Hopediamant

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hopediamant zoals deze in het museum is tentoongesteld

De Hopediamant is een diep blauwe diamant die wordt tentoongesteld in het National Museum of Natural History van het Smithsonian Institute te Washington. De diamant zou zijn bezitter ongeluk bezorgen. De "Hope Diamant" heeft een briljant blauwe kleur die wordt veroorzaakt door sporen van het element boor in de diamant. Wanneer de diamant met ultraviolet licht wordt beschenen treedt er rode fluorescentie op waardoor de diamant is geclassificeerd als een diamant van het type IIb.

Frans Blauw[bewerken]

Replica van de ruwe Hope
Versiersel van het Gulden Vlies met de "Grote Blauwe Diamant" van de Franse kroonjuwelen, de latere Hope diamant.
De loden replica van vóór 1792, de huidige Hope binnen de replica en de Hopediamant

De oorspronkelijke diamant werd gevonden in de Kollur mijn in de plaats Golconda in India als een ruw gesneden driehoek van 112 3/16 karaat (22,44 gram). De Franse koopvaarder Jean-Baptiste Tavernier kocht de diamant in 1660 of 1661. De Tavernier blauwe diamant is legendarisch omdat er wordt verondersteld dat de diamant is gestolen uit het oog van de Hindoestaanse godin Sita. In 1668 heeft Tavernier de diamant verkocht aan koning Lodewijk XIV van Frankrijk. De hofjuwelier, Sieur Pitau, heeft de ruwe diamant versneden tot een 67 1/8 karaat (13,4 gram) steen. De steen werd bekend als De Blauwe Diamant van de Kroon of als Frans blauw. De diamant werd gezet in goud en aan een ketting bevestigd zodat de koning de diamant tijdens plechtigheden kon dragen. In 1749 werd de diamant geplaatst op een versiersel van de Orde van het Gulden Vlies. Na de dood van Lodewijk XV raakte de diamant in onbruik.

De Franse kroonjuwelen, waaronder de Blauwe Diamant, werden in 1792, tijdens de Franse Revolutie, gestolen en hoewel veel andere juwelen weer terecht kwamen, werd er van de Blauwe Diamant niets meer vernomen tot er in 1812 in Londen een wonderbaarlijke blauwe diamant opdook bij de diamanthandelaar Daniel Eliason.

De beheerders van de Franse kroonjuwelen hebben van alle belangrijke diamanten in de collectie loden afgietsels laten maken. Deze werden gebruikt om juweliers in staat te stellen om nieuwe zetsels te vervaardigen zonder dat de kostbare stenen zelf de kroonschat verlieten. De huidige Hopediamant past precies in het nog steeds in Parijs bewaarde loden model van de toenmalige Blauwe Diamant van de Kroon.

De gestolen steen moet tussen 1792 en 1812 opnieuw zijn geslepen waardoor het driehoekige karakter verloren ging en een ovale steen ontstond[1].

De Hopefamilie[bewerken]

In 1824 kocht Henry Philip Hope de Blauwe Diamant en vanaf toen stond hij bekend als de Hopediamant. Hope liet de diamant op een broche bevestigen en leende de diamant soms uit aan Louisa Beresford, de vrouw van zijn broer Henry Thomas Hope, om te tonen op societyfeesten. Henry Philip Hope overleed in 1839 en zijn drie neven hebben daarna een jarenlange strijd gevochten in de rechtszaal over de erfenis van Hope, met inbegrip van de Hope Diamant.

De Hope Diamant werd tentoongesteld op de wereldtentoonstelling van 1851 in Londen en op de een tentoonstelling in Parijs in 1855, maar gewoonlijk werd de diamant bewaard in de kluis. Henry Hope overleed op 4 december 1862 en zijn vrouw Adèle erfde alles, bij haar overlijden ging de gehele erfenis naar haar kleinzoon Henry Francis Hope Pelham-Clinton Hope. De dochter van Francis, Henrietta, en de zesde Hertog van Newcastle, die een extra 'Hope' aan de naam toevoegde, erfden de Hope erfboedel in 1887. Ze konden echter niets met de erfenis doen zonder toestemming van de rechter.

