Hr. Ms. O 15

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag
Hr. Ms. O 15
Vlag
Hr. Ms O 15 in de haven van IJmuiden op 14 juni 1935
Hr. Ms O 15 in de haven van IJmuiden op 14 juni 1935
Algemene gegevens
Kiellegging 3 maart 1930 [1]
Tewaterlating 27 mei 1931[1]
In dienst gesteld 28 juli 1932[1]
Uit dienst gesteld 1 september 1945[1]
Waterverplaatsing 610 ton (boven water)[1]
754 ton (onder water)[1]
Afmetingen 60,4 x 6,8 x 3,6 meter[1]
Techniek en uitrusting
Machinevermogen 2 x 900 pk (dieselmotor)[1]
2 x 310 pk (elektromotor)[1]
Snelheid 16 knopen (boven water)[1]
8 knopen (onder water)[1]
Bemanning 29-31 koppen[1]
Bewapening 5 x 53 cm torpedobuizen[1]
2 x 44 mm kanon[1]
1 x 12,7 mm mitrailleur[1]
Portaal  Portaalicoon   Marine

Hr. Ms. O 15 was een Nederlandse onderzeeboot van de O 12-klasse. De O 15 is het enige schip van de O 12-klasse dat door de scheepswerf Wilton-Fijenoord uit Rotterdam is gebouwd.[1] Het schip was een van de vele Nederlandse schepen die tijdens de Spaanse Burgeroorlog konvooidiensten uitvoerde. Tijdens het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was de O 15 gestationeerd in Curaçao. Vanwege de situatie in de Caribische Zee keerde het schip terug naar Europa waar het vanuit Dundee patrouilles voor de Noorse kust uitvoerde en konvooien naar Archangelsk begeleide. Het schip overleefde de Tweede Wereldoorlog en werd vlak na de Japanse overgave uit dienst genomen om in 1946 te worden gesloopt in Hendrik-Ido-Ambacht.[2]

De O 15 voor de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

In 1935 bezocht de O 15 samen met het zusterschip de O 13 de Wereldtentoonstelling in de Belgische hoofdstad Brussel. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog heeft de O 15 van 23 maart tot 24 juni 1937 konvooidiensten uitgevoerd voor de Spaanse kust ter bescherming van de Nederlandse koopvaardij. Op 2 oktober 1939 vertrok de O 15 samen met de O 20 en de Van Kinsbergen richting Curaçao van wegen de dreiging van zeemijnen in het kanaal nemen de schepen de lange route om Schotland heen. Na 27 dagen arriveert de O 15 op 29 oktober in Curaçao.[2]

De O 15 tijdens Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Tijdens de Duitse aanval op Nederland in 1940 bevond de O 15 zich in de haven op Curaçao voor periodiek onderhoud. Begin juli werd na overleg tussen de Nederlandse marine en de Britse marine besloten dat er geen Nederlandse onderzeeboten nodig zijn in de Caribische Zee. De O 15 krijgt daarom de opdracht om via Kingston, Bermuda en Halifax naar het Verenigd Koninkrijk te varen. De reis naar Bermuda gebeurt onder begeleiding van de Dundee, een Britse sloep van de Falmouthklasse. In Hamilton vinden de hoogst noodzakelijke reparaties plaats aan de dieselmotoren plaats zodat de O 15 verder kan naar Halifax en de dieselmotoren daar volledig kunnen worden gereviseerd. In Halifax blijkt de revisie van de dieselmotoren niet te kunnen worden uitgevoerd, omdat het juiste materiaal niet aanwezig is en er een personeelstekort is in de haven. Voordat de O 15 naar Philadelphia kan vertrekken waar de reparaties kunnen worden uitgevoerd, werkt het eerst mee aan het testen van het CSC (Canadian Sea Control) type radar. Pas op 15 september 1942 kan de O 15 de oversteek maken richting Dundee. Vanuit Dundee voer de O 15 patrouilles uit voor de Noorse kust en begeleidt het schip konvooien van en naar het Russische Archangelsk. Ook wordt de O 15 zo nu en dan gebruikt voor ASW/ASDIC testen. Voor het onderhoud van de O 15 werd gebruikgemaakt van onderdelen van de in 1943 uit dienst genomen O 14.[2]

De O 15 na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

De O 15 keert op 30 juni 1945 terug naar Nederland war het schip, tot 23 juli, afgemeerd ligt in de haven van Rotterdam. Na de korte periode in Nederland keer het schip en bemanning voor een trainingsperiode terug naar Dundee. Drie dagen na de Japanse overgave werd het schip op niet meer actief gebruikt om een maand later in september officieel uit dienst te worden genomen.[2]

Na de uit dienst name werd de O 15 gebruikt om personeel van de onderzeedienst van Dundee naar Rotterdam te vervoeren. Op 2 oktober 1946 werd het schip verkocht om in Hendrik-Ido-Ambacht gesloopt te worden.[2]

Bronnen, noten en/of referenties