Homeopathie
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht. Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts. |
Homeopathie (Oud Grieks: ὅμοιος, homoios, gelijksoortig en πάθος, pathos, lijden of ziekte) is een alternatieve geneeswijze, wijd verbreid, maar ook omstreden. De basisprincipes van de homeopathie werden in de periode 1782-1798 geformuleerd door Samuel Hahnemann[1][2]. De homeopathie maakt soms gebruik van dezelfde grondstoffen als de natuurgeneesmiddelen en de fytotherapie. Het verschil is dat bij de laatste gebruik wordt gemaakt van de directe werking van de grondstof, die sterker wordt naarmate de dosis hoger is, en bij homeopathische middelen de initiële werkzame stof zelf, de oertinctuur, vrijwel niet meer aanwezig als gevolg van herhaalde verdunning en potentiëring (schudden).
Homeopathische middelen worden bereid op basis van een extract van minerale, plantaardige of dierlijke oorsprong, dat bij toediening in pure vorm symptomen zou geven die lijken op die van de te bestrijden ziekte. Op basis van deze gelijkheid aan symptomen (gelijksoortigheidsbeginsel) wordt het middel geacht een effectieve geneeswijze te zijn [3]. De grondstof wordt daarna in een aantal stappen verdund en geschud (potentiëren). Het eindproduct wordt geacht zonder bijwerkingen de ziektesymptomen te doen verdwijnen. De Materia Medica Pura, waar Hahnemann in 1811[4] een begin mee maakte en die sindsdien[5] werd uitgebreid, vormt de basis van de homeopathie. Zowel verdunde als onverdunde middelen worden hierin opgenomen.
Homeopathie heeft geen basis in de wetenschap: het gebruik werd in 1994 door de National Council Against Health Fraud bestempeld als kwakzalverij.[6] In een publicatie uit 2006 van UK-skeptics wordt homeopathie een pseudowetenschap genoemd.[7]De theorie dat medicijnen een sterkere werking krijgen door verdunning is in strijd met de beginselen van de hedendaagse geneeskunde: de verdunningen zijn dermate groot, dat er geen molecuul van de beginstof in de oplossing wordt aangetroffen. [7] [8]
Uit meerdere, onafhankelijke, onderzoeken blijkt dat homeopathie niet werkt.[9] [10] [11] [12] [13] [14]
Inhoud |
[bewerken] Hahnemann
Hahnemann was bezorgd over de medische praktijken van zijn tijd (eind 18de, begin 19de eeuw), die voornamelijk bestonden uit aderlaten en het gebruik van bloedzuigers. Wegens het totale gebrek aan kennis over het belang van steriel werken in Hahnemanns tijd was het waarschijnlijker dat iemand een ziekte of verwonding overleefde als een arts niets deed dan wanneer hij wel ingreep. Hahnemann noemde de (reguliere) geneeskunde van zijn tijd allopathie.
[bewerken] Grondbeginselen van Hahnemann (1796)
Homeopathie is gebaseerd op enkele door Hahnemann geformuleerde grondbeginselen:
- Het gelijksoortigheidsbeginsel similia similibus curentur - een ziekte kan genezen worden door een patiënt een middel toe te dienen dat in onverdunde vorm bij een gezonde persoon gelijksoortige symptomen zou oproepen als die waaraan de patiënt lijdt.
- In het organisme wordt een zwakkere dynamische aandoening blijvend uitgedoofd door een sterkere, wanneer deze, hoewel verschillend van aard, in haar manifestatie er zeer op lijkt[15]
- Het verdunnen van een middel in verschillende stappen met water of alcohol, met tussen de verdunningen door het zogenaamde potentiëren. Dit gebeurt vaak tot een zodanige verdunning dat er van de oorspronkelijke stof waarschijnlijk geen molecuul meer in het oplosmiddel te vinden is. Het doorgaans extreme verdunnen heeft tot gevolg dat de grondstof geen bijwerkingen veroorzaakt; de werking wordt toegeschreven aan het potentiëren, waarbij de 'energie' van de werkzame stof wordt overgebracht op het oplosmiddel.
- ziekten zijn onder te verdelen in drie fundamentele miasma's; ziekten worden overgebracht door een onzichtbare invloed (vgl. magnetisme), dus zonder transport van materie.
[bewerken] Het gelijksoortigheidsbeginsel
Hahnemann ervoer symptomen als van malaria na het innemen van kinine. Dit middel werd gebruikt bij het bestrijden van malaria (waar Hahnemann overigens niet aan leed), een ziekte waarvan koorts een belangrijk symptoom is. Deze ervaring leidde Hahnemann tot het formuleren van het gelijksoortigheidsbeginsel similia similibus curentur - als kinine bij toediening intermitterende koorts opwekt bij een gezond persoon en deze bestrijdt bij een ziek persoon, was het volgens Hahnemann logisch dat elke andere stof die een symptoom opriep bij een gezond persoon gebruikt kon worden voor het bestrijden van dit symptoom bij een zieke.
