Hongersnood

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hongersnood in Bangalore, India in 1867

Hongersnood is een toestand van honger, meestal bedoeld als begrip om te verwoorden dat een heel volk, land of streek in honger verkeert als gevolg van voedselschaarste, maar het kan ook voor een toestand van honger voor een individu worden gebruikt (hij verkeert in hongersnood). Hongersnood moet niet worden verward met ondervoeding, een toestand waarbij men wel voldoende te eten heeft om de honger te stillen, maar als gevolg van bijvoorbeeld een te eenzijdige voeding een tekort krijgt aan essentiële voedingsstoffen.

Mogelijke oorzaken van hongersnood zijn natuurlijke oorzaken (slechte oogst), armoede, een belegering of een bewuste politiek van uithongering.

Geschiedenis[bewerken]

De beruchtste hongersnood van Nederland betreft de hongerwinter tijdens de Tweede Wereldoorlog. Doorheen de geschiedenis zijn er verschillende hongersnoden bekend, de meest bekende zijn hieronder opgesomd.

Europa[bewerken]

Protest tegen de honger tijdens de Eerste Wereldoorlog

West-Europa[bewerken]

In West-Europa kwamen hongersnoden tot in de 19e eeuw regelmatig voor:

Rusland en de Sovjet-Unie[bewerken]

Postzegel uit 1923 ten behoeve van de slachtoffers van de Russische hongersnood

Azië[bewerken]

China[bewerken]

  • 1333–1337 Hongersnood met 4 miljoen doden.
  • 1876–1879 Hongersnood in Noord-China met 11 miljoen doden.
  • 1892–1894 Hongersnood met 1 miljoen doden.
  • 1896–1897 Hongersnood met 5 miljoen doden.
  • 1920–1921 Hongersnood in Noord-China met 500.000 doden.
  • 1928–1929 Hongersnood met 10 miljoen doden.

De grootste hongersnood in de Volksrepubliek China en wellicht in de hele wereldgeschiedenis werd veroorzaakt door de Grote Sprong Voorwaarts tussen 1959 en 1961. De schattingen lopen uiteen van 30 tot 43 miljoen dodelijke slachtoffers.

India[bewerken]

  • 1630–1631: de hongersnood was zo ernstig dat zelfs kannibalisme op grote schaal voorkwam.
  • 1770 Hongersnood in Bengalen met 6,5 miljoen doden.
  • 1866 Hongersnood in Bengalen en Orissa met 1,5 miljoen doden.
  • 1876–1878 Hongersnood met 5 miljoen doden.
  • 1896–1897 en 1899–1902 Hongersnood met 11 miljoen doden.
  • 1943–1944 Hongersnood in Bengalen.
  • 1966 Hongersnood in Bihar.

Midden-Oosten[bewerken]

  • 25e regeringsjaar van Sesostris I (rond 1930 v.Chr.)
  • rond 1200 v.Chr.: Hongersnood in Klein-Azië. Volgens Egyptische bronnen leverden de Hettieten graan om de hongersnood te verminderen.
  • 354: Antiochië, waarbij bij een hongeroproer de gouverneur gelyncht wordt
  • 362–363 en 384-385: Antiochië
  • 500-501: Edessa
  • 1916–1918 Libanon. Veroorzaakt door oorlogshandelingen. Van de 450.000 Libanezen kwamen er 100.000 om het leven.

Overige landen in Azië[bewerken]

Afrika[bewerken]

Honger komt in Afrika tot op de dag van vandaag op grote schaal voor. Een klein overzicht van de laatste decennia:

  • 1967–1970 Tijdens de oorlog in Biafra
  • 1968−1974 Hongersnood in de Sahel
  • 1973 Hongersnood in Ethiopië
  • 1984−1985 Hongersnood in Ethiopië en de Sahel
  • Eerste helft van de jaren negentig Hongersnood in Somalië
  • Jaren negentig Hongersnood in Zuid-Soedan
  • 2000 Hongersnood in Zimbabwe
  • 2003 Hongersnood in Darfoer
  • 2005 Hongersnood in Niger
  • 2006 Hongersnood in de Hoorn van Afrika
  • 2011 Hongersnood in de Hoorn van Afrika

Verschillende oorzaken van de hongersnood in Afrika[bewerken]

Economisch[bewerken]
Warning icon.svg De neutraliteit van dit gedeelte wordt betwist.
Zie de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie.

