Hopbeuk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hopbeuk
vrouwelijke katjes, hangend
vrouwelijke katjes, hangend
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Fabiden
Orde: Fagales
Familie: Betulaceae (Berkenfamilie)
geslacht
Ostrya
Hill (1757)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Hopbeuk (Ostrya) is een plantengeslacht uit de berkenfamilie (Betulaceae). Het geslacht omvat bomen die voorkomen in de Verenigde Staten, Centraal-Amerika, Europa en Azië. Het zijn bladverliezende loofbomen die lijken op de bomen uit het geslacht Carpinus. Men kan deze uiteen houden aan de hand van de bladeren en de katjes:

  • Dubbel gezaagde bladeren.
  • Mannelijke katjes ontstaan reeds in de herfst en zijn neerhangend. Ze overwinteren naakt, zoals de katjes van de berk.
  • Vrouwelijke katjes zijn rechtopstaand en omgeven door bracteeën (schutbladeren) die op die van de hop (Humulus lupus) lijken en buisvormig zijn. Ze omhullen de vruchten.
  • De scherpe zijknoppen zijn afstaand, bij Carpinus zijn ze aanliggend.
  • De schors is ruw, bij Carpinus is deze glad.

Bekende soorten zijn:

is een matig hoge boom die 10-20 meter hoog kan worden

bloeitijd: mei-juni g

De soorten kunnen het beste geplant worden in niet te vochtige, vruchtbare grond op een beschutte plaats in de zon.

De Nederlandstalige naam is afgeleid van "hop" omdat de katjes met zaad sprekend lijken op hopbellen en "beuk" omdat de bladeren erg lijken op deze van de beuk. Ostrya is afgeleid van het Oudgriekse woord 'ostrua' wat "een boom met zeer hard hout" betekent.

Fossiel voorkomen[bewerken]

Het pollen en de zaden van Ostrya zijn in Europa bekend uit het Neogeen en verschillende interglacialen van het Pleistoceen.[1] Uit Nederland is het laatste optreden van het pollen bekend uit het Leerdam Interglaciaal.[2] Daarna is Ostrya in onze streken uitgestorven.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) vertaald vanaf de Engelstalige Wikipedia, die onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
  • (en) Hammen, T. van der, Wijmstra, T., Zagwijn, W.H., 1971. The floral record of the late Cenozoic of Europe. In: Turekian, K.K. (ed.). The Late Cenozoic Glacial Ages; Yale University Press, New Haven, 391-424 pp.
  • (de) Zagwijn, W.H. and de Jong, J., 1984. Die Interglaziale von Bavel und Leerdam und ihre stratigraphische Stellung im niederlandischen Früh- Pleistozän. Mededelingen Rijks Geologische Dienst 37, 155-169.

  1. Hammen, T. van der, Wijmstra, T., Zagwijn, W.H., 1971
  2. Zagwijn, W.H. and de Jong, J., 1984