Homeopathie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
De Duitse arts en chemicus Samuel Hahnemann (1755-1843) wordt in het algemeen beschouwd als grondlegger van de homeopathie
Homeopathische middelen

Homeopathie (Oud Grieks: ὅμοιος, homoios, gelijksoortig en πάθος, pathos, lijden of ziekte) is een alternatieve geneeswijze gebaseerd op het gelijksoortigheidsbeginsel. De homeopathische behandeling bestaat uit het voorschrijven van homeopathica, potentiëringen (stapsgewijze sterke verdunningen in combinatie met schudden) van stoffen die in pure vorm dezelfde symptomen als de te bestrijden ziekte zouden oproepen. Deze behandeling wordt niet ondersteund met wetenschappelijk bewijs. Na controle voor vertekeningen in de verslaglegging van behandelresultaten kunnen eventuele effecten afdoende verklaard worden door placebo-effecten.[1] Homeopathie wordt daarom tot de pseudowetenschappen gerekend.[2][3]

Principe[bewerken]

Duitse postzegel uit 1996 met een silhouet van Hahnemann en het similiaprincipe

De homeopathische leer kent het gelijksoortigheidsbeginsel als premisse. Dit beginsel volgt het adagium similia similibus curentur ("het gelijkende wordt door het gelijkende genezen"). Het stelt dat een ziekte genezen kan worden door een middel voor te schrijven dat bestaat uit een verdunde oplossing van een stof die dezelfde symptomen veroorzaakt als de ziekte.[4] Een voorbeeld is de nosode (Grieks nosos, ziekte), gemaakt van de ziekteverwekker of ziek weefsel. Daarnaast stelt de homeopathische leer de hypothese dat tijdens het potentiëren, waarbij de grondstof of oertinctuur in een aantal stappen extreem verdund en geschud wordt, de werking van de grondstof overgaat op het oplosmiddel.

Homeopathische middelen worden bereid op basis van een extract van minerale, plantaardige of dierlijke oorsprong,[bron?] dat bij toediening in pure vorm geacht wordt symptomen te geven die lijken op die van de te bestrijden ziekte. Om op een commerciële manier homeopathische middelen te kunnen produceren, geschiedt dit potentiëren door het middel machinaal krachtig in het oplosmiddel te spuiten. Het extreem verdunde eindproduct wordt geacht zonder bijwerkingen de ziektesymptomen te doen verdwijnen. Materia Medica Pura, waar Hahnemann in 1811[5] een begin mee maakte en die sindsdien[6] werd uitgebreid, vormt de basis van de geneesmiddelkennis van de homeopathie. Zowel verdunde als onverdunde middelen worden hierin opgenomen.

Geschiedenis[bewerken]

Gedenkteken op het vroegere woonhuis van Samuel Hahnemann

In de 16e eeuw verklaarde Paracelsus, pionier in de chemische geneeskunde,[7] dat kwaad met kwaad uitgebannen kon worden.[8] Hij dacht dat giftigheid van een stof bepaald wordt door de dosis.[8] Hij stelde dat kleine doses van 'wat de mens ziek maakt, de mens ook geneest', waarmee hij vooruit liep op de homeopathie.[7]

Het was de Duitse arts en chemicus Samuel Hahnemann (1755-1843)[9] die de principes van de homeopathie vastlegde en deze systematische methode in 1807 homeopathie noemde.[10] Hahnemann werd mede gemotiveerd door de bedroevende staat van de medische hulp in zijn tijd, waarin bijvoorbeeld aderlaten nog een grote plaats innam. Hij noemde deze praktijken minachtend allopathie.[11] In 1790, tijdens het vertalen van A Treatise on Materia Medica door Dr. William Cullen, kwam Hahnemann langs een passage over Cinchona als geneesmiddel bij malaria.[12] Hahnemann — die in zijn jeugd malaria betrok — wilde Cullens stelling, dat de bittere smaak van cinchona effect had op de maag, testen door de stof zelf in te nemen. Na het innemen merkte Hahnemann dat hij verschijnselen kreeg die leken op die van malaria. Stopte hij met innemen, dan verdwenen de malaria-achtige klachten weer. Door het innemen van Kinabast maakte hij zichzelf schijnbaar ziek. Hij kreeg geen malaria, maar wel iets wat erop leek. Hij ontwikkelde de theorie dat door het innemen van Kinabast aan de zieke persoon een kunstmatige tweede ziekte zou kunnen worden toegevoegd. Na het doormaken van deze 'kunstmatige geneesmiddelziekte' zou de patiënt daarmee ook genezen van de malaria, op basis van de interactie van gelijksoortige ziekten. In 1796 publiceerde Hahnemann zijn similiaregel.[13] Deze zegt dat een ziekte kan worden genezen door een middel voor te schrijven dat dezelfde symptomen veroorzaakt: similia similibus curentur, "het gelijkende wordt door het gelijkende genezen". Hahnemann meende zelfs - ten onrechte - dat hij daarin voortborduurde op de ideeën van Hippocrates.[14]

Na zijn eerste experiment zette Hahnemann familie en vrienden in om de effecten van allerlei bestaande middelen op gezonde proefpersonen in kaart te brengen.[15] Bijzonder aan zijn benadering was, naast een zo uitgebreid mogelijke opsomming van alle symptomen, het uitproberen van steeds één enkel middel in een matige dosis. In de Fragmenta (1805) publiceerde Hahnemann de testresultaten (provings) van 27 van deze middelen. Hahnemann legde zo een geheel onafhankelijke basis voor zijn nieuwe 'geneeswijze', de homeopathie.

Hahnemann ging bij het bereiden van zijn medicijnen behoedzaam te werk: de giftige stoffen die hij als uitgangsmateriaal koos, verdunde hij eerst verregaand alvorens ze op zijn patiënten toe te passen. Door de verdunning namen de gevaarlijke effecten van het uitgangsmateriaal natuurlijk af. Hahnemann gebruikte zelf bij voorkeur C30, een verdunning van 1 op 1-met-60-nullen waarbij er eigenlijk niets meer van de uitgangsstof overblijft. Hahnemann meende door het schudden de essentie van het uitgangsmateriaal op het oplosmiddel over te brengen.[16] Meer schudbewegingen betekenden volgens hem een grotere versterking, "potentiëring". Zijn ideeën legde hij vast in het "Organon der geneeskunst", waarvan de eerste druk uitkwam in 1805 en de laatste (zesde) in 1842. In de vierde editie (1829) introduceert hij[17] "chronische miasma's" als de "besmettelijke principes" van chronische ziekten.[18] Hahnemann associeerde elk miasma met een specifieke ziekte en dacht dat contact met miasma's zorgde voor plaatselijke symptomen, zoals een huid- of geslachtsziekten; als deze symptomen onderdrukt zouden worden met medicatie, zou de oorzaak verdiepen en zich te manifesteren als ziekte op de interne organen.[19] Hahnemann vond drie verschillende miasma's, namelijk psora, sycosis en syfilis, die aan het licht zouden komen door verschillende soorten huiduitslag.[20] In de eerste twee delen van Chronische ziekten[21] (gepubliceerd in 1828) behandelt Hahnemann de theorie van miasma's en beschrijft (in de eerste editie) 23 "antipsorische medicijnen".

