Hoofdgeld

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Hoofdgeld of capitatie (Frans: capitation) was een belasting die in meerdere landen werd geheven. In de Nederlanden was dit oudtijds de benaming voor de personele belasting, plaatselijk geheven. Zij waren een vast bedrag schuldig per gezinslid van zestien jaar en ouder en voor elk personeelslid. In de Angelsaksische wereld is dit type belasting bekend als 'poll tax.

Frankrijk[bewerken]

Hoofdgeld werd ook ingesteld in Frankrijk in 1695. De belasting varieerde tussen 2000 ponden (klasse 1 zoals prinsen) en 1 pond (klasse 22) per hoofd.

In 1701 betaalde men bijvoorbeeld, in de kasselrij Ieper, die toen onder Frankrijk viel, in Franse ponden, per hoofd: een dorpsheer: 60, edellieden die een heerlijkheid of groot leen bezitten: 30, andere heren: 9, renteniers: 8, baljuws en griffiers van de parochie: 9, baljuws en griffiers van kleine heerlijkheden: 6, deelslieden, prijzers en landmeters: 8, brouwers: 6 ponden, enz.

Verenigd Koninkrijk[bewerken]

In het Verenigd Koninkrijk is deze vorm van belasting bekend als poll tax. In 1989 wilde Margaret Thatcher de Community Charge invoeren; een vorm van poll tax. Dit leidde tot hevig verzet. Op 31 maart 1990 kwamen meer dan 200 duizend demonstranten bijeen op Trafalgar Square in Londen. Het protest tegen de poll tax droeg bij aan het vertrek van Thatcher.

Verenigde Staten[bewerken]

Ook in de Verenigde Staten is deze vorm van belasting bekend als poll tax of head tax. De bekendste poll tax-weigeraar was Henry David Thoreau. Deze weigerde de poll tax te betalen, volgens zijn boek Civil Disobedience omdat hij tegen de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog en tegen slavernij was.[1] Thoreau leefde bij Walden Pond, maar toen hij op 24 of 25 juli 1846[2] in Concord was om een schoen te laten repareren werd hij aangehouden door belastingontvanger Sam Staples. Thoreau weigerde principieel zes jaar achterstallige poll tax te betalen en werd in de plaatselijke gevangenis opgesloten. De volgende dag werd hij vrijgelaten, omdat iemand - mogelijk zijn tante Maria - de belasting voor hem had voldaan.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Volgens Lawrence Rosenwald heeft Thoreau de kwestie verkeerd voorgesteld; de poll tax in kwestie was een kerkbelasting, en had niets met de Amerikaanse overheid te maken. Zie The Theory, Practice & Influence of Thoreau's Civil Disobedience in: William Cain, ed. A Historical Guide to Henry David Thoreau Cambridge: Oxford University Press, 2006.
  2. De precieze datum is niet bekend.