Homoseksualiteit in Rusland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Homoseksualiteit in Rusland is lange tijd onderwerp van taboe en vervolging geweest. Homoseksualiteit werd gedecriminaliseerd in 1917, om in 1933 opnieuw gecriminaliseerd te worden. In 1993 werd homoseksualiteit weer toegestaan. Sinds 2013 is er een wet die in de praktijk betekent dat het praten over homoseksualiteit waar een minderjarige bij is strafbaar is.

Russia g.jpg

Situatie tot 1716[bewerken]

Over de situatie van homoseksuelen in het Kievse Rijk zijn weinig details bekend. De bronnen uit die tijd die zijn overgeleverd, zijn vooral religieus van aard (evangeliën, missalen en hagiografieën). Met name de hagiografieën zijn interessant, omdat ze mede een beeld schetsen van de maatschappij waarbinnen ze zijn geschreven. In enkele hagiografieën wordt zijdelings gerefereerd aan relaties die buiten het “normale” kader vielen. Zo wordt in het verhaal van de heiligen Boris en Gleb de liefde van George de Hongaar, een schildknaap, voor zijn meester Boris verteld; als Boris wordt vermoord werpt George zich op het lichaam van zijn vriend, vragend om ook te mogen sterven “voordat jouw lichaam slap zal zijn geworden”. De sympathie van de auteur voor de wederzijdse liefde tussen Boris en George schijnt duidelijk door in het verhaal.

Ondanks de positieve houding tegenover (al dan niet platonische) relaties tussen leden van gelijk geslacht die blijkbaar bestond in het Kievse Rijk bracht het Orthodoxe geloof ook een negatieve kijk op elke seksuele handeling met zich mee; een situatie die met alle vormen van het christendom verbonden is. Van een wettelijk verbod op homoseksualiteit en homoseksuele handelingen is in de bronnen echter niets terug te vinden.

Na de bevrijding van de Mongoolse Gouden Horde, die het rijk van Kiev overheersten van de 13e tot de 15e eeuw had het centrum van de macht zich verplaatst van Kiev naar Moskou, de hoofdstad van het prinsdom Moskovië. Over de situatie van homoseksuelen in de Moskovische tijd zijn meer geschreven bronnen overgeleverd dan over de situatie in het Kievse Rijk. Reizigers uit de 16e eeuw zijn stomverbaasd en zelfs geschokt over het feit dat homoseksualiteit openlijk wordt getoond in Moskovië. Volgens Simon Karlinski is de Moskovische periode waarschijnlijk “the era of the greatest visibility and tolerance for male homosexuality that the world had seen since the days of Ancient Greece and Rome”.

Volgens de verslagen van de buitenlandse reizigers kwam homoseksualiteit niet alleen voor onder de lagere, minder beschaafde klassen, maar ook onder de hoogste klassen, tot zelfs de heersende monarchen. Onder de monarchen die bestempeld worden als homoseksueel (of in ieder geval biseksueel) kunnen genoemd worden: grootvorst Vasili III, zijn zoon tsaar Ivan IV de Verschrikkelijke (door Aleksej Konstantinovitsj Tolstoj in 1862 is het verhaal van Ivans relatie met Fjodor Basmanov opgevoerd in zijn roman Knjaz’ Serebrjanny; het verhaal is later ook door Sergej Eisenstein gebruikt in zijn film Ivan Grozny, 1945) en de zogenaamde eerste Valse Dimitri. De verslagen spreken niet alleen over seksuele relaties tussen mannen onderling, maar ook tussen mannen en bijvoorbeeld paarden. Wat we echter niet mogen vergeten, is dat de schrijvers van deze verslagen West-Europeanen waren, die met hun eigen westerse christelijke en seculiere opvattingen over homoseksualiteit naar Moskou kwamen, een land dat in de ogen van veel West-Europeanen primitief en onbeschaafd was. De verslagen die zij schreven, waren bedoeld voor een lezerspubliek met dezelfde achtergrond en denkbeelden; hoewel de verhalen over homoseksualiteit in Moskovië waar kunnen zijn, moeten we toch in het achterhoofd houden dat ze ook heel wel overdreven kunnen zijn om het primitieve en barbaarse karakter van Moskovië te benadrukken.

