Huisarts

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Huisarts of huisdokter is de benaming voor een gespecialiseerde arts die perifeer werkt (niet in een ziekenhuis) en die in België en Nederland, zoals zowat overal, het eerst wordt aangesproken door mensen met gezondheidsproblemen in de ruimste zin. De huisarts is de medisch specialist met als vak 'generalisme'.

Opleiding[bewerken]

Nederland[bewerken]

De Nederlandse opleiding tot huisarts begint met de opleiding geneeskunde, die bestaat uit een bachelorfase van 3 jaar en een masterfase van 3 jaar waarin coschappen worden gelopen. Door het afleggen van het artsexamen is de titel basisarts verkregen en kan worden begonnen met de specialisatie tot huisarts die drie jaar duurt.

In Nederland kan de opleiding tot huisarts gevolgd worden bij de universiteiten in Amsterdam (zowel VUmc als AMC), Leiden, Rotterdam, Utrecht, Groningen, Nijmegen en Maastricht.

Een basisarts die in Nederland studeert voor het specialisme huisartsgeneeskunde wordt een AIOS, arts in opleiding tot specialist, genoemd. Ook de term HAIO (HuisArts In Opleiding) wordt nog vaak gebrukt maar deze term is in 2005 formeel afgeschaft. Een huisarts die een AIOS binnen zijn praktijk opleidt wordt een huisartsopleider (HAO) genoemd. Huisartsen die de AIOS begeleiden op de universiteit heten huisartsdocenten of huisartsbegeleiders (HAB's).

De huisartsenopleiding bestaat uit een eerste jaar in een huisartsenpraktijk. Het tweede jaar zijn stages bij de psychiatrie, de acute geneeskunde en de ouderenzorg. Het derde jaar is weer in een huisartsenpraktijk.

België[bewerken]

Een Belgische huisarts heeft na de middelbare school eerst 7 jaar een universitaire opleiding gedaan (3 bachelorjaren en 4 masterjaren). In het 7de jaar kiest hij/zij voor huisartsgeneeskunde. (Zijn collega's die gekozen hebben voor een medisch specialisme doen in hun zevende een "coassistentschap" in hun gekozen specialisatie.) Na dat jaar wordt het (basis-)artsdiploma uitgereikt. Na nog 2 jaar opleiding als HAIO (HuisArts In Opleiding), grotendeels bij een huisarts, eventueel gedeeltelijk ook in een ziekenhuis is men huisarts en kan men een eigen praktijk opzetten, of aansluiten bij een groepspraktijk.

In Vlaanderen wordt de eigenlijke huisartsenopleiding georganiseerd door het Interuniversitair Centrum voor HuisartsenOpleiding (ICHO). Deze instelling is gehuisvest onder de Katholieke Universiteit Leuven en wordt beheerd door de huisartsencentra van de 4 Vlaamse Universiteiten (K.U. Leuven, Vrije Universiteit Brussel, Universiteit Gent en Universiteit Antwerpen).

Een arts die in Vlaanderen de masteropleiding huisartsgeneeskunde volgt, wordt HAIO (Huisarts In Opleiding) genoemd. Vroeger was de term HIBO (Huisarts in BeroepsOpleiding). Zijn opleider in de huisartsenpraktijk heet de PraktijkOpleider (PO) en zijn coördinator de StaCo (Stage-coördinator).

Omnipracticus[bewerken]

Het vaak gebruikte woord omnipracticus wordt in algemene zin begrepen als een synoniem voor huisarts. Nochtans betekent het een "beoefenaar van de algemene geneeskunde", hetgeen een ruimer veld bestrijkt. Een omnipracticus is niet noodzakelijk een huisarts. Hij kan ook, naast de specialisten en chirurgen, werkzaam zijn in ziekenhuizen en andere medische instellingen.

Het woord wordt in die zin in België algemeen gebruikt door de Orde van geneesheren, de universitaire medische faculteiten, de overheid (ministerie van Volksgezondheid), de ziekenkassen, ziekenhuizen, enz.