Hahnemann en zijn volgelingen hebben vele homeopathische proeven gedaan om te bepalen welke stof welk symptoom oproept. Een stof werd daarbij door een proefpersoon onverdund ingenomen, waarna deze persoon gedurende enkele dagen tot zelfs weken alles wat hij voelde (symptomen) opschreef in een dagboek. Homeopathie was in feite het vroegste voorbeeld van een geneeskunde die zich baseerde op klinische studies.
Hierbij moet aangetekend worden dat de medische wetenschap in de tijd van Hahnemann nog in de kinderschoenen stond. Zaken als incubatietijden, de verspreidingsvectoren van ziekten en kennis over pathogenen was nihil. Ook bijvoorbeeld de koorts die Hahnemann zegt ervaren te hebben na het innemen van kinine was mogelijk niet hetgeen tegenwoordig onder koorts wordt verstaan, daar de koortsthermometer nog niet was uitgevonden. Het wel of niet hebben van koorts was daardoor moeilijk objectief vast te stellen.
Hahneman was waarschijnlijk niet op de hoogte van de wetten die de chemie bepalen. Het bestaan van moleculen, de reacties tussen stoffen en het onderzoek van Avogadro dat vaststelde hoeveel moleculen van een stof in een bepaalde hoeveelheid materiaal aanwezig zijn, waren hem waarschijnlijk onbekend omdat die ontdekkingen ongeveer in dezelfde tijd plaats vonden. Zo kon Hahneman tot de veronderstelling komen dat een onmogelijk grote verdunning van een stof waarbij, zoals later aantoonbaar was, er geen enkel molecuul meer aanwezig kon zijn toch werkzaam zou zijn. Hahneman en zijn tijdgenoten dachten nog in termen van spontaan ontstane stoffen en geesten van stoffen. Latere inzichten in de chemie en stofwisseling lijken daardoor moeilijk verenigbaar met Hahnemanns oorspronkelijke ideeën.
Hahnemann’s oorspronkelijke geneesmiddelproeven hadden geen controlegroepen, maar reeds het eerste dubbelblind, placebo-gecontroleerde onderzoek in de geschiedenis van de geneeskunde, dat in 1835 werd uitgevoerd, toonde de onwerkzaamheid van een homeopathische zoutoplossing aan.
[bewerken] Homeopathische behandelwijze
In tegenstelling tot de reguliere geneeskunde die ervan uitgaat dat ziekten bevochten moeten worden met sterke middelen (het doden van ziekteverwekkers, kankercellen en het toedienen van anti-middelen en blokkerende/remmende middelen zoals antibiotica, antihypertensiva, beta-blokkers, ACE-blokkers, interleukine-blokkers, selectieve serotonine-opname-remmers), zijn homeopaten met name gericht op het versterken en weer in evenwicht brengen van het individu dat de ziekte heeft. Met andere woorden, in plaats van het aanvallen van de agressor of tegenwerken van verstoorde pathofysiologische processen, het versterken van de eigen defensie door het stimuleren van het inherent zelfgenezend vermogen, de vis medicatrix naturae.
De homeopaat is niet alleen geïnteresseerd in de pathologie en diagnose van de ziekte maar evenzeer in de manier waarop de ziekte bij een bepaald individu tot uitdrukking komt, m.a.w. hoe de ene eczeem-patiënt verschilt van de andere. De symptomen die een patiënt heeft - zowel de symptomen die uiterlijk waarneembaar zijn als de symptomen die de patiënt voelt - zijn een uiting van de ziektetoestand. Terwijl in de reguliere geneeskunde symptomen alleen in aanmerking genomen worden voor zover ze een bepaalde ziektediagnose kunnen bevestigen en verklaard kunnen worden vanuit het pathologisch substraat, zijn voor de homeopaat alle symptomen in principe relevant. Alle symptomen, die als uitingsvorm van de ziektetoestand worden gezien, worden bij de homeopathische diagnose betrokken, zelfs als er geen pathologische veranderingen met de huidige diagnostische middelen kunnen worden aangetoond. De homeopaat neemt geen genoegen met alleen het verwijderen van een bepaald symptoom. Hahnemann vermeldt dan ook in het Organon dat z.i. een patiënt waarbij het algemeen welbevinden is teruggekeerd en alle symptomen van een ziekte zijn verdwenen (in de ruime zin die de homeopathie daarvoor in aanmerking neemt), genezen is.
[bewerken] Bereiding van homeopathische middelen
Homeopathische middelen worden bereid op basis van een zogenaamde oertinctuur: een geconcentreerd extract van minerale, plantaardige, dierlijke of zelfs menselijke oorsprong (de zogenaamde nosoden).
Daarna begint het potentiëren, waarbij bij elke verdunning telkens flink moet worden geschud, het zogeheten 'potentiëren'. Dit heet zo, omdat bij deze bewerking het middel geacht wordt aan kracht te winnen: de energiesignatuur neemt toe. Bovendien kunnen daardoor ook giftige stoffen als middel gebruikt worden, bijv. arsenicum. Het schudden vindt plaats door de fles met de oplossing krachtig tegen een verend oppervlak te slaan. Hahnemann gebruikte hiervoor zijn in leer gebonden notitieboek, tegenwoordig wordt dat meestal machinaal gedaan door fabrikanten die zich hierbij aan de regels van Good Manufacturing Practice dienen te houden. Oorspronkelijk schreef Hahnemann 40 zulke schuddingen voor, maar maakte er later 10 van omdat hij ontdekt had dat hij daarmee dezelfde resultaten boekte.
