Honderd Dagen (1815)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Honderd Dagen, Zevende Coalitieoorlog
Onderdeel van de napoleontische oorlogen
Robert Alexander Hillingford, Wellington at Waterloo
Robert Alexander Hillingford, Wellington at Waterloo
Datum Februari - juni 1815
Locatie Zuidelijke Nederlanden, Frankrijk, Italië
Resultaat Geallieerde overwinning
Aftreden van Napoleon I
Verdrag van Parijs
Congres van Wenen
Strijdende partijen
Flag of France.svg Frankrijk

Flag of the Kingdom of Naples (1811).gif Napels

Flag of the United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk

Flag of the Netherlands.svg Nederlanden
Flag of the Kingdom of Prussia (1803-1892).svg Pruisen
Banner of the Holy Roman Emperor (after 1400).svg Duitse staten
Flag of the Habsburg Monarchy.svg Oostenrijk
Flag of Russia.svg Rusland
Flag of Sweden.svg Zweden
Flag of Spain (1785-1873 and 1875-1931).svg Spanje
Flag Portugal (1707).svg Portugal
Flag of the Kingdom of Sardinia.svg Sardinië
Flag of the Kingdom of the Two Sicilies (1816).svg Napels
State flag simple of the Grand Duchy of Tuscany.svg Toscane

De Honderd Dagen (Frans: Cent-Jours) bestrijkt de periode vanaf Napoleons ontsnapping van Elba en terugkeer naar Frankrijk in februari 1815 tot zijn nederlaag in de Slag bij Waterloo en aftreden als keizer in juni van dat jaar. Deze periode staat ook bekend als de Zevende Coalitieoorlog. De oorlog werd voornamelijk uitgevochten in de Zuidelijke Nederlanden, nu België: Napoleons Waterlooveldtocht, ook wel Belgische Veldtocht genoemd.

Ondertussen werd in Italië een afzonderlijk conflict uitgevochten. Deze Napolitaanse Oorlog tussen Oostenrijk en het Koninkrijk Napels van Napoleons zwager Joachim Murat eindigde met een beslissende Oostenrijkse overwinning in de Slag bij Tolentino op 2-3 mei 1815 en het herstel van Ferdinand I op de troon van Napels-Sicilië.

Achtergrond[bewerken]

Na zijn nederlaag in de Zesde Coalitieoorlog in 1814 had Napoleon afstand gedaan van de troon van Frankrijk en was hij in ballingschap gegaan op het Italiaanse eilandje Elba. In Frankrijk volgde de Restauratie van de Bourbons met Lodewijk XVIII als nieuwe Franse koning. In Wenen kwam een aantal diplomaten bijeen voor het Congres van Wenen om Europa opnieuw te verdelen. In Nederland zou Willem I in maart 1815 de titel Koning der Nederlanden aannemen. Hij kreeg door het Congres van Wenen het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden toebedeeld, waarin Nederland en België verenigd werden. Daarnaast werd Willem I ook groothertog van Luxemburg.

Vanuit Elba, waar Napoleon in mei 1814 aankwam, bleef de keizer een bedreiging voor het Ancien Régime van Frankrijk en heel Europa. In Frankrijk heerste grote onvrede over het Verdrag van Parijs waarbij de Fransen alle gebieden verloren die zij na 1 januari 1792 hadden veroverd. De Europese grootmachten Oostenrijk, Pruisen, Groot-Brittannië en Rusland lagen ondertussen overhoop op het Congres van Wenen; er werd zelfs met oorlog gedreigd.

Napoleon voorzag dat zijn terugkeer naar Frankrijk een volksopstand tegen het nieuwe regime zou ontketenen. Ook kon hij met de teruggekeerde Franse oorlogsgevangenen snel een nieuw leger van ervaren veteranen samenstellen. De dreiging van Napoleon was zo groot dat in Parijs en Wenen al stemmen opgingen om hem naar de Azoren of het nog verder gelegen Sint-Helena te verbannen, of zelfs om hem te laten vermoorden.[1]

Napoleons terugkeer[bewerken]

Het gedenkteken van de landing in Golfe-Juan

Op 26 februari 1815, terwijl de Britse en Franse schepen die Elba bewaakten tijdelijk afwezig waren, vertrok Napoleon vanuit Portoferraio op Elba met Pierre Cambronne en zijn persoonlijke lijfwacht van zeshonderd man, en landde op 1 maart te Golfe-Juan, Vallauris. Hij reisde via wat later bekend zou worden als de route Napoleon, eerst naar Grenoble en verder richting Parijs. De Franse troepen deden geen poging om hem te stoppen maar sloten zich massaal bij hem aan. Op 7 maart bij Laffrey stond hij tegenover troepen van het 5e infanterieregiment. Hierbij zou hij zijn jas hebben opengerukt en gezegd hebben: S'il en est qui veut me tuer, me voilà! ("als er iemand is die mij wil doden, hier ben ik"). Maarschalk Emmanuel de Grouchy en Ney, die koning Lodewijk XVIII had beloofd dat hij Napoleon in een ijzeren kooi terug naar Parijs zou terugbrengen, liep op 18 maart bij Auxerre over naar Napoleons kant met zijn divisie van zesduizend man. Twee dagen later kwam Napoleon aan in Parijs. De koning was ondertussen gevlucht naar Gent.