Werkzaamheden[bewerken]

De taak van de huisarts is in eerste instantie aanspreekpunt zijn voor problemen met de gezondheid van zijn patiënten en overzicht te houden over de totale situatie van de patiënt; de kracht van de huisarts is erin gelegen dat hij (of zij, meer dan 50% van de afstuderende huisartsen is vrouw, hoewel vrouwen gemiddeld veel korter werkzaam blijven als huisarts, en vaak in deeltijd werken, wat inclusief diensten meestal nog steeds ruim meer dan 40 uur per week is)

a) van heel veel dingen wat weet, niet zoveel als een specialist maar voldoende om te weten wanneer iets een kwestie is voor een specialist, en
b) dat hij meer weet van de patiënt, diens omgeving en gezin dan de andere artsen en zorgverleners waar de patiënt mee in contact komt. Meestal kent de huisarts zijn patiënten vele jaren.

De huisarts is zo ook de coördinator van alle benodigde zorg voor de patiënt.

Van alle problemen die aan de huisarts worden voorgelegd handelt hij/zij er ongeveer 90% zelf af en verwijst in de resterende 10% door naar een andere arts of hulpverlener.

Arbeidsvoorwaarden[bewerken]

Een Nederlandse huisarts werkt meestal als zelfstandig ondernemer. De praktijk is door de week geopend tussen 08.00 en 17.00 uur. Na 17.00 uur en in de weekenden is er een bereikbaarheidsdienst voor spoedgevallen. Bijna alle huisartsen zijn daarvoor aangesloten bij een huisartsenpost. Eens in de paar weken doet de huisarts ook zelf dienst op de huisartsenpost. Dit is ook verplicht om als huisarts geregistreerd te blijven. Op de huisartsenpost is vaak een callcenter aanwezig dat bemand wordt door ervaren doktersassistentes, om de eerste beoordeling van de binnenkomende oproepen te verzorgen. Dit wordt triage genoemd. Bij zo'n eerste beoordeling blijken veel patiënten geen directe beoordeling op de huisartsenpost nodig te hebben. De assistente zal de patiënt dan zelfstandig een advies geven. Al deze adviezen worden binnen een uur door één van de dienstdoende huisartsen op juistheid gecontroleerd. Tijdens een dienst zijn er één of meerdere huisartsen aanwezig, die meestal de beschikking hebben over een visiteauto met chauffeur. Aan boord is er een aanzienlijke hoeveelheid geneesmiddelen en medische apparatuur. De chauffeurs hebben een opleiding gedaan om de arts te kunnen ondersteunen bij medische handelingen.

Een deel van de Nederlandse huisartsen werkt in loondienst van een (groep van)huisarts(en). In dat geval spreekt men van hidha: huisarts in dienst van een andere huisarts. Ter ondersteuning hebben huisartsen soms praktijkondersteuners in dienst. Dit zijn doktersassistentes of verpleegkundigen die een speciale opleiding hebben gevolgd om zelfstandig patiëntenzorg te kunnen verrichten in de huisartsenpraktijk. Het gaat meestal om chronische zorg bij bijvoorbeeld diabetespatiënten of ouderen.

Organisatie van huisartsen[bewerken]

De Nederlandse huisartsen zijn georganiseerd in landelijk verband via enkele organisaties, waarvan de LHV (Landelijke Huisartsen Vereniging) en het NHG (Nederlands Huisartsen Genootschap) de grootste zijn. De taak van de LHV ligt voornamelijk op de belangenbehartiging, waaronder het onderhandelen met zorgverzekeraars en overheid. Het NHG houdt zich voornamelijk bezig met de inhoudelijke ontwikkeling van het vak en het bevorderen van de kwaliteit van de uitvoering ervan. De LHV heeft regionaal afdelingen, die 'Kringen' worden genoemd. Deze bestaan meestal uit enkele honderden huisartsen (landelijk zijn er circa 7500 huisartsen).

Externe links[bewerken]


Zoek dit woord op in WikiWoordenboek