Leerlingen[bewerken]

Hahnemann verbreidde zijn ideeën onder meer door een aantal studenten, tevens proefpersonen. Bekende namen zijn Gustav Gross, Johann Stapf en Franz Hartmann.[22] In 1832 kwam de Allgemeine Homöopathische Zeitung voor het eerst uit[23]. In 1833 werd in Leipzig het eerste homeopathische ziekenhuis geopend.[24] Eveneens in 1833[25] vestigde de uit Leipzig afkomstige homeopaat Constantin Hering zich in Philadelphia en ontwikkelde zich daar tot de "vader van de Amerikaanse homeopathie". Aanvullend op de leer van Hahnemann stelde hij dat het genezingsproces van belangrijke naar minder belangrijke plaatsen in het lichaam verloopt, terwijl de genezing zichtbaar wordt in de omgekeerde volgorde dan waarin de symptomen verschenen. Deze hypothesen staan nu bekend als de "wetten van Hering".

John Martin Honigberger, een Roemeense arts die twintig jaar in Lahore had gewerkt, ontmoette Hahnemann in Parijs en nam de homeopathie in 1838 mee terug naar India.[26] Een zekere Samuel Brooking vestigde het eerste homeopathische ziekenhuis in Tanjore in 1847.

Aan het eind van de 19e eeuw ontstond er een splitsing[27] in de homeopathie met aan de ene kant de Engelse homeopaat Richard Hughes (1836-1902) en aan de andere kant de Amerikaan James Tyler Kent (1849-1916). Laatstgenoemde deelde zijn patiënten in op grond van zogenaamde constitutietypen (gezondheidstoestand) en liet dat meewegen in de keuze voor de medicatie; Hughes vond dat alleen de symptomen van de ziekte meetelden en stond ook lagere potenties voor. De benadering van Kent is bewaard gebleven in wat nu bekendstaat als de klassieke homeopathie.

Homeopathische behandelwijze[bewerken]

De homeopathische behandelwijze is geheel gebaseerd op het voorschrijven van homeopathische middelen, homeopathica. Er zijn binnen de homeopathie verschillende stromingen voor wat betreft de manier waarop men tot de keuze voor een bepaald middel komt. Ook de verzameling middelen waaruit men kiest verschilt per school.

Op de eerste plaats let men op de symptomen van de ziekte. De homeopaat kiest in principe een middel dat is gebaseerd op een stof die bij gezonde mensen gelijksoortige symptomen zou oproepen. In de klassieke homeopathie let men echter ook op allerlei kenmerken van de patiënt zelf, het constitutietype. Uiteindelijk schrijft de homeopaat een extreem verdunde oplossing voor van een enkele (bij klassieke homeopathie) of verschillende grondstoffen. In de praktijk kiezen patiënten vaak zelf een middel uit de schappen van de apotheek of de drogist.

Bereiding van homeopathische middelen[bewerken]

Oude fles Hepar sulph gemaakt uit calciumsulfide

Homeopathische middelen worden bereid op basis van een zogenaamde oertinctuur, of op basis van verwrijving van stoffen in melksuiker met een vijzel. Een oertinctuur is een geconcentreerd extract van minerale, plantaardige, dierlijke of zelfs menselijke oorsprong (de zogenaamde nosoden). De tinctuur of verwrijving wordt in stappen verdund waarbij bij elke verdunning telkens flink moet worden geschud, het zogeheten 'potentiëren'. Dit heet zo, omdat bij deze bewerking het middel geacht wordt aan kracht te winnen: de energiesignatuur neemt toe. Bovendien kunnen daardoor ook giftige stoffen als middel gebruikt worden, bijvoorbeeld arseen. Het schudden vindt plaats door de fles met de oplossing krachtig tegen een verend oppervlak te slaan. Hahnemann gebruikte hiervoor zijn in leer gebonden notitieboek, tegenwoordig wordt dat meestal machinaal gedaan door fabrikanten die zich hierbij aan de regels van Good Manufacturing Practice dienen te houden. Hahnemann experimenteerde veel met het aantal schudslagen, uiteindelijk adviseerde hij 10 slagen omdat hij ontdekt had dat hij daarmee betere resultaten boekte. Moderne homeopathische laboratoria hanteren tussen de 10 en 100 slagen.

De uiteindelijk verkregen vloeistof wordt verdeeld over korrels of tabletten. Na droging hiervan is de homeopathische remedie klaar.

Een praktische reden waarom Hahnemann voor het verdunnen heeft gekozen kan zijn dat een flink aantal van de stoffen die hij gebruikte giftig zijn bij onverdund gebruik. Ook Hahnemann was bekend met de relatie tussen dosis en effect voor deze stoffen. Verdunnen voorkwam in ieder geval dat de patiënt aan de behandeling overleed, iets wat bij de allopathische artsen uit de tijd van Hahnemann regelmatig voorkwam.

Simplex- en complexmiddelen[bewerken]

Homeopathisch middel Rhus toxicodendron, bereid uit gifsumak

In de klassieke homeopathie gebruikt men potenties van een enkele stof, simplexmiddelen geheten, dit in tegenstelling tot complexhomeopathie die complexmiddelen gebruikt, samengesteld uit een mengsel van potenties.[28]

Klassieke homeopaten schrijven slechts één enkel middel tegelijk voor, op basis van een groot aantal kenmerken van de patiënt, zoals de individuele kenmerken van de voornaamste klacht (het type hoofdpijn van de ene patiënt kan aanzienlijk verschillen van die van de andere), reacties op temperatuur, weerstypen, voedingsmiddelen, beweging/rust, en emotionele en mentale kenmerken. Sinds de hernieuwde impuls in de homeopathie door de Griek George Vithoulkas ziet men wereldwijd een tendens de homeopathie toe te passen door middel van de klassieke lijnen. Daarbij zijn wel een aantal scholen te onderscheiden, bijvoorbeeld volgens James Tyler Kent, Vithoulkas, Sankaran. Bij sommige stromingen worden ook wel verschillende middelen in afwisseling gegeven, maar nooit tegelijkertijd.

Klinisch werkende homeopaten schrijven meestal voor op basis van de medische diagnose met slechts enkele individuele kenmerken van de patiënt. Er wordt dus met minder individuele kenmerken rekening gehouden dan in de klassieke homeopathie gebruikelijk is, hetgeen in de ogen van de klassieke homeopaten de kans vermindert dat het homeopathische middel passend is. Deze vereenvoudigde methode komt men ook wel tegen in de zelfzorgmedicatie (drogist), waarbij mensen zelf homeopathische middelen proberen te vinden voor hun klachten.