Al op 13 maart had Napoleon in Lyon een edict uitgevaardigd waarbij hij het parlement liet ontbinden; feodale titels werden opgeheven. Een aantal émigrés werd opnieuw het land uitgezet en hun grond werd onteigend.[2]

Bij zijn terugkeer in Parijs liet Napoleon de verdediging van Lyon en Parijs op orde brengen. Ook liet hij door de liberaal Benjamin Constant een nieuwe grondwet opstellen. De afgevaardigden werden verzocht in mei naar Parijs te komen om zich daarover uit te spreken. Dit charter van 1815 was niet wezenlijk anders dan het charter van 1814 van Lodewijk XVIII: Frankrijk bleef een constitutionele monarchie, met meer spreiding van macht: een tweekamerstelsel, meer persvrijheid, en een burgemeesterverkiezing, zodat de absolute macht van Napoleon zou worden beperkt. De nieuwe grondwet werd die dag met grote meerderheid goedgekeurd (hoewel de meeste kiezers thuisbleven en het aantal tegenstemmen minder dan vijfduizend bedroeg).[3][4]

Op 22 april 1815 werden alle burgemeesters in Frankrijk ontslagen; driekwart van de prefecten had al eerder het veld geruimd. In Marseille kwam het die dag tot onlusten.

Op 1 juni organiseerde Napoleon een massabijeenkomst op het Champ-de-Mars, en liet zeshonderd kanonnen afvuren.

Aanval naar het noorden[bewerken]

Nog voor zijn aankomst in Parijs verklaarde Napoleon ook dat zijn bedoelingen vreedzaam waren en hij geen oorlog met de andere Europese grootmachten zocht. Het Congres van Wenen reageerde echter op Napoleons terugkeer door hem onmiddellijk de oorlog te verklaren. De ruziënde geallieerden waren weer verenigd tegen een gezamenlijke vijand en Groot-Brittannië, het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, Rusland, Oostenrijk en Pruisen maakten 150.000 troepen beschikbaar om Napoleon te verslaan.

De oorlogsmachine werkte op hoge toeren om wapens, munitie en uniformen te produceren, waarvoor staatsbezit werd verkocht om aan geld te komen.

Napoleon moest de geallieerden stuk voor stuk verslaan voordat ze hun legers tegen hem konden verenigen. Hij wist dat hij snel een overwinning moest behalen. Napoleon besloot daarom eerst de geallieerde troepen in de Zuidelijke Nederlanden een nederlaag toe te brengen voordat verse troepen konden arriveren. Door de Britse troepen in België te vernietigen en vervolgens de Pruisen te verslaan hoopte hij de Britten van het continent te verdrijven en Pruisen tot vrede te dwingen. Daarna zou hij de vrije hand hebben om af te rekenen met de Russen en Oostenrijkers. Op 12 juni verliet Napoleon de Tuilerieën om de beslissende slag te voeren.

Strategische situatie in Europa op 1 juni 1815

Begin juni had Napoleon bijna 200.000 soldaten gereedstaan langs de grenzen van Frankrijk. Ondertussen verzamelden Oostenrijk en de kleine Duitse staten hun legers. Ook Spanje trok ten strijde tegen Frankrijk. Tsaar Alexander stuurde een leger van 250.000 man westwaarts. In de zuidelijke Nederlanden bevond zich de Pruisische hoofdmacht onder bevel van Blücher en het Britse expeditieleger onder bevel van Wellington, waaronder ook de Nederlands-Belgische troepen onder bevel van de Prins van Oranje, de latere Willem II:

Wellingtons Brits-Nederlands leger van 93.000 man (hoofdkwartier Brussel):

Blüchers Pruisische leger van 116.000 man (hoofdkwartier Namen):

Before Waterloo van Henry Nelson O'Neil (1868), een schilderij van het bal van de hertogin van Richmond in Brussel op de avond voor de Slag bij Waterloo

De coalitietroepen waren dus verspreid over een breed front van zo'n 150 km, en het zou dagen duren om alle troepen op één punt samen te brengen.

