Hospices de Beaune

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Binnenhof van het Hôtel-Dieu van Beaune

De Hospices Civils de Beaune of kortweg Hospices de Beaune is een liefdadigheidsinstelling opgericht in 1443 door Nicolas Rolin als een armenhospitaal in Beaune (Bourgondië). Het oorspronkelijke hospitaal, het Hôtel-Dieu wordt beschouwd als een van de pronkstukken van de Vlaams-Bourgondische bouwstijl, die aanleunt bij de laat-gotiek uit de 15e eeuw. Tegenwoordig doet het gebouw dienst als museum. De organisatie is ook bekend van zijn jaarlijks terugkerende veiling van wijnverkoop voor het goede doel, die al jaren de gebouwen van de organisatie mee financiert.

Geschiedenis[bewerken]

Naar het einde van de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) heerste in Frankrijk een grote armoede en hongersnood. Het verdrag van Arras[1] maakte in 1435 weliswaar een einde aan de oorlog tussen de Bourgondische Nederlanden en Frankrijk, maar toch bleven de gevolgen in de daaropvolgende jaren aanzienlijk. Deze hongersnood kostte in Beaune alleen al aan drie vierde van de inwoners het leven.

In het licht van die situatie beslisten Nicolas Rolin, kanselier van de hertog van Bourgondië Filips de Goede, en zijn vrouw Guigone de Salins op 4 augustus 1443 om een hospitaal voor armen te voorzien. Er was vooraf twijfel over de locatie tussen Autun en Beaune. De keuze viel uiteindelijk op de laatste omwille van de ligging en het ontbreken van een kloosterorde in de stad.

Op 1 januari 1452 werd de eerste patiënt in het centrum verzorgd. Ouderen, invaliden, wezen, zieken, zwangere vrouwen en armen hadden er van de middeleeuwen tot in de 20e eeuw gratis toegang. In 1459 wordt door Rolin de orde Sœurs Hospitalières de Beaune opgericht, die een kloosterleven combineren met de hulp aan de armen. Gedurende eeuwen was het Hôtel-Dieu hun werk- en woonplaats.

Hôtel-Dieu[bewerken]

Het Hôtel-Dieu wordt nog altijd in één adem genoemd met de naam van de organisatie. Zelfs in die mate dat men het Hôtel-Dieu Les Hospices noemt[2]. De voorkant van het gebouw, die eerder sober overkomt, is een schril contrast met de rijkelijke decoratie van de binnenkoer met zijn veelkleurige daken en het interieur van het gebouw zelf.

Ingang en voorgevel

Voorgevel en ingang[bewerken]

De zuidelijke voorgevel is opgetrokken in grijs-witte kalksteen, het steile dak bestaat uit zwarte leisteen en is daarmee een uitzondering op de rest van het gebouw. Dit gedeelte van het Hôtel-Dieu bevat weinig ramen, wat weinig kenmerkend is voor de gotiek. De reden ligt in het feit dat dit deelgebouw de Salle des Pauvres (zaal van de Armen) of de ziekenzaal bevat. Door een beperking van het aantal ramen was het eenvoudiger om binnen een gematigde temperatuur te behouden, zowel tijdens de zomer als tijdens de winter. De grote pinakel op het dak (30 meter hoog) en de kleinere pinakels boven het afdak aan de ingang zelf, verraden aan de buitenkant toch enige gotische kenmerken. Boven de massief houten deur staat het opschrift Hôtel-Dieu 1443.

Binnenkoer van het Hôtel-Dieu met zijn opvallende veelkleurig dak.

De binnenkoer[bewerken]

De binnenkoer (Frans: cour d'honneur, koer van de eer) is rechthoekig en bevat een gietijzeren waterput in gotische stijl. De koer geeft uit op de verschillende gebouwen met hun veelkleurige daken, kenmerkend voor de Bourgondische monumenten. Deze dakpannen zijn gemaakt uit gebakken aarde met een emaillaag. Het hoofdgebouw met de grote ziekenzaal is op dat vlak de enige uitzondering. Deze dakpannen hebben 4 kleuren (rood, bruine, geel en groen) en vormen geometrische patronen. Het motief is niet meer het oorspronkelijke. De daken werden herlegd tussen 1902 en 1907 door Louis Sauvageot die persoonlijke motieven gebruikte, aangezien de originele verloren waren geraakt. De noord-, oost- en westzijde hebben op grondniveau en op de eerste verdieping een galerij. Op het gelijkvloers gevormd door stenen zuilen, daarboven zijn houten zuilen gebruikt. De vele dakkapellen tellen talloze in hout en ijzer gemaakte decoraties.