Complexe "homeopathische" massaproducten die bij de drogist en apotheek zonder recept gekocht kunnen worden, zijn samengesteld uit een aantal homeopathische middelen die bij een bepaalde diagnose relatief vaak zijn aangewezen. Ze zouden vooral geschikt zijn voor eenvoudige, acute klachten, waarbij de individuele kenmerken minder belangrijk zijn.

Gebruik van homeopathische middelen[bewerken]

Oud homeopathisch middel bereid uit wolfskers.

Homepathische remedies worden verstrekt in vaste vorm, of in een oplossing.

  • Korrels of tabletten worden eenmalig of herhaald ingenomen. De lagere potenties worden vaak herhaald, de hogere potenties zijn veelal bedoeld voor éénmalige inname. Meestal wordt geadviseerd de korrels of tabletten te laten oplossen onder de tong.
  • Oplossen in water. Het middel wordt opgelost in een kleine hoeveelheid water, waarvan daarna een gedeelte wordt ingenomen.
  • Oplossing voor herhaald gebruik. Het middel wordt opgelost in een flesje, met daarin water waaraan eventueel wat alcohol is toegevoegd. Uit dit flesje kan dan meerdere malen een kleine hoeveelheid genomen worden voor inname. Tussendoor worden al dan niet schudslagen gebruikt, of de vloeistof even doorgeroerd. Deze methode wordt ook wel 'plussing' genoemd.
  • Olfactisch, oftewel reukdosis. LM potenties worden vaak ingenomen door te ruiken aan een oplossing voor herhaald gebruik. Door variaties in herhaling, schudslagen en wijze van ruiken, wordt geacht een betere controle over de dosering te krijgen. Hahnemann liet patiënten soms ruiken aan een flesje met korrels. Deze methode wordt tegenwoordig nauwelijks meer gebruikt, en komt op velen ongeloofwaardig over.

Beschouwing van ziekte en genezing[bewerken]

Klassieke homeopaten zeggen gericht te zijn op het versterken en weer in evenwicht brengen van het individu dat de ziekte heeft, in plaats van de ziekteverwekker of het pathologische proces direct te bestrijden. Men is dus gericht op het versterken van de eigen afweer door het stimuleren van het inherent zelfgenezend vermogen, de vis medicatrix naturae.

De homeopathische visie is dat men niet alleen geïnteresseerd is in de pathologie en diagnose van de ziekte maar evenzeer in de manier waarop de ziekte bij een bepaald individu tot uitdrukking komt, m.a.w. hoe de ene eczeem-patiënt verschilt van de andere. De symptomen die een patiënt heeft, zowel de symptomen die uiterlijk waarneembaar zijn als de symptomen die de patiënt voelt, zijn in zijn ogen een uiting van de ziektetoestand. Voor de homeopaat zijn in principe alle symptomen relevant. Deze worden allen bij de homeopathische diagnose betrokken, zelfs als er met de huidige diagnostische middelen geen pathologische veranderingen kunnen worden aangetoond. Hahnemann vermeldt in het Organon dat zijns inziens een patiënt pas genezen is als het algemeen welbevinden is teruggekeerd en alle symptomen, in de ruime zin die de homeopathie daarvoor in aanmerking neemt, zijn verdwenen.

Homeopathie gaat uit van drie elementaire niveaus: een fysiek (lichamelijk) niveau, een emotioneel (gevoels)niveau en een mentaal niveau. Deze drie niveaus vormen één geheel, dat wil zeggen lichaam, ziel en geest zijn één geheel, en zijn uniek voor ieder individu. Alle levende wezens worden bovendien bestuurd door de eigen levenskracht (vitalisme). Volgens de homeopathie ontstaan gezondheid en ziekte op dit energetische niveau. Wanneer de levenskracht normaal functioneert, is er gezondheid op alle niveaus. Wanneer een verstoring ontstaat in de levenskracht, heeft dit een verstoring op één of meerdere niveaus tot gevolg. Het homeopathisch middel wordt individueel gekozen op basis van overeenkomst tussen het totaal van de symptomen van de patiënt en het geneesmiddelbeeld. De verstoring wordt in deze visie hersteld als de energieprikkel van het middel gelijksoortig is aan de verstoring in de levenskracht. Hiermee verdwijnt volgens homeopaten het geheel der symptomen van de patiënt.

Hahnemann schrijft in zijn Organon: "mach es nach, aber mach es genau nach" (doe het na, maar doe het precies na). Het Organon vormt nog steeds de basis voor de klassieke homeopathie. De volgende drie punten geven een beknopte beschrijving van enkele belangrijke principes zoals ze door Hahnemann in zijn Organon zijn beschreven.

Interactie tussen ziektes[bewerken]

Hahnemann onderzocht niet alleen de werking van stoffen op het lichaam, maar ook bestudeerde hij hoe ziektes zich in het menselijk lichaam gedragen. Hierbij viel hem op, dat er iets gebeurde wanneer er bij een patiënt zich een nieuwe, tweede ziekte voordeed. Was deze nieuwe ziekte sterker dan de eerste, dan leek de eerste tijdelijk te verdwijnen zolang de tweede actief was. Verdween de tweede ziekte, dan kwam de eerste weer terug en volgde zijn natuurlijk klachtenverloop, alsof er nooit een tweede ziekte geweest was geweest. Was de tweede ziekte echter zwakker dan de eerste, dan zou de zieke mens hierdoor niet aangetast worden. Hahnemann merkte dat in bepaalde gevallen na het doormaken van een tijdelijke tweede ziekte, aan het eind hiervan de oorspronkelijke ziekte niet meer terug kwam, ook veel later niet. De patiënt leek hiervan genezen. Deze situatie deed zich voor in die gevallen, waarin de tweede ziekte in haar symptomen leek op de eerste ziekte.

Minimale dosis[bewerken]

Uit de observaties van ziektes had hij al opgemaakt dat de tweede ziekte sterker moest zijn dan de eerste. Hahnemann had verondersteld dat door langdurige hoge doses medicamenten de patiënt kunstmatig ziek werd gehouden met een geneesmiddelziekte, waardoor het leek dat de oorspronkelijke ziekte verdwenen was, terwijl deze in werkelijkheid onderdrukt was en wachtte tot de geneesmiddelziekte verdwenen was om vervolgens door te kunnen woekeren. Hahnemann onderzocht hoe hij de dosis van de geneesmiddelziekte net sterk genoeg kon maken om sterker te zijn dan de ziekte van de patiënt, maar toch ook weer zo licht dat de patiënt nauwelijks last ondervond van de kunstmatige geneesmiddelziekte.