De Franse inval[bewerken]

Op 14 juni stak Napoleon bij Charleroi de Samber over met 120.000 man. De linkervleugel stond onder bevel van Ney en de rechtervleugel stond onder bevel van maarschalk Grouchy. Napoleon had zelf het bevel over de reserve, waaronder de keizerlijke garde.

Napoleon viel aan op het punt waarop het Pruisische en het Brits-Nederlandse leger onder Wellington aan elkaar grensden, traditioneel een zwak punt. Wellington had verwacht dat Napoleon langs Bergen zou marcheren om zo de geallieerde troepen te omcirkelen, en dacht daarom eerst dat de Franse aanval bij Charleroi een afleidingsmanoeuvre was en dat de echte Franse aanval bij Bergen zou komen. Zo kon Napoleon gemakkelijk Charleroi innemen. Pas rond middernacht op 15 juni zond Wellington het bevel uit om zijn troepen te verzamelen bij Nijvel, ten zuiden van Brussel.

Ook de Pruisische bevelhebber Blücher begon zijn troepen bijeen te brengen en nam verdedigingsposities in bij Sombreffe. Napoleon concentreerde zich daarom eerst op de Pruisen met zijn rechtervleugel en zond Ney met de Franse linkervleugel om Quatre Bras (het kruispunt van de wegen Brussel-Charleroi en Bergen-Namen) in te nemen.

Ligny en Quatre Bras[bewerken]

De volgende dag, 16 juni, volgden twee veldslagen. In de Slag bij Ligny versloeg Napoleon de Pruisen en dwong ze tot de terugtocht. De Fransen waren echter niet in staat onmiddellijk de achtervolging in te zetten en de Pruisen een definitieve nederlaag toe te brengen, en toen Grouchy de volgende dag eindelijk de achtervolging inzette, trok hij in oostelijke richting, terwijl de Pruisen in noordelijke richting waren teruggetrokken, naar Waver. Hierdoor bleef het Pruisische leger grotendeels intact en kon twee dagen later Wellington bij Waterloo ontzetten.

Kaart van de veldtocht in de zuidelijke Nederlanden

Tegelijkertijd met de Slag bij Ligny vond, iets ten westen, de Slag bij Quatre Bras plaats tussen Ney en de Brits-Nederlandse troepen van Wellington. Het kruispunt Quatre Bras werd licht verdedigd, maar Ney overschatte de geallieerde sterkte en was te voorzichtig, waardoor het hem niet lukte het kruispunt in te nemen. Tegen de middag nam Wellington persoonlijk het commando over de troepen bij Quatre Bras, en met versterkingen konden de geallieerden de Fransen terugdrijven. Na de nederlaag bij Ligny besloot Wellington echter om zijn troepen van Quatre Bras naar veilige posities verder ten noorden terug te trekken.

Het Franse Ie Corps van d'Erlon werd de hele dag tussen de twee veldslagen heen en weer gestuurd, zonder aan één van de slagen deel te kunnen nemen. Veel historici hebben gespeculeerd wat zou zijn gebeurd als d'Erlon dat wel had kunnen doen.

Waterloo[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Slag bij Waterloo voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Met de Brits-Nederlandse troepen van Wellington in terugtrekking richting Brussel, zette Napoleon de achtervolging in. Wellington nam defensieve posities in bij het dorpje Waterloo, langs de weg naar Brussel. Hier vond op 18 juni de beslissende veldslag van de Honderd Dagen plaats, de Slag bij Waterloo. Napoleon probeerde de hele dag Wellington van zijn defensieve posities te verdrijven, maar het lukte hem niet. 's Middags arriveerden de Pruisen van Blücher en vielen de Franse rechterflank aan. De Fransen konden geen stand houden tegen de aanval van twee kanten en vielen in chaos uiteen.

Tegelijkertijd vond een tweede veldslag plaats tussen Grouchy en het Pruisische IIIe Corps van Thielman bij Waver. Deze Slag bij Waver was een tactische Franse overwinning maar niet genoeg om de nederlaag bij Waterloo teniet te doen. Had Grouchy besloten om Napoleons bevelen te negeren en de Fransen bij Waterloo te ontzetten, dan had de veldtocht heel anders kunnen aflopen.

Napoleon aan boord van de HMS Bellerophon bij Plymouth. Schilderij van Sir Charles Locke Eastlake, 1816

De laatste grote veldslag van de Honderd Dagen was de Slag bij La Suffel op 28 juni nabij Straatsburg, een overwinning van de Franse generaal Rapp. Op 3 juli werden de Fransen onder bevel van Vandamme verslagen in de Slag bij Issy, nabij Parijs. De Fransen trokken zich terug uit de Franse hoofdstad, waar de Pruisen op 7 juli hun intocht deden.