Intussen was de Russisch-orthodoxe Kerk fel gekant tegen het veelvuldige voorkomen van homoseksuele handelingen. In preek XII van Metropoliet Daniel, een Moskouse geestelijke uit de jaren ’30 van de 16e eeuw wordt een hele rij homoseksuele types ten tonele gevoerd, sommige verwijfd, andere niet. Tijdens het schisma binnen de Russische Orthodoxe kerk scheidde de groep oudgelovigen (in het Russisch Старобрядцы, Starobrjadtsy) onder leiding van aartspriester Avvakoem Petrov zich af van de moederkerk van Patriarch Nikon. Ook de oud-gelovigen zijn niet gecharmeerd van homoseksualiteit. Ironisch is, dat juist uit de groep oud-gelovigen in de 18e eeuw twee sekten ontstaan (de Хлысты, Chlysty en de Скопцы, Skoptsy) die herkenbare homoseksuele trekjes hadden in hun cultuur, folklore en religieuze riten.

Anders dan in West-Europa, waar homoseksuelen vervolgd, gevangengezet en opgehangen werden, had Moskovië (en dus Rusland) in deze tijd geen wetten die het hebben van homoseksuele relaties en het uitvoeren van homoseksuele handelingen verboden. Daar komt gedeeltelijk verandering in als Peter de Grote op het toneel verschijnt.

De achttiende en negentiende eeuw[bewerken]

In 1698 wordt in Engeland een zekere kapitein Edward Rigby opgepakt en veroordeeld vanwege het aansporen tot homoseksuele handelingen. In het verslag dat van de rechtszaak is gemaakt, valt te lezen dat Rigby, tijdens het verleiden van een jongeman, hem vertelde dat homoseksuele handelingen de normaalste zaak van de wereld zijn; Rigby had ooit door een sleutelgat zelfs de tsaar van Moskovië, Peter, bij Aleksandr zien liggen, een timmerman die door Peter verheven was tot prins. Peter de Grote had in april 1698 inderdaad Engeland bezocht en was daarna twee maanden op de scheepswerven in Deptford gebleven; blijkbaar had Rigby Peter de Grote daar gadegeslagen. Rigby werd uiteindelijk veroordeeld tot de schandpaal, een boete van duizend pond en een jaar gevangenisstraf. Hij ontsnapte echter en vluchtte naar Frankrijk.

Vreemd genoeg was het juist de genoemde Peter de Grote die de eerste antihomowetten invoerde in het Russische Rijk. In 1716 voert hij een aantal militaire artikelen in (bekend als Peters Wetboek), waarin vrijwillige seks tussen twee mannen werd verboden. Het ging hierbij niet om een maatschappelijk verbod, maar het verbod was alleen van toepassing op soldaten in actieve dienst. Bovendien wordt er in de code alleen over handelingen gesproken, niet over personen. Het gaat hier specifiek over het zogenaamde мужеложство (muzjelozjstvo), anaal geslachtsverkeer. Andere homoseksuele handelingen worden niet verboden.

Was het leger dan zo’n broedplaats voor homoseksuelen? Homoseksuele relaties moeten voorgekomen zijn in het leger om een dergelijk artikel op te nemen in Peters Code. Bovendien bestond er een wijdverbreide, traditionele bewondering voor ridderparen (denk aan Boris en George) en was het heel gewoon voor soldaten om te verbroederen (побрататься, pobratat'sja) met een andere soldaat. Niettemin is het artikel in Peters Code het eerste wettelijke verbod op homoseksuele handelingen sinds het allereerst bekende Russische wetboek, de Русская Правда (Russkaja Pravda). Dit komt, doordat de Oosters Orthodoxe Slaven de verscheidene vormen van seksuele “afwijkingen” zagen als zonden, en niet als misdaden, zoals de christenen in West-Europa, wier wetten vaak gebaseerd waren op de richtlijnen van het Oude Testament, dat zagen. Als zonden vielen deze “afwijkingen” onder religieuze jurisdictie, en niet onder de wereldlijke wet.