Honger in Afrika is in twintig jaar substantieel verminderd in de steden. Het komt nu vooral nog veel voor op het platteland, verder weg van de grote steden. De meeste hongerige Afrikanen wonen in de buurt van goede of redelijke landbouwgrond. Die ligt echter meestal grotendeels braak. Daardoor blijven haar bewoners straatarm. Die armoede veroorzaakt de honger. Van alleen de eigen teelt is immers zelden een gezond leven mogelijk[bron?]. De meeste honger in Afrika is dus economisch van karakter. Er zijn twee primaire redenen: Landbouwgrond in Afrika is op veel plaatsen sterk gemonopoliseerd. En Afrika's armste mensen hebben geen afzetmarkten omdat de rijkeren en de stedelingen vooral veel importvoedsel eten. En dat komt weer omdat de rijke landen, met name Europa en de VS nog immer een landbouwpolitiek voeren die gericht is op het beschermen van eigen boeren, en het veroveren van markten elders. Vooral de fytosanitaire regels werken zeer belemmerend tegen export van de producten van arme boeren in Afrika[bron?]. Daardoor kan Afrika maar een fractie exporteren van wat haar kleine boeren kunnen produceren[bron?]. De markten die er wel zijn, worden grotendeels bediend door grootschalige landbouw.

De theorie hierachter werd bekend door het werk van nobelprijswinnaar Amartya Sen: Honger ontstaat bijna altijd omdat mensen geen mogelijkheid hebben om aan de economie deel te nemen. Maar lang werd, ook door Sen zelf, betwijfeld of deze theorie ook in Afrika opging. Het stijgen van de wereldvoedselprijzen in 2008 heeft hierover duidelijkheid gebracht. Volgens de tegenstanders van deze theorie zou dit tot een grote toename van de honger en ondervoeding in Afrika hebben moeten leiden. Echter, het tegendeel gebeurde. Daarmee is aannemelijk gemaakt dat de hongerigen in Afrika veelal snel kunnen overschakelen van consumeren naar produceren, zodra er een markt voor hun producten is.

Deze theorie wordt ook bevestigd door de perikelen van Zimbabwe: Door het onteigenen van grootgrondbezitters is de export sterk verminderd en is de stedelijke bevolking minder rijk en iets hongeriger geworden. Op het platteland was er echter een significant positief effect[bron?]. Zowel door het verdelen van grootgrondbezit onder kleine boeren, als door het beschikbaar komen van kleinschalige markten, is de honger op het platteland in grote lijnen sterk verminderd ten opzichte van de periode van het grootgrondbezit.

Droogte[bewerken]

Door het droge weer mislukken de oogsten. Voor veel mensen dreigt hongersnood. Alleen rijke mensen kunnen nog voedsel kopen. Arme mensen moeten hun bezittingen en hun vee verkopen om aan geld te komen voor voedsel. Soms kunnen ze niet aan voedsel komen en eten ze het zaaigoed op, waardoor er geen volgende oogst is. Echter, omdat in de drogere delen van Afrika relatief weinig mensen wonen en er meestal veel grond braak ligt, is juist daar vaak het grootste potentieel om extra voedsel te verbouwen in jaren dat het wel goed regent. Dan zouden mensen makkelijker uit eigen spaarpot een droog jaar kunnen overleven. Dat dit niet lukt komt meestal door economische of politieke redenen.

