienst gesteld 2012-2014
Algemene kenmerken
Waterverplaatsing 3.750 ton
Afmetingen 107,9 x 16 meter
diepgang 4,55 meter
Bemanning 50 personen
Techniek en uitrusting
Machinevermogen dieselelektrisch
2 x 5.4 MW (ca. 14.500 pk)
Snelheid 22 knopen
Sensors Thales Integrated Mast
Bewapening 1 x 76 mm, 1 x 30 mm, 2 x 12,7 mm geschut; NH-90 helikopter
Portaal  Portaalicoon   Marine
Ceremonie bij de in dienst stelling van Hr.Ms. Holland. Rechts viceadmiraal Matthieu Borsboom
idem tijdens de Marinedagen op 6 juli 2012

De Hollandklasse is een serie van vier patrouilleschepen van de Koninklijke Marine. Het zijn OPV's, wat staat voor Ocean Patrol Vessels, Oceangoing Patrol Vessels of Offshore Patrol Vessels).

Naamgeving[bewerken]

De OPV's zijn vernoemd naar de vier Nederlandse kustprovincies. Dit werd bekendgemaakt bij de kiellegging van het eerste schip, de Holland, op 8 december 2008 in Vlissingen. Op de Marinedagen in 2012 werd de Holland in dienst gesteld bij de Koninklijke marine en werd het schip officieel "Hr. Ms. Holland" genoemd.

Naamsein Naam Kiellegging Gedoopt In dienst
P840 Zr. Ms. Holland 08-12-2008 02-02-2010 06-07-2012
P841 Zr. Ms. Zeeland 21-09-2009 20-11-2010 23-08-2013
P842 Zr. Ms. Friesland 26-11-2009 04-11-2010 22-01-2013
P843 Zr. Ms. Groningen 09-04-2010 21-04-2011 29-11-2013

Achtergrond[bewerken]

Al langer werd er vanuit de Tweede Kamer aangedrongen om korvetten te bouwen als aanvulling óp of ter vervanging van fregatten van de Koninklijke Marine, vooral met als doel werkgelegenheid en productiecapaciteit bij de werf De Schelde in Vlissingen te verzekeren. De minister van defensie heeft de Tweede Kamer daarover tweemaal gerapporteerd.

Al eerder voerde het instituut Clingendael, in opdracht van het platform Nederlandse Marinebouw Cluster (NMC), een onderzoek uit naar de gewenste toekomstige samenstelling van de Nederlandse marine. Het rapport daarvan verscheen in april 2004.[1] Hierin werd onder andere de aanschaf bepleit van een aantal Lange Afstand Patrouilleschepen (LAP), voor missies laag in het geweldsspectrum, zoals rechtshandhaving en humanitaire taken.

In de Grote Oppervlakteschepen Studie Koninklijke Marine (GOSKM), van eind 2004, werd in grote lijnen het ontwerp en de mogelijkheden geschetst van vier typen korvetten (het U, S+, S en K-type). Het door Clingendael voorgestelde LAP positioneerde zich tussen het S+ en S-type korvet. Geconcludeerd werd echter dat de marine met het toenmalige aantal van 10 fregatten[2] alle taken kon uitvoeren en er geen behoefte was aan korvetten.

In het najaar van 2005 (Marinestudie 2005) volgde echter een nieuwe studie, waarin de bouw bepleit werd van vier zeegaande patrouilleschepen voor kustwachttaken in het Caraïbisch gebied en op de Noordzee. Hoewel de benaming korvet vermeden is gaat het in grote lijnen om een, met het S- en K-type, vergelijkbaar vaartuig.[3]

Andere onderdelen uit de Marinestudie 2005 waren de bouw van een Joint Logistiek Ondersteuningsschip (JLOS) ter vervanging van het bevoorradingsschip Zuiderkruis, de aanschaf van 30 kruisraketten én de aanschaf van nieuwe sonarapparatuur voor de onderzeeboten en de overblijvende fregatten van de Karel Doormanklasse. Dit hele pakket werd gefinancierd door de verkoop van 4 fregatten van de Karel Doormanklasse.[4]

Om de bouwkosten te drukken werden rompdelen van het eerste en tweede schip en het volledige derde en vierde schip bij Damen Shipyards Galati gebouwd. Bij Damen Schelde Naval Shipbuilding te Vlissingen vond dan de afbouw van deze laatste twee schepen plaats.