Binnen het Orthodoxe geloof waren ook de geslachten van de deelnemers aan een seksuele handeling, of de organen die in die handeling werden gebruikt niet zozeer van belang, maar de relatieve positie van de deelnemers; de juiste positie was de vrouw onder en de man boven. Iedere afwijking van deze positie werd gezien als tegennatuurlijk en daardoor zondig. Homoseksuele handelingen werden hiermee onder dezelfde paraplu gehangen als orale seks of zelfs heteroseksuele handelingen met de vrouw in de toppositie. Dit was geen zaak voor de wereldlijke autoriteiten maar kon geabsolveerd worden in de biecht, door het bidden van een aantal Weesgegroetjes en het zich gedurende enkele maanden onthouden van vlees en melk.

Wat was de reden dat Peter de Grote een dergelijk artikel opnam in zijn militaire code? Nadat hij in 1703 Sint-Petersburg had gesticht, zijn "Venster op het Westen", begon Peter de Russische aristocratie westerse denkbeelden op te dringen; men moest zich meer richten op West-Europa en de westerse manieren overnemen. Met deze westerse manieren kwamen ook nieuwe ideeën de Russische cultuur binnen over hoe mannen zich dienden te gedragen. Peter verbood homoseksuele handelingen in het leger in 1716 om daarmee het voortouw te nemen tot de nodige mentaliteitsveranderingen; als eerste moesten in het leger en de marine de “nieuwe mannen” gecreëerd worden.

Het zou nog tot 1835 duren, voordat een verbod op homoseksuele handelingen in een burgerlijk wetboek terecht zou komen; naar het schijnt was de aanleiding voor het opnemen van een dergelijk artikel (nummer 995 in het Wetboek van tsaar Nicolaas I) het antwoord op het veelvuldig vóórkomen van seksuele handelingen tussen jongens op internaten en kostscholen. Ook in het geval van Artikel 995 was de strafbare handeling in kwestie alleen мужеложство en werden andere vormen van homoseksualiteit buiten beschouwing gelaten. In de praktijk kwam het echter zeer weinig voor dat mannen op basis van Artikel 995 veroordeeld werden; vooral na de hervormingen van tsaar Aleksandr II kwamen veroordelingen van homoseksuelen zeer weinig meer voor. Veel leden van de hogere klassen leidden zelfs een min of meer openlijk homoseksueel leven. Onder deze mensen bevonden zich bekende Russen als Nikolaj Przewalski, Leontiev en Tsjaikovski. Tsjaikovski was wel getrouwd geweest (naar verluidt om geruchten over zijn homoseksualiteit te weerleggen), maar in de praktijk was het huwelijk al na enkele weken voorbij. Het mislukken van zijn huwelijk dwong Tsjaikovski zijn homoseksuele gevoelens onder ogen te zien; in een brief aan zijn broer Anatoli schreef hij: “Pas nu, speciaal na het incident van mijn huwelijk, ben ik eindelijk gaan begrijpen dat er niets zo vergeefs is als het willen zijn van datgene, wat ik van nature niet ben”.

Vooral in de jaren ’90 van de 19e eeuw leek het alsof homoseksueel zijn ineens erg in de mode was – in die jaren vond een massale opkomst van homoseksuele mannen en vrouwen op het Russische culturele toneel plaats. Veel familieleden van de laatste drie tsaren waren zichtbaar homoseksueel; onder hen bevond zich grootvorst Sergej Aleksandrovitsj, de broer van tsaar Aleksandr III en oom van tsaar Nicolaas II.

In 1903 werd de antihomo-wet versoepeld; in Artikel 516 van het nieuwe wetboek was мужеложство nog steeds strafbaar, maar met niet meer dan een gevangenisstraf van ten minste drie maanden, terwijl het daarvoor nog strafbaar was geweest met verbanning naar Siberië voor ten minste vier tot vijf jaar. In ditzelfde jaar 1903, tijdens de voorbereiding van de nieuwe wet, schreef en publiceerde Vladimir Nabokov een artikel over de legale positie van homoseksuelen in Rusland; in het artikel betoogde hij dat de staat zich niet zou moeten bemoeien met persoonlijke seksuele relaties. De revolutie van 1905 deed hier nog een schepje bovenop; door het zo goed als verdwijnen van de preventieve censuur op boeken naar aanleiding van het Oktobermanifest bloeiden de homoseksuele kunsten als nooit tevoren. Homoseksuele schrijvers, dichters, artiesten, dansers en choreografen bevolkten het Russische toneel. Michail Kuzmin publiceerde zijn spraakmakende debuutroman Крылья (Kryl'ja). Homoseksuele culturele uitingen bloeiden gedurende die eerste twee decennia van de 20e eeuw, tot het 1917 werd.