Een praktische reden waarom Hahnemann voor het verdunnen heeft gekozen kan zijn dat een flink aantal van de stoffen die hij gebruikte giftig zijn bij onverdund gebruik. Ook Hahnemann moet bekend geweest zijn met de relatie tussen dosis en effect voor deze stoffen. Verdunnen voorkwam in ieder geval dat de patiënt aan de behandeling overleed, iets wat bij de allopathische artsen uit de tijd van Hahnemann wel voorkwam. Voorts was Hahnemann een uitstekende chemicus en wanneer een chemicus een stof in een buisje/flesje doet, dan wordt er vaak ook geschud. Een belangrijke bijdrage van Hahnemann aan de chemie is geweest dat hij een test ontwikkelde om loodacetaat in wijn aan te tonen. Door loodacetaat toe te voegen wordt wijn zoeter, maar erg gezond is dat niet. Hahnemann was in zijn tijd bekend om zijn Farmaceutisch Lexicon waarin hij de bereiding van vele stoffen beschreef; dit boekwerk was een standaardwerk voor apothekers tot ver in de 19e eeuw.
[bewerken] Verdunningsreeksen
Voor het potentiëren bestaan verschillende reeksen: de D-reeks (1 op 10), de C-reeks (1 op 100), en zelfs de LM-reeks (1 op 50.000). Over het algemeen neemt men aan dat de lagere potenties eerder een werkingssfeer in het fysieke lichaam hebben en de hogere potenties "de psyche" raken.
[bewerken] Simplex- en complexmiddelen
In de klassieke homeopathie gebruikt men potenties van een enkele stof, simplexmiddelen geheten, dit in tegenstelling tot complex homeopathie die complexmiddelen gebruikt, samengesteld uit een mengsel van potenties.[16]
Klassieke homeopaten schrijven slechts één enkel middel tegelijk voor, op basis van een groot aantal kenmerken van de patiënt, zoals de individuele kenmerken van de voornaamste klacht (het type hoofdpijn van de ene patiënt kan aanzienlijk verschillen van die van de andere), reacties op temperatuur, weerstypen, voedingsmiddelen, beweging/rust, en emotionele en mentale kenmerken. Sinds de hernieuwde impuls in de homeopathie door de Griek George Vithoulkas ziet men wereldwijd een tendens de homeopathie toe te passen d.m.v. de klassieke lijnen. Daarbij zijn wel een aantal scholen te onderscheiden, bijv. volgens James Tyler Kent, Vithoulkas, Sankaran.
Klinisch werkende homeopaten schrijven meestal voor op basis van de reguliere diagnose met slechts enkele individuele kenmerken van de patiënt. Er wordt dus met minder individuele kenmerken rekening gehouden dan in de klassieke homeopathie gebruikelijk is, hetgeen de kans dat het homeopathische middel passend is, uiteraard vermindert. Deze vereenvoudigde methode komt men ook wel tegen in de zelfzorgmedicatie (drogist), waarbij mensen zelf homeopathische middelen proberen te vinden voor hun chronische klachten. Daarbij wordt vrijwel altijd de follow-up gemist (wat is er gebeurd nadat het middel is ingenomen), omdat de verkoper van het middel daar over het algemeen niet in geïnteresseerd is.
"Homeopathische" complexen uit massaproductie, die bij de drogist en apotheek zonder recept gekocht kunnen worden, zijn samengesteld uit een aantal homeopathische middelen die bij een bepaalde diagnose relatief vaker zijn aangewezen. Ze zouden vooral geschikt zijn voor eenvoudige, acute klachten, waarbij de individuele kenmerken minder belangrijk zijn. Een voorbeeld daarvan is de Spiroflor SRL gelei van VSM. De bestanddelen Symphytum officinale tinctuur Rhus toxicodendron tinctuur en Ledum palustre tinctuur zijn van diverse planten die samen pijnstillend bij spierstijfheid zouden werken, echter de oplossingen/gels bevatten geen stoffen meer die in deze planten voorkomen.
[bewerken] Begrippen in de homeopathie
- constitutie
- Constitutie is de aangeboren én verworven psychisch-geestelijke en lichamelijke gesteldheid van een mens. Deze is te herkennen aan de lichaamsbouw, psychisch/mentale grondstemming en wijze van reageren op innerlijke en uiterlijke druk.
- endogeen
- Ziekte die van binnenuit komt, d.w.z. die verbonden is met de constitutie van de patiënt. Endogene ziektebeelden komen vaak voort uit de erfelijkheid of biografie. Ze komen van binnenuit en zijn niet altijd te verklaren op basis van externe invloeden.
- exogeen
- Ziekte die van buitenaf komt. Een voorbeeld hiervan is een epidemische ziekte, zoals griep. Andere oorzaken kunnen zijn, een val of een ingrijpende gebeurtenis, waardoor een psychische verstoring ontstaat..
- nosode
- Een nosode is een homeopathisch middel, ook wel 'tussenmiddel' genoemd. Het wordt gebruikt als complementair middel dat wordt ingezet als het hoofdmiddel niet aanslaat. Een nosode wordt gemaakt van ziektekiemen of ziek weefsel.
- Enkele bekende nosoden zijn:
-
- Carcinosinum
- Cortison
- Medorrhinum
- Psorinum
- Syphilinum
- Tuberculinum
- repertoriseren
- Het zoeken van mogelijke homeopathische middelen die kunnen worden ingezet vanuit de symptomen van een patiënt. Het repertoriseren gebeurt op basis van verschillende repertoria. Een repertorium bevat een index, vaak ingedeeld in hoofdgroepen, met daaronder symptomen. Bijvoorbeeld: Hoofd - hoofdpijn - achter de ogen. Bij al deze symptomen worden middelen genoemd, met de mate waarin het middel succesvol voorgeschreven is in het verleden.
- potentiëren
- Het bereiden van homeopathische middelen. De bereiding begint met het bereiden van een oertinctuur of verwrijving van grondstoffen. Het verwreven materiaal of de oertinctuur wordt vervolgens vermengt met alcohol en verdund. Deze potentiëringsmethodes zijn beschreven in een homeopathische farmacopee. Steeds weer worden de oplossingen achtereenvolgens verder verdund. Het aantal verdunningsstappen komt tot uitdrukking in het getal in de potentie: “D3 / 3DH / 3X” betekent driemaal een decimale verdunningstap (1 op 10); “C8 / 8CH” betekent achtmaal achtereenvolgens verdunnen in een centesimale stap van 1 op 100). In de homeopathie spreekt men van “potentiëring” omdat volgens homeopathisch gebruik tussen elke verdunningsstap, de oplossing wordt geschud.
[bewerken] Filosofische achtergrond
In de homeopathie, met name de klassieke, wordt naast het ziektebeeld ook gekeken naar de patiënt als geheel en naar bepaalde kenmerken die op het eerste gezicht niet direct met de ziekte zelf te maken hebben.
[bewerken] Holisme: elementaire niveaus
Homeopathie gaat uit van 3 elementaire niveaus: een fysiek (lichamelijk) niveau, een emotioneel (gevoels)niveau en een mentaal niveau. Deze 3 niveaus vormen één geheel, dwz. lichaam en geest zijn één geheel, en zijn uniek voor ieder individu. Alle levende wezens worden bovendien bestuurd door de eigen levenskracht (vitalisme). Volgens de homeopathie ontstaan gezondheid en ziekte op dit energetische niveau. Wanneer de levenskracht normaal functioneert, is er gezondheid op alle niveaus. Wanneer een verstoring ontstaat in de levenskracht, heeft dit een verstoring op één of meerdere niveaus tot gevolg. Het homeopathisch middel wordt individueel gekozen op basis van overeenkomst tussen het totaal van de symptomen van de patiënt en het geneesmiddelbeeld. De verstoring wordt in deze visie hersteld als de energieprikkel van het middel gelijksoortig is aan de verstoring in de levenskracht. Hiermee verdwijnt dan het geheel der symptomen van de patiënt.
[bewerken] Constitutietypen
Bij de persoonsgerichte behandeling kijkt de behandelaar naar de individualiserende symptomen van de patiënt. Dit betreft psychologische aspecten, leefstijl en omgeving, slaappatronen, is de patiënt warmbloedig of juist kouwelijk enzovoorts en uiteraard de symptomen van de aandoening die de patiënt aan de homeopaat voorlegt.
Enkele voorbeelden van constitutietypen (beknopt):
- Van een 'ignatia-type' wordt gezegd dat hij/zij nerveus is, gepassioneerd, onderhevig aan wisselende stemmingen en sterk wisselende klachten heeft en een hekel heeft aan tabaksrook;
- Een typische 'pulsatilla-constitutie' is een jonge vrouw of kind, met blond of lichtbruin haar, blauwe ogen en een delicaat uiterlijk, die zachtaardig en toegeeflijk is, die gemakkelijk huilt, afhankelijk is, romantisch, emotioneel, vriendelijk maar verlegen;
- Het 'nux vomica-type' is actief, zeer ambitieus, agressief, ruziezoekerig, drinkt graag alcohol, houdt van vet en pikant voedsel.
- Het 'sulfur-type' is onafhankelijk, nonchalant, filosofisch en leergierig, lui en slordig, en heeft een sterk ego.
[bewerken] Registratie van homeopathische middelen
Homeopathische middelen hebben een uitzonderingspositie in vergelijking tot de reguliere geneesmiddelen. Reguliere medicijnen worden toegelaten indien zowel de werking als de veiligheid wetenschappelijk bewezen is. Homeopathische middelen die verder dan 1:10.000 verdund zijn (D4) worden toegelaten als aangetoond is dat hun veiligheid en kwaliteit gewaarborgd zijn en dat ze gemaakt zijn op basis van stoffen die staan vermeld in de Europese farmacopee dan wel de Duitse of de Franse farmacopee (Homöopathisches Arzneibuch resp. Farmacopée française). De werkzaamheid hoeft bij deze groep homeopathische preparaten dus niet te worden aangetoond. Op het etiket van deze homeopathische middelen moet wel verplicht worden vermeld dat "de werkzaamheid door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen niet met wetenschappelijke criteria is beoordeeld".