Grande salle des «Pôvres»
De kapel

Grote armenzaal of ziekenzaal[bewerken]

De grote armenzaal (Frans: Grande salle des «Pôvres») bevindt zich langs de kant van de voorgevel. De imposante zaal (bijna 50 meter lang, 14 meter breed en 16 meter hoog) is overdekt door het houten beschilderde gewelf van het dak, dat de vorm heeft van een scheepsromp. Het ontbreken van een zolderverdieping zorgt dat het houtsnijwerk volledig zichtbaar is. Langs de zijden zijn hoofdjes in het hout uitgesneden, het zijn karikaturen van de bourgeoisie van Beaune. De vloertegels bevatten het monogram van Rolin en zijn motto (Seulle, een verbastering van de naam van zijn vrouw).

In de zaal bevinden zich langs de noord- en zuidmuur 2 beddenrijen, het centraal gedeelte van de ruimte was voorzien voor tafels en banken voor de maaltijden. Het huidig meubilair is gemaakt in 1875 door de schoonbroer van de architect Eugène Viollet-le-Duc. De bedden zijn kleine tweepersoonsbedden.

Achteraan de zaal bevindt zich een houten Piëta, een meer dan levensgrote Christusfiguur uit de vijftiende eeuw.

De kapel[bewerken]

Aansluitend op de grote ziekenzaal bevindt zich de kapel. De plaats voor de kapel is zo gekozen om bedlegerigen toe te laten de mis bij te wonen vanuit hun bed. Oorspronkelijk bevond zich in deze kapel het polyptiek van de Vlaamse schilder Rogier van der Weyden. Het stoffelijk overschot van Guigone de Salins ligt hier begraven.

Zaal Sainte-Anne[bewerken]

De Heilige-Annazaal (Frans: salle Sainte-Anne), ligt langs de westelijke gevel en sluit aan bij de grote armenzaal. De zaal bevat slechts vier bedden en is gedecoreerd met een aantal tapijten met het wapen en motto van de oprichters. Deze zaal is niet toegankelijk voor het publiek.

Zaal Saint-Hugues[bewerken]

Deze zaal (Frans: salle Saint-Hugues) ligt naast de voorgaande en is gebouwd in 1645. Er staan enkele bedden, bedoeld voor de welgestelde zieken. De ruimte valt op door de wandschilderingen van Isaac Moillon die verschillende mirakels van Jezus voorstellen.

Sint-Nicolaaszaal[bewerken]

Gelegen langs de noordzijde van het gebouw, was deze zaal (Frans: salle Saint-Nicolas) bestemd voor de zwaarste zieken en bevatte 12 bedden. Momenteel wordt de zaal gebruikt als expositieruimte voor de geschiedenis van Les hospices en zijn wijngaard.

De keuken[bewerken]

De keuken
De apotheek

Dotée d'une vaste cheminée, elle est meublée de différents éléments dont un tourne-broche automatisée datant de 1698, appelé «Messire Bertrand».

De apotheek[bewerken]

De apotheek bestaat uit twee deelruimtes met wandkasten met flessen.

De heilige Louiszaal[bewerken]

Deze zaal sluit de binnenkoer aan de oostzijde en is gebouwd in 1661 op de plaats waar vroeger een schuur stond.

De polyptiek van het Laatste Oordeel[bewerken]

Het Hôtel-Dieu van Beaune bezit een opmerkelijk werk, geschilderd in de 15e eeuw, de Polyptiek van het Laatste Oordeel. Het werk is van de hand van de Vlaamse schilder Rogier van der Weyden. De polyptiek met 9 rechthoekige beweegbare luiken, vervaardigd uit eik.

De Polyptiek van het Laatste Oordeel, voorzijde, door Rogier Van der Weyden

Lijst van peters en meters van de wijnverkoop[bewerken]

Externe links[bewerken]

Varia[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. (fr) Laurent Albaret,XVe siècle. Le traité d’Arras, Clionautes
  2. Franstalige wikipedia, Hospices de Beaune
  3. Artikel in Brittanica

[1], [Les Guides Verts Michelin. Bourgogne. Morvan. L’Hôtel-Dieu de Beaune et Musée. French edition. 4th ed. Imp Schneider] [2] [3] [4] [5] [6] http://www.vin-et-tradition.com/beaune/hoteldieu.htm