Homeopathie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Gedenkteken op het vroegere woonhuis van Samuel Hahnemann
Homeopathische middelen

Homeopathie (Oud Grieks: ὅμοιος, homoios, gelijksoortig en πάθος, pathos, lijden of ziekte) is een alternatieve geneeswijze gebaseerd op de ideeën en ervaring van de arts Samuel Hahnemann (1755 – 1843). De homeopathische behandeling bestaat in het voorschrijven van homeopathica, extreme verdunningen van stoffen die dezelfde symptomen als de te bestrijden ziekte zouden oproepen.

De homeopathische leer wordt niet ondersteund door wetenschappelijk bewijs; het gelijksoortigheidsbeginsel zou in het algemeen onjuist zijn en extreme verdunning zou elk middel onwerkzaam maken. Homeopaten beroepen zich echter op de onbewezen theorie dat bij het zogenaamde "potentiëren" de werking van de grondstof op het oplosmiddel zou overgaan. Homeopathie wordt daarom tot de pseudowetenschappen gerekend. Eventuele effecten als gevolg van een homeopathische behandeling worden door wetenschappers over het algemeen aan het placebo-effect toegeschreven.[1]

Inhoud

Scholen[bewerken]

  • Klassieke homeopaten werken nog geheel volgens de leer van Hahnemann: ze noteren precies alle symptomen, inclusief verschijnselen die door artsen meestal buiten beschouwing worden gelaten. Vervolgens wordt in verdunning een middel toegediend, waarvan men gelooft dat dit onverdund diezelfde verschijnselen zou geven. Bijvoorbeeld: een kind dat hoge koorts heeft, met rode wangen en verwijde pupillen krijgt belladonna (Wolfskers).
  • Antroposofie: deze door Rudolf Steiner gestichte stroming heeft een eigen behandelwijze ontwikkeld, waarin onder meer homeopathische middelen een rol spelen.
  • De benaming "homeopathie" wordt soms ten onrechte gebruikt voor middelen die niet volgens de principes van Hahnemann zijn bereid, namelijk plantaardige middelen die vallen onder de noemer fytotherapie.[2].

Principe[bewerken]

Homeopathische middelen worden bereid op basis van een extract van minerale, plantaardige of dierlijke oorsprong, dat bij toediening in pure vorm geacht wordt symptomen te geven die lijken op die van de te bestrijden ziekte. Op basis van deze gelijkheid aan symptomen (gelijksoortigheidsbeginsel) wordt het middel geacht een effectieve geneeswijze te zijn.[3] De grondstof of oertinctuur wordt in een aantal stappen verdund en geschud, het zogenaamde "potentiëren". Om op een commerciële manier homeopathische middelen te kunnen produceren geschiedt dit potentiëren bij een firma als VSM door het middel met krachtige machines in het oplosmiddel te spuiten. Het extreem verdunde eindproduct wordt geacht zonder bijwerkingen de ziektesymptomen te doen verdwijnen. De Materia Medica Pura, waar Hahnemann in 1811[4] een begin mee maakte en die sindsdien[5] werd uitgebreid, vormt de basis van de geneesmiddelkennis van de homeopathie. Zowel verdunde als onverdunde middelen worden hierin opgenomen.


Geschiedenis[bewerken]

In de 16e eeuw verklaarde de pionier van de chemische geneeskunde, Paracelsus, dat kleine doses van 'wat de mens ziek maakt, de mens ook geneest' en hiermee liep hij vooruit op de homeopathie,[6] maar het was de Duitse arts en chemicus Samuel Hahnemann (1755-1843)[7][8] die het een naam gaf en haar principes vastlegde.

Hahnemann werd mede gemotiveerd door de bedroevende staat van de medische hulp in zijn tijd, waarin bijvoorbeeld aderlaten nog een grote plaats innam. Hij noemde deze praktijken minachtend allopathie.[9] In 1789 was hij bezig met het vertalen van het boek "A Treatise on Materia Medica" door William Cullen[10] en besloot een en ander te controleren. Door persoonlijke ervaring met het malariageneesmiddel kina (1790) werd Hahnemann op de gedachte gebracht dat een middel dat bij een gezonde persoon koortsaanvallen veroorzaakt - Hahnemann dacht dat dat bij hem het geval was - kan worden ingezet om een ziekte die koortsaanvallen als symptoom heeft te bestrijden. In 1796 publiceerde Hahnemann zijn similiaregel. Deze zegt dat een ziekte kan worden genezen door een middel voor te schrijven dat dezelfde symptomen veroorzaakt: similia similibus curentur, "het gelijkende wordt door het gelijkende genezen". Hahnemann meende zelfs - ten onrechte - dat hij daarin voortborduurde op de ideeën van Hippocrates.[11]

Na zijn eerste experiment zette Hahnemann familie en vrienden in om de effecten van allerlei bestaande middelen op gezonde proefpersonen in kaart te brengen.[12] Bijzonder aan zijn benadering was, naast een zo uitgebreid mogelijke opsomming van alle symptomen, het uitproberen van steeds één enkel middel in een matige dosis. In de Fragmenta (1805) publiceerde Hahnemann de testresultaten (provings) van 27 van deze middelen. Hahnemann legde zo een geheel onafhankelijke basis voor zijn nieuwe 'geneeswijze', de homeopathie.

Hahnemann ging bij het bereiden van zijn medicijnen behoedzaam te werk: de giftige stoffen die hij als uitgangsmateriaal koos verdunde hij eerst verregaand alvorens ze op zijn patiënten toe te passen. Door de verdunning namen de gevaarlijke effecten van het uitgangsmateriaal natuurlijk af. Hahnemann gebruikte zelf bij voorkeur C30, een verdunning van 1 op 1-met-60-nullen waarbij er eigenlijk niets meer van de uitgangsstof overblijft. Het resultaat was dan wel veilig, maar ook onwerkzaam. Hahnemann meende echter door het schudden de essentie van het uitgangsmateriaal op het oplosmiddel over te brengen.[13] Meer schudbewegingen betekenden volgens hem een grotere versterking, "potentiëring". Zijn ideeën legde hij vast in het "Organon der geneeskunst, waarvan de eerste druk uitkwam in 1805 en de laatste (zesde) in 1842. In de vierde editie (1829) valt voor het eerst[14] te lezen over "chronische miasma's" als de oorzaak van chronische ziekten. Hahnemann vond drie verschillende miasma's, namelijk psora, sycosis en syfilis, die aan het licht zouden komen door verschillende soorten huiduitslag. In de eerste twee delen van Chronische ziekten[15] (gepubliceerd in 1828) behandelt Hahnemann de theorie van miasma's en beschrijft (in de eerste editie) 23 "antipsorische medicijnen".

