Humbertus Guilielmus de Precipiano

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Humbert-Guillaume de Precipiano)
Ga naar: navigatie, zoeken
Het grafmonument van De Precipiano in de Sint-Romboutskathedraal

Humbertus Guilielmus (Wilhelmus) de Precipiano (Frans: Humbert-Guillaume de Precipiano) (Rougemont bij Besançon, 12 september 1627 - Brussel, 9 juni 1711) was de twaalfde bisschop van Brugge en werd nadien aartsbisschop van Mechelen.

Levensloop[bewerken]

Humbert was de zoon van kolonel Achille, baron de Precipiano die sneuvelde in het Spaanse leger in 1642 en van Jeanne de Montrichard.

Na zijn studies in Constanza en in Besançon en bij de jezuieten in Leuven werd hij licentiaat in de rechten en doctor in de godgeleerdheid aan de universiteit van Dole. Hij werd kanunnik en deken van het kapittel in Besançon. Daar geraakte hij verwikkeld in een twist onder kanunniken en bevond zich onverwacht aan het hoofd van één van de clans. De hevige ruzies deden hem besluiten om naar Brussel uit te wijken. Van daar werd hij door de Spaanse koning benoemd tot geestelijk raadgever bij het Hof in Dôle (de Franche-Comté stond onder Spaanse voogdij). In 1667 stuurde Filips IV van Spanje hem als gezant naar de Rijksdag in Regensburg. Vanaf 1672 was hij in Madrid raadgever voor de zaken van de Nederlanden en van Bourgondië. De koning wilde hem na enkele jaren trouwe dienst belonen met een bisschopszetel. Het werd die van Brugge.

Bisschop van Brugge[bewerken]

De Precipiano had zich tijdens zijn loopbaan tot dan toe erg tegen de kerkelijke hiërarchie opgesteld en had drie maal banbliksems over zich heen gekregen. Hij had er zich niets van aangetrokken maar, wilde hij zijn benoeming door Rome goedgekeurd zien, moest hij wel eerst uitdrukkelijk schuld bekennen. Er verliep dan ook tijd tussen zijn benoeming in januari 1682 en zijn bisschopswijding op 21 maart 1683 in Brussel, gevolgd door zijn intronisatie in Brugge, op 1 april. Zijn bisschopsleuze luidde 'Non in gladio sed in nomine Domini' (Niet in het zwaard maar in de naam van de Heer). Hij was al 56 toen hij de leiding nam van een bisdom waar hij als buitenlander niemand kende, waarvan hij de taal niet sprak, en waar hij vermoedde dat er onder zijn aanstaande medewerkers heel wat jansenisten zaten.

Een borstbeeld van hem staat boven de ingangsdeur van de pastorie in de Sint-Salvatorskoorstraat, 8 in Brugge.

Aartsbisschop van Mechelen[bewerken]

De ernst en strengheid waarmee hij volgens de kerkelijke regels zijn bisdom bestuurde, wierp vruchten af voor zijn carrière. Hij stond weldra in hoog aanzien en in juli 1689 werd hij tot aartsbisschop van Mechelen benoemd, in opvolging van Alphonsus de Berghes. In augustus 1690 verliet hij Brugge en nam zijn nieuwe ambt op. Daar zou de tot dan volgzame dienaar van het burgerlijk gezag, herhaaldelijk in aanvaring komen met de politieke gezagdragers. In een strijd die hij voerde om het asielrecht in kloosters te handhaven ging hij zover de procureur generaal en de leden van de Grote Raad te excommuniceren. Ze sloegen terug door hem een zware boete op te leggen. Koning Filips V moest persoonlijk tussenkomen om de rust te herstellen.

Zijn hele loopbaan werd gekenmerkt door een niet-aflatende strijd tegen het jansenisme.

Literatuur[bewerken]

  • Catholic encyclopedia, 1908.
  • A.-C. DE SCHREVEL, Humbert de Precipiano, in: Biographie nationale de Belgique, Tome XVIII, Brussel, 1905.
  • Luciaan CEYSSENS, Humbert de Precipiano, in: Het bisdom Brugge, Bruigge, 1985.

Externe links[bewerken]

Voorganger:
François de Baillencourt
Bisschop van Brugge
1683 – 1690
Opvolger:
Willem Bassery
Voorganger:
Alphonsus de Berghes
Aartsbisschop van Mechelen
1690-1711
Opvolger:
Thomas Philip Wallrad d'Alsace-Boussut de Chimay