Homeopathie
| Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht. Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts. |
Homeopathie (Oud Grieks: ὅμοιος, homoios, gelijksoortig en πάθος, pathos, lijden of ziekte) is een alternatieve geneeswijze gebaseerd op de ideeën van Samuel Hahnemann (1755 – 1843). De homeopathische behandeling bestaat in het voorschrijven van homeopathica, extreme verdunningen van stoffen die dezelfde symptomen als de te bestrijden ziekte zouden oproepen.
De homeopathische leer wordt niet ondersteund door wetenschappelijk bewijs; het gelijksoortigheidsbeginsel is in het algemeen onjuist en extreme verdunning maakt elk middel onwerkzaam.[1] Homeopaten beroepen zich echter op de theorie dat bij het zogenaamde "potentiëren" de werking van de grondstof op het oplosmiddel zou overgaan. Homeopathie wordt daarom tot de pseudowetenschappen gerekend. Effecten als gevolg van een homeopathische behandeling worden wel aan het placebo-effect toegeschreven.[2]
Inhoud |
[bewerken] Scholen
- Klassieke homeopathen werken nog geheel volgens de leer van Hahnemann: ze noteren precies alle symptomen, inclusief verschijnselen die door regulier werkende artsen irrelevant worden geacht. Vervolgens wordt in verdunning een middel toegediend, waarvan men gelooft dat dit onverdund diezelfde verschijnselen zou geven. Bijvoorbeeld: een kind dat koorts heeft, met rode wangen krijgt belladonna (Wolfskers).
- Klinische homeopathie: dit is het toedienen van mengsels van homeopathische middelen, die kant en klaar door de farmaceutische industrie worden verkocht, bijvoorbeeld Nisylen van de firma VSM.
- Antroposofie: deze door Rudolf Steiner gestichtte stroming heeft een eigen behandelwijze ontwikkeld, waarin onder meer homeopathische middelen een rol spelen.
- De benaming "homeopathie" wordt soms ten onrechte gebruikt voor middelen die niet volgens de principes van Hahnemann zijn bereid, namelijk plantaardige middelen die vallen onder de noemer fytotherapie.[3] De verwarring wordt er niet minder op door commerciële firma's als A Vogel en VSM, die beide combinaties op de markt brengen van plantenextracten en homeopathische middelen.
[bewerken] Principe
Homeopathische middelen worden bereid op basis van een extract van minerale, plantaardige of dierlijke oorsprong, dat bij toediening in pure vorm geacht wordt symptomen te geven die lijken op die van de te bestrijden ziekte. Op basis van deze gelijkheid aan symptomen (gelijksoortigheidsbeginsel) wordt het middel geacht een effectieve geneeswijze te zijn.[4] De grondstof of oertinctuur wordt in een aantal stappen verdund en geschud, het zogenaamde "potentiëren". Om op een commerciële manier homeopathische middelen te kunnen produceren geschiedt dit potentiëren bij een firma als VSM door het middel met krachtige machines in het oplosmiddel te spuiten. Het extreem verdunde eindproduct wordt geacht zonder bijwerkingen de ziektesymptomen te doen verdwijnen. De Materia Medica Pura, waar Hahnemann in 1811[5] een begin mee maakte en die sindsdien[6] werd uitgebreid, vormt de basis van de homeopathie. Zowel verdunde als onverdunde middelen worden hierin opgenomen.
[bewerken] Geschiedenis
In de 16e eeuw verklaarde de pionier van de chemische geneeskunde, Paracelsus, dat kleine doses van 'wat de mens ziek maakt, de mens ook geneest' en hiermee liep hij vooruit op de homeopathie,[7] maar het was de Duitse arts en chemicus Samuel Hahnemann (1755-1843)[8][9] die het een naam gaf en haar principes vastlegde.
Hahnemann werd mede gemotiveerd door de bedroevende staat van de medische hulp in zijn tijd, waarin bijvoorbeeld aderlaten nog een grote plaats innam. Hij noemde deze praktijken minachtend allopathie.[10] In 1789 was hij bezig met het vertalen van het boek "A Treatise on Materia Medica" door William Cullen[11] en besloot een en ander te controleren. Door persoonlijke ervaring met het malariageneesmiddel kina (1790) werd Hahnemann op de gedachte gebracht dat een middel dat bij een gezonde persoon koortsaanvallen veroorzaakt - Hahnemann dacht dat dat bij hem het geval was - kan worden ingezet om een ziekte die koortsaanvallen als symptoom heeft te bestrijden. In 1796 publiceerde Hahnemann zijn bekende similiaregel. Deze zegt dat een ziekte kan worden genezen door een middel voor te schrijven dat dezelfde symptomen veroorzaakt: similia similibus curentur, "het gelijkende wordt door het gelijkende genezen". Hahnemann meende zelfs - ten onrechte - dat hij daarin voortborduurde op de ideeën van Hippocrates.[12]
Na zijn eerste experiment zette Hahnemann familie en vrienden in om de effecten van allerlei bestaande middelen op gezonde proefpersonen in kaart te brengen.[13] Bijzonder aan zijn benadering was, naast een zo uitgebreid mogelijke opsomming van alle symptomen, het uitproberen van steeds één enkel middel in een matige dosis. In de Fragmenta (1805) publiceerde Hahnemann de testresultaten (provings) van 27 van deze middelen. Hahnemann legde zo een geheel onafhankelijke basis voor zijn nieuwe 'geneeswijze', de homeopathie.
Hahnemann ging bij het bereiden van zijn medicijnen behoedzaam te werk: de giftige stoffen die hij als uitgangsmateriaal koos verdunde hij eerst verregaand alvorens ze op zijn patiënten toe te passen. Door de verdunning namen de gevaarlijke effecten van het uitgangsmateriaal natuurlijk af. Hahnemann gebruikte zelf bij voorkeur C30, een verdunning van 1 op 1-met-60-nullen waarbij er eigenlijk niets meer van de uitgangsstof overblijft. Het resultaat was dan wel veilig, maar ook onwerkzaam. Hahnemann meende echter door het schudden de essentie van het uitgangsmateriaal op het oplosmiddel over te brengen.[14] Meer schudbewegingen betekenden volgens hem een grotere versterking, "potentiëring". Zijn ideeën legde hij vast in de Organon der geneeskunst, waarvan de eerste druk uitkwam in 1805 en de laatste (zesde) in 1842. In de vierde editie (1829) valt voor het eerst[15] te lezen over "chronische miasma's" als de oorzaak van chronische ziekten. Hahnemann vond drie verschillende miasma's, namelijk Psora, Sycosis en Syphilis, die aan het licht zouden komen door verschillende soorten huiduitslag. In de eerste twee delen van Chronische ziekten[16] (gepubliceerd in 1828) behandelt Hahnemann de theorie van miasma's en beschrijft (in de eerste editie) 23 "antipsorische medicijnen".
Hahnemann verbreidde zijn ideeën onder meer door een aantal studenten, tevens proefpersonen. Bekende namen zijn Gustav Gross, Johann Stapf en Franz Hartmann.[17] In 1832 kwam de "Allgemeine Homöopathische Zeitung" voor het eerst uit, een krant die functioneerde als een intern discussieplatform voor homeopaten.[18] In 1833 werd in Leipzig het eerste homeopathische ziekenhuis geopend.[19] Eveneens in 1833[20] vestigde de uit Leipzig afkomstige homeopaat Constantin Hering zich in Philadelphia en ontwikkelde zich daar tot de "vader van de Amerikaanse homeopathie". Aanvullend op de leer van Hahnemann stelde hij dat het genezingsproces van belangrijke naar minder belangrijke plaatsen in het lichaam verloopt, terwijl de genezing zichtbaar wordt in de omgekeerde volgorde als waarin de symptomen verschenen. Deze hypothesen staan nu bekend als de "wetten van Hering".
John Martin Honigberger, een Roemeense arts die twintig jaar in Lahore had gewerkt, ontmoette Hahnemann in Parijs en nam de homeopathie in 1838 mee terug naar India.[21] Een zekere Samuel Brooking vestigde het eerste homeopathische ziekenhuis in Tanjore in 1847.
Aan het eind van de 19e eeuw ontstond er een splitsing[22] in de homeopathie met aan de ene kant de Engelse homeopaat Richard Hughes (1836-1902) en aan de andere kant de Amerikaan James Tyler Kent (1849-1916). Laatstgenoemde deelde zijn patiënten in op grond van zogenaamde constitutietypen en liet dat meewegen in de keuze voor de medicatie; Hughes vond dat alleen de symptomen van de ziekte meetelden en stond ook lagere potenties voor. De benadering van Kent is bewaard gebleven in wat nu bekend staat als de klassieke homeopathie.
[bewerken] Homeopathische behandelwijze
De homeopathische behandelwijze is geheel gebaseerd op het voorschrijven van homeopathische middelen, homeopathica. Er zijn binnen de homeopathie verschillende stromingen voor wat betreft de manier waarop men tot de keuze voor een bepaald middel komt. Ook de verzameling middelen waaruit men kiest verschilt per school.
In eerste instantie let men op de symptomen van de ziekte. De homeopaat kiest in principe een middel dat is gebaseerd op een stof die bij gezonde mensen gelijksoortige symptomen zou oproepen. In de klassieke homeopathie let men echter ook op allerlei kenmerken van de patiënt zelf, het constitutietype. Uiteindelijk schrijft de homeopaat een extreem verdunde oplossing voor van een enkele (bij klassieke homeopathie) of verschillende grondstoffen. In de praktijk kiezen patiënten vaak zelf een middel uit de schappen van de apotheek of de drogist.
[bewerken] Bereiding van homeopathische middelen
Homeopathische middelen worden bereid op basis van een zogenaamde oertinctuur: een geconcentreerd extract van minerale, plantaardige, dierlijke of zelfs menselijke oorsprong (de zogenaamde nosoden). Deze grondstof wordt in stappen verdund waarbij bij elke verdunning telkens flink moet worden geschud, het zogeheten 'potentiëren'. Dit heet zo, omdat bij deze bewerking het middel geacht wordt aan kracht te winnen: de energiesignatuur neemt toe. Bovendien kunnen daardoor ook giftige stoffen als middel gebruikt worden, bijvoorbeeld arsenicum. Het schudden vindt plaats door de fles met de oplossing krachtig tegen een verend oppervlak te slaan. Hahnemann gebruikte hiervoor zijn in leer gebonden notitieboek, tegenwoordig wordt dat meestal machinaal gedaan door fabrikanten die zich hierbij aan de regels van Good Manufacturing Practice dienen te houden. Oorspronkelijk schreef Hahnemann 40 zulke schuddingen voor, maar maakte er later 10 van omdat hij ontdekt had dat hij daarmee dezelfde resultaten boekte.
Een praktische reden waarom Hahnemann voor het verdunnen heeft gekozen kan zijn dat een flink aantal van de stoffen die hij gebruikte giftig zijn bij onverdund gebruik. Ook Hahnemann moet bekend geweest zijn met de relatie tussen dosis en effect voor deze stoffen. Verdunnen voorkwam in ieder geval dat de patiënt aan de behandeling overleed, iets wat bij de allopathische artsen uit de tijd van Hahnemann wel voorkwam.
[bewerken] Verdunningsreeksen
Voor het potentiëren bestaan verschillende reeksen: de D-reeks (1 op 10), de C-reeks (1 op 100), en de LM-reeks (1 op 50.000). Homeopaten nemen aan dat de lagere potenties eerder een werkingssfeer in het fysieke lichaam hebben en de hogere potenties "de psyche" raken.
[bewerken] Simplex- en complexmiddelen
In de klassieke homeopathie gebruikt men potenties van een enkele stof, simplexmiddelen geheten, dit in tegenstelling tot complex homeopathie die complexmiddelen gebruikt, samengesteld uit een mengsel van potenties.[23]
Klassieke homeopaten schrijven slechts één enkel middel tegelijk voor, op basis van een groot aantal kenmerken van de patiënt, zoals de individuele kenmerken van de voornaamste klacht (het type hoofdpijn van de ene patiënt kan aanzienlijk verschillen van die van de andere), reacties op temperatuur, weerstypen, voedingsmiddelen, beweging/rust, en emotionele en mentale kenmerken. Sinds de hernieuwde impuls in de homeopathie door de Griek George Vithoulkas ziet men wereldwijd een tendens de homeopathie toe te passen door middel van de klassieke lijnen. Daarbij zijn wel een aantal scholen te onderscheiden, bijvoorbeeld volgens James Tyler Kent, Vithoulkas, Sankaran.
Klinisch werkende homeopaten schrijven meestal voor op basis van de reguliere diagnose met slechts enkele individuele kenmerken van de patiënt. Er wordt dus met minder individuele kenmerken rekening gehouden dan in de klassieke homeopathie gebruikelijk is, hetgeen in de ogen van de klassieke homeopaten de kans vermindert dat het homeopathische middel passend is. Deze vereenvoudigde methode komt men ook wel tegen in de zelfzorgmedicatie (drogist), waarbij mensen zelf homeopathische middelen proberen te vinden voor hun klachten. Daarbij wordt vrijwel altijd de follow-up gemist (wat is er gebeurd nadat het middel is ingenomen), omdat de verkoper van het middel daar doorgaans geen belangstelling voor heeft.
"Homeopathische" complexen uit massaproductie, die bij de drogist en apotheek zonder recept gekocht kunnen worden, zijn samengesteld uit een aantal homeopathische middelen die bij een bepaalde diagnose relatief vaker zijn aangewezen. Ze zouden vooral geschikt zijn voor eenvoudige, acute klachten, waarbij de individuele kenmerken minder belangrijk zijn. Een voorbeeld daarvan is de Spiroflor SRL gelei van VSM. De bestanddelen Symphytum officinale tinctuur, Rhus toxicodendron tinctuur en Ledum palustre tinctuur zijn van diverse planten die samen pijnstillend bij spierstijfheid zouden werken, echter de oplossingen/gels bevatten geen stoffen meer die in deze planten voorkomen.
[bewerken] Beschouwing van ziekte en genezing
Klassiek homeopaten zeggen gericht te zijn op het versterken en weer in evenwicht brengen van het individu dat de ziekte heeft, in plaats van de ziekteverwekker of het pathologische proces direct te bestrijden. Men is dus gericht op het versterken van de eigen defensie door het stimuleren van het inherent zelfgenezend vermogen, de vis medicatrix naturae.
De homeopathische visie is dat men niet alleen geïnteresseerd is in de pathologie en diagnose van de ziekte maar evenzeer in de manier waarop de ziekte bij een bepaald individu tot uitdrukking komt, m.a.w. hoe de ene eczeem-patiënt verschilt van de andere. De symptomen die een patiënt heeft, zowel de symptomen die uiterlijk waarneembaar zijn als de symptomen die de patiënt voelt, zijn in zijn ogen een uiting van de ziektetoestand. Voor de homeopaat zijn in principe alle symptomen relevant. Deze worden allen bij de homeopathische diagnose betrokken, zelfs als er met de huidige diagnostische middelen geen pathologische veranderingen kunnen worden aangetoond. Hahnemann vermeldt in het Organon dat zijns inziens een patiënt pas genezen is als het algemeen welbevinden is teruggekeerd en alle symptomen, in de ruime zin die de homeopathie daarvoor in aanmerking neemt, zijn verdwenen.
Homeopathie gaat uit van 3 elementaire niveaus: een fysiek (lichamelijk) niveau, een emotioneel (gevoels)niveau en een mentaal niveau. Deze 3 niveaus vormen één geheel, dat wil zeggen lichaam, ziel en geest zijn één geheel, en zijn uniek voor ieder individu. Alle levende wezens worden bovendien bestuurd door de eigen levenskracht (vitalisme). Volgens de homeopathie ontstaan gezondheid en ziekte op dit energetische niveau. Wanneer de levenskracht normaal functioneert, is er gezondheid op alle niveaus. Wanneer een verstoring ontstaat in de levenskracht, heeft dit een verstoring op één of meerdere niveaus tot gevolg. Het homeopathisch middel wordt individueel gekozen op basis van overeenkomst tussen het totaal van de symptomen van de patiënt en het geneesmiddelbeeld. De verstoring wordt in deze visie hersteld als de energieprikkel van het middel gelijksoortig is aan de verstoring in de levenskracht. Hiermee verdwijnt volgens homeopaten het geheel der symptomen van de patiënt.
[bewerken] Begrippenlijst
- constitutie
- Constitutie is de aangeboren én verworven psychisch-geestelijke en lichamelijke gesteldheid van een mens. Deze is te herkennen aan de lichaamsbouw, psychisch/mentale grondstemming en wijze van reageren op innerlijke en uiterlijke druk.
- endogeen
- Ziekte die van binnenuit komt, dat wil zeggen die verbonden is met de constitutie van de patiënt. Endogene ziektebeelden komen vaak voort uit de erfelijkheid of biografie. Ze komen van binnenuit en zijn niet altijd te verklaren op basis van externe invloeden.
- exogeen
- Ziekte die van buitenaf komt. Een voorbeeld hiervan is een epidemische ziekte, zoals griep. Andere oorzaken kunnen zijn, een val of een ingrijpende gebeurtenis, waardoor een psychische verstoring ontstaat..
- nosode
- (Grieks nosos, ziekte) Een nosode is een homeopathisch middel, ook wel 'tussenmiddel' genoemd. Het wordt gebruikt als complementair middel dat wordt ingezet als het hoofdmiddel niet aanslaat. Een nosode wordt gemaakt van ziekteverwekkers of ziek weefsel.
- Enkele bekende nosoden zijn:
- Carcinosinum
- Cortison
- Medorrhinum
- Psorinum
- Syphilinum
- Tuberculinum
- repertoriseren
- Het zoeken van mogelijke homeopathische middelen die kunnen worden ingezet vanuit de symptomen van een patiënt. Het repertoriseren gebeurt op basis van verschillende repertoria. Een repertorium bevat een index, vaak ingedeeld in hoofdgroepen, met daaronder symptomen. Bijvoorbeeld: Hoofd - hoofdpijn - achter de ogen. Bij al deze symptomen worden middelen genoemd, met de mate waarin het middel volgens homeopaten succesvol voorgeschreven is in het verleden.
- potentiëren
- Het bereiden van homeopathische middelen. De bereiding begint met het bereiden van een oertinctuur of verwrijving van grondstoffen. Het verwreven materiaal of de oertinctuur wordt vervolgens vermengd met alcohol en verdund. Deze potentiëringsmethodes zijn beschreven in een homeopathische farmacopee. Steeds weer worden de oplossingen achtereenvolgens verder verdund. Het aantal verdunningsstappen komt tot uitdrukking in het getal in de potentie: “D3 / 3DH / 3X” betekent driemaal een decimale verdunningstap (1 op 10); “C8 / 8CH” betekent achtmaal achtereenvolgens verdunnen in een centesimale stap van 1 op 100). In de homeopathie spreekt men van “potentiëring” omdat volgens homeopathisch gebruik tussen elke verdunningsstap, de oplossing wordt geschud. Een vierde verdunningsmethode is de Korsakoff methode (K).[24]
[bewerken] Registratie van homeopathische middelen
Homeopathische middelen hebben een uitzonderingspositie in vergelijking tot de reguliere geneesmiddelen. Reguliere medicijnen worden toegelaten indien zowel de werking als de veiligheid wetenschappelijk bewezen is. Homeopathische middelen die verder dan 1:10.000 verdund zijn (D4) worden toegelaten als aangetoond is dat hun veiligheid en kwaliteit gewaarborgd zijn en dat ze gemaakt zijn op basis van stoffen die staan vermeld in de Europese farmacopee dan wel de Duitse of de Franse farmacopee (Homöopathisches Arzneibuch resp. Farmacopée française). De werkzaamheid hoeft bij deze groep homeopathische preparaten dus niet te worden aangetoond. Op het etiket van deze homeopathische middelen moet wel verplicht worden vermeld dat "de werkzaamheid door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen niet met wetenschappelijke criteria is beoordeeld".
Homeopathische middelen worden geproduceerd volgens een specifieke homeopathische bereidingswijze die beschreven wordt in een officiële Farmacopee, zoals de Europese, Duitse en Franse. Alle lidstaten van de Europese Unie zijn verplicht homeopathische middelen te registreren volgens Richtlijn 2001/82/EC (voor gebruik bij dieren) en Richtlijn 2001/83/EC (voor gebruik bij mensen).
[bewerken] Controverse rond homeopathie
Kritiek op homeopathie is onder te verdelen in twee gebieden: op de theorie en op het bewijs (of gebrek daaraan) van de werkzaamheid in de praktijk.
Homeopathie is een bouwwerk van tenminste twee componenten, het similiabeginsel en de leer met betrekking tot verdunningen, die in het licht van de huidige stand van de wetenschap de nodige vragen oproepen. Hoe kan een middel dat bepaalde symptomen oproept een ziekte bestrijden die ongeveer dezelfde symptomen oproept? En waarom zou een extreem verdund middel beter werken dan een veel minder verdund middel?[1][2]
Naast de homeopathische theorie is ook de praktijk onderwerp van onderzoek: werkt homeopathie eigenlijk wel, dat wil zeggen beter dan een fopmiddel (placebo)? Naast acupunctuur staat homeopathie zelfs op nummer twee van gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek van "complementaire behandelvormen".[25] Uit onafhankelijke onderzoeken blijkt dat homeopathie niet werkt[26][27][28][29][30][31]
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) onderschreef in 2009 dat er geen hard bewijs is dat homeopathische middelen effectief zijn bij bestrijding van een aantal ziektes die mensen in ontwikkelingslanden vaak oplopen. Met name gebruik van homeopathische middelen tegen tuberculose, diarree bij kinderen, griep, malaria en HIV. [32][33][34]
[bewerken] Verdunning
Volgens de homeopathische theorie wordt bij het trapsgewijs verdunnen en schudden ("potentiëren") de essentie van de uitgangsstof op het oplosmiddel overgedragen en zelfs versterkt. Na Hahnemann is echter duidelijk geworden dat een hoeveelheid stof bestaat uit een weliswaar groot maar eindig aantal moleculen, en dat verdunnen betekent dat er in hetzelfde volume minder moleculen van de verdunde stof overblijven. Bij een zekere mate van verdunning is er nog hooguit één molecuul in oplossing. Bij ongeveer 12C (24D) wordt deze grens de Avogadro bereikt. Verder verdunnen betekent dat de kans zeer groot is dat ook dat laatste molecuul verloren gaat. De kans om een molecuul aan te treffen in een 15C oplossing is één op een miljoen. Bij elke verdere C verdunning wordt die kans nog eens 100 keer zo klein. Veel homeopathische verdunningen, zoals bijvoorbeeld Hahnemanns favoriet 30C, zijn voorbeelden van verdunningen waarbij er niets meer is overgebleven van de werkzame stof. De kans om daar een molecuul in aan te treffen is één op een sextiljoen (een één met 36 nullen).
Daarbij komt dat het niet mogelijk is water, het oplosmiddel, absoluut vrij van verontreinigingen te maken. Zelfs in gedestilleerd water zitten nog steeds miljoenen moleculen verontreiniging, die volgens de leer van de homeopathie ook allemaal de werking van het middel beïnvloeden. Als het oplosmiddel reeds moleculen van de te verdunnen stof bevatten, is het bovendien niet mogelijk de verdunning willekeurig hoog te maken.
De techniek die gebruikt wordt om een bepaalde verdunning te bereiken is van invloed op het resultaat, met name als de te verdunnen stof niet uniform over de inhoud van de oplossing verdeeld is, zoals bijvoorbeeld bij oppervlakte-actieve stoffen. In dat geval zal een methode die een deel uit het midden van de oplossing neemt (om verder te verdunnen) tot een lagere concentratie leiden dan een methode die voorschrijft iets van het oppervlakte te scheppen of het vat leeg te gieten op een verder te verdunnen deel na.
[bewerken] Onderzoek naar de werking
- Bij dubbelblinde onderzoeken blijkt de werking van homeopathische middelen niet te verschillen van die van een placebo.
- De manier waarop de werkzaamheid van homeopathische middelen door homeopaten wordt aangetoond is statistisch onverantwoord: het "prooven" (testen) van stoffen om zo hun symptomen te bepalen wordt gedaan met groepen van 1(!) tot 8 personen, en hieruit worden voor honderden stoffen duizenden symptomen gedistilleerd. De validatie van zoveel symptomen als algemeen geldend uit een zo kleine testgroep vraagt om verdere testen van duizenden, zo niet tienduizenden personen, hetgeen niet gedaan wordt. Uit testen met dergelijke kleine groepen vallen gewoonweg geen zinnige conclusies te trekken. Het trekken van algemeen geldende conclusies uit dergelijke kleine testgroepen is ook ernstig in tegenspraak met de claim van homeopathie dat ze empirische wetenschap is.
Aanhangers van de homeopathie trekken de resultaten van dubbelblinde en andere objectief wetenschappelijke onderzoeksmethoden in twijfel omdat dit soort onderzoek in de homeopathie niet mogelijk zou zijn; de klassiek homeopathische behandelmethode behandelt volgens zeggen niet het symptoom, maar de patiënt als geheel (holistisch) waarbij het middel specifiek op een patiënt afgestemd moet worden. Vaak worden homeopathische middelen echter helemaal niet op de persoon afgestemd maar alleen op de symptomen, zoals bij de klinische homeopathie. Een dubbelblind onderzoek van een bepaald homeopathisch middel is dan wel mogelijk. Een andere mogelijkheid is een groep patiënten die aan een bepaalde aandoening lijdt elk een op de individuele patiënt afgestemd middel te laten voorschrijven, maar daarna de helft van de middelen te vervangen door een (andere) placebo. In dat geval wordt niet een bepaald homeopathisch middel getest, maar de homeopathische behandeling van een bepaald ziektebeeld.
Tegenstanders van homeopathie zeggen dat positieve effecten, voor zover aanwezig, niet op het voorgeschreven middel zelf berusten maar op een of meer van de volgende mechanismen/omstandigheden:
- Het placebo-effect van het voorgeschreven middel wordt versterkt door de verzorgde etikettering, de bemoedigende bijsluiter (het aureool van medicatie) en de voldoende hoge prijs.