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski[bewerken]

Op 6 november 1893 stierf de (ook in zijn tijd) zeer bekende componist Pjotr Iljitsj Tsjaikovski. Over zijn dood doen vele verhalen de ronde. Eén lezing is dat Tsjaikovski zelfmoord pleegde door het drinken van een glas met cholera vergiftigd water, nadat een Hof van Eer hem daartoe had aangezet, omdat er een aanklacht tegen Tsjaikovski zou komen vanwege “het verleiden van de zoon van een edelman”. Tsjaikovski was homoseksueel[1] en de verklaring voor zijn dood wordt in zijn homoseksualiteit gezocht. Hij zou zelfmoord plegen vanwege het schandaal dat het bekend worden van dit feit in de maatschappij zou veroorzaken. Het is echter zeer onwaarschijnlijk dat Tsjaikovski om een dergelijke reden zelfmoord zou plegen. Niet alleen was zijn homoseksualiteit al publiekelijk bekend, er zou bovendien geen schandaal volgen als dit feit gepubliceerd zou worden. Doordat de leden van de hogere klassen sowieso niet vervolgd werden voor homoseksuele handelingen is ook het detail van het Hof van Eer erg twijfelachtig. Kijkend naar alle feiten en bewijzen moet dan ook geconcludeerd worden, dat de zelfmoordlegende een broodjeaapverhaal is, een zogenaamde urban legend. Het is veel waarschijnlijker dat de componist is overleden aan cholera, opgelopen tijdens de grote epidemie tijdens de laatste jaren van de 19e eeuw.

De Sovjettijd[bewerken]

De eerste vooruitzichten na de Oktoberrevolutie van 1917 voor homoseksuelen leken positief. In het eerste Wetboek van Strafrecht dat de bolsjewieken na de revolutie invoerden (1922) is zelfs het artikel dat homoseksuele handelingen strafbaar stelt, verdwenen. Voor het eerst sinds 1716 was homoseksualiteit weer volledig legaal. De bolsjewieken kozen ervoor om artikel 995 te laten vervallen, omdat ze de wet wilden zuiveren van oudtestamentische (en dus religieuze) invloeden. Het legaliseren van homoseksuele handelingen betekende echter niet het einde van vervolgingen van homoseksuelen. Aangezien in de jaren voor de revolutie de meeste openlijke homoseksuelen leden waren geweest van de hoogste klassen, of politieke ultraconservatieven, gingen de bolsjewieken ervan uit, dat homoseksualiteit een verdorvenheid was van de bourgeois onderdrukkers. Homoseksualiteit werd nu niet meer gezien als een misdaad, maar als een medische of psychische aandoening, die genezen zou moeten kunnen worden. In de lokale pers kwam het beeld naar voren, dat homoseksualiteit inderdaad niet langer illegaal was, maar dat overduidelijk homoseksueel gedrag toch gestraft moest worden, omdat dit besmettelijk zou zijn, en zo jonge mensen ertoe zou kunnen verleiden zich ook zo te gaan gedragen. Ondanks de negatieve houding van de bolsjewistische regering, bleef de homoseksuele subcultuur ook in de jaren ’20 bloeien. In Moskou waren de parken rond de Boulevardring geliefde ontmoetingsplekken, in Sint-Petersburg was het de Nevski Prospekt.

Deze homoseksuele subcultuur verdween in één klap uit de openheid na een decreet van Stalin uit 1933, waarin homoseksualiteit wederom strafbaar werd gesteld. Op de een of andere manier werd homoseksualiteit in verband gebracht met het nazisme. Maksim Gorki schreef in 1934: “Roei homoseksuelen uit en het fascisme zal verdwijnen”. Volgens sommigen komt de beslissing om homoseksualiteit strafbaar te stellen voort uit de wens om de dalende geboortecijfers op te krikken in het licht van een aanstaande oorlog met nazi-Duitsland. Een logischer oorzaak is in de ogen van de schrijver het eerste Vijfjarenplan; in dit plan werden projecten opgestart om de oorzaken van bedelen en prostitutie weg te nemen. Prostituees die toch doorgingen met hun beroep, werden op heropvoedingscursus gestuurd en kregen daarna een baan in een fabriek. Naarmate Stalins paranoia en daarmee het geweld tegen de bevolking groeide, werden prostituees niet meer heropgevoed, maar gewoon in gevangenkampen opgesloten. De geheime politie die deze vrouwen oppakte was zich ervan bewust dat er ook zoiets bestond als mannelijke prostitués, waarop ze in 1933 een voorstel deed om homoseksualiteit strafbaar te stellen.

In 1934 werd in het Wetboek van Strafrecht van de RSFSR een artikel 121.1 opgenomen, waarin мужеложство opnieuw strafbaar wordt gesteld. Homoseksualiteit was nu een misdaad, niet alleen tegen de natuur, maar tegen de maatschappij. Homoseksuele handelingen waren verraad in de utopie van de Arbeidersstaat en waren zo strafbaar met maximaal 5 jaar werkkamp. Hoeveel mannen er precies op beschuldiging van homoseksuele handelingen naar de werkkampen verdwenen in die periode is niet bekend, maar de massa-arrestaties tijdens de Grote Zuiveringen zorgden ervoor dat de homoseksuele subcultuur gedurende de volgende vier decennia zo goed als onzichtbaar werd.

Ook onder Chroesjtsjov verbeterde de situatie niet; ondanks de destalinisatie en het ontmantelen van de Goelag-werkkampen. Chroesjtsjov was zelf homofoob, en het verbod op homoseksuele handelingen bleef bestaan. In de werkkampen en de gevangenissen van de Sovjet-Unie bestond een pikorde onder de gevangenen; de laagste kaste waren de опущены (opusjtsjeny), de gedegradeerden. Deze опущены moesten de vuilste klusjes doen in de gevangenis en waren afhankelijk hoe de willekeur van de andere gevangenen uitviel. Verkrachtingen en groepsverkrachtingen van опущены waren aan de orde van de dag. Mannen die onder Artikel 121 (het anti-homo-artikel) veroordeeld waren tot gevangenisstraf waren automatisch опущены, maar ook andere gevangenen konden gedegradeerd worden, als ze de ongeschreven wetten van de gevangenis overtraden. Het is natuurlijk mogelijk dat Chroesjtsjov het verbod op homoseksuele handelingen in stand heeft gehouden, omdat hij bang was dat het seksuele gedrag van de kampen (waaruit hij 2,5 miljoen mensen had bevrijd) de Sovjetmaatschappij zou infecteren. Ook in de jaren van Brezjnev en diens opvolgers werden er jaarlijks naar schatting 1000 mannen gevangengezet als gevolg van artikel 121.

De poging in 1984 van een aantal homoseksuelen in Leningrad om een eerste homo-organisatie op te richten liep op niets uit door tegenwerking van de KGB. Pas tijdens de glasnostperiode kon een dergelijke organisatie ontstaan.

De postcommunistische periode[bewerken]

Op 29 april 1993 schafte president Boris Jeltsin het gewraakte artikel 121 af; homoseksualiteit was niet langer een misdaad of zelfs illegaal. Dit betekende niet dat homoseksualiteit ineens een geaccepteerd verschijnsel was binnen de Russische maatschappij. Tijdens een onderzoek kwam naar voren dat slechts 2,3% van de ondervraagde Russen geen problemen heeft met homoseksualiteit; de overgrote meerderheid heeft er dus wel problemen mee, en van die meerderheid zei een aanzienlijk deel het een passende oplossing te vinden homoseksuelen te liquideren. Homofobie is dus nog steeds een wijd verspreid maatschappelijk verschijnsel. Bovendien treedt ook de overheid nog steeds op tegen homo-organisaties, als waren die organisaties misdaadcentra. Homogroeperingen worden tegengewerkt als zij zich willen laten registreren en veel homoseksuelen zijn nog steeds slachtoffer van sociaal of overheidsgeweld.

