Hommelsoorten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een hommelsoort is een biologische soort die deel uitmaakt van het geslacht van de hommels (bombus). Hommels behoren tot de bijachtigen en zijn insecten.

Hier worden de in Nederland minder voorkomende hommelsoorten beschreven.

De algemeen voorkomende hommelsoorten worden samen met een algemene beschrijving en levenscyclus van hommels beschreven in hommel (insect).

Heidehommel[bewerken]

Heidehommel op Japanse wijnbes

De Heidehommel is zeldzaam en komt voor op de hogere zandgronden. Het is een zeer variabel gekleurde hommel en lijkt qua kleur op de Moshommel. Gevonden in het zuiden op de Strabrechtse Heide en in het noorden in Drenthe. Het nest zit net op of net iets onder de grond onder dopheidestruiken, graspollen en mos. De Heidehommel is te vinden op de planten...... Een volgroeide kolonie bestaat uit zo'n ... tot ... werksters. De koningin is 18 - 22, de werkster 10 - 14 en de mannetjes 10 - 16 mm lang. De vleugels van de koningin hebben een maximale spanwijdte van ... mm. De spanwijdte van de werksters is .... mm. De nestzoekende koninginnen zijn te zien van ... tot ..., de werksters van ... tot ... en de jonge koninginnen en mannetjes van ... tot ....

Grote aardhommel[bewerken]

Grote aardhommel op braam

De Grote aardhommel is zeldzaam en komt voor op de ...... gronden. De Grote aardhommel lijkt op de Gewone aardhommel en heeft dus ook een witte achterlijfspunt, maar de gele band aan de voorzijde van het borststuk loopt door tot ruimschoots onder de vleugelbasis. Het achterste stuk van het borststuk (scutellum) vaak met gele haren. Het nest zit in de grond. Een volgroeide kolonie bestaat uit zo'n ... tot ... werksters. De Grote aardhommel is te vinden op de planten...... De koningin is ...-..., de werkster ...-... en het mannetje ...-... mm lang. De vleugels van de koningin hebben een maximale spanwijdte van ... mm. De spanwijdte van de werksters is .... mm. De nestzoekende koninginnen zijn te zien van ... tot ..., de werksters van ... tot ... en de jonge koninginnen en mannetjes van ... tot ....

Grashommel[bewerken]

Grashommel op prei

De Grashommel is zeldzaam en komt voor op ..... De Grashommel lijkt op de Steenhommel, maar de Grashommel heeft een gele achterlijfspunt i.p.v een rode. Het nest zit net op of net iets onder de grond onder ..... en ..... De Grashommel koninginnen zijn te vinden op de planten witte dovenetel en smeerwortel. Een volgroeide kolonie bestaat uit zo'n ... tot ... werksters. De koningin is ...-..., de werkster ...-... en het mannetje ...-... mm lang. De vleugels van de koningin hebben een maximale spanwijdte van ... mm. De spanwijdte van de werksters is .... mm. De nestzoekende koninginnen zijn te zien van ... tot ..., de werksters van ... tot ... en de jonge koninginnen en mannetjes van ... tot ....

Late hommel[bewerken]

De Late hommel is een bedreigde soort en komt in Europa van de Scandinavische landen tot aan de Pyreneeën voor.
De late hommel lijkt veel op de Steenhommel, maar is in het algemeen iets kleiner. Ook is de inkerving in de buurt van de bovenlip minder diep.
De koningin is ...-..., de werkster 10-17 en het mannetje ...-... mm lang. De vleugels van de koningin hebben een maximale spanwijdte van ... mm. De spanwijdte van de werksters is 28 mm. De nestzoekende koninginnen zijn te zien van ... tot ..., de werksters van ... tot ... en de jonge koninginnen en mannetjes van ... tot ....

De bijbehorende koekoekshommel is de Vierkleurige?? koekoekshommel (Psithyrus quadricolor).

Zandhommel[bewerken]

De Zandhommel gaat in Nederland sterk achteruit. De vrouwtjes zijn geel met een zwart scutellum. Het nest zit .... de grond. Een volgroeide kolonie bestaat uit zo'n ... tot ... werksters. De Zandhommel is te vinden op de planten...... De koningin is ...-..., de werkster ...-... en het mannetje ...-... mm lang. De vleugels van de koningin hebben een maximale spanwijdte van ... mm. De spanwijdte van de werksters is .... mm. De nestzoekende koninginnen zijn te zien van ... tot ..., de werksters van ... tot ... en de jonge koninginnen en mannetjes van ... tot ....

Boshommel[bewerken]

De boshommel komt vooral voor in graslanden, ruderale gebieden en langs bloemrijke bosranden. Deze hommel vliegt zeer snel en is daardoor en door de kleurtekening te onderscheiden van andere soorten.

De Boshommel heeft een bruin- tot grijsgeel borststuk met in het midden een zwarte band. Op het voorste stuk van het achterlijf (tergiet 1 en 2) zitten rijen zwarte haren, het tussenstuk (tergiet 3) is zwart en het einde (tergieten 4,5 en 6) is roestrood behaard. Dus zowel midden op het borststuk als midden op het achterlijf zit een zwarte band en de punt van het achterlijf is roestrood. De tong is vrij lang. Het nest zit vooral ondergronds, vaak in oude muizennesten, maar ook boven de grond. Een volgroeide kolonie bestaat uit zo'n 80 tot 150 werksters. De Boshommel is te vinden op veel verschillende soorten planten. De koningin is 16-18, de werkster 10-15 en het mannetje 12-14 mm lang. De vleugels van de koningin hebben een spanwijdte van 29–32 mm. De spanwijdte van de werksters is 21–27 mm en die van de darren 23-26 mm. De nestzoekende koninginnen zijn te zien van maart tot ..., de werksters van ... tot half oktober en de jonge koninginnen en mannetjes eind augustus.

De bijbehoerende koekoekshommel is de Rode koekoekshommel (Bombus rupestris).

Externe links[bewerken]

o.a. foto boshommel