Homeopathische middelen worden geproduceerd volgens een specifieke homeopathische bereidingswijze die beschreven wordt in een officiële Farmacopee, zoals de Europese, Duitse en Franse. Alle lidstaten van de Europese Unie zijn verplicht homeopathische middelen te registreren volgens Richtlijn 2001/82/EC (voor gebruik bij dieren) en Richtlijn 2001/83/EC (voor gebruik bij mensen).
[bewerken] Homeopathie bij dieren
Ook over de werkzaamheid van homeopathie bij dieren is discussie door het uitblijven van bewijs. Dieren vertonen in wetenschappelijke studies wel een placebo-effect, maar dit verschilt wel met mensen: dieren worden immers niet verondersteld zich te realiseren welk effect beoogd wordt met een bepaalde behandeling. De evaluatie van de behandeling vindt echter wel plaats door mensen, die door diverse psychologische effecten (zie hierboven) misleid kunnen worden. Ook worden homeopathische behandelingen bij dieren veelal toegepast bij aandoeningen die niet of moeilijk objectief te beoordelen zijn, zoals zenuwachtigheid, een te veel aan libido etc, en blijft het feit dat aandoeningen ook voor andere dieren dan de mens vaak van voorbijgaande aard zijn, waardoor het ‘effect’ eerder ten onrechte toegeschreven wordt aan het gegeven homeopathische middel.
[bewerken] Controverse en schadelijkheid in de homeopathie
De homeopathie als alternatieve geneeswijze is controversieel, mede doordat de geclaimde werking van homeopathische medicijnen in strijd is met de huidige stand der wetenschap.
[bewerken] Kwakzalverij
Homeopathie wordt door sceptici beschouwd als kwakzalverij. De behandelwijze is volgens de door de Vereniging tegen de Kwakzalverij en Scepsis gehanteerde definitie intrinsiek kwakzalverij en pseudo-wetenschappelijk, aangezien onbewezen behandelingen als medicinaal werkzaam worden voorgesteld en in de medische wetenschap geaccepteerde methoden om de werkzaamheid van therapieën en medicijnen te toetsen niet worden aanvaard door de homeopathie. Bekende wetenschappers als Daniel Dennett en Richard Dawkins (in de documentaire The Enemies of Reason) proberen geregeld het grote publiek te bereiken met argumenten waarom homeopathie volgens hen onzin is.
[bewerken] De tegenargumenten
- Het is strijdig met de geldende wetenschappelijke inzichten dat een medicijn steeds sterker zou werken bij steeds lagere concentratie, vooral wanneer de concentratie zo laag is dat in een dosis van het medicijn geen molecuul van de oorspronkelijke stof meer aanwezig kan zijn.
- Als stoffen waarmee water in aanraking komt hun 'signatuur' kunnen achterlaten in het water, zouden alle stoffen waar water ooit mee in aanraking is geweest dit moeten doen. Dit zou betekenen dat water behalve een geheugen ook intelligentie zou moeten hebben: water zou namelijk niet alleen moeten onthouden met welke stof(fen) het in aanraking is geweest, het zou ook moeten kunnen bepalen welke van die stoffen het homeopathisch middel is en welke niet (en die zou het water dan moeten vergeten).
Water uit de kraan zou in dit geval nog een "herinnering" hebben aan bijvoorbeeld de urine die erin opgelost heeft gezeten. Er bestaat naar geldende wetenschappelijke inzichten geen reden om aan te nemen dat "potentiëren" een ander effect heeft dan eenvoudig schudden.
- Het is niet mogelijk om oplosmiddelen absoluut vrij van verontreinigingen te maken. Daardoor bevatten homeopathische medicijnen in hoge verdunning waarschijnlijk alleen sporen van verontreiniging en geen werkzame stof. Toch wordt verondersteld dat een eventueel effect van het medicijn wordt veroorzaakt door de werkzame stof en niet door de verontreiniging.
- bij dubbelblinde onderzoeken blijkt de werking van homeopathische middelen niet te verschillen van die van een placebo.
- de manier waarop de werkzaamheid van homeopathische middelen wordt aangetoond is statistisch onverantwoord: het "prooven" (testen) van stoffen om zo hun symptomen te bepalen wordt gedaan met groepen van 1(!) tot 8 personen, en hieruit worden voor honderden stoffen duizenden symptomen gedistilleerd. De validatie van zoveel symptomen als algemeen geldend uit een zo kleine testgroep vraagt om verdere testen van duizenden, zo niet tienduizenden personen, hetgeen niet gedaan wordt. Uit testen met dergelijke kleine groepen vallen gewoonweg geen zinnige conclusies te trekken. Het trekken van algemeen geldende conclusies uit dergelijke kleine testgroepen is ook ernstig in tegenspraak met de claim van homeopathie dat ze empirische wetenschap is.