Bovendien is er in 2002 door de conservatieven nog een wet ingediend in de Doema, om homoseksualiteit opnieuw strafbaar te stellen, omdat homoseksuelen verantwoordelijk zouden zijn voor de snelle verspreiding van HIV en aids en voor het morele verval van de maatschappij. Ook de Russisch Orthodoxe Kerk is (als vanouds) sterk gekant tegen homoseksualiteit. In 2003 nog vond er in Nizjni Novgorod een incident plaats; een orthodoxe priester trouwde een homokoppel in zijn kapel, waarop de Russisch Orthodoxe Kerk hem uit zijn ambt ontzette en de kapel met de grond gelijk maakte, omdat het heiligdom bezoedeld zou zijn. De Kerk kenschetste de gehouden ceremonie als “een aanval op fundamentele normen en waarden”.

In 2006 werd een demonstratie van homo's en lesbiennes verboden in Moskou. Toen een groep homo's en lesbiennes toch vreedzaam ging demonstreren, werd een aantal van hen geslagen door nationalistische militante orthodoxen en skinheads. Ook werd daarbij een parlementslid van de Duitse Groenen geslagen toen hij een interview gaf, terwijl de politie erbij stond en niet ingreep.

Er doet zich echter langzaam ook een heropbloei voor van de homoseksuele subcultuur die zich langzaam aan het herstellen is. In veel steden vormen zich lokale groeperingen die opkomen voor de rechten van homoseksuelen. Homodisco’s en cafés worden langzaamaan steeds normaler en hun aantal breidt zich navenant uit. Een popgroep als T.A.T.U. (twee meisjes met een lesbische act) heeft de discussie over homoseksualiteit weer doen oplaaien. In augustus 2002 lagen er plannen om een wetsvoorstel in te dienen dat discriminatie op grond van seksuele voorkeur een strafbaar feit maakt. Ondanks deze evolutie moet er nog steeds veel gebeuren in Rusland voor het land zich op het vlak van aanvaarding van homoseksualiteit kan meten met de West-Europese landen.

In 2013 is een wet aangenomen die “propaganda van niet-traditionele relaties" onder minderjarigen strafbaar stelt[2][3]. In de praktijk betekent dit, dat het praten over homoseksualiteit waar jongeren bij zijn, of het dragen van uiterlijke kenmerken die verwijzen naar de LGBT-gemeenschap (zoals de regenboogvlag) strafbaar is, ook voor buitenlanders[4][5]. De wet heeft veel protest losgemaakt. Zo is er een oproep gedaan om geen Russische wodka meer te schenken in horecagelegenheden[6] en is er onduidelijkheid over wat deze wet betekent voor de Olympische Winterspelen 2014 die gehouden worden in Sotsji[7][8].

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. http://www.standaard.be/cnt/dmf20130826_046
  2. http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2013/06/27/beantwoording-kamervragen-over-de-anti-homowet-in-rusland.html
  3. http://lgbtnet.ru/sites/default/files/russian_federal_draft_law_on_propaganda_of_non-traditional_sexual_relations_2d_reading_eng.pdf
  4. http://www.pinknews.co.uk/2013/06/30/russia-putin-signs-anti-gay-propaganda-bill-into-law
  5. http://www.pinknews.co.uk/2013/08/01/russian-sports-minister-gay-athletes-must-respect-russian-law
  6. http://www.pinknews.co.uk/2013/07/25/us-dan-savage-calls-for-a-boycott-of-russian-vodka-over-gay-propaganda-controversy
  7. http://www.pinknews.co.uk/2013/07/30/russia-co-sponsor-of-anti-gay-law-says-government-cannot-suspend-it-for-winter-olympics
  8. http://www.pinknews.co.uk/2013/07/27/russia-tells-olympics-athletes-and-spectators-will-be-exempt-from-our-anti-gay-laws