Hypertrophy-specific Training

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Hypertrophy-specific Training, afkorting HST, is een trainingsmethode voor krachtsporters.

Training[bewerken]

Het doel van deze training is het creëren van spiermassa bij krachtsporters. HST is ontworpen door Bryan Haycock, een verder onbekend iemand in de krachtsport-wereld. Hij heeft heel wat onderzoeken bestudeerd, en uit deze onderzoeken een trainingsmethode opgebouwd die gebaseerd is op enkele eenvoudige basisprincipes:

Mechanische belasting[bewerken]

Dit is eigenlijk overbodig. Zonder mechanische belasting zal er in een spier geen microtrauma optreden. Zonder microtrauma geen spiergroei. Kortom, je moet een spier belasten.

Frequentie[bewerken]

In tegenstelling tot een gewoon splitschema, zegt HST dat je elke spiergroep minstens 3x per week moet trainen. In wezen kan dit neer komen op 3x per week full body training, waarbij men dus alle spiergroepen traint, bijvoorbeeld op maandag, woensdag en vrijdag. De verklaring hiervoor is dat de factoren die wijzigen na een training in een spier, zoals glycogeenniveaus, IGF,… na ongeveer 48 uur hun normale waarde weer bereikt hebben. Simpelweg gezegd, na ongeveer 48u kan een spier weer belast worden, en kan er weer microtrauma ontstaan. In het basisschema dat ik ook zal uitleggen wordt maandag/woensdag/vrijdag voorgesteld, omdat dit een praktische toepassing is van dit principe. Er zijn echter veel varianten mogelijk, zoals een upper/lowerbody split, push/pull splits,…waarbij dan 6x of soms 12x per week getraind wordt.

Klassieke training waar je dus 1x per 7 dagen traint houdt in dat je ongeveer twee dagen groeit, en de andere dagen zijn enkel onderhoud van die groei, en dus verloren tijd.

Progressive overloading[bewerken]

Dit is het tweede belangrijk principe en vereist wat meer uitleg. Een spier groeit pas als er microtrauma ontstaat, dat weten we allemaal. Het is echter niet nodig een spier steeds met zijn maximaal gewicht, je RM (rep maximum, je gewicht dat je maximaal kan gebruiken om een bepaald aantal reps te halen) te belasten. Afhankelijk van het conditioneringsniveau van een spier, is een lichter gewicht ook voldoende om microtrauma te veroorzaken, en dit in even grote mate als een hoger gewicht.

Met conditionering wordt bedoeld welke absolute load (dus in gewicht) een spier op een bepaald moment “gewend” is. Met andere woorden waarop een spier geen extra werk hoeft te verrichten. Stel dat je elke keer bijvoorbeeld 50 kg gebruikt voor een bepaalde oefening. Na x aantal keer is je spier gewend aan dat gewicht, en heeft de spier dus geen reden om microtrauma te vertonen bij het liften van dat gewicht (nog eens ter herhaling, ik probeer het in mensentaal uit te leggen, het onderzoek bevestigt dit). Enkel een hogere load, dus bijvoorbeeld 55 of 60 kg, zorgt weer voor microtrauma. Dit is de “overload”, een belasting (load) die hoger (over) is dan je spier gewend is. Maar als 50 kg je maximum is, dan kan je niet meer verhogen, en heeft je training geen nut.

Door de spier dus elke training met een hoger gewicht te belasten dan de vorige training, voorkom je die gewenning, die conditionering, en blijf je microtrauma creëren. Uiteraard kan je dit enkel als je eerste training met een gewicht is dat lager is dan je RM, anders kan je geen gewicht opbouwen. Dit is dus het progressive, steeds gewicht erbij.

Je kan inderdaad al de opmerking maken dat als je spieren dus gewend zijn aan dat hoge gewicht, bijvoorbeeld die 50 kg en je gaat dan over naar 20 kg, die 20 kg geen nut heeft, je spieren zijn immers geconditioneerd aan dat gewicht. Er ontbreekt dus nog wat…

Strategic deconditioning[bewerken]

Zoals gezegd, er moet dus een gewicht gebruiken waar een spier niet aan gewend is. Omdat je op het einde van een cyclus of een training echter hoge gewichten gebruikt, kan je niet zomaar op een lager gewicht beginnen. Je moet je spieren “deconditioneren”. Dit wil zeggen zorgen dat het niet meer gewend is om een hoog gewicht te heffen. Dit kan je doen door te rusten, minstens 1 week (dus za/zo+5dagen+za/zo, dus eigenlijk 9). Dit kan zelf langer zijn, als je voeding in orde is hoef je je geen zorgen te maken over spierverlies.

Deconditionering kan het best uitgelegd worden met het voorbeeld van een astronaut. Astronauten ondergaan immers de meest extreme vorm van deconditionering die mogelijk is. In de ruimte, waar het lichaam niet onderhevigd is aan de zwaartekracht zoals we die op de aarde kennen, hoeven hun spieren totaal geen kracht uit te voeren. Een belasting op de spieren bestaat hier dan ook niet. Als een astronaut terug op aarde is, zijn zijn spieren dus volledig gedeconditioneerd, Elke belasting, hoe klein dan ook, zelf gewoon wandelen, is op dat moment een overload, en veroorzaakt microtrauma.

Wij kunnen dus enkel rusten, waardoor de lagere belasting, waarmee ons schema zal starten, wel degelijk microtrauma veroorzaakt.

Stel dat je spier gedeconditioneerd is tot op een niveau waarop een belasting van 20 kg microtrauma veroorzaakt (we kunnen dat uiteraard niet weten, maar we veronderstellen dat, ik geef later een concreet voorbeeld). Nu zou je kunnen een training doen met die 20 kg, maar ook een met 30 kg. Beide zullen microtrauma veroorzaken, ze zijn immers beide een “overload” voor de spier. Nu is het echter niet nuttig met 30 kg te trainen! Het microtrauma, en dus de groei, zal niet groter zijn. Een spier kan immers maar een bepaalde graad van microtrauma vertonen, wat logisch is, anders zouden we tijdens het trainen ons spier zien scheuren en uiteenvallen (plastisch uitgedrukt). Het is dus beter die 30 kg maar de volgende training te gebruiken.

Kortom: strategic deconditioning zorgt ervoor dat je spieren weer “ontwend” worden, en dat een lagere belasting terug effectief wordt.

Externe links[bewerken]