Howard Phillips Lovecraft

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Howard Phillips Lovecraft
HPL cropped.jpg
Algemene informatie
Geboren 20 augustus 1890
Overleden 15 maart 1937
Land Verenigde Staten
Handtekening Handtekening
Werk
Jaren actief 1917 - 1936
Genre Fantasy
Horror
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Howard Phillips Lovecraft (Providence (Rhode Island), 20 augustus 1890 – aldaar, 15 maart 1937) was een Amerikaanse fantasy- en horrorschrijver. Hij staat erom bekend dat hij zijn horrorverhalen in een sciencefictionachtig kader plaatste.

Lovecraft was tijdens zijn leven een vrij onbekende schrijver. Vrijwel al zijn verhalen werden gepubliceerd in pulpbladen als Weird Tales. Tijdens zijn leven werd hij niet veel gelezen, maar zijn werk bleek zeer invloedrijk bij latere schrijvers en fans van horrorverhalen. Onder andere Stephen King, Bentley Little, Joe R. Lansdale, Alan Moore, Junji Ito, F. Paul Wilson, Brian Lumley en Neil Gaiman noemden Lovecraft’s werk een van hun primaire inspiratiebronnen.

Biografie[bewerken]

Jonge jaren[bewerken]

Lovecraft als kind, circa 1900

Lovecraft werd geboren in het huis van zijn grootouders in Providence, Rhode Island als zoon van Winfield Scott Lovecraft, een handelsreiziger, en Sarah Susan Phillips. Op jonge leeftijd verhuisde Lovecraft met zijn familie naar verschillende locaties in Massachusetts. Zijn vader werd, toen Lovecraft drie jaar oud was, gedurende vijf jaar in een psychiatrisch ziekenhuis opgenomen omdat hij waarschijnlijk syfilis had. Nadien werd hij verder opgevoed door zijn moeder, twee tantes Lillian Phillips Clark en Annie Emeline Phillips Gamwell, en door zijn grootvader Whipple Van Buren Phillips, die hem aanmoedigde veel te lezen en die hem ook griezelverhalen vertelde. Voor Lovecraft vormden de verhalen van Edgar Allan Poe een grote inspiratiebron later in zijn leven.

Als kind leidde Lovecraft een teruggetrokken bestaan. Hij las veel en kreeg voornamelijk thuisonderwijs. Nadat zijn moeder in 1921 stierf, ging Lovecraft naar een conferentie voor amateurjournalisten in Boston, waar hij Sonia Greene leerde kennen. De twee werden verliefd en trouwden op 3 maart 1924. Samen verhuisden ze naar Brooklyn, New York. Lovecraft bleef een tijdje actief in het journalistenvak. Zo droeg hij bij aan astronomische artikelen in lokale kranten.

Persoonlijke informatie[bewerken]

Als volwassene was Lovecraft een lange, slanke, bleke man met heldere ogen. Hij had een bijna-fotografisch geheugen en beschikte over een uitgebreide vocabulaire. Hij kon niet tegen kou en had een afkeer van zeevoedsel. Hij was bijzonder gesteld op katten en had interesse in astronomie en achttiende-eeuwse architectuur.

Lovecraft was een groot aanhanger van Franklin Delano Roosevelt. Tevens was hij aangeslagen door de zelfmoord van Robert E. Howard in 1936.

Lovecrafts handschrift was vaak lastig te lezen. Hij hanteerde bovendien een eigen spelling met vaak Latijnse en Griekse uitspraken erin, alsmede zelfbedachte woorden.

Schrijfcarrière[bewerken]

Lovecraft begon vanaf zijn 16e reeds met schrijven, maar van de verhalen die hij tot zijn 20e schreef bleef slechts een handvol bewaard. Ondanks dat deze verhalen toonden dat hij aanleg had voor het schrijversvak, zag Lovecraft hier zelf weinig in. Veel van zijn oudere verhalen waren feitelijk omschrijvingen van zijn dromen, die hij mogelijk later uit wilde werken tot volledige verhalen.

Hoewel hij volhield geen aanleg te hebben voor het schrijven van fictie en schrijven volgens hem meer een hobby was, liet Lovecraft zich toch overhalen door zijn vriend Paul Cook om wat verhalen te schrijven voor diens blad The Vagrant. Onder deze verhalen bevonden zich Dagon en Polaris . Hoewel hij hier niet voor betaald kreeg, merkte hij wel dat hij aanleg had voor het schrijven van bovennatuurlijke fictie. Gedurende de eerste jaren dat hij met schrijven zijn brood verdiende, legde Lovecraft zich vooral toe op het herzien van (meestal anoniem ingestuurde) verhalen van medeschrijvers. Zijn eigen verhalen waren slechts bijzaak. Onder de schrijvers wiens werk hij verbeterde bevonden zich Adolphe de Castro, C.M. eddy, Jr., en Winifred Virginia Jackson. Lovecraft was maar zelden snel tevreden met de verhalen die hij kreeg toegestuurd.