Slecht bestuur[bewerken]
  • Een aantal regeringen heeft te weinig aandacht voor de gewone bevolking. Ze zorgen niet voor goede wegen, transportmiddelen en voedselopslagplaatsen (soms is er voldoende voedsel, maar kan het niet naar de plekken gebracht worden waar het dringend nodig is). In plaats daarvan besteden ze het geld aan andere zaken, zoals wapens, munitie, vliegtuigen, en paleizen.
  • Sommige regeringen behandelen de bevolkingsgroepen ongelijk. Het voedsel dat er nog is gaat naar mensen die het eens met de regering zijn.
  • In Zimbabwe zijn landbouwbedrijven van (kapitaalkrachtige) blanken onteigend waarna Zimbabwe van voedselexporteur een -importeur is geworden. Dit veroorzaakte een toename van ondervoeding in de steden, en een grotere afname van ondervoeding op het platteland (doordat arme boeren een deel van de productie van de rijke boeren overnamen.)
  • De regering van bijvoorbeeld Ethiopië manipuleert het uitdelen van noodhulp om daarmee plattelandsbewoners te dwingen op de zittende regering te stemmen. Als onderdeel van deze politiek controleren ze de inputs voor landbouw, zoals zaden en kunstmest. Ook wordt soms de handel stilgelegd, zoals in 2008 nog gebeurde in de Ogaden, waarmee kunstmatig honger werd gecreëerd om een bloedige opstand de kop in te drukken.
  • Het slechte bestuur veroorzaakt dat eventuele distributie niet goed mogelijk is
De houding van de ontwikkelde landen tegenover Afrika[bewerken]
  • Stimulering van export uit rijke landen, dumpen van voedsel (onder andere via noodhulp) in Afrika, en beperking van export uit arme landen.
  • Veel schulden waardoor al het geld wat ze verdienen meteen in de rente en aflossingen verdwijnt.
AIDS[bewerken]
  • Gemiddeld 1 op de 9 mensen in Afrika onder de Sahara is besmet met hiv. Zuid-Afrika: 1 op de 5 inwoners, Botswana 1 op de 3.
  • Door de aids-epidemie sterven veel boeren. Maar ook als ze niet doodgaan, verzwakken de mensen en kunnen ze bijna niet meer werken. Als er voedseltekort is, is de kans groot dat ze snel sterven. Er zijn al veel mensen van 20-40 jaar aan aids gestorven, zodat het werk op het land door kinderen en ouderen gedaan moet worden. Veel ouderen zijn niet sterk genoeg meer voor dit werk en de kinderen zouden eigenlijk naar school moeten.
Oorlogen, vluchtelingen en ontheemden[bewerken]
  • De vaak jonge mensen die in militaire dienst zijn, kunnen niet ingezet worden bij de landbouw. Wel moeten ze van voedsel voorzien worden. Het geld dat het voeren van een oorlog kost, had ook gebruikt kunnen voor de landbouw.
  • Door oorlogen slaan veel mensen op de vlucht en kunnen ze niet meer voor zichzelf zorgen. Het voedseltransport is moeilijk door kapotte wegen, bruggen en spoorwegen. Ook zijn veel wegen gevaarlijk door de mijnen die er liggen.

De cijfers[bewerken]

  • In de hele 20e eeuw stierven ruim 70 miljoen mensen aan hongersnood.
  • Een miljard mensen wereldwijd lijden onder honger en ondervoeding. Dat is wel nog ongeveer 100 keer zoveel als er elk jaar aan hongersnood sterven.
  • 24.000 mensen sterven iedere dag van de honger (2008), 10 jaar eerder waren dat er 35.000 en 20 jaar eerder 41.000.
  • Hongersnood en oorlogen zijn samen goed voor 10% van alle mensen die sterven aan honger. De andere 90% sterft door chronische ondervoeding.

(referentie: http://www.thehungersite.com/clickToGive/home.faces?siteId=1)

Gevolgen[bewerken]

In voedselarme tijden baren vrouwen meer meisjes dan jongens, zo gebeurde ook bij de Grote Sprong Voorwaarts. Het steunt de hypothese dat diersoorten, en dus de mens, het geslacht van hun jongen aanpassen aan de omstandigheden. Bij ondervoeding planten mannetjes zich minder makkelijk voort dan wijfjes, zodat een populatie er baat bij heeft vrouwelijk nageslacht te bevoordelen. Hoe dat gaat, is onbekend.[1]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (nl) Honger levert extra dochters op. De Standaard (10 april 2012) Geraadpleegd op 9 februari 2013
Icoontje WikiWoordenboek Zoek hongersnood op in het WikiWoordenboek.