Afstand van de troon[bewerken]

Bij zijn terugkeer in Parijs, drie dagen na Waterloo, had Napoleon nog hoop dat hij zijn troon zou kunnen redden. Napoleon en zijn broer Lucien Bonaparte wilden het parlement ontbinden en Napoleon tot dictator laten verklaren. Voor dit plan kregen de Bonapartes echter geen enkele steun, en op 22 juni deed Napoleon nogmaals afstand van de troon ten gunste van zijn zoon Napoleon II (een formaliteit, omdat die zich inmiddels aan het Oostenrijkse hof in Wenen bevond).

Napoleon trok zich terug naar het landgoed Malmaison bij Parijs. Op 29 juni, met het nieuws dat de Pruisen in aantocht waren om hem te arresteren, vluchtte hij naar Île-d'Aix, van waaruit hij een schip naar de Verenigde Staten hoopte te kunnen nemen. De vluchtpoging werd echter verijdeld doordat de Britten alle havens hadden afgegrendeld. Op 15 juli gaf hij zich formeel over aan de Britten aan boord van het Britse oorlogsschip HMS Bellerophon, in de hoop asiel in Groot-Brittannië te krijgen. De Britten besloten echter Napoleon in ballingschap op het Zuid-Atlantische eiland Sint-Helena te sturen. Daar stierf hij in 1821.

Gevolgen[bewerken]

Lodewijk XVIII werd op 8 juli 1815 hersteld op de Franse troon. Hierna volgde de tweede Restauratie, met veel bloedvergieten van bonapartistische aanhangers. De Bourbons bleven bijna 40 jaar op de troon totdat Karel Lodewijk Napoleon Bonaparte, een zoon van Napoleons broer Lodewijk Bonaparte, in 1852 keizer werd als Napoleon III.

Op 20 november 1815 werd in Parijs het Verdrag van Parijs getekend, waarmee de oorlog formeel beëindigd werd. Dit vredesverdrag was veel strenger voor Frankrijk dan het Verdrag van Parijs een jaar eerder. Frankrijk werd teruggebracht tot haar grenzen van 1790 en verloor zo bijna alle veroveringen van de Franse revolutionaire en napoleontische oorlogen. Ook moesten de Fransen 700 miljoen franc aan herstellingen betalen en voor een periode van vijf jaar een geallieerd bezettingsleger van 150.000 man onderhouden.

Het Congres van Wenen, dat tijdens de oorlog gewoon was doorgegaan, eindigde op 9 juni 1815 met een verdrag waarbij de grenzen van Europa radicaal hertekend werden, onder meer om bufferstaten rond Frankrijk te creëren. Op 20 november bevestigden Groot-Brittannië, Pruisen, Oostenrijk en Rusland ook opnieuw hun bondgenootschap (de Quadruple Alliantie, in 1818 uitgebreid met Frankrijk), dat tot 1825 standhield.

Maarschalk Ney werd veroordeeld voor hoogverraad en in december 1815 gefusilleerd. Ook Murat werd ter dood veroordeeld en op 13 oktober 1815 gefusilleerd. Grouchy werd verbannen naar de Verenigde Staten, maar kreeg in 1821 amnestie en werd weer generaal. Wellington werd door koning Willem I verheven tot Prins van Waterloo. Hij diende van 1828 tot 1830 als premier van het Verenigd Koninkrijk. Blücher stierf in 1819, vier jaar na de Slag bij Waterloo, en Bülow stierf al in 1816. De Prins van Oranje speelde in 1830 een rol in de Belgische Revolutie en besteeg in 1840 de Nederlandse troon als Willem II.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Voor deze tekst over Honderd Dagen (1815) is (o.a.) de 11de editie van de Encyclopædia Britannica (1911: en.wikisource) als bron gebruikt. Deze editie bevindt zich vanwege zijn ouderdom in het publiek domein.
  • David Cordingly, The Billy Ruffian: The Bellerophon and the Downfall of Napoleon, Bloomsbury, 2003
  1. David Hamilton-Williams, Waterloo: New Perspectives: The Great Battle Reappraised, Wiley, 1996, p.43
  2. Zamoyski, A. (2007) Rites of Peace. The Fall of Napoleon & The Congress of Vienna, p. 458.
  3. George Lefebvre, Napoleon, New York: Routledge, 2010, p.540
  4. Agatha Ramm, Europe in the Nineteenth Century. Londen: Longman, 1984, pp. 132–134.