Hahnemann verbreidde zijn ideeën onder meer door een aantal studenten, tevens proefpersonen. Bekende namen zijn Gustav Gross, Johann Stapf en Franz Hartmann.[16] In 1832 kwam de "Allgemeine Homöopathische Zeitung" voor het eerst uit, een krant die functioneerde als een intern discussieplatform voor homeopaten.[17] In 1833 werd in Leipzig het eerste homeopathische ziekenhuis geopend.[18] Eveneens in 1833[19] vestigde de uit Leipzig afkomstige homeopaat Constantin Hering zich in Philadelphia en ontwikkelde zich daar tot de "vader van de Amerikaanse homeopathie". Aanvullend op de leer van Hahnemann stelde hij dat het genezingsproces van belangrijke naar minder belangrijke plaatsen in het lichaam verloopt, terwijl de genezing zichtbaar wordt in de omgekeerde volgorde als waarin de symptomen verschenen. Deze hypothesen staan nu bekend als de "wetten van Hering".

John Martin Honigberger, een Roemeense arts die twintig jaar in Lahore had gewerkt, ontmoette Hahnemann in Parijs en nam de homeopathie in 1838 mee terug naar India.[20] Een zekere Samuel Brooking vestigde het eerste homeopathische ziekenhuis in Tanjore in 1847.

Aan het eind van de 19e eeuw ontstond er een splitsing[21] in de homeopathie met aan de ene kant de Engelse homeopaat Richard Hughes (1836-1902) en aan de andere kant de Amerikaan James Tyler Kent (1849-1916). Laatstgenoemde deelde zijn patiënten in op grond van zogenaamde constitutietypen en liet dat meewegen in de keuze voor de medicatie; Hughes vond dat alleen de symptomen van de ziekte meetelden en stond ook lagere potenties voor. De benadering van Kent is bewaard gebleven in wat nu bekendstaat als de klassieke homeopathie.

Homeopathische behandelwijze[bewerken]

De homeopathische behandelwijze is geheel gebaseerd op het voorschrijven van homeopathische middelen, homeopathica. Er zijn binnen de homeopathie verschillende stromingen voor wat betreft de manier waarop men tot de keuze voor een bepaald middel komt. Ook de verzameling middelen waaruit men kiest verschilt per school.

In eerste instantie let men op de symptomen van de ziekte. De homeopaat kiest in principe een middel dat is gebaseerd op een stof die bij gezonde mensen gelijksoortige symptomen zou oproepen. In de klassieke homeopathie let men echter ook op allerlei kenmerken van de patiënt zelf, het constitutietype. Uiteindelijk schrijft de homeopaat een extreem verdunde oplossing voor van een enkele (bij klassieke homeopathie) of verschillende grondstoffen. In de praktijk kiezen patiënten vaak zelf een middel uit de schappen van de apotheek of de drogist.

Bereiding van homeopathische middelen[bewerken]

Een vijzel

Homeopathische middelen worden bereid op basis van een zogenaamde oertinctuur, of op basis van verwrijving van stoffen in melksuiker met een vijzel. Een oertinctuur is een geconcentreerd extract van minerale, plantaardige, dierlijke of zelfs menselijke oorsprong (de zogenaamde nosoden). De tinctuur of verwrijving wordt in stappen verdund waarbij bij elke verdunning telkens flink moet worden geschud, het zogeheten 'potentiëren'. Dit heet zo, omdat bij deze bewerking het middel geacht wordt aan kracht te winnen: de energiesignatuur neemt toe. Bovendien kunnen daardoor ook giftige stoffen als middel gebruikt worden, bijvoorbeeld arseen. Het schudden vindt plaats door de fles met de oplossing krachtig tegen een verend oppervlak te slaan. Hahnemann gebruikte hiervoor zijn in leer gebonden notitieboek, tegenwoordig wordt dat meestal machinaal gedaan door fabrikanten die zich hierbij aan de regels van Good Manufacturing Practice dienen te houden. Hahnemann experimenteerde veel met het aantal schudslagen, uiteindelijk adviseerde hij 10 slagen omdat hij ontdekt had dat hij daarmee betere resultaten boekte. Moderne homeopathische laboratoria hanteren tussen de 10 en 100 slagen.

De uiteindelijk verkregen vloeistof wordt verdeeld over korrels of tabletten. Na droging hiervan is de homeopathische remedie klaar.

Een praktische reden waarom Hahnemann voor het verdunnen heeft gekozen kan zijn dat een flink aantal van de stoffen die hij gebruikte giftig zijn bij onverdund gebruik. Ook Hahnemann was bekend met de relatie tussen dosis en effect voor deze stoffen. Verdunnen voorkwam in ieder geval dat de patiënt aan de behandeling overleed, iets wat bij de allopathische artsen uit de tijd van Hahnemann regelmatig voorkwam.

Verdunningsreeksen[bewerken]

Voor het potentiëren bestaan verschillende reeksen: de D-reeks (1 op 10), de C-reeks (1 op 100), en de LM-reeks (1 op 50.000). Homeopaten nemen aan dat de lagere potenties eerder een werkingssfeer in het fysieke lichaam hebben en de hogere potenties "de psyche" raken. Als vervanging van het handmatig potentiëren is door Semen Korsakov een apparaat ontwikkeld om het verdunnen en schudden volledig automatisch te laten uitvoeren. De op deze wijze bereide middel worden geacht gelijk te zijn aan de C-reeks, maar krijgen de toevoeging K in plaats van C, bijvoorbeeld 200K.

Simplex- en complexmiddelen[bewerken]

In de klassieke homeopathie gebruikt men potenties van een enkele stof, simplexmiddelen geheten, dit in tegenstelling tot complexhomeopathie die complexmiddelen gebruikt, samengesteld uit een mengsel van potenties.[22]

Klassieke homeopaten schrijven slechts één enkel middel tegelijk voor, op basis van een groot aantal kenmerken van de patiënt, zoals de individuele kenmerken van de voornaamste klacht (het type hoofdpijn van de ene patiënt kan aanzienlijk verschillen van die van de andere), reacties op temperatuur, weerstypen, voedingsmiddelen, beweging/rust, en emotionele en mentale kenmerken. Sinds de hernieuwde impuls in de homeopathie door de Griek George Vithoulkas ziet men wereldwijd een tendens de homeopathie toe te passen door middel van de klassieke lijnen. Daarbij zijn wel een aantal scholen te onderscheiden, bijvoorbeeld volgens James Tyler Kent, Vithoulkas, Sankaran. Bij sommige stromingen worden ook wel verschillende middelen in afwisseling gegeven, maar nooit tegelijkertijd.

Klinisch werkende homeopaten schrijven meestal voor op basis van de medische diagnose met slechts enkele individuele kenmerken van de patiënt. Er wordt dus met minder individuele kenmerken rekening gehouden dan in de klassieke homeopathie gebruikelijk is, hetgeen in de ogen van de klassieke homeopaten de kans vermindert dat het homeopathische middel passend is. Deze vereenvoudigde methode komt men ook wel tegen in de zelfzorgmedicatie (drogist), waarbij mensen zelf homeopathische middelen proberen te vinden voor hun klachten. Daarbij wordt vrijwel altijd de follow-up gemist (wat is er gebeurd nadat het middel is ingenomen), omdat de verkoper van het middel daar doorgaans geen belangstelling voor heeft.

"Homeopathische" complicia uit massaproductie, die bij de drogist en apotheek zonder recept gekocht kunnen worden, zijn samengesteld uit een aantal homeopathische middelen die bij een bepaalde diagnose relatief vaker zijn aangewezen. Ze zouden vooral geschikt zijn voor eenvoudige, acute klachten, waarbij de individuele kenmerken minder belangrijk zijn.