Tussen 1919 en 1929 publiceerde Lovecraft een reeds verhalen geïnspireerd op de vondst van Lord Dunsany’s boeken. Meerdere van deze verhalen draaiden om het personage Randolph Carter; mogelijk een fictieve versie van Lovecraft zelf. Deze verhalen staan onder Lovecraftfans tegenwoordig bekend als de droomcyclus. In 1923 werd Lovecraft bovendien benaderd door J.C. Henneberger, oprichter van Weird Tales, met het verzoek verhalen voor dit blad te schrijven. In de eerste elf edities van Weird Tales, gepubliceerd van oktober 1923 tot februari 1925, stonden negen verhalen en een gedicht van Lovecraft. In 1924 schreef Lovecraft voor een speciale editie van Weird Tales het verhaal Imprisoned with the Pharaohs, waarin boeienkoning Harry Houdini de hoofdrol speelt. Houdini was zelf tevreden over het verhaal en hield nog enkele jaren contact met Lovecraft om mogelijke toekomstige projecten te bespreken.

Andere tijdschriften waar Lovecraft voor schreef waren The Unique Magazine en Astounding Stories. Aan deze bladen verkocht Lovecraft vooral verhalen die door Weird Tales waren verworpen als zijnde te lang.

Lovecraft correspondeerde veel met andere schrijvers, met name andere schrijvers voor Weird Tales. Met hen wisselde hij ideeën uit en sprak hij af om elkaars verhalen als inspiratiebron te gebruiken. Dit groeide zodoende uit tot wat men tegenwoordig kent als de Cthulhu Mythos; een groot fictief universum wat door meerdere schrijvers als locatie voor hun verhalen gebruikt is. De creatie van de Cthulhu Mythos is vandaag de dag hetgeen waar Lovecraft het meest om bekendstaat. Het eerste verhaal uit de Cthulhy Mythos was The Nameless City uit 1921. Hoewel de verhalen binnen de Cthulhu Mythos los van elkaar te lezen zijn en verschillende personages en locaties bevatten, hebben ze wel allemaal een gezamenlijke achtergrond en overeenkomsten, zoals een steeds terugkerend pantheon van buitenaardse goden, de Necronomicon, en diens schrijver Abdul Alhazred.

Tijdens de late jaren 20 en vroege jaren 30 werden meer en meer van Lovecrafts verhalen herdrukt in verhalenbundels.

Latere jaren en dood[bewerken]

Lovecrafts graf

Ondanks zijn pogingen om veel te schrijven, leefde Lovecraft zeer armoedig. Zijn vrouw moest op een gegeven moment zelfs afzonderlijk van hem in Cleveland gaan leven om daar werk te zoeken, terwijl Lovecraft achterbleef in Brooklyn. Zijn ervaringen hier veroorzaakten bij hem een sterke afkeer voor New York. Na een paar jaar afzonderlijk te hebben geleefd stemden Lovecraft en zijn vrouw in met een echtscheiding, maar die werd nooit volledig uitgevoerd.

In 1936 bleek Lovecraft darmkanker te hebben, maar hij leed ook aan ondervoeding, tot zijn overlijden in 1937.

Farnsworth Wright, redacteur van Weird Tales, stond in het juli 1937-nummer van het blad stil bij Lovecraft’s overlijden. In de 17 nummers die volgden werden verhalen van Lovecraft herdrukt.

Lovecrafts werk[bewerken]

Veel van Lovecrafts werk is geïnspireerd door zijn eigen nachtmerries, maar ook door de snelle vooruitgang in onder andere astronomie, biologie en geologie die hij om zich heen zag gebeuren.

Kosmische horror[bewerken]

Hoewel hij ook andere verhalen schreef, is Lovecraft vandaag de dag het meest bekend om een door hemzelf bedacht genre dat hij “kosmisisme” of “kosmische horror” noemde. Een belangrijk uitgangspunt in dit genre is dat de alledaagse werkelijkheid zoals mensen die ervaren slechts een dunne schil is om een diepere werkelijkheid, die zo complex en vreemd is dat het menselijk brein deze onmogelijk kan bevatten. Zijn werken bevatten onder andere een pantheon gruwelijke (naar menselijke maatstaven) goden, De Ouden genaamd. Een van de bekendere van deze wezens is Cthulhu. Deze diepere werkelijkheid is in zijn verhalen slechts bekend door weinigen en vooral door psychisch gestoorden.

Zijn werk snijdt ook meerdere thema's aan, die een psychologische angst oproepen en die een nihilistisch karakter blijken te bezitten. Een van die thema's is vooral het centrale thema dat maar al te pijnlijk de nietigheid van de mens aantoont. De decadente westerse samenleving komt vaak ook oog in oog te staan met barbaarse en niet-menselijke invloeden, waarop de nietigheid van mens zich weer laat blijken.

De Ouden, zoals Cthulhu, werken op een hogere orde dan de mens en daardoor gebonden aan andere natuurwetten. Ook al lijkt hetgeen Cthulhu doet het kwade, hij staat onder natuurwetten die voor de mens magie lijken. Maar de mensheid is voor Cthulhu als hetgeen de mieren voor de mensheid zijn. Ze betekenen niet veel tot zelfs niets, maar zijn niet in staat zelf te beseffen hoe klein en onbelangrijk ze in feite zijn. Door vooruitgang in de wetenschap ontdekt de mens weliswaar steeds meer over haar omgeving, maar als iemand ooit te ver zoekt en waarheid ontdekt over De Ouden en alle andere geheimen van het universum, drijft dit hem/haar meteen tot waanzin omdat het gewoon te veel is om te kunnen verwerken.

De verhalen van Lovecraft spelen zich (gedeeltelijk) af in New England, meer bepaald in Rhode Island en Massachusetts. Lovecraft’s invloedrijkste werk in het horrorgenre is mogelijk de Necronomicon, die volgens zijn verhalen zou zijn geschreven door de Arabier Abdul Alhazred.

Verdeling[bewerken]

Critici verdelen Lovecraft’s verhalen doorgaans in drie groepen, die overigens door Lovecraft zelf nooit zo zijn gebruikt:

  • Macabere verhalen (1905–1920)
  • De Droomcyclus (1920–1927)
  • De Cthulhumythos/Lovecraftmythos (1925–1935)

Thema’s[bewerken]

Regelmatig terugkerende thema’s in Lovecraft’s verhalen zijn.

Verboden kennis
Verboden kennis, en dan vooral de zoektocht hiernaar, is de primaire motivatie achter het handelen van veel protagonisten in Lovecraft’s verhalen. Het ontdekken van deze kennis resulteert niet zelden in de dood van de protagonist, of in spijt van wat ze hebben gedaan en de wens dat ze deze kennis nooit ontdekt hadden.
Oude sektes en religies
Veel van de Goden en andere bovennatuurlijke wezens uit Lovecraft’s verhalen hebben meerdere sektes van menselijke aanhangers. Lovecraft gebruikte deze sektes vooral als basis om de protagonisten van zijn verhalen in contact te brengen met de goden, zonder de goden zelf rechtstreeks ten tonele te hoeven voeren. Dit omdat de goden zelf geacht worden wezens te zijn die te machtig zijn om door menselijk handelen te kunnen worden gestopt.
Noodlot
De protagonisten in Lovecraft’s verhalen zijn vaak niet geheel verantwoordelijk voor hun handelen, maar worden gestuurd door een hogere macht. De protagonisten komen niet zelden in situaties die ze relatief makkelijk zouden kunnen ontlopen, maar “iets” maakt dat ze toch op de ingeslagen weg door willen gaan, met alle gevolgen van dien.
Racisme
Een van de meer controversiële kenmerken van Lovecraft’s werk. Lovecraft’s verhalen bevatten vaak denigerende of zelfs ronduit beledigende opmerkingen of referenties naar niet-Angelsaksische culturen.[1][2]
Bedreigde beschaving
Lovecraft was bekend met de werken van Oswald Spengler, wiens pessimistische kijk op de gevolgen van de toenemende decadentie in de westerse samenleving van grote invloed waren op Lovecraft’s anti-moderne wereldbeeld. Lovecraft gebruikt in zijn verhalen geregeld het concept van de beschaving die op moet boksen tegen duistere, primitieve culturen en ideeën.

Bibliografie[bewerken]

Lovecraft's bibliografie omvat een grote reeks korte verhalen, gedichten, filosofische werken, en samenwerkingen met andere schrijvers.

Nuvola single chevron right.svg Zie Bibliografie van Howard Phillips Lovecraft voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Tot zijn bekendste werken behoren:

Afbeeldingen[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • "Afterword: A Gentleman of Providence"; biografie van H.P. Lovecraft gepubliceerd als nawoord in "Necronomicon: the best weird tales of H.P. Lovecraft". ISBN 978-0-575-08156-7.
  1. Joshi, S. T., A Subtler Magic: The Writings and Philosophy of H.P. Lovecraft, Borgo Press, 1996, p. 22, 41–42, 76–77, 107–108, 162, 229, 230 ISBN 1-880448-61-4.
  2. Steiner, Bernd, H.P. Lovecraft and the Literature of the fantastic: explorations in a Literary Genre, GRIN Verlag, 2005, p. 54–55 ISBN 978-3-638-84462-8.