Hondenbelasting

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Britse hondenbelastingzegel uit 1904

Onder de naam hondenbelasting kan in Nederland door de gemeente of openbaar lichaam BES een belasting worden geheven ter zake van het houden van een hond. De belasting wordt geheven van de houder van een hond en naar het aantal honden dat wordt gehouden (artikel 226 Gemeentewet en artikel 58 FinBES). De opbrengst vloeit naar de algemene middelen en hoeft door de gemeente dus niet te worden gebruikt voor het bestrijden of opruimen van hondenpoep. Sterker nog: de gemeente kan naast het heffen van hondenbelasting óók de plicht opleggen dat burgers zèlf de poep van hun hond opruimen. Update: In de januari uitgave (2014)van de consumentengids staat een artikel waarbij geschreven word over een uitspraak van een rechter die heeft beslist, naar aanleiding van een rechtszaak van de houder van een hond, dat de inkomsten van de hondenbelasting wel degelijk dienen te worden besteed aan de honden en het beleid wat daarachter zit.

Historie[bewerken]

Al sinds de middeleeuwen wordt hondenbelasting geheven. Het werd ingevoerd om de overlast van met name van zwerfhonden te beperken en om de verspreiding van hondsdolheid tegen te gaan.[1] Daarnaast zag de overheid er in de tijd dat de hondenkar als transportmiddel werd gebruikt, een middel in om transportbelasting te kunnen heffen. Tegenwoordig, begin 21e eeuw, wordt er dikwijls van uitgegaan dat de heffing van hondenbelasting is gerechtvaardigd teneinde de overlast van hondenpoep terug te dringen, vanuit het beginsel "de vervuiler betaalt". Er bestaat echter geen direct verband tussen de heffing en de kosten die een gemeente maakt om overlast tegen te gaan, zie hieronder bij 'Tegenprestatie'.

Rechtsgrondslag[bewerken]

Hondenbelasting kan worden geheven door gemeenten op basis van art. 226 van de Gemeentewet. Dit artikel luidt als volgt:

  1. Ter zake van het houden van een hond kan van de houder een hondenbelasting worden geheven.
  2. De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.
  3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt het houden van een hond door een lid van een huishouden aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.

Van belang in lid 1 is het woord "kan", waarmee wordt aangegeven dat een gemeente niet verplicht is hondenbelasting te heffen; en vele gemeenten doen dit dan ook niet. Het geeft de gemeente ook de gelegenheid uitzonderingen of vrijstellingen te creëren. Zo hoeft voor blindengeleidehonden en puppies tot 3 maanden oud vaak geen hondenbelasting betaald te worden. Lid 2 wijst de houder aan als belastingplichtige. Dit is vaak de eigenaar, maar kan ook een verzorger zijn. In de jurisprudentie is bepaald dat dit zogenaamde 'houderschap' een duurzaam karakter moet hebben. Wie drie weken de hond in huis heeft van familieleden uit een andere gemeente die op vakantie zijn, hoeft dus zelf (in zijn eigen gemeente) geen hondenbelasting te betalen.

Het heffen van hondenbelasting legt geen plicht op de gemeente om dit op te ruimen.

Het 3e lid is ingewikkeld maar dient om te voorkomen dat mensen het vaak progressieve tarief van de belasting omzeilen. Een progressief tarief houdt in dat voor de 2e hond meer belasting moet worden betaald dan voor de eerste hond, en voor de 3e hond weer meer dan voor de tweede. Door binnen een gezin één persoon als houder van meerdere honden aan te wijzen voorkomt de wetgever dat verschillende leden binnen één gezin elk één hond opgeven. Met die laatste constructie zou de gemeente minder belasting ophalen.

De wijze waarop een gemeente de hondenbelasting heft (inclusief de tarieven, vrijstellingen, uitzonderingen, tijdvak van de heffing, restitutie bij overlijden, ed.) dient in de gemeentelijke belastingverordening te worden opgenomen. Het is openbare informatie. Veel gemeentes publiceren de tarieven op hun website. Hondenbezitters moeten doorgaans zelf aangifte doen van het bezit van een hond. Ter vereenvoudiging van de controle reiken sommige gemeenten een zogenaamde "hondenpenning" uit aan houders die de belasting hebben betaald; de hond moet deze penning zichtbaar dragen.

