Huiszoeking
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een huiszoeking is het door de politie of een andere opsporingsambtenaar binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner, met het doel om mogelijk bewijs voor een strafbaar feit op te sporen en zo nodig in beslag te nemen. Voor het binnentreden in een woning is doorgaans een machtiging vereist, meestal huiszoekingsbevel genoemd.
[bewerk] Nederland
Het binnentreden in de woning is alleen toegestaan na een huiszoekingsbevel ("machtiging tot binnentreden") door een (hulp)officier van justitie of een advocaat-generaal van een gerechtshof.
Een dergelijk huiszoekingsbevel mag echter enkel worden afgegeven bij verdenking van delicten waarop een voorlopige hechtenis gesteld kan worden. Voor lichte delicten (strafbaar met minder dan vier jaar hechtenis) mag er geen huiszoekingsbevel worden afgegeven. Hoewel dit in de praktijk wel eens voorkomt, en kan leiden tot het niet-ontvankelijk verklaren van het OM in de gehele zaak, wanneer deze uiteindelijk voor de rechter komt.
Zonder een dergelijke machtiging kan er sprake zijn van huisvredebreuk. Ook kan het eventueel verkregen bewijs als "onwettig verkregen" worden beschouwd, hetgeen gevolgen kan hebben voor een te voeren rechtszaak. Een machtiging is niet vereist als de woning direct moet worden binnengetreden in verband met "ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen of goederen" in de woning. Het binnentreden is geregeld in de Algemene wet op het binnentreden van 1994.