Opleiding en beroepsgroep[bewerken]

Bij de homeopaat Schilderij van Wilhelm Schreuer (1866–1933)

Nederland[bewerken]

Het beroep homeopaat is niet beschermd; iedereen mag het uitvoeren. In Nederland maakt homeopathie geen deel uit van de academische opleiding. Het kwalitatieve niveau van opleidingen in de homeopathie wordt geaccrediteerd door onder andere de Federatie van Opleidingen in de Natuurlijke Geneeskunde (FONG). De beroepsgroep kent vele verenigingen. Artsen verenigd in de Artsenvereniging voor homeopathie (VHAN) hebben na een universitaire opleiding geneeskunde een vervolgopleiding in de klassieke homeopathie afgerond.[29] Volgens de VHAN zijn er in Nederland ongeveer 400 artsen die ook homeopathie hebben gestudeerd.[30]

België[bewerken]

De Belgische ministerraad heeft op 12 juli 2013 ingestemd met een ontwerp koninklijk besluit homeopathie op voorstel van de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Laurette Onkelinx. Zodra dit besluit van kracht wordt mogen alleen artsen, tandartsen en vroedvrouwen hun patiënten homeopathisch behandelen. Hiermee worden de aanbevelingen van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg opgevolgd.[31][32] Het kenniscentrum concludeerde op basis van een systematisch overzicht van de wetenschappelijke literatuur dat er geen enkel bewijs is dat homeopathische behandelingen beter werken dan een placebo. Ze ontraadt terugbetaling door de verplichte ziekteverzekering en adviseert dat alleen artsen homeopathie mogen beoefenen.[33]

Buitenland[bewerken]

De juridische status van homeopathie verschilt sterk per land.[34] Zo ook het systeem van vergoedingen door verzekeraars.

Zorgverzekering[bewerken]

Een groot aantal Nederlandse ziektekostenverzekeraars vergoedt homeopathische behandelingen[35][36][37] in hun aanvullende pakket. In het belang van de gezondheid van patiënten en de beheersbaarheid van kosten, zijn zorgverzekeraars in toenemende mate kritisch wat betreft de kwaliteit van complementaire zorg. Zij stellen hierbij steeds hogere eisen aan opleiding, nascholing, praktijkvoering, tuchtrecht, intervisie, organisatie binnen de beroepsgroep, etc. De beoordeling hiervan wordt meer en meer overgelaten aan onafhankelijke organisaties, in plaats van eigen beoordeling. De vergoeding door zorgverzekeraars is op deze manier voor veel patiënten niet alleen een financiële overweging, maar kan ook aangemerkt worden als kwaliteitscriterium.

Registratie van homeopathische middelen[bewerken]

Alle lidstaten van de Europese Unie zijn verplicht homeopathische middelen te registreren. Zowel voor het gebruik bij mensen[38] als bij dieren[39]. Voor de registratie van homeopathische middelen geldt binnen Europa een vereenvoudigde procedure die afwijkt van de registratie voor reguliere geneesmiddelen. In deze procedure hoeft de werkzaamheid of veiligheid van het middel niet aangetoond te worden. Wel moet de farmaceutische kwaliteit en de veiligheid van het middel beoordeeld worden voordat het product op de markt gezet mag worden. Deze procedure geldt enkel voor homeopathische middelen die voor oraal of uitwendig gebruik bestemd zijn die verder dan 1 op 10.000 verdund zijn én geen specifieke therapeutische indicatie vermelden op de verpakking en bijsluiter. [40]

Tevens moeten de middelen gemaakt zijn op basis van stoffen die staan vermeld in de Europese farmacopee dan wel de Duitse of de Franse farmacopee (Homöopathisches Arzneibuch resp. Farmacopée française).[bron?] Op het etiket van deze homeopathische middelen moet wel verplicht worden vermeld dat "de werkzaamheid door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen niet met wetenschappelijke criteria is beoordeeld".[bron?]

Volgens de Regeling Geneesmiddelenwet moeten homeopathische geneesmiddelen klinische en preklinische gegevens overleggen als er een claim van therapeutische indicatie op de verpakking of bijsluiter staat.[41] Wanneer het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen van oordeel is dat de gegevens niet stroken met de claim, kan het de handelsvergunning intrekken,[42] zoals gebeurde met het middel Rinileen tabletten.[43][44]

Homeopathische middelen worden geproduceerd volgens een specifieke homeopathische bereidingswijze die beschreven wordt in een officiële Farmacopee, zoals de Europese, Duitse en Franse.[bron?]

Kritiek[bewerken]

Wetenschappelijke kritiek[bewerken]

Kritiek op de homeopathische leer richt zich met name op het gebrek aan bewijs voor een positief effect van de behandelwijze (zie: wetenschappelijk onderzoek). Daarnaast zijn een aantal homeopathische ideeën in strijd met wetenschappelijke theorieën of ontbreekt er een wetenschappelijke onderbouwing.

Kritiek op het similiabeginsel

In de reguliere geneeskunde bestaan er behandelmethoden waarin het immuunsysteem preventief geactiveerd kan worden (met vaccinaties) om zich te bewapenen tegen potentiële exogene virussen. Het lichaam maakt dan antistoffen aan tegen deze virussen. Homeopatische medicijnen bevatten geen virussen, maar stoffen die op een of andere manier dezelfde symptomen veroorzaken. Het idee dat een ziekte genezen kan worden door een middel dat soortgelijke symptomen veroorzaakt, mist echter een wetenschappelijke onderbouwing. Er zijn geen fysiologische mechanismen bekend die dit kunnen verklaren.

Kritiek op verdunning werkzame stof
Een homeopathisch middel bereid uit Ledum palustre: deze "15C" verdunning overschrijdt de constante van Avogadro, waardoor de kans zeer klein is dat er nog een molecuul van het oorspronkelijke kruid in de oplossing aanwezig is.

Bij een verdunning van ongeveer 12C (24D) wordt de grens van Avogadro bereikt. Dit wil zeggen dat de oplossing zo ver verdund is dat er statistisch gezien hooguit één molecuul van de oorspronkelijke oertinctuur in de oplossing aanwezig is. Elke verdere D-verdunning vermindert de kans dat er een molecuul aanwezig is met 90% en elke C-verdunning zelfs met 99%. Veel homeopathische bereidingen zijn verder verdund, zoals bijvoorbeeld Hahnemanns favoriet 30C. De kans dat er dan nog een molecuul aanwezig is, is nog maar 10-26 Het oplosmiddel is niet meer te onderscheiden van een zuiver oplosmiddel.

Kritiek op potentiëring

Volgens de homeopathische leer wordt de werking van de oertinctuur middels het schudden — op de wijze die Hahnemann uitlegde — overgedragen op het oplosmiddel. Hierbij wordt de werkzaamheid van de stof gezien als overdrachtelijk, zoals energie. De homeopathisch leer heeft geen natuurkundig onderbouwde verklaring voor dit idee. Ook stelt de homeopathische leer dat het schudden de werkzaamheid van het middel verhoogt, waardoor de geneeskracht van de oertinctuur ondanks de verdunning behouden blijft of zelfs versterkt zou worden. Ook dit mist een uitleg welke aansluit bij wetenschappelijke bevindingen. Volgens de reguliere scheikundige wetten kan een oplossing geen eigenschappen bevatten van niet-aanwezige moleculen.