Aanhangers van de homeopathie trekken de resultaten van dubbelblinde en andere objectief wetenschappelijke onderzoeksmethoden in twijfel omdat dit soort onderzoek in de homeopathie niet mogelijk zou zijn; de klassiek homeopathische behandelmethode behandelt niet het symptoom, maar de patiënt als geheel (holistisch) waarbij het middel specifiek op een patiënt afgestemd wordt. Dat homeopathie de totale zieke persoon zou behandelen is volgens de critici nonsens. Bovendien blijft de vraag hoe sommige homeopaten kunnen volhouden dat er (bijna) wetenschappelijk bewijs is geleverd terwijl zij tegelijk opperen dat hun methodes zich daartoe niet lenen. Opvallend is ook dat middelen die 'over de toonbank' worden verkocht in apotheken en drogisterijen puur verkocht worden op indicatie voor klinische klachten, (vaak naar verwezen als "klinische homeopathie") en dus niet op de persoon afgestemd zijn. Als klassieke homeopaten gelijk hebben, zou het geen zin hebben homeopathische medicijnen zonder recept te verkopen; maar als ze ongelijk hebben bewijst dit dat hun methode niet werkt.
Tegenstanders van homeopathie zeggen dat positieve effecten, voor zover aanwezig, niet op het voorgeschreven middel zelf berusten maar op een of meer van de volgende mechanismen/omstandigheden:
- de aandacht van de therapeut voor de patiënt kan op zichzelf een (tijdelijk) positief effect geven (zie stress) tegen allerlei psychosomatische aandoeningen (cfr. ook het effect van de geruststelling door artsen);
- het placebo-effect van het voorgeschreven middel is onder meer te danken is aan de verzorgde etikettering, de bemoedigende bijsluiter (het aureool van medicatie) en de voldoende hoge prijs;
- het veelal gebruikte oplosmiddel ethanol heeft een farmacologisch effect: het is dezelfde alcohol als in drank te vinden is. Derhalve wordt verstrekking van homeopathische middelen aan zuigelingen afgeraden. Iets dergelijks geldt voor zalven: de vette substantie zelf gaat uitdroging en irritatie door omgevingsinvloeden tegen en bevordert vanwege warmte-isolatie de doorbloeding;
- veel kwalen fluctueren (allergie bijvoorbeeld) of genezen onbehandeld vanzelf. Als men in zo'n geval een onwerkzaam middel inneemt kan het beeld ontstaan dat de genezing te danken is aan het middel (oorzaak-gevolgverwarring). Statistisch gezien is de kans op dit misverstand groot: gemiddeld grijpt men halverwege het ziekteverloop naar de medicijnkast, zodat de tweede helft van het ziekteverloop, de genezing, samenvalt met het medicijngebruik. Opvallend in dit verband is dat de bijsluiters van homeopathische medicijnen vermelden dat de klachten eerst nog kunnen verergeren: daarmee wordt de kans dat de spontane genezing aan het homeopathische middel wordt toegeschreven zelfs nog groter.
- homeopathische middelen worden vaak gemengd met, of verkocht onder het mom van, geneesmiddelen of kruiden die wèl werkzaam zijn. Het gaat dan strikt genomen niet meer om homeopathie.
Voorstanders merken op dat ondanks de vele twijfels homeopathie na ruim 200 jaar nog steeds bestaat. Tegenstanders reageren dat het veelzeggend is dat homeopathie na 200 jaar nog steeds geen bewijs van werking geleverd heeft. Tevredenheidsargumenten hebben volgens hen evenmin kracht van bewijs en zijn steeds selectief aangevoerd door homeopaten zelf.
[bewerken] De rol van de ziekenfondsen
- Een groot aantal ziektekostenverzekeraars vergoedt homeopathische behandelingen[17][18][19] in hun aanvullende pakket. Dit stuit op kritiek van tegenstanders van de homeopathie. In januari 2004 laaide in België een felle mediadiscussie op over de terugbetaling van alternatieve geneeswijzen nadat aan de Universiteit Gent dertig sceptici een 'zelfmoordstunt' uithaalden met een overdosis homeopathisch verdund slangengif, belladonna, en arsenicum. Doel van deze actie was aan te tonen dat er in homeopathie geen werkzame stoffen zitten. Tevens werden de ziekenfondsen aangeklaagd omdat die zich als commerciële instanties boven de wet stellen door onbewezen behandelingen terug te betalen. De kritiek luidt dat het criterium voor deze terugbetaling enkel "bewezen werkzaamheid" kan zijn en niet de willekeurige "tevredenheid van de klant". Met de terugbetaling wordt volgens critici het verkeerde signaal gegeven aan de bevolking, die uit de terugbetaling afleidt dat het om werkzame geneesmiddelen gaat.[20] Ook de Franse Academie voor Geneeskunde, de hoogste medische autoriteit in Frankrijk (overigens ook het land met de grootste productie van homeopathische middelen ter wereld), protesteerde in 2004 heftig tegen de vergoeding van een onbewezen behandelwijze door de ziektekostenverzekering.[21].
[bewerken] Fraudegevallen
- In 1988 beweerde een Franse wetenschapper Jacques Benveniste van het prestigieuze INSERM instituut dat hij had vastgesteld dat hoge verdunningen van stoffen in water een geheugeneffect in dat water vertoonden. Daarmee had hij een grond voor de werkzaamheid van homeopathie verschaft. Zijn resultaat werd in Nature gepubliceerd, echter onder de vermelding dat deze uitkomsten onwaarschijnlijk waren. Daaropvolgende onderzoeken, waaronder die van James Randi, toonden aan dat het onderzoek niet correct was uitgevoerd. Dit schandaal leidde tot het ontslag van de wetenschapper Benveniste.
- Het Leipziger homeopathie-onderzoek uit 2003, dat zogenaamd een empirisch bewijs van het effect van zwaar gepotentieerde homeopathische oplossingen geleverd had, werd eind 2005 weer ingetrokken. De Hans-Heinrich-Reckeweg-prijs, die de onderzoekers (apotheker Franziska Schmidt en de farmacologen prof. dr. Karen Nieber en prof. dr. Wolfgang Süß) toegekend was, werd teruggegeven. De chemicus dr Klaus Keck, de wiskundige prof. Gerhard Bruhn en de geofysicus prof. Erhard Wielandt hadden publiekelijk kritiek geuit op het feit dat de resultaten van het onderzoek niet op objectieve metingen berustten maar op vooroordelen en systematische meetfouten.
[bewerken] Antivaccinatiedoctrine
Homeopathie wordt ook bekritiseerd als anti-vaccinatiedoctrine. Ook al zijn er homeopaten die tegen bepaalde vaccinaties geen bezwaar hebben, in het algemeen valt het oordeel over vaccinaties door homeopaten negatief uit. De kritiek luidt dat de anti-vaccinatiementaliteit van de homeopathie eerder steunt op natuursentimentalisme dan op ware medische motieven.[22][23]
[bewerken] Baat het niet, dan schaadt het niet?
- Wegens de diepe overtuiging dat homeopathie werkt, bestaat het gevaar dat het geloof de bovenhand haalt en dat daardoor de kritische reflex bij de behandelaar vervaagt. De kans is dan reëel dat een patiënt voor een bepaalde aandoening verkeerd, te laat of helemaal niet behandeld wordt. Dit betreft de vraag naar de correctheid van de medische diagnose en prognose, los van het feit of de behandelaar te goede of te kwader trouw is.
Ook als de patiënt zelf in de werkzaamheid van een bepaald nepmiddel gelooft, bestaat de mogelijkheid dat die de kans op genezing aan zich laat voorbij gaan. Dit kan door een anti-geneeskunde-attitude (wat voorkomt bij een kleine minderheid). Correcte en volledige informatie is daarom niet enkel een patiëntenrecht, maar eveneens noodzakelijk voor een correcte beeldvorming van het ziekteproces.
Vele homeopaten (en patiënten) zullen bij serieuze aandoening de reguliere behandeling echter niet laten vallen, maar het feit dat men het homeopatische middel toch blijft aanprijzen suggereert heilzaamheid van het gebruikte middel. Het punt op het continuüm van aandoeningen, waar de homeopaat een geloofsprong maakt, blijft echter een heikele subjectieve kwestie. Sommige homeopaten zijn immers overtuigd dat hun middelen heilzaam zijn tegen ernstige aandoeningen zoals kanker, en in extremere gevallen ook tegen SARS en Aids. Het moet worden gezegd dat homeopatische kernorganisaties zich hiervan nooit collectief en formeel hebben gedistantieerd.
[bewerken] Wetenschappelijk onderzoek
Homeopathie wordt door de wetenschap niet als geneeswijze erkend. Het is dan ook geen medisch specialisme en wordt meestal door niet-artsen uitgeoefend.
Sinds mei 1997 [24] geldt in de Europese Unie[25] het COST B4 rapport waar in staat dat eerst een ondubbelzinnig bewijs van medicinale werkzaamheid dient te worden aangetoond[26]. Om onjuiste conclusies op basis van placebowerking, autosuggestie en misverstanden te voorkomen, is dan ook gedegen (en soms langdurig) onderzoek nodig om oorzaak en effect van een behandeling vast te stellen. Dat geldt zowel voor reguliere als voor alternatieve behandelingen. Over de vraag wanneer er voldoende onderzoek is geweest om te besluiten dat verder onderzoek zinloos is wordt duidelijk verschillend gedacht tussen voor- en tegenstanders.
Al in 1835 bleek uit een dubbel-blind onderzoek dat een homeopathische zoutoplossing geen effect had.[27] Sindsdien zijn verschillende goed en slecht opgezette onderzoeken uitgevoerd naar het effect van homeopathie.
Recent uitgevoerde meta-onderzoeken in gezaghebbbende medische tijdschriften:
- British Medical Journal 1991: Onderzoekers J. Kleijnen, P. Knipschild en G. ter Riet komen in 1991 tot de conclusie dat bewijs voor de werkzaamheid van homeopathie onvoldoende positief is om daaruit beslissende conclusies te kunnen trekken.[28]
- The Lancet 1997: In een meta-analyse komen onderzoekers K. Linde e.a. tot de vaststelling dat deze studies onvoldoende bewijs opleveren dat homeopathie effectief is voor gelijk welke aandoening.[29]
- Journal of Clinical Epidemiology: Aanvullend onderzoek van Linde e.a. leidt in 1999 tot de conclusie dat de kwaliteit van dubbelblind onderzoek negatief uitwerkt op de score voor homeopathie. [30]
- British Journal of Clinical Pharmocology 2002: Onderzoeker Edzard Ernst (zelf ook opgeleid tot homeopaat) komt tot de conclusie dat een willekeurig homeopathisch middel niet beter werkt dan een placebo.[31]
- The Lancet 2005: In augustus 2005 publiceert het gezaghebbende tijdschrift The Lancet een artikel waarin Britse en Zwitserse wetenschappen opnieuw 110 "randomized placebo controlled" onderzoeken naar de effectiviteit van homeopathische middelen en therapieën bekeken. Zij vonden geen bewijs dat deze behandelingen en middelen beter werken dan een placebo.[32]
-
- In een commentaar schrijft The Lancet dat er geen enkel bewijs is dat homeopathische middelen nut hebben. De Lancet pleit ervoor om de discussie daarover te staken. Artsen dienen hun patiënten te vertellen dat ze hun tijd verdoen door homeopathische middelen in te nemen.