Gebruik van homeopathische middelen[bewerken]

Homepathische remedies worden verstrekt in vaste vorm, of in een oplossing.

  • Korrels of tabletten worden eenmalig of herhaald ingenomen. De lagere potenties worden vaak herhaald, de hogere potenties zijn veelal bedoeld voor éénmalige inname. Meestal wordt geadviseerd de korrels of tabletten te laten oplossen onder de tong.
  • Oplossen in water. Het middel wordt opgelost in een kleine hoeveelheid water, waarvan daarna een gedeelte wordt ingenomen.
  • Oplossing voor herhaald gebruik. Het middel wordt opgelost in een flesje, met daarin water waaraan eventueel wat alcohol is toegevoegd. Uit dit flesje kan dan meerdere malen een kleine hoeveelheid genomen worden voor inname. Tussendoor worden al dan niet schudslagen gebruikt, of de vloeistof even doorgeroerd. Deze methode wordt ook wel 'plussing' genoemd.
  • Olfactisch, oftewel reukdosis. LM potenties worden vaak ingenomen door te ruiken aan een oplossing voor herhaald gebruik. Door variaties in herhaling, schudslagen en wijze van ruiken, wordt geacht een betere controle over de dosering te krijgen. Hahnemann liet patiënten soms ruiken aan een flesje met korrels. Deze methode wordt tegenwoordig nauwelijks meer gebruikt, en komt op velen ongeloofwaardig over.
  • Meerglasmethode. Bij patiënten die zeer gevoelig reageren op een middel, wordt soms het middel eerst opgelost in een glas water. Uit dit glas wordt vervolgens een lepeltje vloeistof genomen en vermengd met een tweede glas. Dit proces kan meerdere malen herhaald worden.

Beschouwing van ziekte en genezing[bewerken]

Klassieke homeopaten zeggen gericht te zijn op het versterken en weer in evenwicht brengen van het individu dat de ziekte heeft, in plaats van de ziekteverwekker of het pathologische proces direct te bestrijden. Men is dus gericht op het versterken van de eigen afweer door het stimuleren van het inherent zelfgenezend vermogen, de vis medicatrix naturae.

De homeopathische visie is dat men niet alleen geïnteresseerd is in de pathologie en diagnose van de ziekte maar evenzeer in de manier waarop de ziekte bij een bepaald individu tot uitdrukking komt, m.a.w. hoe de ene eczeem-patiënt verschilt van de andere. De symptomen die een patiënt heeft, zowel de symptomen die uiterlijk waarneembaar zijn als de symptomen die de patiënt voelt, zijn in zijn ogen een uiting van de ziektetoestand. Voor de homeopaat zijn in principe alle symptomen relevant. Deze worden allen bij de homeopathische diagnose betrokken, zelfs als er met de huidige diagnostische middelen geen pathologische veranderingen kunnen worden aangetoond. Hahnemann vermeldt in het Organon dat zijns inziens een patiënt pas genezen is als het algemeen welbevinden is teruggekeerd en alle symptomen, in de ruime zin die de homeopathie daarvoor in aanmerking neemt, zijn verdwenen.

Homeopathie gaat uit van drie elementaire niveaus: een fysiek (lichamelijk) niveau, een emotioneel (gevoels)niveau en een mentaal niveau. Deze drie niveaus vormen één geheel, dat wil zeggen lichaam, ziel en geest zijn één geheel, en zijn uniek voor ieder individu. Alle levende wezens worden bovendien bestuurd door de eigen levenskracht (vitalisme). Volgens de homeopathie ontstaan gezondheid en ziekte op dit energetische niveau. Wanneer de levenskracht normaal functioneert, is er gezondheid op alle niveaus. Wanneer een verstoring ontstaat in de levenskracht, heeft dit een verstoring op één of meerdere niveaus tot gevolg. Het homeopathisch middel wordt individueel gekozen op basis van overeenkomst tussen het totaal van de symptomen van de patiënt en het geneesmiddelbeeld. De verstoring wordt in deze visie hersteld als de energieprikkel van het middel gelijksoortig is aan de verstoring in de levenskracht. Hiermee verdwijnt volgens homeopaten het geheel der symptomen van de patiënt.

Volgens Hahnemann...[bewerken]

Hahnemann schrijft in zijn Organon: "mach es nach, aber mach es genau nach" (doe het na, maar doe het precies na). Terwijl de medische wetenschap zich verder ontwikkeld heeft en Hahnemann in de geschiedenisboeken heeft opgenomen, vormt het Organon tegenwoordig nog steeds de basis voor de klassieke homeopathie. Ondertussen is de homeopathische Materia Medica (geneesmiddelkennis) wel verder uitgebreid.
De volgende drie punten geven een beknopte beschrijving van enkele belangrijke principes zoals ze door Hahnemann in zijn Organon zijn beschreven.

Interactie tussen ziektes[bewerken]

Hahnemann onderzocht niet alleen de werking van stoffen op het lichaam, maar ook bestudeerde hij hoe ziektes zich in het menselijk lichaam gedragen. Hierbij viel hem op, dat er iets gebeurde wanneer er bij een patiënt zich een nieuwe, tweede ziekte voordeed. Was deze nieuwe ziekte sterker dan de eerste, dan leek de eerste tijdelijk te verdwijnen zolang de tweede actief was. Verdween de tweede ziekte, dan kwam de eerste weer terug en volgde zijn natuurlijk klachtenverloop, alsof er nooit een tweede ziekte geweest was geweest. Was de tweede ziekte echter zwakker dan de eerste, dan zou de zieke mens hierdoor niet aangetast worden. Hahnemann merkte dat in bepaalde gevallen na het doormaken van een tijdelijke tweede ziekte, aan het eind hiervan de oorspronkelijke ziekte niet meer terug kwam, ook veel later niet. De patiënt leek hiervan genezen. Deze situatie deed zich voor in die gevallen, waarin de tweede ziekte in haar symptomen leek op de eerste ziekte.

Kunstmatige geneesmiddelziekte[bewerken]

Tijdens zijn proeven met Kinabast, merkte Hahnemann dat na het innemen hiervan hij verschijnselen kreeg die leken op die van malaria. Stopte hij met innemen, dan verdwenen de malaria-achtige klachten weer. Door het innemen van Kinabast maakte hij zichzelf schijnbaar ziek. Hij kreeg geen malaria, maar wel iets wat erop leek. Hij ontwikkelde de theorie dat door het innemen van Kinabast aan de zieke persoon een kunstmatige tweede ziekte zou kunnen worden toegevoegd. Na het doormaken van deze 'kunstmatige geneesmiddelziekte' zou de patiënt daarmee ook genezen van de malaria, op basis van de interactie van gelijksoortige ziekten.

Minimale dosis[bewerken]

Uit de observaties van ziektes had hij al opgemaakt dat de tweede ziekte sterker moest zijn dan de eerste. Hahnemann had verondersteld dat door langdurige hoge doses medicamenten de patiënt kunstmatig ziek werd gehouden met een geneesmiddelziekte, waardoor het leek dat de oorspronkelijke ziekte verdwenen was, terwijl deze in werkelijkheid onderdrukt was en wachtte tot de geneesmiddelziekte verdwenen was om vervolgens door te kunnen woekeren. Hahnemann onderzocht hoe hij de dosis van de geneesmiddelziekte net sterk genoeg kon maken om sterker te zijn dan de ziekte van de patiënt, maar toch ook weer zo licht dat de patiënt nauwelijks last ondervond van de kunstmatige geneesmiddelziekte.

Opleiding en beroepsgroep[bewerken]

Homeopathie wordt in Nederland toegepast door drie beroepsgroepen:

  • Artsen
  • Niet-artsen met een erkende opleiding
  • Overigen

Artsen[bewerken]

Een arts heeft een academische studie geneeskunde gevolgd en afgerond met het artsenexamen. Een huisarts is een arts die zich verder gespecialiseerd heeft (generalisme). In Nederland maakt homeopathie geen deel uit van de academische opleiding. Specialisatie in de homeopathie en organisatie van de beroepsgroep wordt gedaan door de Artsenvereniging voor homeopathie VHAN.

Niet-artsen met een erkende opleiding[bewerken]

Voor niet-artsen zijn er diverse opleidingen op het gebied van de natuurgeneeswijzen en de homeopathie. Het kwalitatieve niveau van deze opleidingen word gecontroleerd door (o.a.) de FONG[23] (Federatie van Opleidingen in de Natuurlijke Geneeskunde). Meerdere opleidingen homeopathie zijn door de FONG beoordeeld als zijnde op HBO niveau.

Overigen[bewerken]

In Nederland mag iedereen zich homeopaat noemen, de term is geen beschermde titel. Diverse therapieën gebruiken homeopathisch remedies ter ondersteunen van hun behandeling.

Buitenland[bewerken]

De juridische status van homeopathie verschilt sterk per land.[24] Zo ook het systeem van vergoedingen door verzekeraars.

Zorgverzekering[bewerken]

In het belang van de gezondheid van patiënten en de beheersbaarheid van kosten, zijn zorgverzekeraars in toenemende mate kritisch wat betreft de kwaliteit van complementaire zorg. Zij stellen hierbij steeds hogere eisen aan opleiding, nascholing, praktijkvoering, tuchtrecht, intervisie, organisatie binnen de beroepsgroep, etc. De beoordeling hiervan wordt meer en meer overgelaten aan onafhankelijke organisaties, in plaats van eigen beoordeling. De vergoeding door zorgverzekeraars is op deze manier voor veel patiënten niet alleen een financiële overweging, maar kan ook aangemerkt worden als kwaliteitscriterium.

Begrippenlijst[bewerken]

constitutie
Constitutie is de aangeboren én verworven psychisch-geestelijke en lichamelijke gesteldheid van een mens. Deze is te herkennen aan de lichaamsbouw, psychisch/mentale grondstemming en wijze van reageren op innerlijke en uiterlijke druk.
endogeen
Ziekte die van binnenuit komt, dat wil zeggen die verbonden is met de constitutie van de patiënt. Endogene ziektebeelden komen vaak voort uit de erfelijkheid of biografie. Ze komen van binnenuit en zijn niet altijd te verklaren op basis van externe invloeden.
exogeen
Ziekte die van buitenaf komt. Een voorbeeld hiervan is een epidemische ziekte, zoals griep. Andere oorzaken kunnen zijn, een val of een ingrijpende gebeurtenis, waardoor een psychische verstoring ontstaat.
nosode
(Grieks nosos, ziekte) Een nosode is een homeopathisch middel dat wordt gemaakt van ziekteverwekkers of ziek weefsel.
Enkele bekende nosoden zijn:
  • Carcinosinum
  • Medorrhinum
  • Psorinum
  • Syphilinum
  • Tuberculinum
materia medica
Boeken waarin per homeopathisch middel een beschrijving staat van symptomen. Sommige materia medica is zeer gedetailleerd, met beschrijving van individuele bemerkingen per proefpersoon. Beschrijvende materia medica geeft een algemener beeld per middel.
repertorium
Een repertorium bevat een index, vaak ingedeeld in hoofdgroepen, met daaronder symptomen. Bijvoorbeeld: Hoofd - hoofdpijn - achter de ogen. Bij al deze symptomen worden middelen genoemd, met de mate waarin het middel volgens homeopaten succesvol voorgeschreven is in het verleden. In 1897 publiceerde J.T. Kent voor het eerst een repertorium. Sindsdien zijn meerdere repertoria gepubliceerd. Moderne repertoria zijn zo uitgebreid geworden, dat zij niet meer in hun geheel in boekvorm gepubliceerd worden, maar alleen nog digitaal.
repertoriseren
Het met behulp van een repertorium zoeken van mogelijke homeopathische middelen die kunnen worden ingezet bij de symptomen van een patiënt.
potentiëren
Het bereiden van homeopathische middelen. De bereiding begint met het bereiden van een oertinctuur of verwrijving van grondstoffen in melksuiker. Het verwreven materiaal of de oertinctuur wordt vervolgens vermengd met alcohol en meerdere malen verdund en geschud. Deze potentiëringsmethodes zijn beschreven in een homeopathische farmacopee. Het aantal verdunningsstappen komt tot uitdrukking in het getal in de potentie: “D3 / 3DH / 3X” betekent driemaal een decimale verdunningstap (1 op 10); “C8 / 8CH” betekent achtmaal achtereenvolgens verdunnen in een centesimale stap van 1 op 100). In de homeopathie spreekt men van “potentiëring” omdat volgens homeopathisch gebruik tussen elke verdunningsstap, de oplossing wordt geschud. Een vierde verdunningsmethode is de Korsakoff-methode (K).[25]

Registratie van homeopathische middelen[bewerken]

Homeopathische middelen hebben een uitzonderingspositie in vergelijking tot medicijnen. Medicijnen worden toegelaten indien zowel de werking als de veiligheid wetenschappelijk bewezen is. Homeopathische middelen die verder dan 1:10.000 verdund zijn (D4) worden toegelaten als aangetoond is dat hun veiligheid en kwaliteit gewaarborgd zijn en dat ze gemaakt zijn op basis van stoffen die staan vermeld in de Europese farmacopee dan wel de Duitse of de Franse farmacopee (Homöopathisches Arzneibuch resp. Farmacopée française). De werkzaamheid hoeft bij deze groep homeopathische preparaten dus niet te worden aangetoond. Op het etiket van deze homeopathische middelen moet wel verplicht worden vermeld dat "de werkzaamheid door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen niet met wetenschappelijke criteria is beoordeeld".

Homeopathische middelen worden geproduceerd volgens een specifieke homeopathische bereidingswijze die beschreven wordt in een officiële Farmacopee, zoals de Europese, Duitse en Franse. Alle lidstaten van de Europese Unie zijn verplicht homeopathische middelen te registreren volgens Richtlijn 2001/82/EC (voor gebruik bij dieren) en Richtlijn 2001/83/EC (voor gebruik bij mensen).

Controverse rond homeopathie[bewerken]

Kritiek op homeopathie is onder te verdelen in twee gebieden: op de theorie en op het bewijs (of gebrek daaraan) van de werkzaamheid in de praktijk.

Homeopathie is een bouwwerk van ten minste twee componenten, het similiabeginsel en de leer met betrekking tot verdunningen, die in het licht van de huidige stand van de wetenschap de nodige vragen oproepen. Hoe kan een middel dat bepaalde symptomen oproept een ziekte bestrijden die ongeveer dezelfde symptomen oproept? En waarom zou een extreem verdund middel beter werken dan een veel minder verdund middel?[26][1]

Naast de homeopathische theorie is ook de praktijk onderwerp van onderzoek: werkt homeopathie eigenlijk wel, dat wil zeggen beter dan een fopmiddel (placebo)? Naast acupunctuur staat homeopathie zelfs op nummer twee van gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek van "complementaire behandelvormen".[27] Uit onafhankelijke onderzoeken blijkt dat homeopathie niet werkt[28][29][30][31][32][1]

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) onderschreef in 2009 dat er geen hard bewijs is dat homeopathische middelen effectief zijn bij bestrijding van een aantal ziektes die mensen in ontwikkelingslanden vaak oplopen. Met name gebruik van homeopathische middelen tegen tuberculose, diarree bij kinderen, griep, malaria en HIV. [33][34][35]

Verdunning[bewerken]

Bij het herhaald verdunnen van een grondstof, blijven er gaandeweg steeds minder moleculen van deze grondstof over in de oplossing. Bij een zekere mate van verdunning is er nog hooguit één molecuul in oplossing. Bij ongeveer 12C (24D) wordt deze grens van Avogadro bereikt. Verder verdunnen betekent dat de kans zeer groot is dat ook dat laatste molecuul verloren gaat. De kans om een molecuul aan te treffen in een 15C oplossing is één op een miljoen. Bij elke verdere C verdunning wordt die kans nog eens 100 keer zo klein. Veel homeopathische bereidingen, zoals bijvoorbeeld Hahnemann’s favoriet 30C, zijn voorbeelden van verdunningen waarbij er niets meer is overgebleven van de oorspronkelijke grondstof.

In werkelijkheid is er van de oorpronkelijke grondstof al in een veel vroeger stadium niets meer terug te vinden, omdat de grondstof niet uit gelijksoortige moleculen bestaat. Wanneer als grondstof verwreven Paardenbloem gebruikt wordt, zal al vrij snel de verdunde stof niet meer alle delen bevatten die hem als Paardenbloem zouden kunnen karakteriseren.

Daarbij komt dat het niet mogelijk is het oplosmiddel absoluut vrij van verontreinigingen te maken. Zelfs in zo zuiver mogelijke alcohol zitten nog steeds heel veel moleculen verontreiniging, We treffen dan ook na voortgezet verdunnen in de oplossing meer moleculen verontreiniging aan, dan moleculen van de grondstof.

Ook is de techniek die gebruikt wordt om een bepaalde verdunning te bereiken van invloed op het resultaat, met name als de te verdunnen stof niet uniform over de inhoud van de oplossing verdeeld is, zoals bijvoorbeeld bij oppervlakte-actieve stoffen. In dat geval zal een methode die een deel uit het midden van de oplossing neemt (om verder te bewerken) tot een lagere concentratie leiden dan een methode die voorschrijft iets van de oppervlakte te scheppen of het vat leeg te gieten op een verder te verdunnen deel na.

Bovenstaande leidt tot twee belangrijk verschillende standpunten:

  • Vanuit een materialistisch perspectief, bevat een medicijn een werkzame stof die inwerkt op het menselijk lichaam. Aangezien homeopathische remedies door de vergaande verdunning geen enkel deel van de grondstof meer bevatten, kunnen zij dus geen effect uitoefenen op het menselijk lichaam. Dit leidt tot veel gebruikte uitspraken als: “homeopathie kan niet werken, want er zit niets in”.
  • Vanuit een homeopathisch perspectief zou door het herhaald verdunnen en schudden de grondstof worden omgezet in een energetisch (dynamisch) middel, wat bij inname zou inwerken op het energetisch (dynamisch) lichaam van de mens. Dat hierbij geen moleculen van de grondstof meer in het middel aanwezig zijn, wordt als niet belangrijk gezien.

Onderzoek naar de werking[bewerken]

  • De homeopathie verkrijgt haar kennis over de werking van middelen uit drie bronnen:
  1. Provings. Gezonde vrijwilligers nemen een middel in (ruw of gepotentieerd). Alle veranderingen die door de vrijwilliger of door de coördinator worden bemerkt, worden opgeschreven, en later vergeleken met die van anderen.
  2. Vergiftigingsverschijnselen.
  3. Genezingen. Wanneer bepaalde symptomen na toediening van een middel verdwijnen, is dit mogelijk een gevolg van het middel.
  • Bij dubbelblinde onderzoeken blijkt de werking van homeopathische middelen niet te verschillen van die van een placebo.
  • De manier waarop de werkzaamheid van homeopathische middelen door homeopaten wordt aangetoond is statistisch onverantwoord: het "prooven" (testen) van stoffen om zo hun symptomen te bepalen wordt gedaan met groepen van 1(!) tot 8 personen, en hieruit worden voor honderden stoffen duizenden symptomen gedistilleerd. De validatie van zoveel symptomen als algemeen geldend uit een zo kleine testgroep vraagt om verdere testen van duizenden, zo niet tienduizenden personen, hetgeen niet gedaan wordt. Uit testen met dergelijke kleine groepen vallen gewoonweg geen zinnige conclusies te trekken. Het trekken van algemeen geldende conclusies uit dergelijke kleine testgroepen is ook ernstig in tegenspraak met de claim van homeopathie dat ze empirische wetenschap is.

Aanhangers van de homeopathie trekken de resultaten van dubbelblinde en andere objectief wetenschappelijke onderzoeksmethoden in twijfel omdat dit soort onderzoek in de homeopathie niet mogelijk zou zijn; de klassiek homeopathische behandelmethode behandelt volgens zeggen niet het symptoom, maar de patiënt als geheel (holistisch) waarbij het middel specifiek op een patiënt afgestemd moet worden. Vaak worden homeopathische middelen echter helemaal niet op de persoon afgestemd maar alleen op de symptomen, zoals bij de klinische homeopathie. Een dubbelblind onderzoek van een bepaald homeopathisch middel is dan wel mogelijk. Een andere mogelijkheid is een groep patiënten die aan een bepaalde aandoening lijdt elk een op de individuele patiënt afgestemd middel te laten voorschrijven, maar daarna de helft van de middelen te vervangen door een (andere) placebo. In dat geval wordt niet een bepaald homeopathisch middel getest, maar de homeopathische behandeling van een bepaald ziektebeeld.

Tegenstanders van homeopathie zeggen dat positieve effecten, voor zover aanwezig, niet op het voorgeschreven middel zelf berusten maar op een of meer van de volgende mechanismen/omstandigheden:

  • Het placebo-effect van het voorgeschreven middel wordt versterkt door de verzorgde etikettering, de bemoedigende bijsluiter (het aureool van medicatie) en de voldoende hoge prijs.
  • Ook de aandacht van de therapeut voor de patiënt kan op zichzelf een (tijdelijk) positief effect geven (zie stress) tegen allerlei psychosomatische aandoeningen (cfr. ook het effect van de geruststelling door artsen);
  • Het veelal gebruikte oplosmiddel ethanol heeft een farmacologisch effect: het is dezelfde alcohol als in drank te vinden is. Derhalve wordt verstrekking van homeopathische middelen aan zuigelingen afgeraden. Iets dergelijks geldt voor zalven: de vette substantie zelf gaat uitdroging en irritatie door omgevingsinvloeden tegen en bevordert vanwege warmte-isolatie de doorbloeding; Sommige homeopaten behandelen een zuigeling door toediening van de remedie aan de (zogende) moeder.
  • Veel kwalen fluctueren (allergie bijvoorbeeld) of genezen onbehandeld vanzelf. Als men in zo'n geval een onwerkzaam middel inneemt kan het beeld ontstaan dat de genezing te danken is aan het middel (oorzaak-gevolgverwarring). Statistisch gezien is de kans op dit misverstand groot: gemiddeld grijpt men halverwege het ziekteverloop naar de medicijnkast, zodat de tweede helft van het ziekteverloop, de genezing, samenvalt met het medicijngebruik. Opvallend in dit verband is dat de bijsluiters van homeopathische medicijnen vermelden dat de klachten eerst nog kunnen verergeren: daarmee wordt de kans dat de spontane genezing aan het homeopathische middel wordt toegeschreven zelfs nog groter.
  • Homeopathische middelen worden vaak gemengd met, of verkocht onder het mom van, geneesmiddelen of kruiden die wèl werkzaam zijn. Het gaat dan strikt genomen niet meer om homeopathie.

Voorstanders merken op dat ondanks de vele twijfels homeopathie na ruim 200 jaar nog steeds bestaat. Tegenstanders reageren dat het veelzeggend is dat homeopathie na 200 jaar nog steeds geen bewijs van werking geleverd heeft. Tevredenheidsargumenten hebben volgens hen evenmin kracht van bewijs en zijn steeds selectief aangevoerd door homeopaten zelf.

Homeopathie voor dieren[bewerken]

Ook over de werkzaamheid van homeopathie bij dieren is discussie door het uitblijven van bewijs. Dieren vertonen in wetenschappelijke studies wel een placebo-effect, maar dit verschilt wel met mensen: dieren worden immers niet verondersteld zich te realiseren welk effect beoogd wordt met een bepaalde behandeling. De evaluatie van de behandeling vindt echter wel plaats door mensen, die door diverse psychologische effecten (zie hierboven) misleid kunnen worden. Ook worden homeopathische behandelingen bij dieren veelal toegepast bij aandoeningen die niet of moeilijk objectief te beoordelen zijn, zoals zenuwachtigheid, een teveel aan libido etc.

De rol van de ziekenfondsen[bewerken]

Een groot aantal Nederlandse ziektekostenverzekeraars vergoedt homeopathische behandelingen[36][37][38] in hun aanvullende pakket. Dit stuit op kritiek van tegenstanders van de homeopathie. In januari 2004 laaide in België een felle mediadiscussie op over de terugbetaling van alternatieve geneeswijzen nadat aan de Universiteit Gent dertig sceptici een 'zelfmoordstunt' uithaalden met een overdosis homeopathisch verdund slangengif, belladonna, en arseen. Doel van deze actie was aan te tonen dat er in homeopathie geen werkzame stoffen zitten. Tevens werden de ziekenfondsen aangeklaagd omdat die zich als commerciële instanties boven de wet stellen door onbewezen behandelingen terug te betalen. De kritiek luidt dat het criterium voor deze terugbetaling enkel "bewezen werkzaamheid" kan zijn en niet de willekeurige "tevredenheid van de klant". Met de terugbetaling wordt volgens critici het verkeerde signaal gegeven aan de bevolking, die uit de terugbetaling afleidt dat het om werkzame geneesmiddelen gaat.[39] Ook de Académie nationale de médecine, de hoogste medische autoriteit in Frankrijk (overigens ook het land met de grootste productie van homeopathische middelen ter wereld), protesteerde in 2004 heftig tegen de vergoeding van een onbewezen behandelwijze door de ziektekostenverzekering.[40]

Fraudegevallen[bewerken]

  • In 1988 beweerde een Franse wetenschapper Jacques Benveniste van het prestigieuze INSERM-instituut dat hij had vastgesteld dat hoge verdunningen van stoffen in water een geheugeneffect in dat water vertoonden. Daarmee had hij een grond voor de werkzaamheid van homeopathie verschaft. Zijn resultaat werd in Nature gepubliceerd, echter onder de vermelding dat deze uitkomsten onwaarschijnlijk waren. Daaropvolgende onderzoeken, waaronder die van James Randi, toonden aan dat het onderzoek niet correct was uitgevoerd. Dit schandaal leidde tot het ontslag van de wetenschapper Benveniste.
  • Het Leipziger homeopathie-onderzoek uit 2003, dat zogenaamd een empirisch bewijs van het effect van zwaar gepotentieerde homeopathische oplossingen geleverd had, werd eind 2005 weer ingetrokken. De Hans-Heinrich-Reckeweg-prijs, die de onderzoekers (apotheker Franziska Schmidt en de farmacologen prof. dr. Karen Nieber en prof. dr. Wolfgang Süß) toegekend was, werd teruggegeven. De chemicus dr. Klaus Keck, de wiskundige prof. Gerhard Bruhn en de geofysicus prof. Erhard Wielandt hadden publiekelijk kritiek geuit op het feit dat de resultaten van het onderzoek niet op objectieve metingen berustten maar op vooroordelen en systematische meetfouten.

Baat het niet, dan schaadt het niet?[bewerken]

Wegens de diepe overtuiging dat homeopathie werkt, bestaat het gevaar dat het geloof de bovenhand haalt en dat daardoor de kritische reflex bij de behandelaar vervaagt. De kans is dan reëel dat een patiënt voor een bepaalde aandoening verkeerd, te laat of helemaal niet behandeld wordt. Dit betreft de vraag naar de correctheid van de medische diagnose en prognose, los van de vraag of de behandelaar te goeder of te kwader trouw is.

Ook als de patiënt zelf in de werkzaamheid van een al of niet werkend middel gelooft, bestaat de mogelijkheid dat deze patient de kans op genezing dank zij reguliere medische zorg aan zich voorbij laat gaan. Dit kan bijvoorbeeld door een negatieve of afwijzende houding ten aanzien van de reguliere geneeskunde. Correcte en volledige informatie is daarom niet enkel een patiëntenrecht, maar eveneens noodzakelijk voor een correcte beeldvorming van het ziekteproces.

Vele homeopaten (en patiënten) zullen bij serieuze aandoening de medische behandeling echter niet laten vallen, maar het feit dat men het homeopathische middel toch blijft aanprijzen suggereert heilzaamheid van het gebruikte middel. Het punt op het continuüm van aandoeningen, waar de homeopaat een geloofsprong maakt, blijft echter een heikele subjectieve kwestie. Sommige homeopaten zijn immers overtuigd dat hun middelen heilzaam zijn tegen ernstige aandoeningen zoals kanker, en in extremere gevallen ook tegen SARS en Aids. Het moet worden gezegd dat homeopathische kernorganisaties zich hiervan nooit collectief en formeel hebben gedistantieerd.