Kritiek op overdrachtelijkheid van de werkzame stof

Daarnaast zou er, analogisch gezien, een probleem bestaan wanneer het oplosmiddel in aanraking komt (of is geweest) met andere stoffen. Het water en/of de alcohol waarmee men de oplossingen verdunt, bevat van nature kleine hoeveelheden vervuiling (contaminatie). Zelfs zeer zuiver water of alcohol bevat nog miljarden moleculen van allerlei stoffen. Deze zouden door het potentiëren ook hun "energie" doorgeven op het oplosmiddel, waardoor je nooit precies weet hoe het oplosmiddel gecontamineerd is en de potentiëring dus onvoorspelbare resultaten zou opleveren.

Bovenstaande leidt tot twee belangrijk verschillende standpunten:

  • In de reguliere geneeskunde bevat een medicijn een werkzame stof die inwerkt op het menselijk lichaam. Aangezien homeopathische remedies door de vergaande verdunning geen enkel deel van de grondstof meer bevatten, kunnen zij dus geen effect uitoefenen op het menselijk lichaam. Homeopathie kan niet werken, want er zit niets in.
  • Volgens de homeopathische leer zou door het herhaald verdunnen en schudden de grondstof worden omgezet in een energetisch (dynamisch) middel, wat bij inname zou inwerken op het energetisch (dynamisch) lichaam van de mens.[bron?] Dat hierbij geen moleculen van de grondstof meer in het middel aanwezig zijn, wordt als niet belangrijk gezien. Deze energie is alleen nog nooit waargenomen.

Maatschappelijke kritiek[bewerken]

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) waarschuwde in 2009 dat de promotie en het gebruik van homeopathische middelen levensbedreigend is voor mensen in ontwikkelingslanden. Met name gebruik van homeopathische middelen tegen tuberculose, diarree bij kinderen, griep, malaria en HIV.[45][46] De behandelwijze is bijvoorbeeld volgens de Vereniging tegen de Kwakzalverij en Skepsis intrinsiek kwakzalverij en pseudowetenschappelijk, aangezien onbewezen behandelingen als medicinaal werkzaam worden voorgesteld. Dit ook omdat in de medische wetenschap geaccepteerde methoden om de werkzaamheid van therapieën en medicijnen te toetsen niet worden aanvaard door de homeopathie. Bekende wetenschappers als Daniel Dennett en Richard Dawkins (in de documentaire The Enemies of Reason) proberen geregeld het grote publiek te bereiken met argumenten waarom homeopathie onzin is.

Het geloof in de werking van een homeopathische behandeling zou ertoe leiden dat een patiënt niet of te laat een (bewezen) effectievere reguliere behandeling ondergaat en meer lijdt dan zonder de homeopathische behandeling.[bron?]

Kritiek op zorgverzekeringen[bewerken]

De vergoeding van homeopathische middelen door zorgverzekeraars stuit op kritiek van tegenstanders van de homeopathie.[bron?] In januari 2004 laaide in België een felle mediadiscussie op over de terugbetaling van alternatieve geneeswijzen nadat aan de Universiteit Gent dertig sceptici een 'zelfmoordstunt' uithaalden met een overdosis homeopathisch verdund slangengif, belladonna en arseen. Doel van deze actie was aan te tonen dat er in homeopathie geen werkzame stoffen zitten. Tevens werden de ziekenfondsen aangeklaagd omdat die zich als commerciële instanties boven de wet stellen door onbewezen behandelingen terug te betalen. De kritiek luidt dat het criterium voor deze terugbetaling enkel "bewezen werkzaamheid" kan zijn en niet de willekeurige "tevredenheid van de klant". Met de terugbetaling wordt volgens critici het verkeerde signaal gegeven aan de bevolking, die uit de terugbetaling afleidt dat het om werkzame geneesmiddelen gaat.[47] Ook de Académie nationale de médecine, de hoogste medische autoriteit in Frankrijk (overigens ook het land met de grootste productie van homeopathische middelen ter wereld), protesteerde in 2004 heftig tegen de vergoeding van een onbewezen behandelwijze door de ziektekostenverzekering.[48]

Baat het niet, dan schaadt het niet?[bewerken]

Veel leken gebruiken homeopathische middelen voor zelfzorg. Homeopaten adviseren om een middel niet langere tijd achtereen te gebruiken zonder te overleggen met huisarts of homeopaat. "Baat het niet, dan schaadt het niet" geldt namelijk niet volgens de theorie van de homeopathie. Door een bepaald middel langere tijd te gebruiken, zou volgens deze theorie de gebruiker namelijk precies die klachten gaan vertonen, waartegen het middel wordt ingenomen.

Reguliere medici wijzen erop dat veel alternatieve of complementaire geneeswijzen (waaronder homeopathie) 'op zich niet zoveel kwaad' kunnen, en zien als belangrijkste risico dat patiënten de reguliere geneeskunde gaan mijden. Dat komt echter niet vaak voor, en ernstig zieken gebruiken deze geneeswijzen doorgaans naast een reguliere behandeling.[49]

Wetenschappelijk onderzoek[bewerken]

Wetenschappelijke erkenning[bewerken]

Homeopathie wordt door wetenschappelijke instituten niet als werkzame geneeswijze erkend. Wetenschappelijk wordt de werking van een behandeling pas erkend als het effect niet te verklaren valt door andere (zoals psychologische) effecten dan de behandeling. Hoewel homeopathie, op acupunctuur na, van alle "complementaire behandelvormen" het meeste aantal gepubliceerd wetenschappelijk onderzoeken kent,[50] blijkt uit onafhankelijke onderzoeken dat de werking van homeopathie niet groter is dan dat van placebo's.[1][51][52][53][54][55]

De WHO onderschreef in 2009 dat er geen hard bewijs is dat homeopathische middelen effectief zijn bij bestrijding van een aantal ziektes die mensen in ontwikkelingslanden vaak oplopen. Met name gebruik van homeopathische middelen tegen tuberculose, diarree bij kinderen, griep, malaria en HIV. [56][45][57]

Sinds mei 1997[58] geldt in de Europese Unie[59] het COST B4-rapport waarin staat dat eerst een ondubbelzinnig bewijs van medicinale werkzaamheid dient te worden aangetoond.[60] Om onjuiste conclusies op basis van placebowerking, autosuggestie en misverstanden te voorkomen, is dan ook gedegen (en soms langdurig) onderzoek nodig om oorzaak en effect van een behandeling vast te stellen. Dat geldt zowel voor medische als voor alternatieve behandelingen. Over de vraag wanneer er voldoende onderzoek is geweest om te besluiten dat verder onderzoek zinloos is wordt duidelijk verschillend gedacht tussen voor- en tegenstanders.