[bewerken] Reacties
Homeopathische organisaties reageerden negatief na deze publicatie in The Lancet. De Artsenvereniging voor homeopathie VHAN legde de conclusie van de Lancet uit 2005 naast zich neer. Ze vindt dat de redactie van de Lancet zich baseert op een discutabel onderzoek. Ook anderen hebben kritiek geuit op de conclusies van de Lancet, zoals epidemioloog Klaus Linde van de universiteit München[33]. Het onderzoek was volgens hem niet wetenschappelijk verifieerbaar en tegenstrijdig met de homeopathische methodiek. De homeopathische methodiek vereist dat een homeopathische behandelaar niet bij een bepaalde kwaal, maar bij een bepaald individu een medicijn voorschrijft, en dat kan een ander medicijn zijn dan dat waarvan een onderzoek moet vaststellen of het werkzaam is. Ten tweede houdt de homeopathie rekening met een periode na aanvang van de behandeling waarin de klachten verergeren in plaats van verbeteren, een periode die bovendien afhankelijk zou zijn van de tijd dat de patiënt reeds ziek is. Als met deze eisen rekening gehouden wordt, betekent dit dat een homeopathisch behandelaar de proefpersonen uitzoekt op basis van de kans dat die zullen genezen bij het behandelen met het onderzochte middel, terwijl hij tevens per proefpersoon mag vaststellen hoe lang moet worden gewacht voor het vaststellen van het effect. Hiermee voldoet het onderzoek volgens de homeopaten echter niet meer aan de wetenschappelijke vereisten van randomisatie en objectiviteit.
Prof. Willem Betz (VUB) is het niet eens met de reactie van de VHAN, volgens hem handelen de meeste homeopaten echter volgens de klinische of volgens de complexe homeopathie. Dat wil zeggen, er wordt een bepaald middel of een standaardformule gebruikt voor een bepaalde klacht of ziekte. De werkzaamheid van deze behandelmethode is volgens hem wel degelijk te testen met dubbelblinde proeven. De resultaten zijn echter niet overtuigend.
Wegens het uitblijven van bewijs van werkzaamheid heeft de Britse National Health Service in het najaar van 2007 de beslissing genomen een einde te stellen aan alle financiering van alternatieve geneeskunde, zoals homeopathie. Het National Center for Complementary and Alternative Medicine (NCCAM) kreeg de afgelopen tien jaar een bedrag van 1 miljard dollar ter beschikking gesteld om de werking van homeopathie aan te tonen. Ondanks deze financiële middelen slaagde het NCCAM daar niet in.[34]
[bewerken] Trivia
- Wie - onder (dubbelblinde) testomstandigheden waar beide partijen mee akkoord gaan - een homeopathische remedie en het oplosmiddel van deze remedie (over het algemeen water) van elkaar kan onderscheiden, op welke wijze dan ook, kan aanspraak maken op een prijs van een miljoen dollar, uitgeloofd door de James Randi Educational Foundation.
[bewerken] Literatuur
- Fritsche, Herbert: Samuel Hahnemann - Idee en werkelijkheid van de homeopathie (ISBN 978-90-806875-6-1)
[bewerken] Externe links
- (nl) Website van de VHAN (Vereniging Artsen voor Homeopathie Nederland)
- (nl) Website van de NVKH (Nederlandse Vereniging van Klassiek Homeopaten)
- (nl) Website homeopathie.nl Website over homeopathie van de VHAN
- (nl) Website van de Stichting IOCOB. Deze stichting houdt een keurmerksysteem bij van de alternatieve geneeswijzen.
- (nl) Website kwakzalverij.nl Website van de Vereniging tegen de Kwakzalverij
- (nl) Website van SKEPP.be (Studiekring voor de Kritische Evaluatie van Pseudowetenschap en het Paranormale)
- (en) Artikel "Human basophil degranulation triggered by very dilute antiserum against IgE", Davenas, E. et al., Nature, 1988, 333: 816-818 doi:10.1038/333816a0 - Wetenschappelijk artikel van J. Benveniste in Nature waarin voor de eerste keer zou aangetoond zijn dat homeopathie werkt. Dit bewijs wordt betwist.
- (en) James Randi legt homeopathie uit. James Randi
| Referenties: |
|
| Onderwerpen in Homeopathie, Begrippen in de homeopathie | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|

