Hollandsche Schouwburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Hollandsche Schouwburg

De Hollandsche Schouwburg is een oorlogsmonument aan de Plantage Middenlaan te Amsterdam. Tussen 1893 en 1942 was het een theater. In de jaren 1942 en 1943 was het een verzamel-/deportatieplaats.

Geschiedenis[bewerken]

De Hollandsche Schouwburg staat op de plek waar vroeger de woning stond van Dr. G.F. Westerman, directeur van Artis. Na diens dood is het terrein aan Louis Bouwmeester aangeboden om er een theater te laten bouwen. Na diverse wijzigingen in de bouwplannen werd uiteindelijk in 1893 Artis Schouwburg opgeleverd. In 1895 werd het gebouw verkocht. Drie jaar later werd de Nederlandsche Tooneelvereeniging huurder van het pand, dat inmiddels was omgedoopt in de Hollandsche Schouwburg. Hier gingen toneelstukken van Herman Heijermans in première; bij voorkeur op kerstavond, zodat de mondreclame zich kon verbreiden vóór De Telegraaf het stuk kon kraken. In 1900 beleefde de première van Op hoop van zegen hier het grootste succes, dat een Nederlands stuk ooit heeft gehad.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

In 1941 werd de naam van het theater op last van de bezetter gewijzigd in 'Joodsche Schouwburg' en mochten er alleen nog joodse musici en artiesten optreden voor uitsluitend een joods publiek. In 1942 en 1943 werd de schouwburg, gelegen in het hart van de oude Amsterdamse Jodenbuurt, door de Duitsers gebruikt als verzamel-, c.q. deportatieplaats van waaruit joden op transport werden gesteld naar Westerbork en vandaar naar Duitse concentratiekampen. Weinigen overleefden: 104.000 Nederlandse joden werden vermoord in de vernietigingskampen van de Duitse bezetter.

Al eerder had Hauptsturmführer SS Ferdinand Hugo aus der Fünten, belast met de dagelijkse leiding betreffende de deportatie van de Nederlandse Joden als vertegenwoordiger van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung, onderzocht welke locatie geschikt zou zijn om grote groepen Joden korte tijd gevangen te houden in afwachting van deportatie.

Een bijzondere rol was weggelegd voor Walter Süskind, de beheerder van de schouwburg tijdens de Jodenvervolging. Samen met Felix Halverstad, Henriëtte Pimentel en Johan van Hulst lukte het hem ongeveer 600 kinderen uit de schouwburg te laten ontsnappen via de tegenovergelegen crèche. Ook volwassenen slaagden er soms in met behulp van verzetsvrienden om te ontsnappem zoals Herman Ohringer, die sinds 1924 in Nederland woonde [1].

Oorlogsmonument[bewerken]

Monument van L. Waterman

In november 1958 is door de gemeente Amsterdam besloten om de Hollandsche Schouwburg als monument in te richten. De voorgevel werd gerestaureerd en de achterzijde grotendeels afgebroken. De schouwburgzaal werd een binnenplaats. Op de plek van het voormalige toneel is een gedenknaald opgericht. De gedenkplaats is een ontwerp van architect L. Waterman. Op 4 mei 1962 is door de toenmalige burgemeester Gijs van Hall de eeuwige vlam ontstoken.

Sinds januari 2012 bestaat er een wandelroute, Westerborkpad genaamd, in het spoor van de Jodenvervolging die van de Hollandsche Schouwburg naar het voormalige Kamp Westerbork loopt over een afstand van 336 kilometer.

Exposities[bewerken]

Er zijn regelmatig wisselende tentoonstellingen en er is een vaste expositie over de Jodenvervolging. De tweede verdieping wordt gebruikt voor educatieve activiteiten.

Literatuur[bewerken]

Op 19 november 2013 is in het Joods Historisch Museum het eerste exemplaar van een monografie onder redactie van Frank van Vree, Hetty Berg en David Duindam uitgereikt aan minister Jet Bussemaker: De Hollandsche Schouwburg. Theater - Deportatieplaats - Plek van herinnering, met bijdragen van Joost Groeneboer, Joosje Lakmaker, Coert Peter Krabbe, Esther Göbel, Pauline Micheels, Annemiek Gringold, Mark Schellekens, Bart Wallet en Evelien Gans.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

* Website van de Hollandsche Schouwburg


  1. Herman Ohringer ontsnapte [1]

||