Onderzoek naar de werking[bewerken]

In 1835 werd in Neurenberg het eerste dubbelblinde onderzoek gehouden. Uit dit onderzoek bleek dat het middel, een homeopathische zoutoplossing, geen effect had.[61] In 1966 publiceerde de Duitse homeopaat Fritz Donner een onderzoek naar de effectiviteit van homeopathie dat hij gedurende 1936 tot 1939 uitvoerde. Hij kwam tot het inzicht dat het niet effectiever was dan de werking van een placebo.[62] Sindsdien hebben onderzoeken verschillende uitkomsten getoond. In meta-onderzoeken worden de resultaten van vele onderzoeken vergeleken en wordt een beoordeling gedaan van de kwaliteit van de onderzoeksopzet.

Recent uitgevoerde meta-onderzoeken in gezaghebbende medische tijdschriften:

  • British Medical Journal 1991: Onderzoekers J. Kleijnen, P. Knipschild en G. ter Riet komen in 1991 tot de conclusie dat bewijs voor de werkzaamheid van homeopathie onvoldoende positief is om daaruit beslissende conclusies te kunnen trekken.[63]
  • The Lancet 1997: In een meta-analyse komen onderzoekers K. Linde e.a. tot de vaststelling dat deze studies onvoldoende bewijs opleveren dat homeopathie effectief is voor om het even welke aandoening.[64]
  • Journal of Clinical Epidemiology: Aanvullend onderzoek van Linde e.a. leidt in 1999 tot de conclusie dat de kwaliteit van dubbelblind onderzoek negatief uitwerkt op de score voor homeopathie.[65]
  • British Journal of Clinical Pharmacology 2002: Onderzoeker Edzard Ernst (zelf ook opgeleid tot homeopaat) komt tot de conclusie dat een willekeurig homeopathisch middel niet beter werkt dan een placebo.[66]
  • The Lancet 2005: In augustus 2005 publiceert het gezaghebbende tijdschrift The Lancet een artikel waarin Britse en Zwitserse wetenschappen opnieuw 110 "randomized placebo controlled" onderzoeken naar de effectiviteit van homeopathische middelen en therapieën bekeken. Zij vonden geen bewijs dat deze behandelingen en middelen beter werken dan een placebo.[67]

Onderzoek bij dieren[bewerken]

Ook over de werkzaamheid van homeopathie bij dieren is discussie door het uitblijven van bewijs. Dieren vertonen in wetenschappelijke studies wel een placebo-effect, maar dit verschilt wel met mensen: dieren worden immers niet verondersteld zich te realiseren welk effect beoogd wordt met een bepaalde behandeling. De evaluatie van de behandeling vindt echter wel plaats door mensen, die door diverse psychologische effecten (zie hierboven) misleid kunnen worden. Ook worden homeopathische behandelingen bij dieren veelal toegepast bij aandoeningen die niet of moeilijk objectief te beoordelen zijn, zoals zenuwachtigheid, een teveel aan libido etc.

Fraudegevallen[bewerken]

  • In 1988 publiceerde het wetenschappelijk tijdschrift Nature een onderzoek van de Franse wetenschapper Jacques Benveniste van het prestigieuze instituut Franse Nationaal Instituut voor Gezondheid en Medisch Onderzoek (INSERM) waarin Benveniste vaststelde dat hoge verdunningen van stoffen in water een 'geheugeneffect' in dat water vertoonden[68]. Het tijdschrift vermeldde dat deze uitkomsten onwaarschijnlijk waren.[69] Andere wetenschappers hebben de resultaten nooit kunnen reproduceren. Daaropvolgende onderzoeken, waaronder die van James Randi, toonden aan dat het onderzoek niet correct was uitgevoerd.[69] Dit schandaal veroorzaakte een aanzienlijke reputatieschade voor de wetenschapper en leidde uiteindelijk tot zijn ontslag bij het INSERM in 1995[70]
  • Het Leipziger homeopathie-onderzoek uit 2003, dat zogenaamd een empirisch bewijs van het effect van zwaar gepotentieerde homeopathische oplossingen geleverd had, werd eind 2005 weer ingetrokken. De Hans-Heinrich-Reckeweg-prijs, die de onderzoekers (apotheker Franziska Schmidt en de farmacologen Karen Nieber en Wolfgang Süß) toegekend was, werd teruggegeven. De chemicus Klaus Keck, de wiskundige Gerhard Bruhn en de geofysicus Erhard Wielandt hadden publiekelijk kritiek geuit op het feit dat de resultaten van het onderzoek niet op objectieve metingen berustten maar op vooroordelen en systematische meetfouten.

Alternatieve verklaringen[bewerken]

Er zijn wel mechanismen bekend die positieve effecten, voor zover aanwezig, van homeopathische behandelingen kunnen verklaren. Deze effecten berusten niet op de behandeling zelf maar op een of meer van de volgende mechanismen en omstandigheden:

  • Het placebo-effect van het voorgeschreven middel wordt versterkt door de verzorgde etikettering, de bemoedigende bijsluiter (het aureool van medicatie) en de voldoende hoge prijs.
  • Ook de aandacht van de therapeut voor de patiënt kan op zichzelf een (tijdelijk) positief effect geven (zie stress) tegen allerlei psychosomatische aandoeningen (cfr. ook het effect van de geruststelling door artsen);
  • Het veelal gebruikte oplosmiddel ethanol heeft een farmacologisch effect: het is dezelfde alcohol als in drank te vinden is. Derhalve wordt verstrekking van homeopathische middelen aan zuigelingen afgeraden. Iets dergelijks geldt voor zalven: de vette substantie zelf gaat uitdroging en irritatie door omgevingsinvloeden tegen en bevordert vanwege warmte-isolatie de doorbloeding; Sommige homeopaten behandelen een zuigeling door toediening van de remedie aan de (zogende) moeder.
  • Veel kwalen fluctueren (allergie bijvoorbeeld) of genezen onbehandeld vanzelf. Als men in zo'n geval een onwerkzaam middel inneemt kan het beeld ontstaan dat de genezing te danken is aan het middel (oorzaak-gevolgverwarring). Statistisch gezien is de kans op dit misverstand groot: gemiddeld grijpt men halverwege het ziekteverloop naar de medicijnkast, zodat de tweede helft van het ziekteverloop, de genezing, samenvalt met het medicijngebruik. Opvallend in dit verband is dat de bijsluiters van homeopathische medicijnen vermelden dat de klachten eerst nog kunnen verergeren: daarmee wordt de kans dat de spontane genezing aan het homeopathische middel wordt toegeschreven zelfs nog groter.
  • Homeopathische middelen worden vaak gemengd met, of verkocht onder het mom van, geneesmiddelen of kruiden die wèl werkzaam zijn. Het gaat dan strikt genomen niet meer om homeopathie.

Reacties[bewerken]

Volgens de homeopathische leer is het verkrijgen van resultaten door middel van dubbelblinde en andere objectief wetenschappelijke onderzoeksmethoden niet mogelijk. De klassiek homeopathische behandelmethode behandelt namelijk niet het symptoom, maar de patiënt als geheel (holistisch) waarbij het middel specifiek op een patiënt afgestemd moet worden. Echter, vaak worden homeopathische middelen helemaal niet op de persoon afgestemd maar alleen op de symptomen, zoals bij de klinische homeopathie.

