Hoofdstad van Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Den Haag is al sinds 1584 de zetel van de regering; hier het politieke centrum Binnenhof

De hoofdstad van Nederland is Amsterdam, hoewel het parlement en de regering in Den Haag zetelen, evenals de vorst.

De hoofdstad van een land is meestal de stad waar in beginsel de regering en het staatshoofd van een land gevestigd zijn. Nederland vormt hierop een van de weinige uitzonderingen. Den Haag is vanaf 1584 bijna onafgebroken de zetel van de regering geweest, met uitzondering van 1808 tot 1810 (Amsterdam), van 1810 tot 1813 (Parijs) en van 1940 tot 1945 (Londen). Van 1940 tot 1945 werd het Nederlandse grondgebied echter feitelijk geregeerd door de Duitse bezetter, waarbij de hoogste regering zetelde in Berlijn; de Londense regering was een regering in ballingschap.

Ook is Den Haag de woonplaats van stadhouders en vorsten sinds 1584, met uitzondering van de voornoemde periodes en van 1948 tot 1980 waarin koningin Juliana in Baarn (Soestdijk) woonachtig was. Desondanks is Amsterdam de hoofdstad van Nederland. Een korte verwijzing in artikel 32 van de Nederlandse Grondwet verwijst daarnaar.

Franse tijd[bewerken]

In de begintijd van het Koninkrijk Holland (1806–1810) was Den Haag de hoofdstad. In 1808 was Utrecht ongeveer een half jaar lang de hoofdstad. Koning Lodewijk Napoleon liet een paleis bouwen aan de Drift en de Wittevrouwenstraat. Later dat jaar werd Amsterdam tot hoofdstad gemaakt en Lodewijk Napoleon nam zijn intrek in het Paleis op de Dam. In 1810 werd hij teruggeroepen naar Parijs en werd Nederland geannexeerd door het Franse Keizerrijk. Het Paleis op de Dam werd de residentie van de Franse gouverneur, Charles François Lebrun. Amsterdam werd in het eerste Franse Keizerrijk aangeduid als tweede hoofdstad, na Parijs en gevolgd door de derde hoofdstad Rome. Na het herkrijgen van de zelfstandigheid in 1813 namen regering en Staten-Generaal weer hun intrek in Den Haag. Amsterdam bleef echter de hoofdstad.

Grondwet[bewerken]

De grondwet is meestentijds vaag gebleven over de status van Amsterdam als hoofdstad. In de grondwet van 1814 kwam er voor het eerst een verwijzing naar Amsterdam als de hoofdstad:

Artikel 30 van de Grondwet voor de Vereenigde Nederlanden (1814)
De beëediging van den Souvereinen Vorst en de inhuldiging bij de Staten Generaal zullen plaats hebben in de stad Amsterdam, als de hoofdstad.

Maar in 1815 was die verwijzing echter alweer verdwenen:

Artikel 52 van de Grondwet voor het Koningrijk der Nederlanden (1815)
De Koning wordt bij het aanvaarden der Regering plegtiglijk beëedigd en ingehuldigd, in eene openbare en vereenigde zitting der beide kamers van de Staten-Generaal, welke te dien einde onder den blooten Hemel gehouden wordt; in tijden van vrede heeft deze plegtigheid plaats beurtelings te Amsterdam en in eene der steden van de zuidelijke Provinciën, ter keuze des Konings.

Ook in de daaropvolgende grondwetswijzigingen bleef de status van Amsterdam als hoofdstad onduidelijk:

Artikel 50 van de Grondwet voor het Koningrijk der Nederlanden (1848)
De Koning, de regering aanvaard hebbende, wordt zoodra mogelijk plegtig beëedigd en ingehuldigd binnen de stad Amsterdam, in eene openbare en vereenigde zitting der beide Kamers van de Staten-Generaal.
Artikel 51 van de Grondwet voor het Koningrijk der Nederlanden (1917)
De Koning, de regering aanvaard hebbende, wordt zoodra mogelijk plechtig beeedigd en ingehuldigd binnen de stad Amsterdam, in eene openbare en vereenigde vergadering der Staten-Generaal.

Dat bleef zo tot de grondwetswijziging van 1983 toen de formele status van Amsterdam hersteld werd:

Artikel 32 van de Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden (1983)
Nadat de Koning de uitoefening van het koninklijk gezag heeft aangevangen, wordt hij zodra mogelijk beëdigd en ingehuldigd in de hoofdstad Amsterdam in een openbare verenigde vergadering van de Staten-Generaal. Hij zweert of belooft trouw aan de Grondwet en een getrouwe vervulling van zijn ambt. De wet stelt nadere regels vast.

Algemeen aanvaard[bewerken]

Ondanks het ontbreken van een wettelijke status (althans tussen 1815 en 1983) heeft men Amsterdam altijd vrij algemeen als hoofdstad aanvaard. Voor een deel volgt dit ongetwijfeld uit de functie als koningsstad: behalve de stad waar de inhuldiging van de koning plaatsheeft, is Amsterdam ook vaak de locatie voor koninklijke huwelijken en voor de jaarlijkse koninklijke nieuwjaarsreceptie. Maar belangrijker nog door de relatief belangrijke rol die de stad in de Nederlandse geschiedenis heeft gespeeld. Vanaf het eind van de 16e eeuw groeide Amsterdam uit tot de grootste stad van Nederland en het belangrijkste centrum van handel, economie, cultuur en financiën; een positie die de stad tot op de dag van vandaag heeft weten te behouden.

Een andere reden wordt wellicht gevonden in de ontkenning van Den Haag als hoofdstad: hoewel regeringszetel vanaf de 16e eeuw wenste men Den Haag niet als hoofdstad te zien, omdat de Republiek der Verenigde Nederlanden formeel een statenbond was, waarvan de afzonderlijke leden zelfstandig waren met een eigen bestuur en een eigen hoofdstad. Ook na de vorming van de eenheidsstaat is deze ontkenning blijven bestaan. Men zegt soms wel dat Amsterdam de hoofdstad en Den Haag de hofstad is.