Huis Egmont

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Huis Egmont
Huis Egmont
Stamvader Wouter van Egmont (1208)
Laatste heerser Maria Clara Angelica van Egmond (1661-1714)
Familiehoofd Jan I van Egmont
Zijtakken

Egmont van Merenstein (tot 1559), Egmont van Kenenburg (tot 1703)

Notabele leden Arend van Egmont en IJsselstein (1340-1409), Lamoraal van Egmont

Het Huis Egmont (ook wel Egmond) ontstond in een abdij in Egmond, de Sint-Adelbertabdij, die gesticht werd door Dirk I, graaf van Holland. Het huis van Egmont is een adellijk geslacht voortgekomen uit de advocati (voogden) van de abdij. Als stamvader kan Wouter van Egmont (1208) worden genoemd die regeerde in het kasteel Egmond nabij de abdij. Daarnaast zijn er nog drie andere takken van het geslacht: Egmont van Merenstein (tot 1559), Egmont van Kenenburg (tot 1703) en Egmont van Nijenburg (tot ?).

Huis Egmont[bewerken]

Het Huis Egmont speelt een belangrijke rol in de geschiedenis van de Nederlanden. De heren kregen en kochten diverse heerlijkheden. Heer Arend van Egmont en IJsselstein (1340-1409) kreeg van graaf Albrecht de heerlijkheden Ameland en IJsselstein, IJsselstein werd als belangrijkste heerlijkheid beschouwd en doorgegeven van vader tot zoon.

Graven van Egmont[bewerken]

In 1486 werd Jan III van Egmont (1438-1516) verheven van heer tot graaf Jan I van Egmont, in 1491 werd de graaf lid van de Gulden Vlies. Iedere graaf droeg wel zijn steentje bij aan de heerlijkheden van het graafschap. In 1555 werden de hoge edelen van Holland vergeleken op hun heerlijkheden waarbij Egmont er 12 had (Nassau had er 18). Een echte opwaardering kwam erbij toen de beroemde graaf Lamoraal van Egmont (1522-1568), het prinsdom Gavere in handen kreeg, sindsdien was hij én graaf én prins. Na dit succes ging het echter minder met de graven van Egmont, een zoon van Lamoraal sr, Lamoraal jr. (15??-1617) werd beschuldigd van medeplichtigheid aan een aanslag op Willem van Oranje en verkocht Egmond en Purmerend aan de staten van Holland. Hiermee hielden de graven op te bestaan, nog enkele erfgenamen volgden maar met Maria Clara Angelica van Egmond (1661-1714) hield dit geslacht op te bestaan.

Graven van Buren en Leerdam[bewerken]

Het tweede kind van heer Jan II van Egmond, Willem (1412-1483) kreeg drie zonen waaronder Frederik van Egmond, graaf van Buren-Leerdam (? - 1521). Hij kreeg de gebieden van Maximiliaan van Oostenrijk omdat hij hem had gered uit Brugge. Deze tak had veel invloed want ze waren vaak stadhouders in Holland, Friesland, Groningen. Deze tak ging door tot aan Anna van Egmond van Buren (1533-1558) die trouwde met Willem van Oranje, waarmee deze tak uitstierf.

Hertogen van Gelre[bewerken]

Heer Jan II van Egmont (1385-1451), liet zijn zoon Arnold (1410-1473) voogd worden van het hertogdom Gelre, en werd later hertog van Gelre. Zo ontstond er een zijtak van de heren van Egmont, die Gelre zouden regeren tot aan Karel van Egmont die overleed in 1538, waarna het hertogdom overging in de handen van Willem V van Kleef en vervolgens aan de Habsburgers (keizer Karel V).

Bekende telgen[bewerken]

Heraldiek[bewerken]

Wapen Blazoen
Wapen van Egmont.svg Wapen van het huis Egmont

Van goud beladen met 6 kepers van keel.[1]

D'Egmont Marie - JPG1.jpg Wapen van Marie van Egmont, glasraam uit het klooster van de Abdij Ter Kameren, Elsene (België)
Gerard van Egmont wapen.svg Willem II van Egmont (26 januari 141219 januari 1483), heer van Egmont en van IJsselstein, stadhouder van Gelre, ridder in de orde van het Gulden Vlies

Gevierendeeld: I en IV: Van goud beladen met 6 kepers van keel (Egmond), II en II: Van zilver beladen met 2 gebretesseerde en contragebretesseerde fasces van keel (Arkel). Op dit alles het wapen van Gelre, dat gedeeld is: I in azuur een omgewende, dubbelstaartige leeuw van goud, gekroond van hetzelfde en getongd en genageld van keel; II in goud een leeuw van sabel, getongd en genageld van keel.[2][3]

Jan III van Egmont wapen.svg Jan III van Egmont (14381516), heer van Baer, graaf van Egmont, stadhouder van Holland, ridder in de orde van het Gulden Vlies

Gevierendeeld: I en IV van Egmond, II van Bade, III van Arkel. Op dit alles, gedeeld het wapen van Gelre en Gulik, de leeuwen kijken elkaar aan.[4][2]

Adolf van Egmond wapen.svg
Tekening van het wapenschild toegeschreven aan Pierre Coustain.
Adolf van Egmont, genoemd de Jonge (14381477), graaf van Gelre, graaf van Zutphen

Gedeeld : I in azuur een omgewende, dubbelstaartige leeuw van goud, gekroond van hetzelfde en getongd en genageld van keel; II in goud een leeuw van sabel, getongd en genageld van keel. Over dit alles een Barensteel van zilver.[5][2]

Floris van Egmont wapen.svg Floris van Egmont (v.14701539), graaf van Buren, ridder in de orde van het Gulden Vlies,

Gevierendeeld: I en IV van Egmond, II en III van Buren. Op dit alles het wapen van IJsselstein.[6][2]

Lamoraal, graaf van Egmont (1522-1568).svg Lamoraal, graaf van Egmont (15221568), prins van Gavere en van Steenhuisen, ridder in de orde van het Gulden Vlies.

Gevierendeeld: I en IV gedeeld van Egmond en Arkel, II en III gedeeld van Gelre en Gulik. Op dit alles, gedeeld van Luxemburg en les Baux.[7][2]

Zie ook[bewerken]

Bronnen

  • Oosthoeks Encyclopedie, deel 5, N.V.A. Oosthoeks uitgeversmaatschappij, Utrecht (1960)
  • Adel van Holland, in de Alkmaarse bibliotheek

Noten

  1. NGW
  2. a b c d e heraldique-europeenne
  3. Vertaling van: Écartelé : aux 1 et 4, chevronné d'or et de gueules de douze pièces (d'Egmond) ; aux 2 et 3, d'argent, à deux fasces bretessées et contre-bretessées de gueules (d'Arkel). Sur le tout les armes de Gueldre qui sont parti : a. d'azur au lion contourné d'or, couronné du même, armé et lampassé de gueules (Gelre) ; b. d'or au lion de sable, armé et lampassé de gueules (Juliers), les lions affrontés.
  4. Vertaald van: Écartelé : aux 1 et 4 d'Egmond ; au 2, de Bade ; au 3, d'Arkel. Sur le tout, parti de Gueldre et de Juliers, les lions affrontés.
  5. Vertaling van: Parti : a. d'azur au lion contourné d'or, couronné du même, armé et lampassé de gueules (Gueldre) ; b. d'or au lion de sable, armé et lampassé de gueules (Juliers), les lions affrontés ; au lambel d'argent brochant.
  6. Vertaling van: Écartelé : aux 1 et 4 d'Egmond ; au 2 et 3, de Buren. Sur le tout, d'IJsselstein.
  7. Vertaling van: Écartelé : aux 1 et 4 parti d'Egmond et d'Arkel ; au 2 et 3, parti de Gueldre et de Juliers. Sur le tout, écartelé de Luxembourg et des Baux.

Verwijzingen