Eigenwoningforfait
|
Beluister |
(info) |
Het eigenwoningforfait is een regeling in de Nederlandse Wet inkomstenbelasting 2001. Het eigenwoningforfait is een fictief inkomen dat de bezitter van een eigen woning moet optellen bij zijn inkomen uit werk en woning in box 1. Het belastingvoordeel dat men per saldo heeft van de eigen woning is daardoor kleiner dan het belastingvoordeel van alleen de hypotheekrenteaftrek. Het eigenwoningforfait is vastgesteld op een percentage van de WOZ-waarde.
De aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld zorgt ervoor dat de eigen woning nooit tot gevolg heeft dat men per saldo meer belasting betaalt. Deze aftrek bedraagt het verschil als de aftrekbare rente lager is dan het eigenwoningforfait.
Inhoud |
De waarde van de woning en het percentage (inclusief villagrens) [bewerken]
Het eigenwoningforfait is een percentage van de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde. De tarieven van 2014 t/m 2018 zijn indicatief op basis van Belastingplan 2008[1].
| WOZ-waarde | 2018 | 2017 | 2016 | 2015 | 2014 | 2013 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| € 0 t/m € 12.500 | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% |
| € 12.501 t/m € 25.000 | 0,20% | 0,20% | 0,20% | 0,20% | 0,20% | 0,20% |
| € 25.001 t/m € 50.000 | 0,35% | 0,35% | 0,35% | 0,35% | 0,35% | 0,35% |
| € 50.001 t/m € 75.000 | 0,45% | 0,45% | 0,45% | 0,45% | 0,45% | 0,45% |
| € 75.000 t/m villagrens* | 0,60% | 0,60% | 0,60% | 0,60% | 0,60% | 0,60% |
| Waarde hoger dan villagrens |
€ 6.240 + 2,35% boven de villagrens |
€ 6.240 + 2,35% boven de villagrens |
€ 6.240 + 2,35% boven de villagrens |
€ 6.240 + 2,05% boven de villagrens |
€ 6.240 + 1,80% boven de villagrens |
€ 6.360 + 1,55% boven de villagrens |
| *) Villagrens | € 1.040.000 | € 1.040.000 | € 1.040.000 | € 1.040.000 | € 1.040.000 | € 1.040.000 |
| WOZ-waarde | 2012 | 2011 | 2010 | 2009 | 2008 | 2007 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| € 0 t/m € 12.500 | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% |
| € 12.501 t/m € 25.000 | 0,20% | 0,20% | 0,20% | 0,20% | 0,20% | 0,20% |
| € 25.001 t/m € 50.000 | 0,35% | 0,30% | 0,30% | 0,30% | 0,30% | 0,30% |
| € 50.001 t/m € 75.000 | 0,45% | 0,40% | 0,40% | 0,40% | 0,40% | 0,40% |
| € 75.000 t/m villagrens* | 0,60% | 0,55% | 0,55% | 0,55% | 0,55% | 0,55% |
| Waarde hoger dan villagrens |
€ 6.240 + 1,30% boven de villagrens |
€ 5.610 + 1,05% boven de villagrens |
€ 5.555 + 0,80% boven de villagrens |
€ 5.500 + 0,55% boven de villagrens |
€ 9.300 + 0,00% boven de villagrens |
€ 9.150 + 0,00% boven de villagrens |
| *) Villagrens | € 1.040.000 | € 1.020.000 | € 1.010.000 | € 1.000.000 | € 1.690.909 | € 1.663.636 |
| WOZ-waarde | 2006 | 2005 | 2004 | 2003 | 2002 | 2001 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| € 0 t/m € 12.500 | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% |
| € 12.501 t/m € 25.000 | 0,20% | 0,20% | 0,30% | 0,30% | 0,30% | 0,30% |
| € 25.001 t/m € 50.000 | 0,30% | 0,35% | 0,50% | 0,50% | 0,50% | 0,50% |
| € 50.001 t/m € 75.000 | 0,40% | 0,45% | 0,65% | 0,65% | 0,60% | 0,60% |
| € 75.000 t/m villagrens* | 0,55% | 0,60% | 0,85% | 0,80% | 0,80% | 0,80% |
| Waarde hoger dan villagrens |
€ 8.900 + 0,00% boven de villagrens |
€ 8.750 + 0,00% boven de villagrens |
€ 8.500 + 0,00% boven de villagrens |
€ 8.200 + 0,00% boven de villagrens |
€ 8.000 + 0,00% boven de villagrens |
€ 7.800 + 0,00% boven de villagrens |
| *) Villagrens | € 1.618.182 | € 1.458.333 | € 1.000.000 | € 1.025.000 | € 1.000.000 | € 975.000 |
Het percentage boven de 0,60% wordt in de pers 'de villabelasting' genoemd. In 2011 is het percentage opgehoogd naar 1,05%, en in 2012 naar 1,30%, om in 2016 te eindigen op 2,35%.[2][3] Op 28 januari 2011 deelde het kabinet mee dat de indexatie van de villagrens elk jaar zal blijven plaatsvinden.[4][5][6] In 2013 is het bedrag, net als veel andere bedragen in de wet, niet geïndexeerd. In 2012 zijn de forfaitaire percentages onder de villagrens getroffen door een relatieve verhoging van circa 10%. Dit gebeurde volgens het kabinet om te compenseren voor gedaalde huizenprijzen. [7]
Bedraagt de WOZ-waarde van een huis € 200.000, dan is het eigenwoningforfait 0,60% van die € 200.000,- dus € 1.200,-. Over dit bedrag moet vervolgens inkomstenbelasting betaald worden. De belastingplichtige met een eigen woning heeft weliswaar geen werkelijk inkomen uit zijn woning, maar zou dat (volgens de belastingwetgever) wel kunnen hebben. Dit fictieve inkomen moet bij het inkomen uit werk worden opgeteld (box 1). Daardoor levert de eigen woning minder belastingvoordeel op dan alleen op basis van de hypotheekrenteaftrek.
