Howell-Jolly-lichaampje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Howell-Jolly-lichaampjes zijn histopathologisch gevonden deeltjes van basofiele kern overblijfselen (clusters van DNA) in rode bloedcellen. Gedurende de rijping in het beenmerg stoten rode bloedcellen hun kern uit, maar in sommige gevallen blijft een klein deel van het DNA in de cel achter.

De deeltjes zijn genoemd naar William Henry Howell en Justin Marie Jolly.[1][2]

Voorkomen[bewerken]

Dit DNA komt voor als een basofiele (purperen) vlek op de eosinofiele (roze) rode bloedcel in een standaard H en E gekleurd bloed-uitstrijkje. Deze insluitsels worden gewoonlijk tijdens de circulatie van de rode bloedcel in het lichaam door de openingen in het endotheel van de milt verwijderd. Bij patiënten met functionele hyposplenie (verminderde miltfunctie) of asplenie (niet meer functionerende milt) gebeurt dit echter niet.

Gevallen[bewerken]

Normale gevallen van asplenie zijn splenectomie als gevolg van letsel (verwonding) en autosplenectomie (afstoting van de milt) veroorzaakt door sikkelcelanemie. Andere gevallen ontstaan door radiotherapie van de milt, zoals bij de behandeling van de Ziekte van Hodgkin. Howell-Jolly-lichaampjes zijn ook te zien bij:

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. W. H. Howell. The life-history of the formed elements of the blood, especially the red blood corpuscles. Journal of Morphology, New York, 1890-91, 4: 57-116.
  2. J. M. J. Jolly. Sur la formation des globules rouges des mammifères. Comptes rendus de la Société de Biologie, Paris, 1905, 58: 528-531.