Huidskleur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Huidskleurkaart volgens Renatto Luschan

Met huidskleur wordt doorgaans op de kleur van de menselijke huid gedoeld. De huidskleur van de mens kan variëren van bijna zwart tot vrijwel kleurloos (lichtroze lijkend door het bloed in de huid). In het algemeen hebben mensen met voorouders uit zonnige landstreken (zoals rondom de evenaar) een donkerder huid dan mensen met voorouders uit landstreken met minder zon. Door de menging van mensen met een uiteenlopende huidskleur, kan op allerlei plaatsen in de wereld een grote variatie aan huidskleuren worden aangetroffen. Vrouwen hebben gemiddeld een iets lichtere huidskleur dan mannen.

Genetische factoren[bewerken]

De kleur van de huid wordt bepaald door de hoeveelheid en het type pigment (melanine) in de huid. Er zijn twee typen melanine, te weten feomelanine (rood tot geel) en eumelanine (donkerbruin tot zwart). Van beide soorten wordt de hoeveelheid en het type bepaald door vier tot zes genen. De mens erft één zo'n gen van de vader en één van de moeder. Van deze genen komen diverse allelen voor, wat resulteert in een grote variëteit van verschillende huidskleuren.

Een donkere huid beschermt tegen huidkankers die worden veroorzaakt door mutaties in huidcellen door ultraviolet licht. Mensen met een lichte huid hebben daardoor een tienmaal grotere kans om te overlijden aan huidkanker dan mensen met een donkere huid onder gelijke zon-omstandigheden. Ook beschermt een donkere huid tegen de vernietiging van het essentiële vitamine-B foliumzuur door UV-A straling. Foliumzuur is noodzakelijk voor DNA-synthese bij celdeling, en een te lage hoeveelheid foliumzuur kan bijvoorbeeld bij zwangere vrouwen leiden tot geboorteafwijkingen.

Hoewel een donkere huid aan de ene kant de degeneratie van vitamine-B tegengaat, kan het ook leiden tot een gebrek aan vitamine-D. Het voordeel van een lichte huid is dat deze huid het zonlicht niet zo effectief blokkeert als de donkere huid, hetgeen leidt tot een hogere productie van vitamine D3, de vitamine die noodzakelijk is voor kalkopname en botgroei.

Van de evolutie van de diverse huidskleuren wordt gesteld dat ze is ontstaan doordat de behaarde voorouders van de mens, zoals mensapen, een lichtgekleurde huid onder hun lichaamshaar hadden. Toen ze door evolutie hun inmiddels nutteloos geworden lichaamsbeharing kwijtraakten ontwikkelden ze een donkerder huid, om het niveau van foliumzuur aanvaardbaar te houden (ze leefden immers in het zeer zonnige Afrika). Vanaf het moment dat de mens naar minder zonnige regionen migreerde werd het lage vitamine D3 niveau een probleem en werd de huid weer lichter.

De Inuit en de Yupik zijn uitzonderingen, zij hebben ondanks het feit dat ze in een extreem zon-arme omgeving leven hun relatief donkere huid behouden. Dit kan wetenschappelijk worden verklaard door het feit dat hun voedingspatroon (het zijn vleeseters) traditioneel veel vitamine-D bevat.

Albinisme is een aandoening die wordt gekenschetst door de afwezigheid van melanine, hetgeen resulteert in een witte huid en wit haar. Albinisme is een genetische mutatie.

De huidskleur en de variaties hierin worden soms gebruikt als een (controversiële) poging om iemands ras te bepalen, zie hierover ook het lemma racisme.