Homeopathische organisaties reageerden negatief na deze publicatie in The Lancet. De Artsenvereniging voor homeopathie VHAN legde de conclusie van de Lancet uit 2005 naast zich neer. Ze vindt dat de redactie van de Lancet zich baseert op een discutabel onderzoek. Ook anderen hebben kritiek geuit op de conclusies van de Lancet, zoals epidemioloog Klaus Linde van de universiteit München.[71] Het onderzoek was volgens hem niet wetenschappelijk verifieerbaar en tegenstrijdig met de homeopathische methodiek. De homeopathische methodiek vereist dat een homeopathische behandelaar niet bij een bepaalde kwaal, maar bij een bepaald individu een medicijn voorschrijft, en dat kan een ander medicijn zijn dan dat waarvan een onderzoek moet vaststellen of het werkzaam is. Ten tweede houdt de homeopathie rekening met een periode na aanvang van de behandeling waarin de klachten verergeren in plaats van verbeteren, een periode die bovendien afhankelijk zou zijn van de tijd dat de patiënt reeds ziek is. Als met deze eisen rekening gehouden wordt, betekent dit dat een homeopathisch behandelaar de proefpersonen uitzoekt op basis van de kans dat die zullen genezen bij het behandelen met het onderzochte middel, terwijl hij tevens per proefpersoon mag vaststellen hoe lang moet worden gewacht voor het vaststellen van het effect. Hiermee voldoet het onderzoek echter niet meer aan de wetenschappelijke vereisten van randomisatie en objectiviteit.

Prof. Willem Betz (VUB) is het niet eens met de reactie van de VHAN, volgens hem handelen de meeste homeopaten volgens de klinische of volgens de complexe homeopathie. Dat wil zeggen, er wordt een bepaald middel of een standaardformule gebruikt voor een bepaalde klacht of ziekte. De werkzaamheid van deze behandelmethode is volgens hem wel degelijk te testen met dubbelblinde proeven. De resultaten zijn echter niet overtuigend.

Wegens het uitblijven van bewijs van werkzaamheid heeft de Britse National Health Service in het najaar van 2007 de beslissing genomen te stoppen met alle financiering van alternatieve geneeskunde, waaronder homeopathie. Het National Center for Complementary and Alternative Medicine (NCCAM) kreeg de afgelopen tien jaar een bedrag van 1 miljard dollar ter beschikking gesteld om de werking van homeopathie aan te tonen. Ondanks deze financiële middelen slaagde het NCCAM daar niet in.[72]

Stromingen[bewerken]

De homeopathie kent drie grote stromingen te weten:

  • De klassieke homeopathie werkt nog geheel volgens de leer van Hahnemann: ze noteren precies alle[bron?] symptomen, inclusief verschijnselen die door artsen meestal buiten beschouwing worden gelaten. Vervolgens wordt in verdunning een middel toegediend, waarvan men gelooft dat dit onverdund diezelfde verschijnselen zou geven. Bijvoorbeeld: een kind dat hoge koorts heeft, met rode wangen en verwijde pupillen krijgt belladonna (Wolfskers).
  • De complexe homeopathie
  • De klinische homeopathie