Op 27 november 1894 trouwde Francis met zijn maîtresse, de Amerikaanse actrice Mei Yohe. Zij beweerde dat zij de Hope Diamant had gedragen op sociale evenementen (en dat ze zelfs een replica had laten maken voor haar optreden), maar Francis deed een afwijkende bewering. In 1896 werd het faillissement van Lord Francis uitgesproken waarna ze de Hope Diamant moesten verkopen.

Reis naar Amerika[bewerken]

De diamant

De diamant werd verkocht voor £29.000 aan de juwelenhandelaar Adolf Weil, die op zijn beurt de diamant verkocht aan diamanthandelaar Simon Frankel. Simon Frankel nam de diamant vervolgens mee naar New York, waar de diamant werd getaxeerd op $141.032 (gelijk aan £28.206).

Vervolgens werd de diamant verkocht aan Salomon Habib in Parijs voor $400.000. Op 24 juni 1909 werd de diamant geveild tijdens een faillissementsveiling. De diamant werd gekocht door Rosenau voor het bedrag van $80.000. Rosenau verkocht de diamant voor 550.000 Franse Francs aan Pierre Cartier.

Cartier herstelde de steen en bracht hem terug naar Amerika in 1911 door hem te verkopen aan de societydame Evalyn Walsh McLean. Zij heeft de Hope Diamant gedragen tijdens diverse sociale evenementen die zij zelf heeft georganiseerd. Bij haar overlijden, in 1947, liet zij de diamant na aan haar kleinkinderen. Hoewel de diamant in hun bezit was, konden ze er pas over beschikken als ze 25 jaar oud waren aangezien de erfenis in een trustfonds was geplaatst, wat zou betekenen dat ze minimaal 20 jaar moesten wachten. De beheerders van het trustfonds hadden echter een overeenkomst bereikt dat ze de diamant mochten verkopen om schulden te vereffenen. In 1949 verkochten zij de diamant aan Harry Winston uit New York.

Harry Winston stelde de Hope Diamant tentoon in zijn "Hof van Juwelen", een rondreizende tentoonstelling door heel Amerika. In augustus 1958, werd de diamant tentoongesteld in de Canadese Nationale Tentoonstelling. Hij had ook het facet laten versnijden om de schittering van de diamant te vergroten. Op 7 november 1958 schonk hij de diamant aan het Smithsonian Instituut door het te versturen via de post. Winston geloofde nooit in de verhalen betreffende de vloek. Hij stierf in 1978 aan een hartaanval op de leeftijd van 82.

Smithsonian jaren[bewerken]

De Hopediamant zoals deze wordt tentoongesteld in het Nationaal natuurhistorisch museum

De Hopediamant maakt deel uit van de nationale collectie van het Smithsonian instituut. In het begin werd de diamant tentoongesteld in een glazen kluis in het museum. De diamant werd in 1962 uitgeleend om getoond te worden op een Franse juwelententoonstelling en in 1965 zelfs aan Zuid-Afrika voor een tentoonstelling. Nadat de verbouwingen in 1997 waren afgerond, werd de diamant tentoongesteld in zijn eigen zaal op een roterend voetstuk in een glazen cilinder van kogelvrij glas.

Het meest recente onderzoek, in december 1988, heeft aangetoond dat de diamant 45,52 karaat is en 9,104 gram weegt. Het wordt omschreven als een buitengewoon donkere blauwe diamant. De diamant heeft een uniek vertragend fluorescerend effect, net zoals diverse andere diamanten. Wanneer de lichtbron wordt verwijderd vertoont de diamant rode fluorescentie. De afmetingen van de diamant zijn 25,60mm x 21,78mm x 12,00mm.

Op 9 februari 2005, heeft het Smithsonian instituut de resultaten vrijgegeven van een jarenlang meetkundig onderzoek van de Hope Diamant en officieel verklaard dat de diamant deel heeft uitgemaakt van de gestolen Franse kroonjuwelen.

De vloek van de diamant[bewerken]

De eerste verhalen van de vloek over de Hope Diamant doken op in 1909. Op 25 juni van dat jaar verscheen er een artikel in The Times met een lijst met voormalige eigenaren van de diamant en hoe deze onder vreemde omstandigheden waren overleden.

Volgens de legendes werd de diamant door Tavernier gestolen uit het standbeeld van een Hindoestaanse god. De diamant was één van de twee ogen van de god. Toen de priesters erachter kwamen dat de diamant verdwenen was hebben ze een vloek uitgesproken op eenieder de diamant in bezit had. Eén van de redenen dat er wordt getwijfeld aan dit verhaal is omdat de tweelingzus van de diamant nooit is gevonden. Tavernier zou overleden zijn aan koorts vlak na het vinden van de diamant, maar in werkelijkheid werd hij 84 jaar oud.

De diamant kreeg de schuld van de beëindiging van de relatie met Madame de Montespan, het onthoofden van Koning Lodewijk XVI en Marie-Antoinette en de verkrachting en onthoofding van Marie-Louise de Savoie-Carignan. Om de legende meer bijval te geven werden er fictieve namen toegevoegd aan de lijst, zoals diamantsnijder Wilhelm Fals, die geruïneerd zou zijn door zijn zoon Hendrik waardoor hij vervolgens zelfmoord pleegde, en François Beaulieu die zou zijn verhongerd nadat hij de diamant aan Daniel Eliason had verkocht.

Simon Frankel, waarvan wordt beweerd dat hij in financiële moeilijkheden verkeerde, had de diamant verkocht aan Jacques Colet die zelfmoord zou hebben gepleegd. De daarop volgende eigenaar, de Russische prins Kanitowski zou de diamant hebben uitgeleend aan de Franse actrice Lorens Ladue, die hij later zou hebben doodgeschoten. Zelf werd de prins gedood tijdens de Russische Revolutie. De juwelier Simon Mothearides zou zijn gedood door zijn eigen familie en de Turkse Sultan Abdülhamit II, waarvan zijn gedwongen aftreden aan de diamant werd verweten, had diverse leden van zijn parlement laten vermoorden door toedoen van de diamant.

De actrice Mei Yohe gaf de Hope Diamant de schuld van haar ongeluk. In juli 1902 een paar maanden naar haar scheiding van Lord Francis, vertelde zij de politie van Australië dat haar minnaar Sterke Putman haar had verlaten en alle sieraden had meegenomen. Hoe onwaarschijnlijk ook, het paar verzoende zich een jaar later, maar scheidde uiteindelijk in 1910. Gedurende haar derde huwelijk, met filmproducent George Kleine, overtuigde ze hem om een 15-delige serie te maken over de Hope Diamant, genaamd: The Hope Diamond mystery. Deze onsuccesvolle film voegde nog meer speculaties en fictieve personen toe om de vloek van de diamant meer kracht bij te zetten. In 1921 huurde zij Henry Leyford Gates in de film The mistery of the Hope Diamond te schrijven waarin zijzelf de rol van Francis Hope op zich nam. Ook deze film voegde meer fictieve personen en speculaties toe aan de vloek van de Hope Diamant. Jean-Paul Marat werd onder andere ook toegevoegd als slachtoffer van de diamant. Mey Yohe droeg ook haar namaak exemplaar van de diamant om zo meer publiciteit te krijgen en haar carrière nieuw leven in te blazen.

De plotselinge dood van Olive Muriel Thompson, de vrouw van Lord Francis Hope, in 1912 wordt ook toegeschreven aan de vloek van de diamant.

Evalyn Walsh McLean heeft ook zo haar eigen verhalen toegevoegd aan de legendes over de vloek van de diamant, zo ook dat Catharina de Grote eigenaar geweest zou zijn van de diamant. McLean leende de diamant wel uit aan vrienden, zoals Warren G. Harding en Florence Harding, zodat ze deze konden uitproberen. Ook zou McLean de diamant regelmatig om de hals van haar hond hebben gehangen.

Trivia[bewerken]

De Hope Diamant speelt een grote rol als de Grote Blauwe Diamant/de Blue Hope in het Suske en Wiske-verhaal Het grote gat.

Bronnen, noten en/of referenties

Voor het schrijven van deze pagina is gebruikgemaakt van de volgende bronnen:

  1. (en) academic, Tekening op [1]. Gezien op 28 oktober 2013.