Hr. Ms. Rotterdam (1998)
| Hr. Ms. Rotterdam | ||||
| Hr. Ms. Rotterdam bron:Koninklijke Marine |
||||
| Kiellegging | 25 januari 1996 | |||
| Tewaterlating | februari 1997 | |||
| In dienst gesteld | 18 april 1998 | |||
| Waterverplaatsing | 12.750 ton (beladen) | |||
| Afmetingen | 166 x 25 m , gemiddelde diepgang 5,9 m | |||
| Machinevermogen | Dieselelektrisch, 4 Stork Wartsila dieselgeneratoren; 2 Holec elektromotoren; boegschroef |
|||
| Snelheid | 20 knopen | |||
| Bemanning | 153 koppen & tot 611 mariniers | |||
| Bewapening | 2 Goalkeeper CIWS; 4-10 mitrailleurs 12,7 mm; maximaal 6 helikopters, Landingsvaartuigen: 4 LCU of 6 LCVP's |
|||
|
||||
Hr.Ms. Rotterdam is een amfibisch transportschip [1] van de Koninklijke Marine en werd in 1998 in gebruik genomen.
Inhoud |
[bewerken] Taak en uitrusting
Kenmerkend voor dit type transportschepen is het grote inwendige dok met ruimte voor 4 grote LCU of 6 kleine LCVP landingsvaartuigen (of een combinatie van 2 grote en 3 kleine). Het schip kan ongeveer 4 meter zakken, waarna de dokvloer onder water komt te staan. Vanaf het voertuigendek kunnen voertuigen, personeel en materieel op de landingsvaartuigen worden gezet. Landingsvaartuigen kunnen het dok dan aan de achterzijde verlaten. Het transportschip hoeft hierbij niet stil te liggen en kan zelf met geringe vaart nog steeds landingsvaartuigen ontvangen.
Hr.Ms. Rotterdam kan een compleet mariniersbataljon (ruim 600 personen) aan boord nemen, vervoeren en ontschepen. Het kan amfibische acties tot bataljons- en landingen tot brigade-niveau coördineren, waarvoor een volledig ingerichte amfibische commandocentrale aan boord is. Bijna elk type militair voertuig kan vervoerd worden, zelfs de Leopard 2A6 tanks van de landmacht. Het schip heeft voorraadruimte om een landingsactie gedurende tenminste 10 dagen te steunen.
Het beschikt daarnaast over een helikopterdek (met twee helikopterspots), een hangar met capaciteit voor vier grote (EH-101) of zes middelgrote (NH90) helikopters en faciliteiten voor het leiden van luchtverkeer.
Aan boord is een volledig ingericht ziekenhuis van klasse 2, een operatiekamer en een intensive care afdeling met 10 bedden. Tijdens missies kan een chirurgisch team permanent aan boord geplaatst worden.
Het schip beschikt over een ontziltingsinstallatie voor de productie van drinkwater uit zeewater.
[bewerken] Bewapening
Amfibische transportschepen zijn weliswaar oorlogsschepen, maar ze zijn in de regel niet uitgerust voor het voeren van het gevecht. De bewapening is beperkt tot middelen voor zelfbescherming. Het schip voert twee Goalkeepersystemen voor luchtafweer op korte afstand en heeft 4 vaste posities voor 12,7 mm mitrailleurs (Browning 0.50 inch). Nog eens 4 relingposities en 2 demontabele op het helikopterdek zijn beschikbaar
Ingescheepte mariniers met Stinger raketten kunnen bijdragen aan de luchtbescherming van het schip, maar feitelijk zal het schip, opererend in het hogere geweldspectrum, afhankelijk zijn van fregatten voor luchtafweer.
Hr.Ms.Rotterdam kan 36 torpedo's meevoeren. Deze kunnen dienen als bewapening voor helikopters of als reserves voor escorterende fregatten. Een alternatief gebruik van het schip zou zijn als helikoptercarrier voor de onderzeebootbestrijding.
Het schip beschikt over radar- en infraroodsystemen en over misleidingssystemen voor torpedo's en radar.
[bewerken] Achtergrond
Kort na de Tweede Wereldoorlog ontving Nederland twee kleine landingsschepen van de US Navy over en nam die als voorraadschepen Pelikaan en Woendi in gebruik. Deze zijn tijdens de politionele acties ingezet. Na de overdracht van Nieuw-Guinea in 1962 zijn ze uit dienst genomen.
Het Korps Mariniers kreeg vanaf de jaren zestig een taak bij de verdediging van de zogenaamde Noordflank van de NAVO en kreeg daarvoor "koudweertrainingen" in Noorwegen. Hoewel voor het vervoer gebruik werd gemaakt van Britse transportschepen was er behoefte aan eigen capaciteit. In 1984 werd nog overwogen een nieuw bevoorradingsschip van transportcapaciteit te voorzien, maar dat plan werd verlaten.
Pas na het einde van de Koude Oorlog in 1989 en de daaropvolgende heroriëntatie van de Nederlandse strijdkrachten op een nieuwe rol kwam er ruimte voor nieuwe transportmiddelen. Bij het ontwerp is aansluiting gezocht bij de Spaanse marine, die in dezelfde periode ook behoefte had aan een amfibisch transportschip en 2 soortgelijke schepen heeft laten bouwen: de Galicia (1998) en de Castilia (2001). De samenwerkingsovereenkomst werd getekend in juni 1992. Op 25 april 1994 tekende de Koninklijke Marine een contract met de Koninklijke Schelde Groep (tegenwoordig Damen Shipyard Group). Op 25 januari 1996 werd de kiel gelegd. De tewaterlating was in februari 1997. Het schip werd op 18 april 1998 in dienst gesteld.
De Koninklijke Marine heeft in januari 2001 de plannen goedgekeurd voor de bouw van een tweede, groter, amfibisch transportschip. Het is als Hr. Ms. Johan de Witt op 30 november 2007 in dienst gekomen. De Johan de Witt is in staat om amfibische landingen tot divisie-grootte te coördineren.
[bewerken] Deelname aan acties
Hr. Ms. Rotterdam heeft in 1999 meegedaan aan de operatie Allied Harbour voor de kust van Albanië en deed in 2000 mee aan de VN-operatie Unmee voor de kust van Eritrea. Op 5 november 2003 voer het uit voor het ondersteunen van de VN-vredesoperatie UNMIL in Liberia. Vanaf 26 december heeft het schip zich, binnen enkele dagen, gereed gemaakt voor hulp aan de slachtoffers van de tsunami in Indonesië, maar werd uiteindelijk niet uitgezonden.
[bewerken] Zie ook
Hr. Ms. Rotterdam, voor andere Nederlandse marineschepen met de naam Rotterdam
[bewerken] Noten
Bronnen, noten en/of referenties:
[bewerken] Externe link
| Zie de categorie HNLMS Rotterdam (1998) van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |