Hyacinthe-Louis de Quélen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hyacinthe Louis de Quélen.

Hyacinthe-Louis de Quélen (Parijs, 8 oktober 1778 - aldaar, 31 december 1839) was een Frans aartsbisschop.

De Quélen studeerde aan het Collège de Navarre en werd in 1807 tot priester gewijd. Hij was een jaar vicaris-generaal van Saint-Brieuc en werd vervolgens secretaris van kardinaal Fesch. Toen deze teruggestuurd werd naar zijn bisdom, deed de Quelen dienst in St. Sulpice en in de militaire hospitalen. Tijdens de restauratie na 1814 werd hij achtereenvolgens geestelijk directeur van de scholen van het aartsbisdom, vicaris-generaal van Parijs en coadjutor- aartsbisschop van kardinaal de Talleyrand-Périgord, die hij in 1821 opvolgde als aartsbisschop van Parijs.

Niettegenstaande de gunsten van Lodewijk XVIII van Frankrijk en van Karel X, bleef hij zich onafhankelijk opstellen. Zo kantte hij zich in naam van de middenstand tegen de voorgenomen conversie van de staatsschuld. Bij zijn aanvaarding aan de Académie française loofde hij Chateaubriand, die toen in ongenade was gevallen. Alhoewel de Quélen zich afkeurend had opgesteld tegen de koninklijke ordonnantie van juli 1830, die het absolutisme wilde herstellen, werd hij gewantrouwd door het Huis Orléans. Hij bleef zich politiek afzijdige opstellen en hield zich bezig met zijn bisschoppelijke taken. Bij de epidemie van 1832 richtte hij de seminaries in als ziekenhuis en bediende hij persoonlijk de zieken.

Voorganger:
Alexandre Angélique de Talleyrand-Périgord
Aartsbisschop van Parijs
1821-1839
Opvolger:
Denys Affre