Host
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De term host komt voor in een aantal verschillende contexten. Het is oorspronkelijk een Engels woord dat gastheer betekent.
ICT [bewerken]
In de Nederlandse taal wordt het woord gebruikt voor verschillende begrippen die betrekking hebben op de informatie- en communicatietechnologie (ICT). In het algemeen betekent het
- een apparaat of programma dat een dienst of diensten verleent aan een kleiner of minder capabel apparaat of programma.
Buiten deze algemene contekst kan host nog een van de volgende betekenissen hebben:
- In de specificaties van het IP-protocol betekent host elk apparaat dat een volledige tweewegcommunicatie kan uitvoeren met een ander apparaat op het internet. Elke host heeft een eigen IP-adres. Als via een modemverbinding wordt gemaakt met de internetprovider, dan krijgt men gedurende die periode een IP-adres en geldt het systeem als host.
- "Host" is ook de naam van een programma uit de verzameling "Bind tools", zoals "dig" en "nslookup". Deze programma's worden gebruikt als algemene DNS database query tools om bijvoorbeeld "DNS database entry's" te onderzoeken.
- Voor bedrijven of mensen met een website, is de computer die de webserver draait en de site weergeeft een host (vandaar de termen "hosting" en "hostingprovider"). Dit heet webhosting.
- Het woord host wordt ook gebruikt als naam voor de hostingprovider van een website.
- In een netwerk met een mainframecomputer geldt het mainframe als host. Dit bedient een aantal werkplekken of terminals.
Buiten de ICT [bewerken]
- Een persoon, vaak een vrouw (in het Engels dan genaamd hostess), die in het vliegtuig of in de bus de reizigers bedient.
- Een presentator van een praatprogramma op de radio of televisie.
Zie ook [bewerken]
- The Host (doorverwijspagina)
| Zoek host op in het WikiWoordenboek. |