Voorbeeld [bewerken]
Een woningeigenaar heeft nog een kleine hypotheekschuld, hierover betaalt hij jaarlijks € 1500 rente, die rente mag hij aftrekken. De WOZ-waarde van zijn woning is vastgesteld op € 450.000, zijn eigenwoningforfait (0,60% van de WOZ-waarde) is € 2700. De aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld bedraagt dan € 1200 (2700 minus 1500). Daardoor hoeft hij over de woning per saldo geen inkomstenbelasting te betalen.[8][9]
Overige woningen [bewerken]
Het eigenwoningforfait geldt niet voor andere woningen dan de eigen woning. De waarde valt in box 3. De hypotheekschuld hiervan, en het deel van de hypotheekschuld van de eigen woning waarover de rente niet aftrekbaar is, zijn van de waarde van de bezittingen aftrekbaar.
De belasting is daarmee per saldo 1,2% over de overwaarde. De werkelijk ontvangen huur is verder niet belast, de werkelijk betaalde rente verder niet aftrekbaar.
Geschiedenis [bewerken]
Sinds 1893 is er materieel een soort 'eigenwoningforfait'[10], toen de Wet op de vermogensbelasting 1892 in Nederland werd ingevoerd. In de jaren negentig van de 19e eeuw kwam minister van Financiën Nicolaas Pierson met dit wetsvoorstel voor een belasting op inkomsten uit vermogen (inclusief de eigen woning), waarbij deze inkomsten forfaitair gesteld worden op jaarlijks 4% van dat vermogen. Voor wat betreft de eigen woning was dit gebaseerd op de gedachte dat iemand met een eigen woning deze zou kunnen verhuren. Zou hij zijn woning verhuren dan zou hij - als eigenaar van de woning - inkomen kunnen ontvangen waarover hij belasting zou moeten betalen.[11]. Dit inkomen had de eigenwoningbezitter niet echt, daarom heette het ook een fictief ofwel forfaitair (= vastgesteld) inkomen. Dit stuitte op verzet, eigenwoningbezitters moesten immers belasting gaan betalen over inkomen dat ze niet hadden, men verhuurde de woning tenslotte niet maar woonde er zelf. Het feit dat men de woning niet verhuurde maar er zelf woonde deed niet ter zake aldus de overheid. Ter compensatie werd (eveneens in 1893) tegenover de bijtelling van het huurwaardeforfait daarom toegestaan de betaalde rente over de woning van het inkomen af te trekken.
Later werden de echte inkomsten uit vermogen belast, maar voor de eigen woning kwam er toen een apart huurwaardeforfait. Bij de invoering van de Wet Inkomstenbelasting 2001, waarbij inkomsten uit vermogen weer forfaitair werden vastgesteld, bleef er toch een aparte regeling, nu eigenwoningforfait genoemd, waar tegenover staat dat over de eigen woning geen vermogensrendementsheffing hoeft te worden betaald.[12]
Oorspronkelijk stond het eigenwoningforfait technisch los van de hypotheekrenteaftrek: als iemand minder aftrekbare rente had dan het eigenwoningforfait bedroeg (bijvoorbeeld door een lage hypotheekschuld) leverde de eigen woning per saldo een belastingnadeel op. Dit wordt voorkomen door de op 1 januari 2005 ingegane wet Hillen, genoemd naar toenmalig Tweede Kamerlid Hans Hillen, waarbij de "aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld" werd ingevoerd (zie boven).
Per 1 januari 2010 is de regering begonnen met het ophogen van het eigenwoningforfait voor huizen van boven de 1 miljoen euro. Jaarlijks wordt dit bedrag aangepast aan de indexatie. Dit verhoogde eigenwoningforfait loopt op van 0,80% in 2010 via 1,05% in 2011 naar een slotstand van 2,35% in 2016.[13][14] Het bedrag waarover het verhoogde eigenwoningforfait wordt geheven (villagrens) werd in 2010 verhoogd van 1.000.000 naar 1.010.000. Per 1 januari 2011 ging het bedrag naar 1.020.000. Op 28 januari 2011 deelde het kabinet mee dat deze indexatie van deze villagrens elk jaar zal blijven plaatsvinden.[15][16][17]
Bronnen, noten en/of referenties
|