Waarom alleen honden?[bewerken]

Een veelgehoorde vraag is waarom er geen kattenbelasting wordt geheven, of voor andere huisdieren, bijvoorbeeld exotische of zeldzame dieren zodat het houden daarvan wordt ontmoedigd. Dit is omdat de Gemeentewet in art. 226 lid 1 alleen een belasting op honden expliciet noemt. Gemeenten mogen niet zonder wettelijke grondslag een belasting op andere dieren heffen. De volgende vraag is dan waarom geen andere dieren in art. 226 zijn opgenomen: dit is omdat de controle op het houden van andere dieren vaak lastig is en/of omdat andere dieren minder vaak worden gehouden dan honden. De kosten van het innen en controleren van de belasting kunnen dan hoger worden dan de opbrengst. Deze zogenaamde perceptiekosten zijn ook bij de hondenbelasting al vrij hoog, en sommige gemeenten heffen deze belasting daarom niet.

Tarieven (in Nederland)[bewerken]

Op dit punt is er grote ongelijkheid in Nederland. In 2013 heffen 287 van de 408 gemeenten hondenbelasting. Het gemiddelde tarief is in 2013 iets gestegen (t.o.v. 2012) naar ruim 46 euro voor de eerste hond. Dit gemiddelde is berekend op basis van de tarieven van alle 408 gemeenten, dus incl. de gemeenten zonder hondenbelasting. Voor een tweede hond rekent de gemiddelde gemeente ruim 66 euro. Als tariefvoorbeeld het volgende: wie drie honden heeft, betaalt (in 2013) in Den Haag € 509,88 hondenbelasting en in Rotterdam € 517 (was € 502,80 in 2012).[2][3] Rotterdam is daarmee de duurste gemeente. Van de gemeenten die deze belasting heffen is het aan Rotterdam grenzende Ridderkerk het goedkoopste: € 16,40 voor de 1e en € 28,10 voor de 2e hond (2013). In de Gemeente Diemen wordt ook hondenbelasting geheven, 99,84 euro per hond in 2013. In o.a. Leiden is hondenbezit gratis. Leiden heft sinds 2005 geen hondenbelasting meer.[4] Ook bijvoorbeeld Appingedam, Zoeterwoude en Texel heffen geen hondenbelasting.[5][6][7][8] De tarieven voor hondenbelasting zijn vaak progressief: voor de tweede hond moet meer betaald worden dan voor de eerste, en voor een 3e hond nog meer. In Den Haag bijvoorbeeld kost de 1e hond € 111,96 , de 2e hond € 175,44 en de 3e (en alle volgende) honden € 222,48 per hond (tarieven 2013).[2] In de gemeente Landsmeer is dit € 45,35 voor de eerste en € 73,75 voor de 2e en elke volgende hond (was € 42,60 resp. € 69,60 in 2012).[9] Amsterdam hanteert een plat tarief, voor elke hond evenveel (€ 103,18 in 2012 en 2013).[10] In Someren behoeft uitsluitend hondenbelasting te worden betaald binnen de bebouwde kom, maar niet in het buitengebied van de gemeente.[11]
Om houders van kennels het leven niet onmogelijk te maken bestaat daarvoor vaak een apart tarief. Dat kan lager, gelijk of hoger zijn dan het tarief voor drie honden. Toch is het kenneltarief niet altijd een goede oplossing voor mensen die meerdere honden willen houden. Om voor het kenneltarief in aanmerking te komen eisen sommige gemeenten nl. dat het kennel formeel staat ingeschreven bij de "Raad van Beheer op Kynologisch gebied in Nederland". Dat kost eenmalig € 239,60 (in 2013; was € 236,29 in 2012).[12]

Gemeenten die geen hondenbelasting heffen (vaak omdat deze door de relatief hoge perceptiekosten onvoldoende doeltreffend wordt geacht) kunnen de gemiste inkomsten compenseren door een verhoging van andere gemeentelijke belastingen, zoals de onroerendezaakbelasting (ozb). Dit gebeurde bijvoorbeeld in Arnhem[13] en in Oldambt (Winschoten en omgeving).[14] Afschaffing op deze wijze wordt soms als oneerlijk ervaren, omdat de gemiste inkomsten daarmee ook worden verhaald op mensen die geen hond hebben.

Boetes[bewerken]

Gemeenten kunnen boetes heffen indien niet of te laat wordt betaald, of indien de belasting actief wordt ontdoken, bijvoorbeeld door het bezit van een hond niet aan te geven of door te zeggen dat een hond is weggedaan of overleden terwijl dit niet het geval is. In Den Haag bijvoorbeeld leidt dit laatste tot een boete van 2 x het jaartarief, bovenop de verschuldigde belasting. Dus wie in Den Haag het bezit van een derde hond opzettelijk ontkent, kan voor die ene hond een aanslag van € 667,44 tegemoet zien indien een controleur de ontduiking ontdekt.[15]

Tegenprestatie door de gemeente[bewerken]

De hondenbelasting is geen zogenaamde bestemmingsheffing. De inkomsten uit hondenbelasting vloeien naar de algemene middelen; de gemeente kan deze middelen naar eigen inzicht gebruiken. Tegenover de betaling van de hondenbelasting hoeft de gemeente dus geen rechtstreekse, aanwijsbare tegenprestatie te leveren, zoals (bijvoorbeeld) het ter beschikking stellen van plastic zakjes om hondenpoep op te ruimen. Voor het maatschappelijk draagvlak van de belasting is het evenwel raadzaam voor gemeenten om een zichtbaar 'hondenbeleid' te voeren. In bijv. Someren gebeurt dit: daar betaalt de gemeente van de opbrengst de aanleg en het onderhoud van uitlaatplaatsen voor honden en maatregelen tegen hondenoverlast.[11]
In 2013 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch echter geoordeeld dat een gemeente die de hondenbelasting alleen maar heft ten behoeve van de algemene middelen het gelijkheidsbeginsel uit artikel 1 van de Grondwet schendt.[16] In het arrest stelt het Hof als voorwaarde voor de heffing van hondenbelasting dat een gemeente alleen hondenbelasting mag heffen "indien de kosten die het hondenbezit voor de gemeente meebrengt van wezenlijke betekenis zijn voor het heffen van de hondenbelasting, en de hoogte van de belasting mede is afgestemd op die kosten". Aangezien die relatie in veel gemeenten niet bestaat, wordt deze uitspraak gezien als revolutionair. Verschillende lokale partijen hebben zelfs burgers opgeroepen om massaal bezwaar aan te tekenen tegen de aanslag hondenbelasting voor 2013.[17][18][19] De Vereniging van Nederlandse Gemeenten lijkt voorlopig te hopen dat de Hoge Raad het oordeel van het Hof zal vernietigen en adviseert gemeenten om bezwaren aan te houden tot de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan.[20] Hoewel enkele gemeenten in afwachting van de uitspraak van de Hoge Raad de inning van de hondenbelasting hebben opgeschort,[21][22] lijken de meeste gemeenten in lijn met de reactie van de VNG vooralsnog niets te veranderen.

Sinds begin 2013 is er een protestactie op gang gekomen door hondenbezitters die het onjuist vinden dat zij belasting moeten betalen en daar weinig voor terug zien. Een on-line petitie heeft tot half mei 2013 bijna 20.000 handtekeningen verzameld. Deze petitie kan worden gevonden op de site van De landelijke actie tegen de hondenbelasting. Deze actie is ook via twitter @Stophond en Facebook te volgen.

Gevaarlijke honden[bewerken]

In Duitsland wordt een rassenlijst gehanteerd van vechthonden en gevaarlijke honden die gevolgen heeft voor de hondenbelasting (zie: Rasseliste). Voor zulke honden kan nl. een hoger tarief worden geheven. De regelingen zijn ingewikkeld en omstreden. Wat een gevaarlijke hond is of niet wordt nl. per deelstaat bepaald. In Beieren bijvoorbeeld worden 19 hondenrassen als gevaarlijk beschouwd, in Brandenburg 18, maar in Nedersaksen geen enkele. In de gemeente Hürth (in Noordrijn-Westfalen, met 14 erkende gevaarlijke rassen) betekent dit dat de belasting voor een gewone hond € 76 per jaar is, tegen € 540 voor een gevaarlijke hond. Bij drie gevaarlijke honden loopt dit op naar € 737 per hond (2012).[23] In Bad Kohlgrub (Beieren) moet zelfs € 2000 belasting worden betaald voor elke gevaarlijke hond.[24] Dit harde ontmoedigingsbeleid wordt door critici in Duitsland wel een strafbelasting genoemd, als ware het een boete op het houden van zulke honden.

Andere plichten met betrekking tot honden[bewerken]

Tekenen van een actief hondenbeleid in Belfast, Noord-Ierland: 500 Pond boete voor het niet opruimen van hondepoep.

Naast (en dus los van) het betalen van hondenbelasting kan de gemeente aanvullende eisen stellen aan het hebben van een hond. Zo bestaan in veel gemeenten aanlijn- en opruimplichten. Stedelijke gemeenten zijn hierin vaak strenger dan plattelandsgemeenten. De aanlijnplicht houdt in dat de hond altijd aangelijnd moet zijn, behalve in speciaal aangewezen losloopgebieden. Regelingen t.a.v. het opruimen van uitwerpselen verschillen van gemeente tot gemeente. Soms is de plicht absoluut (geldt altijd en overal), soms geldt het alleen binnen de bebouwde kom, soms is er vrijstelling van de opruimplicht in zogenaamde uitlaatzones of losloopgebieden. Daar ruimt de gemeente de hondenpoep op. Maar ook waar honden vrij mogen rondlopen kan een opruimplicht bestaan, zoals op het strand. Ook kan de gemeente gebieden aangeven waar helemaal geen honden mogen komen, bijvoorbeeld op speelveldjes voor kinderen. Deze plichten worden gecontroleerd; wie zich er niet aan houdt riskeert een boete.

Externe link[bewerken]

Noten
  1. Daar zwerfhonden geen eigenaar hebben wordt er er voor zwerfhonden natuurlijk ook geen hondenbelasting betaald, maar de hondenbelasting kan nu juist worden gebruikt om duidelijk vast te stellen wie er verantwoordelijk is voor deze of gene hond. Immers wie zijn hond aan het lot overlaat en ook geen hondenbelasting betaalt, kan geen zeggenschap opeisen. Wie de verantwoordelijkheid voor een hond op zich heeft genomen door voor die hond hondenbelasting te betalen, kan zich niet zomaar ontdoen van zijn verantwoordelijkheid.
  2. a b Hondenbelasting Gemeente Den Haag 2012
  3. Hondenbelasting Rotterdam
  4. Hondenbelasting Leiden
  5. Dit zijn slechts drie willekeurige voorbeelden.
  6. Hondenbelasting Zoeterwoude
  7. Hondenbelasting Appingedam
  8. Hondenbelasting Texel
  9. Hondenbelasting Landsmeer
  10. Hondenbelasting Amsterdam
  11. a b Hondenbelasting Someren (2013)
  12. Tarievenlijst van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland
  13. Arnhem schaft de hondenbelasting af, De Gelderlander, 22 september 2011
  14. Irritatie na afschaffing hondenbelasting Oldambt, Dagblad van het Noorden, 25 maart 2010
  15. Boete gemeentebelastingen, DenHaag.nl
  16. Volledige uitspraak: LJN BY9350
  17. PVV: 'Maak massaal bezwaar tegen hondenbelasting', Omroep West, 5 februari 2013
  18. 'Bezwaar tegen hondenbelasting loont', Omroep West, 2 maart 2013
  19. Bruisend-Alkmaar: Bezwaar ten hondenbelasting, dichtbij.nl, 4 maart 2013
  20. Reactie VNG
  21. Utrechtse Heuvelrug schort hondenbelasting op, Binnenlands Bestuur, 20 februari 2013
  22. Rechtbank doet uitspraak over hondenbelasting, Gemeente Noordenveld, 27 februari 2013
  23. (de) Hund anmelden, Stadt Hürth
  24. (de) Satzung für die Erhebung der Hundesteuer, Bad Kohlgrub