Veel leken gebruiken homeopathische middelen voor zelfzorg. Homeopaten adviseren om een middel niet langere tijd achtereen te gebruiken zonder te overleggen met huisarts of homeopaat. "Baadt het niet, dan schaadt het niet" geldt namelijk niet volgens de theorie van de homeopathie. Door een bepaald middel langere tijd te gebruiken, zou volgens deze theorie de gebruiker namelijk precies die klachten gaan vertonen, waartegen het middel wordt ingenomen.

Pseudowetenschap en kwakzalverij[bewerken]

Doordat homeopathie geen basis heeft in de wetenschap wordt het beschouwd als pseudowetenschap.[26] Door sommige sceptici wordt homeopathie ook beschouwd als kwakzalverij.[41] De behandelwijze is bijvoorbeeld volgens de Vereniging tegen de Kwakzalverij en Skepsis intrinsiek kwakzalverij en pseudowetenschappelijk, aangezien onbewezen behandelingen als medicinaal werkzaam worden voorgesteld. Dit ook omdat in de medische wetenschap geaccepteerde methoden om de werkzaamheid van therapieën en medicijnen te toetsen niet worden aanvaard door de homeopathie. Bekende wetenschappers als Daniel Dennett en Richard Dawkins (in de documentaire The Enemies of Reason) proberen geregeld het grote publiek te bereiken met argumenten waarom homeopathie onzin is.

Wereldgezondheidsorganisatie[bewerken]

De Wereldgezondheidsorganisatie waarschuwde in 2009 dat de promotie en het gebruik van homeopathische middelen levensbedreigend is voor mensen in ontwikkelingslanden. Met name gebruik van homeopathische middelen tegen tuberculose, diarree bij kinderen, griep, malaria en HIV. [42] [43]

Wetenschappelijk onderzoek[bewerken]

Homeopathie wordt door de wetenschap niet als geneeswijze erkend.

Sinds mei 1997[44] geldt in de Europese Unie[45] het COST B4-rapport waarin staat dat eerst een ondubbelzinnig bewijs van medicinale werkzaamheid dient te worden aangetoond.[46] Om onjuiste conclusies op basis van placebowerking, autosuggestie en misverstanden te voorkomen, is dan ook gedegen (en soms langdurig) onderzoek nodig om oorzaak en effect van een behandeling vast te stellen. Dat geldt zowel voor medische als voor alternatieve behandelingen. Over de vraag wanneer er voldoende onderzoek is geweest om te besluiten dat verder onderzoek zinloos is wordt duidelijk verschillend gedacht tussen voor- en tegenstanders.

Al in 1835 bleek uit een dubbelblind onderzoek dat een homeopathische zoutoplossing geen effect had.[47]

Fritz Donner, een Duits homeopaat, deed van 1936 tot 1939 onderzoek naar de effectiviteit van homeopathie en kwam tot het inzicht dat het niet effectiever was dan de werking van een placebo.[48]

Sindsdien zijn verschillende goed en slecht opgezette onderzoeken uitgevoerd naar het effect van homeopathie.

Recent uitgevoerde meta-onderzoeken in gezaghebbende medische tijdschriften:

  • British Medical Journal 1991: Onderzoekers J. Kleijnen, P. Knipschild en G. ter Riet komen in 1991 tot de conclusie dat bewijs voor de werkzaamheid van homeopathie onvoldoende positief is om daaruit beslissende conclusies te kunnen trekken.[49]
  • The Lancet 1997: In een meta-analyse komen onderzoekers K. Linde e.a. tot de vaststelling dat deze studies onvoldoende bewijs opleveren dat homeopathie effectief is voor om het even welke aandoening.[50]
  • Journal of Clinical Epidemiology: Aanvullend onderzoek van Linde e.a. leidt in 1999 tot de conclusie dat de kwaliteit van dubbelblind onderzoek negatief uitwerkt op de score voor homeopathie.[51]
  • British Journal of Clinical Pharmacology 2002: Onderzoeker Edzard Ernst (zelf ook opgeleid tot homeopaat) komt tot de conclusie dat een willekeurig homeopathisch middel niet beter werkt dan een placebo.[52]
  • The Lancet 2005: In augustus 2005 publiceert het gezaghebbende tijdschrift The Lancet een artikel waarin Britse en Zwitserse wetenschappen opnieuw 110 "randomized placebo controlled" onderzoeken naar de effectiviteit van homeopathische middelen en therapieën bekeken. Zij vonden geen bewijs dat deze behandelingen en middelen beter werken dan een placebo.[53]

Reacties[bewerken]

Homeopathische organisaties reageerden negatief na deze publicatie in The Lancet. De Artsenvereniging voor homeopathie VHAN legde de conclusie van de Lancet uit 2005 naast zich neer. Ze vindt dat de redactie van de Lancet zich baseert op een discutabel onderzoek. Ook anderen hebben kritiek geuit op de conclusies van de Lancet, zoals epidemioloog Klaus Linde van de universiteit München.[54] Het onderzoek was volgens hem niet wetenschappelijk verifieerbaar en tegenstrijdig met de homeopathische methodiek. De homeopathische methodiek vereist dat een homeopathische behandelaar niet bij een bepaalde kwaal, maar bij een bepaald individu een medicijn voorschrijft, en dat kan een ander medicijn zijn dan dat waarvan een onderzoek moet vaststellen of het werkzaam is. Ten tweede houdt de homeopathie rekening met een periode na aanvang van de behandeling waarin de klachten verergeren in plaats van verbeteren, een periode die bovendien afhankelijk zou zijn van de tijd dat de patiënt reeds ziek is. Als met deze eisen rekening gehouden wordt, betekent dit dat een homeopathisch behandelaar de proefpersonen uitzoekt op basis van de kans dat die zullen genezen bij het behandelen met het onderzochte middel, terwijl hij tevens per proefpersoon mag vaststellen hoe lang moet worden gewacht voor het vaststellen van het effect. Hiermee voldoet het onderzoek echter niet meer aan de wetenschappelijke vereisten van randomisatie en objectiviteit.

Prof. Willem Betz (VUB) is het niet eens met de reactie van de VHAN, volgens hem handelen de meeste homeopaten volgens de klinische of volgens de complexe homeopathie. Dat wil zeggen, er wordt een bepaald middel of een standaardformule gebruikt voor een bepaalde klacht of ziekte. De werkzaamheid van deze behandelmethode is volgens hem wel degelijk te testen met dubbelblinde proeven. De resultaten zijn echter niet overtuigend.

Wegens het uitblijven van bewijs van werkzaamheid heeft de Britse National Health Service in het najaar van 2007 de beslissing genomen te stoppen met alle financiering van alternatieve geneeskunde, waaronder homeopathie. Het National Center for Complementary and Alternative Medicine (NCCAM) kreeg de afgelopen tien jaar een bedrag van 1 miljard dollar ter beschikking gesteld om de werking van homeopathie aan te tonen. Ondanks deze financiële middelen slaagde het NCCAM daar niet in.[55]

Wetenswaardigheden[bewerken]

  • Wie onder (dubbelblinde) testomstandigheden -waar beide partijen mee akkoord gaan- een homeopathische remedie en het oplosmiddel van deze remedie (over het algemeen water) van elkaar kan onderscheiden, op welke wijze dan ook, kan aanspraak maken op een prijs van een miljoen dollar, uitgeloofd door de James Randi Educational Foundation.

Literatuur[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c Shang A, e.a. Are the clinical effects of homoeopathy placebo effects? Comparative study of placebo-controlled trials of homoeopathy and allopathy. Lancet 2005; 366: 726–32
  2. Fytotherapie versus homeopathie
  3. Organon der geneeskunde § 22, Samuel Hahnemann
  4. 1811. Materia Medica Pura. Dresden. Arnold. 6 vols. Vol. 1 1811; vol. 2, 1816; vol. 3, 1817; vol. 4, 1818 ; vol. 5, 1819 ; vol. 6, 1821. 2d edition. Vol. 1, 1822 ; vol. 2, 1824 ; vol. 3, 1825 ; vol. 4, 1825 ; vol. 5, 1826 ; vol. 6, 1827.
  5. The Encyclopedia of pure Materia Medica, T.F. Allen M.D.
  6. "Paracelsus (German-Swiss physician)", Britannica Online Encyclopedia, Encyclopædia Britannica
  7. C.F.S. Hahnemann, "Investigations of a new principle for finding the healing powers of pharmacological substances, besides some new views on those hitherto used", Journal der practischen Arzneykunde und Wundarzneykunst, 1796
  8. Th.L. Bradford, "Life and Letters of Hahnemann", Philadelphia, USA, 1895
  9. Allopathie is ook kwakzalverij, Negentiende-eeuws scheldwoord voor achttiende-eeuwse uitwassen, Jan Willem Nienhuys, Vereniging tegen de kwakzalverij, 10 jul 2009
  10. Samuel Hannemann, Jan Hoes, Homeopathie.net
  11. Hippocrates was geen homeopaat, Jan Willem Nienhuys, september 2007
  12. Hahnemann's First Provings, by Peter Morrell
  13. Organon of Medicine, § 269 (6e editie): Hahnemann dacht dat het overbrengen van de 'essentie' van het uitgangsmateriaal op het oplosmiddel door middel van schudden op dezelfde manier zou werken als het overbrengen van magnetisme op ijzer door het metaal langs een magneet te bewegen.
  14. Organon of Medicine at a Glance, A.C. Gupta, Delhi, p. 6
  15. The Chronic Diseases - Their peculiar nature and their homoeopathic cure, Dr. Satheesh Kumar, similia.com
  16. Hahnemann, his life and times, Dr Trevor M. Cook, 1981
  17. Homöopathie in Dresden und Sachsen
  18. Homöopathische Krankenhäuser in Deutschland von 1833 bis zur Gegenwart, Homöopathie in der Klinik, Thomas Faltin
  19. Biographical information on Constantine HERING
  20. Honigberger, Doctor John Martin, The Sikh Encyclopedia, 31 October 2009
  21. Database on Homeopathic System of Medicines in India, Introduction, 2006
  22. Definition Complex homeopathy
  23. Federatie van Opleidingen in de Natuurlijke Geneeswijzen
  24. European Committee for Homeopathy
  25. General Count Iseman von Korsakoff
  26. a b Homeopathy at UK-Skeptics
  27. IOCOB,Homeopathie, complementaire behandelvormen
  28. Kleijnen J, Knipschild P, ter Riet G. Clinical trials of homoeopathy. BMJ 1991; 302: 316–23.
  29. Boissel JP, Cucherat M, Haugh M, Gauthier E. Critical literature review on the effectiveness of homoeopathy: overview of data from homoeopathic medicine trials. Brussels, Belgium: Homoeopathic Medicine Research Group. Report to the European Commission. 1996: 195–210.
  30. Linde K, Melchart D. Randomized controlled trials of individualized homeopathy: a state-of-the-art review. J Alter Complement Med 1998; 4: 371–88.
  31. Linde K, Scholz M, Ramirez G, Clausius N. Impact of study quality on outcome in placebo-controlled trials of homeopathy. J Clin Epidemiol 1999; 52: 631–36.
  32. Cucherat M, Haugh MC, Gooch M, Boissel JP. Evidence of clinical effi cacy of homeopathy: a meta-analysis of clinical trials. Eur J Clin Pharmacol 2000; 56: 27–33.
  33. (en) Citaten van meerdere wetenschappers wanneer gevraagd om een reactie over het gebruik van wetenschappelijk onbewezen medicijnen.
  34. (en) WHO waarschuwt tegen gebruik (BBC News).
  35. (nl) WHO fel tegen gebruik homeopathische medicijnen (Trouw).
  36. SRBAG | Overzicht zorgverzekeraarspolis
  37. http://www.homeo.nl/vergoedingsregeling_verzekeraars_met_NVKH_2005.pdf
  38. Vergoedingen Zorgverzekeraars
  39. SKEPP in debat met de ziekenfondsen
  40. Franse academie tegen homeopathie
  41. NCAHF Position Paper on Homeopathy National Council Against Health Fraud
  42. (en) WHO waarschuwt tegen gebruik (BBC).
  43. (nl) WHO waarschuwt tegen gebruik (Trouw).
  44. Uitspraak EU
  45. DE EUROPESE UNIE, homeopathie en andere niet-conventionele geneesmiddelen
  46. Europese Commissie, COST B4, "Final report of the management committee by the project on unconventional medicine", 1998
  47. Stolberg M. (2006) "Inventing the randomized double-blind trial: The Nuremberg salt test of 1835." The James Lind Library (www.jameslindlibrary.org). Accessed Friday 12 May 2006.
  48. Nienhuys, Jan Willem (2010) "Het totale fiasco van de homeopathie, het rapport van Fritz Donner" Vereniging tegen de kwakzalverij. Url bezocht op 27 november 2012.
  49. Kleinen, J e.a. (1991) "Clinical trials of homoeopathy." British Medical Journal 1991 Feb 9;302(6772):316-23.
  50. Linde, K. (1997) "Are the clinical effects of homoeopathy placebo effects? A meta-analysis of placebo-controlled trials" Lancet 1997; 350: 834–43 (URL bezocht op 18-10-2006)
  51. Linde, K e.a. (1999) "Impact of study quality on outcome in placebo-controlled trials of homeopathy." Journal of Clinical Epidemiology 1999 Jul;52(7):631-6.
  52. Ernst, E (2002) "A systematic review of systematic reviews of homeopathy", British Journal of Clinical Pharmacology 2002 54:6 577
  53. Aijing Sjang e.a. (2005) "Are the clinical effects of homoeopathy placebo effects? Comparative study of placebo-controlled trials of homoeopathy and allopathy" Lancet 2005; 366: 726–32 (URL bezocht op 18-10-2006)
  54. Linde K., Jonas W.B., Letter to the Editor,The Lancet, 2005; 366:2081-2081
  55. Colquhoun, prof. David (2007) "Letters: What to do about CAM?" BMJ 2007;335:736 (13 October). URL bezocht op 1 februari, 2010, 150 eerste woorden gratis, volledig artikel tegen betaling