Taken[bewerken]

De OPV's worden vooral ingezet bij taken in het zogenaamde lage geweldsspectrum, zoals inzet in het Caraïbisch Gebied en als wachtschip op de Noordzee. Maar ook deelname in internationale taakgroepen of optreden tegen piraterij behoren tot de mogelijkheden. Ook moet inzet in noodsituaties mogelijk zijn: het schip kan containers met hulpgoederen meevoeren en 100 evacués gedurende drie dagen aan boord nemen en onderhouden.

Ontwerp[bewerken]

Modeltekening van de Hollandklasse

Uitgangspunt is dat de patrouilleschepen overal ter wereld kunnen optreden en een langdurig en comfortabel verblijf voor de bemanning mogelijk moeten maken.

Dit heeft geleid tot een groot en relatief breed scheepsplatform voor goede zeegang en stabiliteit. Een hoge snelheid is voor de meeste uit te voeren patrouilletaken niet noodzakelijk, iets hoger dan het gemiddelde koopvaardijschip werd voldoende geacht. De installatie van (dure) gasturbines is derhalve niet nodig en met uitsluitend diesels als voortstuwing wordt zuinig met de brandstof omgegaan en is een grote actieradius mogelijk. Desondanks is de ontwerpsnelheid (22 knopen) voldoende om in eskaderverband met andere schepen op te treden.

Hoewel voor het uitvoeren van de meeste patrouilletaken volstaan kan worden met een eenvoudiger scheepsontwerp is bij het ontwerp gevolg gegeven aan de wens van de Tweede Kamer de schepen te doen fungeren als platform voor innovatieve technieken. Het uiterlijk is, net als bij moderne fregatten, tamelijk stealthy, voor een verminderde radarreflectie. Het sensorenpakket is voor een schip in dit segment zonder meer stevig te noemen en omvat de laatste ontwikkelingen op dit terrein.

Er is wel aandacht geschonken aan voldoende overlevingskans in geweldssituaties, zoals incasseringsvermogen van het platform en de aanwezigheid van een gascitadel in het schip. Omdat het bereiken van een hoge snelheid geen eis was kon bij de bouw volstaan worden met goedkoper staal. Dit heeft een geringere treksterkte en is zwaarder dan het staal dat voor fregatten gebruikt wordt. Het is echter wel dikker en daardoor beter bestand tegen inslag van kleinkaliber wapens. Naast de staalkeuze zijn OPV's en aanverwante vaartuigen door verbeterde interne communicatiemiddelen beter dan de fregatten bestand tegen de inzet van middelen, die kenmerkend zijn voor asymmetrische oorlogsvoering.[5]

Sensoren[bewerken]

De OPV's vallen vooral op door de door Thales geleverde geïntegreerde mast waarin vrijwel alle sensorsystemen zijn ondergebracht. Hierin bevinden zich een Thales Sea Master 400 (SMILE) luchtwaarschuwingsradar, een Thales Sea Watcher 100 (SeaStar) oppervlaktewaarschuwingsradar en een Thales GateKeeper infrarood/elektro-optisch waarschuwingssysteem. De Gatekeeper is een nieuw product en gebruikt HD camera's om o.a. periscopen en duikers in zee op korte afstand waar te nemen. In de top van de mast bevindt zich verder nog een antenne voor satellietcommunicatie. Op de hoekpunten van de piramide-vorm zijn antenne-samenstellen aangebracht voor de (militaire) UHF- en VHF radiobanden. De schepen kunnen waarnemingen doen tot op 140 zeemijlen afstand.

Bewapening[bewerken]

Op grond van hun grootte en sensorsuite zijn de OPV's te vergelijken met korvetten en fregatten. Hun relatief lichte bewapening past echter niet bij die kwalificatie.

