Hyperinflatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
1.000.000.000 mark uit 1923
Argentinië kende eind jaren negentig een inflatie van 3000 procent.

Hyperinflatie is een zeer sterke inflatie. Waar een normale inflatie een prijsstijging van enkele procenten per jaar behelst, kent hyperinflatie zodanige prijsstijgingen dat de prijzen per dag stijgen.

Ontstaan[bewerken]

Hyperinflatie kan ontstaan wanneer de centrale bank van een land grote hoeveelheden geld creëert die niet in verhouding staan tot de daadwerkelijke economische groei van het betreffende land. De overheid van een land kan besluiten tot het creëren ("bijdrukken") van geld om bijvoorbeeld schulden af te lossen of om de salarissen van ambtenaren te kunnen betalen. Andere mogelijke oorzaken van hyperinflatie zijn bijvoorbeeld speculatie en het wegvallen van vertrouwen in een munt.

Gevolgen[bewerken]

Hyperinflatie is zeer nadelig voor een economie. Met name loonwerkers, pensioentrekkers, schuldeisers, ondernemers en banken hebben zeer veel last van hyperinflatie. Bestaande tegoeden en schuldvorderingen worden immers waardeloos en de lonen zijn niet in staat de prijzen bij te houden. Investeerders trekken massaal hun geld terug. Consumenten nemen hun geld van de banken op en beleggen in buitenlandse valuta of waardevaste goederen. Dit veroorzaakt de bekende "run op de bank", met als gevolg een golf van faillissementen in het bankwezen. Argentinië trachtte dit in 2002 te voorkomen door de saldi te bevriezen, wat tot woedende reacties en een politieke en sociale crisis leidde. Men verliest het vertrouwen in geld, en de zeer inefficiënte ruilhandel keert terug. Ook wordt het rekenen met geld steeds lastiger: men moet in duizenden, miljoenen en miljarden rekenen. In 1923 kon de Duitse regering alle nullen niet meer op de postzegels kwijt. De Duitse hyperinflatie van 1922-1923 is wel het bekendst. Deze inflatie was een gevolg van het feit dat de Fransen het Ruhrgebied bezetten om herstelbetalingen van de Duitsers af te dwingen. De Duitse overheid koos er toen voor om de uit protest in staking gegane arbeiders door te betalen. Voor dat doel werden en masse papiermarken bijgedrukt. Dit was, als vanzelfsprekend, een politieke keuze. De politici hadden ook kunnen kiezen om geen salarissen door te betalen, hogere belastingen te heffen, meer te bezuinigen of staatsleningen uit te schrijven. Op het hoogtepunt werden de prijzen dagelijks tien keer zo hoog als de vorige dag. Er werden zelfs bankbiljetten gebruikt als brandstof voor de kachel, omdat deze meer warmte gaven dan de brandstof die men met dezelfde hoeveelheid bankbiljetten kon kopen.

Voorbeelden[bewerken]

Biljet van 100 biljoen Zimbabwaanse dollar (2009)

Voetnoten[bewerken]

  1. De inflatie in Zimbabwe werd in november 2008 officieel geraamd op 230 miljoen procent per jaar, doch onofficieel op miljarden procenten, zie Zimbabwe issues $1 million bills as inflation soars.