Wetenswaardigheden[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Shang A, e.a. Are the clinical effects of homoeopathy placebo effects? Comparative study of placebo-controlled trials of homoeopathy and allopathy. Lancet 2005; 366: 726–32
  2. (en) Smith, Kevin, november 2012. "Homeopathy is unscientific and unethical". Bioethics 26(9): 508–512. DOI:10.1111/j.1467-8519.2011.01956.x
  3. (en) Alan D. Sokal. "Pseudoscience and Postmodernism: Antagonists or Fellow-Travellers?" Garrett Fagan, ed. Archaeological Fantasies: How Pseudoarchaeology Misrepresents The Past and Misleads the Public. 2004. "Examples of pseudosciences are astrology, homeopathy ..." (blz. 5).
  4. Organon der geneeskunde § 22, Samuel Hahnemann
  5. 1811. Materia Medica Pura. Dresden. Arnold. 6 vols. Vol. 1 1811; vol. 2, 1816; vol. 3, 1817; vol. 4, 1818 ; vol. 5, 1819 ; vol. 6, 1821. 2d edition. Vol. 1, 1822 ; vol. 2, 1824 ; vol. 3, 1825 ; vol. 4, 1825 ; vol. 5, 1826 ; vol. 6, 1827.
  6. The Encyclopedia of pure Materia Medica, T.F. Allen M.D.
  7. a b (en) Hargrave, John G., Paracelsus: Contributions to medicine, Britannica Online Encyclopedia.
  8. a b (en) Paracelsus op de Engelstalige Wikipedia
  9. (en) Bradford, Th.L., Life and Letters of Hahnemann, Philadelphia, USA, 1895
  10. (en) Dean, M.E., (2001), Homeopathy and "the progress of science" (PDF), History of Science 39 (125 Pt 3): 255–83, PMID 11712570, gearchiveerd van het origineel op 7 april 2008, bekeken op 30 juli 2013
  11. Nienhuys, Jan Willem, Allopathie is ook kwakzalverij - Negentiende-eeuws scheldwoord voor achttiende-eeuwse uitwassen. Vereniging tegen de kwakzalverij, 10 jul 2009
  12. Morrell, Peter, Hahnemann's First Provings. Homéopathe International, dd.
  13. (de) Hahnemann, Samuel, Versuch über ein neues Prinzip zur Auffindung der Heilkräfte der Arzneisubstanzen, nebst einigen Blicken auf die bisherigen, in: Christoph Wilhelm Hufeland (Hrsg.): Journal der practischen Arzneykunde und Wundarzneykunst, 1796, Zweiter Band
  14. Nienhuys, Jan Willem, Hippocrates was geen homeopaat, september 2007
  15. (en) Morrell, Peter, Hahnemann's First Provings
  16. (en) Hahnemann, Samuel, Organon of Medicine, § 269 (6e editie): Hahnemann dacht dat het overbrengen van de 'essentie' van het uitgangsmateriaal op het oplosmiddel door middel van schudden op dezelfde manier zou werken als het overbrengen van magnetisme op ijzer door het metaal langs een magneet te bewegen.
  17. (en) Gupta, A.C.,, Organon of Medicine at a Glance. Delhi, (p6)
  18. (en) , Homeopathy Explained, Nanopathy. GGKEY:JWCD56EF80T, 1 January 2001, p. 22– Geraadpleegd op 12 January 2013.
  19. (en) King S, "Miasms in homeopathy", Classical homeopathy, gearchiveerd van het origineel op 7 maart 2009, bekeken op 25 maart 2009
  20. (en) Morrell, Peter, miasm theory and miasm remedies. Bekeken op 14 juli 2013
  21. (en) Kumar, Satheesh, The Chronic Diseases - Their peculiar nature and their homoeopathic cure. similia.com
  22. (en) Cook, Trevor M., Hahnemann, his life and times. 1981
  23. (de) Acker, Markus Die Entwicklung der Homöopathie in Deutschland
  24. (de) Faltin, Thomas, Homöopathische Krankenhäuser in Deutschland von 1833 bis zur Gegenwart - Homöopathie in der Klinik
  25. Biographical information on Constantine HERING
  26. The Sikh Encyclopedia, Honigberger, Doctor John Martin. 31 October 2009
  27. Government of india, Ministry of Science & Technology, Database on Homeopathic System of Medicines in India, Introduction, 2006
  28. Definition Complex homeopathy
  29. VHAN, De arts. Bekeken op 15 juli 2013
  30. VHAN, Een Schakel. Bekeken op 15 juli 2013
  31. Alleen artsen mogen nog homeopathie beoefenen Nieuwsblad.be.
  32. Presscenter.org, Bescherming van de patiënt: strikte regels om homeopathie te beoefenen. - Officieel persbericht van minister Onkelinx inzake nieuwe regeling homeopathie ter bescherming van de patiënt, 12 juli 2013.
  33. KCE reports 154A: Stand van zaken van de homeopathie in België (2011) p. vii
  34. European Committee for Homeopathy
  35. SRBAG | Overzicht zorgverzekeraarspolis
  36. Overzicht vergoedingen Zorgverzekeraars 2013, Nederlandse Vereniging van Klassiek Homeopaten
  37. Vergoedingen Zorgverzekeraars
  38. Richtlijn 2001/83/EC
  39. Richtlijn 2001/82/EC
  40. Homeopathie wetgeving, College ter Beoordeling van Geneesmiddelen. d.d.
  41. Artikel 3.11, Regeling Geneesmiddelenwet. Overheid.nl
  42. Artikel 3.11, Regeling Geneesmiddelenwet. Overheid.nl
  43. Uitspraak 201012662/1/A3. Raad van State, 18 april 2012
  44. http://www.cbg-meb.nl/CBG/nl/humane-geneesmiddelen/actueel/Wijzigingen-van-indicaties+op-homeopathische-zelfzorgmiddelen-snel-beoordeeld/default.htm
  45. a b (en) WHO waarschuwt tegen gebruik (BBC News).
  46. Trouw.nl, WHO waarschuwt tegen gebruik. 22 augustus 2009
  47. SKEPP in debat met de ziekenfondsen
  48. (fr) , L'Académie française contre l'homéopathie. La science d'ici et d'ailleurs, 13 september 2004
  49. H.G.M. Rooijmans en H.C. Walvoort, “Over ziekten en zieken - wetenschappelijke en alternatieve geneeskunde&rdquo, Ned Tijdschr Geneeskd. 2003;147:1717-20
  50. IOCOB,Homeopathie, complementaire behandelvormen
  51. Kleijnen J, Knipschild P, ter Riet G. Clinical trials of homoeopathy. BMJ 1991; 302: 316–23.
  52. Boissel JP, Cucherat M, Haugh M, Gauthier E. Critical literature review on the effectiveness of homoeopathy: overview of data from homoeopathic medicine trials. Brussels, Belgium: Homoeopathic Medicine Research Group. Report to the European Commission. 1996: 195–210.
  53. Linde K, Melchart D. Randomized controlled trials of individualized homeopathy: a state-of-the-art review. J Alter Complement Med 1998; 4: 371–88.
  54. Linde K, Scholz M, Ramirez G, Clausius N. Impact of study quality on outcome in placebo-controlled trials of homeopathy. J Clin Epidemiol 1999; 52: 631–36.
  55. Cucherat M, Haugh MC, Gooch M, Boissel JP. Evidence of clinical effi cacy of homeopathy: a meta-analysis of clinical trials. Eur J Clin Pharmacol 2000; 56: 27–33.
  56. (en) Citaten van meerdere wetenschappers wanneer gevraagd om een reactie over het gebruik van wetenschappelijk onbewezen medicijnen.
  57. (nl) WHO fel tegen gebruik homeopathische medicijnen (Trouw).
  58. Uitspraak EU
  59. DE EUROPESE UNIE, homeopathie en andere niet-conventionele geneesmiddelen
  60. Europese Commissie, COST B4, "Final report of the management committee by the project on unconventional medicine", 1998
  61. Stolberg M. (2006) "Inventing the randomized double-blind trial: The Nuremberg salt test of 1835." The James Lind Library (www.jameslindlibrary.org). Accessed Friday 12 May 2006.
  62. Nienhuys, Jan Willem (2010) "Het totale fiasco van de homeopathie, het rapport van Fritz Donner" Vereniging tegen de Kwakzalverij, 30 april 2009. Bezocht op 27 november 2012.
  63. Kleinen, J e.a. (1991) "Clinical trials of homoeopathy." British Medical Journal 1991 Feb 9;302(6772):316-23.
  64. Linde, K. (1997) "Are the clinical effects of homoeopathy placebo effects? A meta-analysis of placebo-controlled trials" Lancet 1997; 350: 834–43 (URL bezocht op 18-10-2006)
  65. Linde, K e.a. (1999) "Impact of study quality on outcome in placebo-controlled trials of homeopathy." Journal of Clinical Epidemiology 1999 Jul;52(7):631-6.
  66. Ernst, E (2002) "A systematic review of systematic reviews of homeopathy", British Journal of Clinical Pharmacology 2002 54:6 577
  67. Aijing Sjang e.a. (2005) "Are the clinical effects of homoeopathy placebo effects? Comparative study of placebo-controlled trials of homoeopathy and allopathy" Lancet 2005; 366: 726–32 (URL bezocht op 18-10-2006)
  68. Davenas, E. et al. Human basophil degranulation triggered by very dilute antiserum against IgE. Nature, 1988, 333: 816-818 doi:10.1038/333816a0
  69. a b Maddox, Randi, Stewart, High-dilution experiments a delusion. Nature, vol 334, issue 6180, 1988, pp 287-290
  70. Schiff, Michel, The Memory of Water: Homeopathy and the Battle of Ideas in the New Science. Thorsons, London, 1995.
  71. Linde K., Jonas W.B., Letter to the Editor,The Lancet, 2005; 366:2081-2081
  72. Colquhoun, prof. David (2007) "Letters: What to do about CAM?" BMJ 2007;335:736 (13 October). URL bezocht op 1 februari, 2010, 150 eerste woorden gratis, volledig artikel tegen betaling
  73. (en) Randi.org, Randi's Challenge to Homeopathy Manufacturers and Retail Pharmacies
  74. (en) Olivia Solon, Sceptic offers $1 million for proof that homeopathy works, Wired.co.uk. 8 februari 2011
  75. Gezondheidsplein.nl, Fytotherapie versus homeopathie. Bekeken op 23 juli 2013.