De bewapening is geoptimaliseerd voor het takenpakket. Een kanon (Oto Melara 76 mm) is adequaat bij de inzet tegen smokkelschepen (zoals onderschepping van drugtransporten met snelle speedboten in het Caraïbisch Gebied). Als aanvulling daarop zijn nog een snelvuurkanon van 30 mm (Oto Melara Marlin) en 2 machinegeweren van 12,7 mm (Oto Melara Hitrole) voorzien. Deze zijn allemaal op afstand vanuit de centrale bedienbaar. Voor non-lethal bescherming en brandbestrijding worden twee waterkanons gevoerd. Daarnaast zijn er 6 stellingen voor handbediende FN MAG (7,62 mm) machinegeweren.

Voor het onderscheppen van snelle speedboten (die immers sneller zijn dan het OPV) worden twee zogenaamde FRISC's meegevoerd, die een snelheid van ruim 40 knopen halen. Eén daarvan wordt meegevoerd in davits, de ander in een klein dok (een slipway) op het achterschip (onder het helidek). De schepen krijgen een Combat Management System (CMS) van CAMS-Force Vision.[6]

Hoewel er voldoende ruimte en gewichtsreserve is voor toekomstige uitbreidingen is er bij de bouw geen rekening gehouden met het aanklikken van extra wapenmodules (het treffen van diverse voorzieningen of het zogenaamde provisions for). Het ontbreken van een adequaat luchtafweersysteem voorkomt bij voorbaat inzet in risico-gebieden. Gesuggereerd is dat met het Italiaanse Davide/DART systeem[7]daarin is te voorzien, maar vooralsnog zijn er geen plannen om dat systeem aan te schaffen. Een andere mogelijkheid is het Marlin kanon te voorzien van Mistral raketten[8] Eventueel kunnen ingescheepte mariniers met draagbare Stinger raketten een beperkte bescherming leveren. Uitbreiding met een Mk 29 GMLS (Mod 4 & 5) lanceerinrichting, die instaat is om de RIM-162 Evolved Sea Sparrow Missile(ESSM) af te vuren, zou een aanzienlijke verbetering voor de luchtverdediging zijn en waardoor de OPV's ook in crisisgebieden inzetbaar zijn. De toevoeging van Harpoon raketten zouden van de OPV een echte allrounder maken en ook in lijn zijn met zijn kwalificatie.[9]

Helikopter[bewerken]

Helikopter op Zr. Ms. Holland

Door de afwezigheid van geleide wapens (lucht- en zeedoelraketten) vormt de boordhelikopter een belangrijk onderdeel van het wapen- en sensorensysteem. Met sonar en boordradar kan de helikopter waarnemingen doen voorbij de radarhorizon van het OPV. Uitgerust met doelzoekende torpedo's is inzet in een hoger geweldspectrum mogelijk.

De hangar heeft ruimte voor een boordhelikopter van het type NH-90. Onder het helikopterdek kunnen enkele containers met hulpgoederen geplaatst worden. Een lift daarvoor is aanwezig.

Bemanning[bewerken]

Door verregaande automatisering kunnen de schepen toe met 50 bemanningsleden. Er is daarnaast accommodatie voor 40 opstappers: een helikopterdetachement, een peloton mariniers of een boardingteam.

Kosten[bewerken]

Het project is begroot op 529,6 miljoen euro.[10]

Bouw[bewerken]

Het contract voor de bouw werd getekend op 20 december 2007. De schepen werden gebouwd in de periode 2008-2012, oplevering was voorzien tussen 2011 en 2013. Inmiddels zijn alle schepen in Nederland. De Holland, De Zeeland, de Friesland en de Groningen zijn inmiddels in dienst gesteld.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Rapport CCSS-04-002.
  2. 4 van het LCF type en 6 van het M-type.
  3. Net als het door Clingendael voorgestelde LAP plaatst het OPV zich naast het S-type korvet.
  4. De aanschaf van kruisraketten is inmiddels uitgesteld en die van het JLOS met enkele jaren vertraagd.
  5. Zoals automatische wapens en RPG's
  6. Volledig: het CAMS-Force Vision Guardion Combat Management System
  7. Davide/DART is een uitbreiding op het Oto Melara 76 mm kanon, waardoor het kanon geleide luchtdoelraketten kan lanceren.
  8. Folder OTO Melara
  9. Marineblad oktober 2009
  10. Materieelprojectenoverzicht Prinsjesdag 2012, 18 september 2012