Homo homini lupus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken


Homo homini lupus is een Latijns gezegde dat betekent "de mens is een wolf voor zijn medemens". De uitdrukking komt voor het eerst voor in Asinaria, een toneelstuk van de Romeinse schrijver Plautus: "lupus est homo homini" (regel 495). Later werd het gezegde opnieuw gebruikt in het filosofische werk De cive ('Over de burger', 1651) van Thomas Hobbes: "Om onpartijdig te spreken, beide gezegden zijn zeer juist: dat de mens voor de mens een soort God is; en dat de mens voor de mens een doortrapte wolf is. Het eerste is waar, als we burgers onder elkaar vergelijken; en het tweede, als we steden vergelijken." In de waarneming van Hobbes weerklinkt het citaat van Plautus, die wilde zeggen dat het inherent is aan de mens zelfzuchtig te zijn.

De uitdrukking wordt soms vertaald als "de mens is de wolf van de mens", hetgeen kan betekenen dat de een de ander tot prooi maakt. 'Homo homini lupus' wordt vaak gezegd over de gruwelen waar een mens toe in staat is.

De Romeinse filosoof Seneca schreef een tegengestelde uitdrukking: 'Homo res sacra homini', ofwel 'de mens is iets heiligs voor de mens'.