Hr. Ms. O 16

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag
Hr. Ms. O 16
Vlag
Hr. Ms. O 16
Hr. Ms. O 16
Algemene gegevens
Kiellegging 28 december 1933[1]
Tewaterlating 27 januari 1936[1]
In dienst gesteld 26 oktober 1936[1]
Uit dienst gesteld 15 december 1941[1]
Waterverplaatsing 984 ton (boven water)[1]
1.194 ton (onder water)[1]
Afmetingen 76,5 x 6,6 x 4,0 meter[1]
Techniek en uitrusting
Machinevermogen 2 x 1.600 pk (dieselmotor)[1]
460 pk (elektromotor)[1]
Snelheid 18 knopen (boven water)[1]
9 knopen (onder water)[1]
Bemanning 42 koppen[1]
Bewapening 8 x 53 cm torpedobuizen[1]
1 x 8,8 cm kanon[1]
2 x 40 mm luchtafweergeschut[1]
Portaal  Portaalicoon   Marine

Hr. Ms. O 16 was een Nederlandse onderzeeboot en het enige schip van de O 16-klasse; het is de boot die waarschijnlijk het record houdt van 3 vijandelijke schepen vernietigd op 1 dag (12-12-`1941).

De O 16 was ontworpen door Ir. G de Rooy en werd gebouwd door Koninklijke Maatschappij de Schelde uit Vlissingen. Tijdens de bouw van de O 16, werd ten opzicht van de voorgangers, 49% van de klinknagels vervangen door lassen. Ook was de O 16 de eerste Nederlandse onderzeeboot die werd vervaardigd van hoogwaardig staal 52.[2][3]

In 1937, vlak na de in dienstname van de O 16 maakte het schip een reis naar de Verenigde Staten. De terugreis werd onderbroken omdat het schip konvooidiensten moest uitvoeren voor de Spaanse kust in verband met het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog.

In 1939 werd de O 16 verbonden aan de onderzeebootdivisie in Nederlands-Indië, waar het schip ook was tijdens de Duitse aanval op Nederland in 1940. In 1941 werd het schip onder Brits commando geplaatst waardoor de thuishaven het schip veranderde in Singapore. Tijdens de eerste dagen van de oorlog met Japan wist de O 16 drie schepen tot zinken te brengen. Tijdens de terugvaart van deze succesvolle patrouille liep de O 16 op een Japanse mijn. In 1995 is het wrak van de O 16 gelokaliseerd.

De O 16 voor de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

In 1937 maakte de O 16 een tocht naar Noord-Amerika, tijdens deze tocht deed het schip de havens Horta, Bermuda, Norfolk en Washington aan. Prof. Dr. F.A. Vening Meinesz voerde tijdens deze tocht een deel van zijn zwaartekrachtproeven uit. De terugreis naar Europa ging via de Azoren en Lissabon. In Lissabon werd prof. Dr. F.A. Vening Meinesz vervroegd van boord gezet. De O 16 moest namelijk vanwege de Spaanse Burgeroorlog konvooidiensten uitvoeren om schepen veilig van en naar Gibraltar te begeleiden.[2]

In 1939 werd de O 16 verbonden aan de onderzeebootdivisie in Nederlands-Indië. Op 24 april 1939 begon de O 16 aan de overtocht naar Nederlands-Indië waar het schip veilig arriveerde op 5 juni 1939. De overtocht vond plaats onder commando van Luitenant ter zee II P.A. Mulock van der Vlies Bik. Voor de overtocht gebruikte de O 16 de kortste route, die via het Suezkanaal voerde.[2]

Op 4 januari 1940 kwam de O 16 in aanvaring met de torpedobootjager de Witte de With. De O 16 hield aan deze aanvaring geen noemenswaardige schade over, de Witte de With daarentegen had schade opgelopen aan de schroef.[4]

O 16 tijdens de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Tijdens de Duitse aanval op Nederland in 1940 bevond de O 16 zich in Tandjong Priok, Nederlands-Indië. In september 1940 voerde de O 16 een konvooidienst uit naar Mozambique, omdat er berichten waren dat er een Duitse jager actief was in dat gebied. Eind 1941 werd O16 samen met de K XVII en K XVIII ingedeeld bij de eerste divisie van het onderzeebootflottielje. De O 16 stond vanaf dat moment onder commando van Luitenant ter zee I A.J. Bussemaker, die tevens flottieljecommandant was.[4] Eind van november 1941 werd de O 16 overgeplaatst naar Sambas (stad) in het Noordwesten van Borneo. Op 1 december werd besloten de 1e divisie van het onderzeebootflottielje, waar de O 16 deel van uitmaakte, onder Brits commando te plaatsen. Als gevolg van dit besluit werd de O 16 samen met de K XVII overgeplaatst naar Singapore. Vanuit Singapore moesten de O 16 en K XVIII oorlogspatrouilles uitvoeren in de Zuid-Chinese Zee. Op 6 december vertrok de O 16 voor de eerste patrouille uit de haven van Singapore. Een dag later, op 7 december, verklaarde Nederland de oorlog aan Japan, en daardoor werd deze patrouille direct een oorlogspatrouille. Tijdens deze patrouille wist de O 16 de volgende Japanse troepentransportschepen te beschadigen of tot zinken te brengen.[2]

Beschadigd:

  • Ayatosan Maru (9788 ton)[2]
  • Sakura Maru (7170 ton)[2]
  • Ayatosan Maru (9788 ton)[2]

Gezonken:

  • Tosan Maru (8666 ton)[2]
  • Asosan Maru (8812 ton)[2]
  • Kinka Maru (9306 ton)[2]

De terugtocht naar Singapore werd de O 16 noodlottig: het schip voer op 15 december 1941 rond 02:30 uur op een Japanse zeemijn, in de Golf van Siam. Door de ontploffing die deze zeemijn veroorzaakte zonk de onderzeeboot en kwamen 41 van de 42 bemanningsleden om het leven. Vijf zeelieden die zich bij de explosie aan dek bevonden probeerden zich gezamenlijk zwemmend in veiligheid te brengen. Alleen bootsman Cor de Wolf is dat uiteindelijk, na 38 uur in het water doorgebracht te hebben, gelukt.[5] Tegenwoordig wordt het wrak van de O 16 als officieel oorlogsgraf beschouwd.[2]

Het wrak van de O 16[bewerken]

Tijdens een expeditie van de Nederlandse marine in de Zuid Chinese Zee op 26 en 27 oktober 1995 werd het wrak van de O 16 geïdentificeerd. Het wrak ligt op een diepte van 53 meter op ongeveer 22 zeemijl ten noorden van het eiland Tioman. [6]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c d e f g h i j k l m n o (en) Dutchsubmarines.com :: O 16 class
  2. a b c d e f g h i j k (en) Dutch Submarinese.com :: Hr. Ms. O 16
  3. Bouwspecificaties
  4. a b Bezemer, K.W.L.; Zij vochten op de zeven zeeën; Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V.; 1954
  5. (en) Het verhaal van Cor de Wolf op Dutchsubmarines.com
  6. Mark, C.; Schepen van de Koninklijke Marine in W.O. II; Alkmaar: De Alk bv, 1997, blz. 83