- Ook de aandacht van de therapeut voor de patiënt kan op zichzelf een (tijdelijk) positief effect geven (zie stress) tegen allerlei psychosomatische aandoeningen (cfr. ook het effect van de geruststelling door artsen);
- Het veelal gebruikte oplosmiddel ethanol heeft een farmacologisch effect: het is dezelfde alcohol als in drank te vinden is. Derhalve wordt verstrekking van homeopathische middelen aan zuigelingen afgeraden. Iets dergelijks geldt voor zalven: de vette substantie zelf gaat uitdroging en irritatie door omgevingsinvloeden tegen en bevordert vanwege warmte-isolatie de doorbloeding;
- Veel kwalen fluctueren (allergie bijvoorbeeld) of genezen onbehandeld vanzelf. Als men in zo'n geval een onwerkzaam middel inneemt kan het beeld ontstaan dat de genezing te danken is aan het middel (oorzaak-gevolgverwarring). Statistisch gezien is de kans op dit misverstand groot: gemiddeld grijpt men halverwege het ziekteverloop naar de medicijnkast, zodat de tweede helft van het ziekteverloop, de genezing, samenvalt met het medicijngebruik. Opvallend in dit verband is dat de bijsluiters van homeopathische medicijnen vermelden dat de klachten eerst nog kunnen verergeren: daarmee wordt de kans dat de spontane genezing aan het homeopathische middel wordt toegeschreven zelfs nog groter.
- Homeopathische middelen worden vaak gemengd met, of verkocht onder het mom van, geneesmiddelen of kruiden die wèl werkzaam zijn. Het gaat dan strikt genomen niet meer om homeopathie.
Voorstanders merken op dat ondanks de vele twijfels homeopathie na ruim 200 jaar nog steeds bestaat. Tegenstanders reageren dat het veelzeggend is dat homeopathie na 200 jaar nog steeds geen bewijs van werking geleverd heeft. Tevredenheidsargumenten hebben volgens hen evenmin kracht van bewijs en zijn steeds selectief aangevoerd door homeopaten zelf.
[bewerken] Homeopathie voor dieren
Ook over de werkzaamheid van homeopathie bij dieren is discussie door het uitblijven van bewijs. Dieren vertonen in wetenschappelijke studies wel een placebo-effect, maar dit verschilt wel met mensen: dieren worden immers niet verondersteld zich te realiseren welk effect beoogd wordt met een bepaalde behandeling. De evaluatie van de behandeling vindt echter wel plaats door mensen, die door diverse psychologische effecten (zie hierboven) misleid kunnen worden. Ook worden homeopathische behandelingen bij dieren veelal toegepast bij aandoeningen die niet of moeilijk objectief te beoordelen zijn, zoals zenuwachtigheid, een teveel aan libido etc., en blijft het feit dat aandoeningen ook voor andere dieren dan de mens vaak van voorbijgaande aard zijn, waardoor het ‘effect’ eerder ten onrechte toegeschreven wordt aan het gegeven homeopathische middel.
[bewerken] De rol van de ziekenfondsen
Een groot aantal ziektekostenverzekeraars vergoedt homeopathische behandelingen[35][36][37] in hun aanvullende pakket. Dit stuit op kritiek van tegenstanders van de homeopathie. In januari 2004 laaide in België een felle mediadiscussie op over de terugbetaling van alternatieve geneeswijzen nadat aan de Universiteit Gent dertig sceptici een 'zelfmoordstunt' uithaalden met een overdosis homeopathisch verdund slangengif, belladonna, en arsenicum. Doel van deze actie was aan te tonen dat er in homeopathie geen werkzame stoffen zitten. Tevens werden de ziekenfondsen aangeklaagd omdat die zich als commerciële instanties boven de wet stellen door onbewezen behandelingen terug te betalen. De kritiek luidt dat het criterium voor deze terugbetaling enkel "bewezen werkzaamheid" kan zijn en niet de willekeurige "tevredenheid van de klant". Met de terugbetaling wordt volgens critici het verkeerde signaal gegeven aan de bevolking, die uit de terugbetaling afleidt dat het om werkzame geneesmiddelen gaat.[38] Ook de Académie nationale de médecine, de hoogste medische autoriteit in Frankrijk (overigens ook het land met de grootste productie van homeopathische middelen ter wereld), protesteerde in 2004 heftig tegen de vergoeding van een onbewezen behandelwijze door de ziektekostenverzekering.[39]
[bewerken] Fraudegevallen
- In 1988 beweerde een Franse wetenschapper Jacques Benveniste van het prestigieuze INSERM instituut dat hij had vastgesteld dat hoge verdunningen van stoffen in water een geheugeneffect in dat water vertoonden. Daarmee had hij een grond voor de werkzaamheid van homeopathie verschaft. Zijn resultaat werd in Nature gepubliceerd, echter onder de vermelding dat deze uitkomsten onwaarschijnlijk waren. Daaropvolgende onderzoeken, waaronder die van James Randi, toonden aan dat het onderzoek niet correct was uitgevoerd. Dit schandaal leidde tot het ontslag van de wetenschapper Benveniste.
- Het Leipziger homeopathie-onderzoek uit 2003, dat zogenaamd een empirisch bewijs van het effect van zwaar gepotentieerde homeopathische oplossingen geleverd had, werd eind 2005 weer ingetrokken. De Hans-Heinrich-Reckeweg-prijs, die de onderzoekers (apotheker Franziska Schmidt en de farmacologen prof. dr. Karen Nieber en prof. dr. Wolfgang Süß) toegekend was, werd teruggegeven. De chemicus dr Klaus Keck, de wiskundige prof. Gerhard Bruhn en de geofysicus prof. Erhard Wielandt hadden publiekelijk kritiek geuit op het feit dat de resultaten van het onderzoek niet op objectieve metingen berustten maar op vooroordelen en systematische meetfouten.
[bewerken] Antivaccinatiedoctrine
Homeopathie wordt ook bekritiseerd als anti-vaccinatiedoctrine. Ook al zijn er homeopaten die tegen bepaalde vaccinaties geen bezwaar hebben, in het algemeen valt het oordeel over vaccinaties door homeopaten negatief uit. De kritiek luidt dat de anti-vaccinatiementaliteit van de homeopathie eerder steunt op natuursentimentalisme dan op ware medische motieven.[40]
[bewerken] Baat het niet, dan schaadt het niet?
Wegens de diepe overtuiging dat homeopathie werkt, bestaat het gevaar dat het geloof de bovenhand haalt en dat daardoor de kritische reflex bij de behandelaar vervaagt. De kans is dan reëel dat een patiënt voor een bepaalde aandoening verkeerd, te laat of helemaal niet behandeld wordt. Dit betreft de vraag naar de correctheid van de medische diagnose en prognose, los van de vraag of de behandelaar te goeder of te kwader trouw is.
Ook als de patiënt zelf in de werkzaamheid van een bepaald nepmiddel gelooft, bestaat de mogelijkheid dat die de kans op genezing aan zich laat voorbij gaan. Dit kan door een anti-geneeskunde-attitude (wat voorkomt bij een kleine minderheid). Correcte en volledige informatie is daarom niet enkel een patiëntenrecht, maar eveneens noodzakelijk voor een correcte beeldvorming van het ziekteproces.
Vele homeopaten (en patiënten) zullen bij serieuze aandoening de reguliere behandeling echter niet laten vallen, maar het feit dat men het homeopathische middel toch blijft aanprijzen suggereert heilzaamheid van het gebruikte middel. Het punt op het continuüm van aandoeningen, waar de homeopaat een geloofsprong maakt, blijft echter een heikele subjectieve kwestie. Sommige homeopaten zijn immers overtuigd dat hun middelen heilzaam zijn tegen ernstige aandoeningen zoals kanker, en in extremere gevallen ook tegen SARS en Aids. Het moet worden gezegd dat homeopathische kernorganisaties zich hiervan nooit collectief en formeel hebben gedistantieerd.
[bewerken] Pseudowetenschap en kwakzalverij
Doordat homeopathie geen basis heeft in de wetenschap wordt het beschouwd als pseudowetenschap.[1] Door sommige sceptici wordt homeopathie ook beschouwd als kwakzalverij.[41] De behandelwijze is bijvoorbeeld volgens de Vereniging tegen de Kwakzalverij en Skepsis intrinsiek kwakzalverij en pseudowetenschappelijk, aangezien onbewezen behandelingen als medicinaal werkzaam worden voorgesteld. Dit ook omdat in de medische wetenschap geaccepteerde methoden om de werkzaamheid van therapieën en medicijnen te toetsen niet worden aanvaard door de homeopathie. Bekende wetenschappers als Daniel Dennett en Richard Dawkins (in de documentaire The Enemies of Reason) proberen geregeld het grote publiek te bereiken met argumenten waarom homeopathie volgens hen onzin is.
[bewerken] Wereldgezondheidsorganisatie
De Wereldgezondheidsorganisatie waarschuwde in 2009 dat de promotie en het gebruik van homeopathische middelen levensbedreigend is voor mensen in ontwikkelingslanden. Met name gebruik van homeopathische middelen tegen tuberculose, diarree bij kinderen, griep, malaria en HIV. [42] [43]
[bewerken] Wetenschappelijk onderzoek
Homeopathie wordt door de wetenschap niet als geneeswijze erkend. Het is dan ook geen medisch specialisme en wordt meestal door niet-artsen uitgeoefend.
Sinds mei 1997[44] geldt in de Europese Unie[45] het COST B4-rapport waarin staat dat eerst een ondubbelzinnig bewijs van medicinale werkzaamheid dient te worden aangetoond.[46] Om onjuiste conclusies op basis van placebowerking, autosuggestie en misverstanden te voorkomen, is dan ook gedegen (en soms langdurig) onderzoek nodig om oorzaak en effect van een behandeling vast te stellen. Dat geldt zowel voor reguliere als voor alternatieve behandelingen. Over de vraag wanneer er voldoende onderzoek is geweest om te besluiten dat verder onderzoek zinloos is wordt duidelijk verschillend gedacht tussen voor- en tegenstanders.
Al in 1835 bleek uit een dubbel-blind onderzoek dat een homeopathische zoutoplossing geen effect had.[47] Sindsdien zijn verschillende goed en slecht opgezette onderzoeken uitgevoerd naar het effect van homeopathie.
Recent uitgevoerde meta-onderzoeken in gezaghebbende medische tijdschriften:
- British Medical Journal 1991: Onderzoekers J. Kleijnen, P. Knipschild en G. ter Riet komen in 1991 tot de conclusie dat bewijs voor de werkzaamheid van homeopathie onvoldoende positief is om daaruit beslissende conclusies te kunnen trekken.[48]
- The Lancet 1997: In een meta-analyse komen onderzoekers K. Linde e.a. tot de vaststelling dat deze studies onvoldoende bewijs opleveren dat homeopathie effectief is voor om het even welke aandoening.[49]
- Journal of Clinical Epidemiology: Aanvullend onderzoek van Linde e.a. leidt in 1999 tot de conclusie dat de kwaliteit van dubbelblind onderzoek negatief uitwerkt op de score voor homeopathie.[50]
- British Journal of Clinical Pharmacology 2002: Onderzoeker Edzard Ernst (zelf ook opgeleid tot homeopaat) komt tot de conclusie dat een willekeurig homeopathisch middel niet beter werkt dan een placebo.[51]
- The Lancet 2005: In augustus 2005 publiceert het gezaghebbende tijdschrift The Lancet een artikel waarin Britse en Zwitserse wetenschappen opnieuw 110 "randomized placebo controlled" onderzoeken naar de effectiviteit van homeopathische middelen en therapieën bekeken. Zij vonden geen bewijs dat deze behandelingen en middelen beter werken dan een placebo.[52]
-
- In een commentaar schrijft The Lancet dat er geen enkel bewijs is dat homeopathische middelen nut hebben. De Lancet pleit ervoor om de discussie daarover te staken. Artsen dienen hun patiënten te vertellen dat ze hun tijd verdoen door homeopathische middelen in te nemen.
[bewerken] Reacties
Homeopathische organisaties reageerden negatief na deze publicatie in The Lancet. De Artsenvereniging voor homeopathie VHAN legde de conclusie van de Lancet uit 2005 naast zich neer. Ze vindt dat de redactie van de Lancet zich baseert op een discutabel onderzoek. Ook anderen hebben kritiek geuit op de conclusies van de Lancet, zoals epidemioloog Klaus Linde van de universiteit München.[53] Het onderzoek was volgens hem niet wetenschappelijk verifieerbaar en tegenstrijdig met de homeopathische methodiek. De homeopathische methodiek vereist dat een homeopathische behandelaar niet bij een bepaalde kwaal, maar bij een bepaald individu een medicijn voorschrijft, en dat kan een ander medicijn zijn dan dat waarvan een onderzoek moet vaststellen of het werkzaam is. Ten tweede houdt de homeopathie rekening met een periode na aanvang van de behandeling waarin de klachten verergeren in plaats van verbeteren, een periode die bovendien afhankelijk zou zijn van de tijd dat de patiënt reeds ziek is. Als met deze eisen rekening gehouden wordt, betekent dit dat een homeopathisch behandelaar de proefpersonen uitzoekt op basis van de kans dat die zullen genezen bij het behandelen met het onderzochte middel, terwijl hij tevens per proefpersoon mag vaststellen hoe lang moet worden gewacht voor het vaststellen van het effect. Hiermee voldoet het onderzoek echter niet meer aan de wetenschappelijke vereisten van randomisatie en objectiviteit.
Prof. Willem Betz (VUB) is het niet eens met de reactie van de VHAN, volgens hem handelen de meeste homeopaten volgens de klinische of volgens de complexe homeopathie. Dat wil zeggen, er wordt een bepaald middel of een standaardformule gebruikt voor een bepaalde klacht of ziekte. De werkzaamheid van deze behandelmethode is volgens hem wel degelijk te testen met dubbelblinde proeven. De resultaten zijn echter niet overtuigend.
Wegens het uitblijven van bewijs van werkzaamheid heeft de Britse National Health Service in het najaar van 2007 de beslissing genomen te stoppen met alle financiering van alternatieve geneeskunde, waaronder homeopathie. Het National Center for Complementary and Alternative Medicine (NCCAM) kreeg de afgelopen tien jaar een bedrag van 1 miljard dollar ter beschikking gesteld om de werking van homeopathie aan te tonen. Ondanks deze financiële middelen slaagde het NCCAM daar niet in.[54]
[bewerken] Wetenswaardigheden
- Wie onder (dubbelblinde) testomstandigheden -waar beide partijen mee akkoord gaan- een homeopathische remedie en het oplosmiddel van deze remedie (over het algemeen water) van elkaar kan onderscheiden, op welke wijze dan ook, kan aanspraak maken op een prijs van een miljoen dollar, uitgeloofd door de James Randi Educational Foundation.
- Twee middelen, Spiroflor en Echinaforce, worden verkocht als homeopathische middelen maar het zijn fytotherapeutische middelen.
[bewerken] Literatuur
- Fritsche, Herbert: Samuel Hahnemann - Idee en werkelijkheid van de homeopathie (ISBN 978-90-806875-6-1)
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Externe links
- (nl) Website van de VHAN (Vereniging Artsen voor Homeopathie Nederland)
- (nl) Website van de NVKH (Nederlandse Vereniging van Klassiek Homeopaten)
- (nl) Website homeopathie.nl Website over homeopathie van de VHAN
- (nl) Website van de Stichting IOCOB. Deze stichting houdt een keurmerksysteem bij van de alternatieve geneeswijzen.
- (nl) Website kwakzalverij.nl Website van de Vereniging tegen de Kwakzalverij
- (nl) Website van SKEPP.be (Studiekring voor de Kritische Evaluatie van Pseudowetenschap en het Paranormale)
- (en) Artikel "Human basophil degranulation triggered by very dilute antiserum against IgE", Davenas, E. et al., Nature, 1988, 333: 816-818 doi:10.1038/333816a0 - Wetenschappelijk artikel van J. Benveniste in Nature waarin voor de eerste keer zou aangetoond zijn dat homeopathie werkt. Dit bewijs wordt betwist.
- (en) Video Scepticus James Randi legt homeopathie uit. James Randi
- (en) The Enemies of Reason Richard Dawkins' kritische analyse van alternatieve geneeswijzen.
Referenties
|
| Onderwerpen in Homeopathie, Begrippen in de homeopathie | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
|