Huurtoeslag

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De huurtoeslag, een inkomensafhankelijke toeslag, is een tegemoetkoming in de huurkosten van de Nederlandse overheid voor huurders die in verhouding tot hun inkomen veel huur betalen.

Om huurtoeslag te kunnen krijgen, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan:

  • De huurwoning moet als passend worden beschouwd.
  • Het gaat om zelfstandige woonruimte (dus geen kamerverhuur). Er wordt een uitzondering gemaakt voor mensen die een kamer huren in een begeleid wonen project.
  • De aanvrager is 18 jaar of ouder. Jongeren onder de 18 kunnen wel huurtoeslag krijgen als ze wees zijn en alleen wonen, getrouwd zijn of alleenstaande ouder zijn.
  • De aanvrager heeft de Nederlandse nationaliteit of een verblijfsvergunning die recht geeft op toeslagen.
  • De kale huur mag niet niet te hoog of te laag zijn. Voor 2012: niet lager dan € 215,50 en niet hoger dan € 664,66 (dit laatste bedrag is gelijk aan de liberalisatiegrens in de huurprijsregelgeving)[1][2][3]. Voor aanvragers jonger dan 23 gelden lagere maximumbedragen.
  • Het toetsingsinkomen is maximaal € 21.625 (in 2011), voor mensen vanaf 65 jaar € 20.325. Genoemde inkomens gelden voor alleenstaanden. Voor partners gaat het om het gezamenlijke inkomen. Voor mensen met kind(eren) gelden (aanzienlijk) hogere inkomensnormen. Voorbeeld: voor een alleenstaande met een bruto jaarinkomen van € 25.000 en een huur van € 500 geldt dat hij/zij geen huurtoeslag krijgt. Voor een alleenstaande met 1 kind geldt reeds dat hij/zij een huurtoeslag ontvangt van ruim € 150 per maand.
  • Vermogenstoets: Het vermogen mag niet groter zijn dan € 20.785 (in 2011). Mensen met kinderen mogen voor elk minderjarig kind € 2.779 extra vermogen hebben. Mensen vanaf 65 jaar met een laag inkomen mogen meer vermogen hebben, maximaal € 48.301.

Voor gehandicapten die een aangepaste woning huren en voor grote gezinnen (meer dan 8 kinderen) gelden iets afwijkende regels, zo mogen zij bijvoorbeeld een hogere huur hebben.

Bedragen lager dan €24 per jaar worden niet uitbetaald. De huurtoeslag als functie van inkomen is een gedeelte van een kwadratische functie (de dalende tak van een bergparabool), die echter nul wordt vanaf een inkomen ruim lager dan dat waarvoor de kwadratische functie nul wordt. Hierdoor maakt deze toeslag (en dus ook inkomen plus toeslag) als functie van inkomen bij dit maximum inkomen een sprong naar beneden die veel groter is dan de genoemde € 24 per jaar. Bij de maximale huur kan deze zelfs meer dan € 2000 per jaar bedragen. In dat geval is een iets hoger inkomen, net boven het maximum, dus veel onvoordeliger. Met deze onvolkomenheid kan rekening gehouden worden door te trachten ervoor te zorgen dat het inkomen beneden de grens blijft, bijvoorbeeld door een aftrekbare gift.[4]

De regeling is gunstiger voor wie de AOW-leeftijd heeft bereikt (ouderenhuishouden).

De huurtoeslag is op 1 januari 2006 samen met de zorgtoeslag ingevoerd en vervangt de daarvóór bestaande huursubsidie. In 2010 hadden 1,1 miljoen huishoudens recht op huurtoeslag van gemiddeld 170 euro per maand. Dat kostte de overheid 2,3 miljard euro in 2010 (cijfers van VROM). Ter vergelijking: de hypotheekrenteaftrek in 2009 was 11 miljard euro. Maar dit is een inkomstenvermindering voor de overheid, terwijl Huurtoeslag een extra kostenpost is.

Huurtoeslag wordt aangevraagd bij en uitbetaald door Belastingdienst/Toeslagen. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) is verantwoordelijk voor de Wet op de huurtoeslag, de begroting van de Huurtoeslag en het beleid.

Wetgeving[bewerken]

De huurtoeslag is geregeld in de Wet op de huurtoeslag, voorheen Huursubsidiewet. De naam is in 2005 gewijzigd; het is dus niet zo dat er toen een nieuwe wet kwam en dat de oude werd ingetrokken.

Voor wat betreft de vermogenstoets vermeldt de Wet op de huurtoeslag slechts "Het recht op en de hoogte van de huurtoeslag is afhankelijk van de draagkracht, waaronder begrepen het vermogen". De rest staat in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen. Deze stelt voor de toeslagen in het algemeen: " Indien in een inkomensafhankelijke regeling de aanspraak op een tegemoetkoming mede afhankelijk is gesteld van het vermogen, bestaat geen aanspraak op een tegemoetkoming, indien ..".

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties